Binnenland
Sprekershoek
Sprekershoek

Franstalige spitstechnologie: de Organisation Internationale de la Francophonie

Als de koe maar melk geeft, de kleur is niet belangrijk
Franstalige

Ken je de Organisation Internationale de la Francophonie (OIF)? Dit is een internationaal publiekrechtelijke rechtspersoon ter bevordering van de francofonie. We schreven er eerder al een stukje over. Vorig jaar berekende deze organisatie dat er in België exact 8.088.711 Franstaligen zijn. Dit is dus meer dan 70% van de bevolking. Hoe komt men tot dat cijfer? Eenvoudig, al wie een woordje Frans spreekt, wordt geteld als Franstalig. Zo bekeken telt Doorbraak vele Franstalige lezers.

De Franse Gemeenschap is lid van de OIF. Maar ook de federale staat België is lid. Dit is een anomalie, want ‘de bescherming en de luister van de taal’ is sedert de eerste staatshervorming (1970) een gemeenschapsbevoegdheid. De federale staat heeft dus niets te zoeken bij de OIF.

In het Vlaams Parlement wordt hierover wel eens stoere taal gesproken, bijvoorbeeld door minister-president Geert Bourgeois (N-VA), maar er verandert niets. Meer nog Didier Reynders (MR) bevestigt in de Kamer niet alleen dat België lid blijft, maar ook dat de aanwezigheid van België in deze internationale organisatie een troef is voor de federale staat. We mogen aannemen dat dit het standpunt is van de volledige regering-Michel, want een minister spreekt namens de regering.

‘Bruxelles’?

De Franstaligen hebben nu een groots plan met de OIF. Ze willen in 2022 de tweejaarlijkse top organiseren in Brussel. Luckas vander Taelen schreef hierover een column in De Tijd (5 juni 2018) waarin hij terecht aanklaagt dat Franstalige bewindvoerders Brussel nog steeds zien als een Franstalige stad. In de resolutie ingediend in het parlement van de Franse Gemeenschap door MR kan men letterlijk lezen dat de organisatie van de top van de francofonie de gelegenheid is om Brussel internationaal te promoten als een Franstalige stad. We citeren uit de resolutie: ‘la visibilité significative de Bruxelles en tant que ville francophone’.

Aan de organisatie van zo’n top hangt een prijskaartje: 75 miljoen euro. De kostprijs moet betaald worden door het organiserende land. Dus is de vraag: wie gaat dit betalen?

We lichten even de spitsvondige redenering toe die de Franstaligen volgen. In het Belgische staatsrecht is het namelijk mogelijk om van een koe een paard te maken en omgekeerd. En dat doen de Franstaligen ook.

De Franstalige vragen die een antwoord moeten krijgen zijn eenvoudig. Vraag 1: hoe Brussel promoten als Franstalige stad door er de top van de francofonie te organiseren? Vraag 2: hoe organiseert men dit zodat de Franstaligen alle touwtjes in handen hebben? Vraag 3: hoe schuift men de factuur van 75 miljoen euro door naar een andere overheid of dus ook naar de Vlaming?

Franstalige staatsrechtelijke spitstechnologie

Stap 1 in de Franstalige redenering. Het is de bedoeling om de stad Brussel voor te dragen. Brussel ligt in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. Is dit gewest bevoegd om de stad Brussel voor te dragen? Eigenlijk niet, maar men kan er wel een mouw aan passen. Sedert de zesde staatshervorming (2011-’14) is dit gewest bevoegd voor de ‘biculturele aangelegenheden van gewestelijk belang’. Dit is een open norm die men vrij kan invullen. Franstalige grondwetsspecialisten pleiten er alvast voor om deze bevoegdheid zo ruim mogelijk te interpreteren. En als ze schrijven ‘ruim’, dan bedoelen ze ‘héél ruim’. Mits een beetje creativiteit kan men stellen dat de organisatie van de OIF-top een ‘biculturele aangelegenheid is’, dit is een aangelegenheid die zowel Franstaligen als Nederlandstaligen aanbelangt. De federale staat is immers nog steeds lid van de OIF, dus zijn ook de Vlamingen er bij betrokken. Bovendien zijn alle Vlamingen die een mondje Frans spreken, volgens de criteria van de OIF, Franstalig. Is het dan een materie van gewestelijk belang? Eigenlijk wel, want het is de bedoeling om een stad van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest te promoten.

Deze piste heeft echter iets vervelends. In Brussel zetelen er ook Vlamingen in de regering en in het parlement. Zij moeten dus ook akkoord gaan. Onoverkoombaar is dit niet, want de Brusselse ministers Guy Vanhengel (Open Vld) en Pascal Smet (sp.a) hebben al grotere toegevingen gedaan aan de Franstaligen. Maar dan moet het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest wel de factuur betalen en dat is pas heel vervelend. Tenslotte is het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest geen lid van de OIF en kan het dus moeilijk de stad Brussel voordragen.

Stap 2 in de Franstalige redenering. Moesten we nu eens aankloppen bij de federale regering? Waarom niet, België is toch lid van de OIF? Zo gezegd, zo gedaan. In 2016 dient MR-Kamerlid Gauthier Calomne een voorstel van resolutie in ‘ter ondersteuning van de kandidatuur van Brussel als gastland voor de Top van de Francofonie’. Het voorstel is ook ondertekend door toenmalig fractieleider Denis Ducarme en door MR-voorzitter Olivier Chastel. Voor Chastel geldt duidelijk geen communautaire stilstand, die geldt alleen voor de Vlaamse Kamerleden van de federale meerderheid. Stel je eens voor dat een Vlaams partijvoorzitter een resolutie zou indienen die zo communautair geladen is. Dan gaan de Franstalige media meteen uit de bol.

In deze federale resolutie leest men natuurlijk niet dat het de bedoeling is om Brussel als Franstalige stad te promoten. Federaal wil men Brussel promoten als hoofdstad van de Belgische federale staat. We citeren uit de resolutie: ‘Overigens zou dergelijk evenement op directe en volstrekt coherente wijze de status versterken van Brussel als Belgische, tweetalige Nederlands- en Franstalige, Europese en internationale hoofdstad’.

Waar Brussel voor MR een Franstalige stad is in het parlement van de Franse Gemeenschap, is Brussel voor dezelfde MR een tweetalige stad in het federale parlement. Van hypocrisie gesproken, deze kan alvast tellen. Maar zo hebben de Franstaligen de Vlamingen al vaker om de tuin geleid.

Maar ook deze piste heeft iets vervelends. Er zetelen ook Vlamingen in de federale regering en in het federaal parlement. Het is bovendien communautaire stilstand. En de twee vervelende Vlaams-nationale fracties V&W en VB gaan waarschijnlijk opnieuw veel lawaai maken over dit dossier. Dus zoeken de Franstaligen een andere oplossing.

Stap 3 in de Franstalige redenering. We dienen een resolutie in het parlement van de Franse Gemeenschap in. Dit gebeurt in april 2017. In dat parlement zetelen alvast geen vervelende Vlamingen. Het voorstel van resolutie wordt ingediend door drie parlementsleden van MR. Het is dus de federale coalitiepartner van N-VA, CD&V en Open Vld die het initiatief neemt om Brussel te promoten als Franstalige stad. Zo staat het zwart op wit in de resolutie.

Stap 4 in de Franstalige redenering. Het is weliswaar de bedoeling om de stad Brussel te promoten als Franstalige stad (zo staat het in de toelichting van de resolutie ingediend in het Parlement van de Franse Gemeenschap), maar het beschikkend gedeelte draagt de kandidatuur voor van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. Waarom? Dit zal voor de Vlamingen minder moeilijk liggen dan de stad Brussel. Bovendien is het gewest op papier tweetalig en verbergt men op die manier de ware bedoeling: het promoten van Brussel als een Franstalige stad.

Zo komen we tot de wel heel merkwaardige vaststelling dat de ene deelstaat (Franse Gemeenschap) de andere deelstaat (het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest) voordraagt, zonder dat de Vlamingen in de Brusselse regering om hun mening is gevraagd. En zo wordt een gewest dat niet eens lid is van de OIF, toch voorgedragen om de tweejaarlijkse top te organiseren. Dit is pas Franstalige spitstechnologie, want de regie blijft in Franstalige handen, namelijk de Franse Gemeenschap.

Stap 5 in de Franstalige redenering. Nu de Franse Gemeenschap dit heeft beslist, schuiven de Franstaligen de factuur door naar de federale regering. Tijdens de debatten stelt minister-president van de Franse Gemeenschap Rudy Demotte (PS) dat minstens 60% van de kosten eigenlijk kosten van beveiliging zijn. Er nemen namelijk buitenlandse staatshoofden en regeringsleiders deel aan de top. Veiligheid en politie zijn federale bevoegdheden, dus moeten deze kosten alvast gedragen worden door de federale overheid. Dit is niet abnormaal stelt Demotte in alle ernst, zo kan de federale staat haar aanhankelijkheid  ‘à la francité et à la Francophonie’ bevestigen. De resolutie vraagt dus aan de regering van de Franse Gemeenschap om contact op te nemen met de federale regering om de kosten van de top te verdelen ‘volgens de financiële draagkracht’ van beide overheden. Dit laatste belooft weinig goeds.

De resolutie is aangenomen door het Parlement van de Franse Gemeenschap op 28 mei 2018. Onmiddellijk na de stemming van de resolutie heeft de V&W-fractie parlementaire vragen ingediend bij de bevoegde federale ministers. We ontvingen nog geen antwoord.

Creatief v. naïef

Een ding hebben we alvast (nogmaals) geleerd: wat zijn de Franstaligen toch creatief en wat zijn de Vlamingen toch naïef als het over institutionele aangelegenheden gaat. Het Franstalige devies is de eenvoud zelve: als de koe maar melk geeft, de kleur is niet belangrijk. Maar eigenlijk wisten we dit al. Hopelijk steken we met onze parlementaire vragen een stokje in het Franstalige radarwerk. Als de Belgische francofonie zich wil promoten in het buitenland, dan moet ze dat maar zelf betalen.

Wil u meer lezen over en begrijpen van het Brusselse kluwen? Lees dan het #Brusselboek van Hendrik Vuye en Veerle Wouters; hier te bestellen.

Veerle Wouters en Hendrik Vuye

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Veerle Wouters en Hendrik Vuye?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbaak.

Ik help Doorbraak groeien.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans