fbpx


Commentaar

Functionele tweetaligheid: een communautaire trofee?



Wat is functionele tweetaligheid?

Het gaat om de taalkennis van ambtenaren met een managementfunctie en van ambtenaren die collega’s van een andere taalrol evalueren, de zogenaamde evaluatoren. Zij moeten het bewijs leveren van een ‘aan de aard van de taak aangepaste kennis van de tweede taal’. Daartoe moeten zij slagen in een examen. Dit examen omvat enerzijds een proef mondelinge expressie in de tweede taal en anderzijds een proef begrijpend lezen en controle van de inhoud van een tekst, opgesteld in die tweede taal. Het gaat dus om een actieve en passieve mondelinge kennis, maar slechts een passieve schriftelijke kennis van de andere taal. Een actieve schriftelijke kennis van de andere taal wordt niet vereist. De wet bepaalt daarom dat de houders van een managementfunctie en de evaluatoren in de gecentraliseerde federale overheidsdiensten beroep kunnen doen op vertalers voor het opstellen van elk document met betrekking tot de evaluatie van een ambtenaar.

Dit is geen tweetaligheid. Pieter Bauwens, hoofdredacteur van Doorbraak.be, schrijft terecht: ‘er is iets nieuws uitgevonden: functionele tweetaligheid. Daarmee kan je, volgens het eeuwige Belgische compromis, zeggen dat de topambtenaren tweetalig moeten zijn, maar ook weer niet’. De regeling van de functionele tweetaligheid van de topambtenaren is ingevoerd in 2002 door de regering-Verhofstadt. Ze past in de Copernicus-hervorming van minister Luc Van den Bossche (sp.a). Voortaan zijn er in de federale overheidsadministraties nog maar twee personeelsformaties: Nederlands en Frans. De tweetalige personeelsformatie (20% van de topambtenaren) wordt afgeschaft.

Totstandkoming van de wet, na belangenconflict

Het tot stand komen van de wet heeft veel voeten in de aarde gehad. Tegen het oorspronkelijke ontwerp stelt de Franse Gemeenschap een belangenconflict in. Het ontwerp laat namelijk – zoals gebruikelijk – de regering toe om bij koninklijk besluit te bepalen wat men verstaat onder ‘functionele tweetaligheid’. De Franse Gemeenschap vreest dat de lat te hoog zal liggen en in de praktijk zal neerkomen op ‘wettelijke tweetaligheid’ of echte tweetaligheid.

De Franse Gemeenschap argumenteert dat de functionele tweetaligheid het principe van de eentaligheid van de ambtenaar op de helling zet. Meer nog, dit zet zelfs de taalpariteit op de helling. Franstaligen gaan er dus van uit dat ze geen Nederlands zullen kennen, zelfs niet ‘functioneel’. Ze houden van eentalige ambtenaren. Een ander argument is dat dit ontwerp het politieke recht van de Franstaligen ter discussie stelt om leidinggevende functies uit te oefenen op de hoge echelons van de federale administratie. Eentalige Franstaligen hebben dus blijkbaar het ‘politieke recht’ om topfuncties uit te oefenen in de federale administratie. De regering-Verhofstadt komt tegemoet aan deze eisen. De criteria van de ‘functionele tweetaligheid’ worden nauwkeurig in de wet omschreven. Alleen, wie aan die criteria beantwoordt, is helemaal niet tweetalig.

Het avontuur gaat verder

Er is nog een addertje onder het gras. Het examen en de samenstelling van de jury vereist een koninklijk besluit. Dit laatste moet daarenboven goedgekeurd worden in de ministerraad. Concreet kunnen Franstaligen de inwerkingtreding van de wet tegenhouden. En ze houden de wet tegen, van 2002 tot vandaag. In de vorige legislatuur ondernam staatssecretaris Hendrik Bogaert (CD&V) verwoede pogingen om de wet in werking te laten treden. Het wilde maar niet lukken. Een typisch voorbeeld van Belgische vergrendeling.

Een communautaire trofee?

Minister Steven Vandeput (N-VA) slaagt er in om de wet wel in werking te laten treden. Op zich niet verwonderlijk, want het staat in het regeerakkoord: ‘Artikel 43ter, §7, van de wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, ingevoegd door de wet van 12 juni 2002, wordt tijdens deze legislatuur uitgevoerd’. Maar is het wel een ‘communautaire trofee’, zoals Doorbraak.be titelt?

We gaan even terug in de tijd. Wat heeft de Vlaamse oppositie tegen de regering-Verhofstadt hierover gezegd in de Kamer? Als men dit herleest, dan gaat het helemaal niet om een trofee. Zo stelt Paul Tant (CD&V): ‘De functionele tweetaligheid is door de amendering, na het belangenconflict met de Franse Gemeenschap, nog verder afgezwakt. De lat lag al laag, maar ze is onder impuls van een Franstalige meerderheidspartij nog lager gelegd. Dat de Vlaamse meerderheidspartijen hieraan hun medewerking hebben verleend, is, zacht uitgedrukt, bevreemdend … In alle communautaire dossiers onder deze coalitie halen de Franstaligen binnen wat zij in het verleden niet binnenhaalden. Dat komt omdat de Vlaamse meerderheidspartijen telkens gedwee het hoofd buigen’.

Karel Van Hoorebeke (VU&ID): ‘En daarom zeg ik aan onze Franstalige landgenoten: handel zoals wij, Nederlandstaligen, en doe net zoals wij, wanneer we een bepaalde functie ambiëren, een inspanning. Ik moet inderdaad een aantal collega’s in dit parlement bijtreden bij hun vaststelling dat wij wellicht staan voor een Franstalig offensief dat gericht is tegen de tweetaligheid’.

Namens het Vlaams Blok voerde Guido Tastenhoye het woord: ‘Deze regering heeft er namelijk een gewoonte van gemaakt om de Vlaamse belangen te schaden … Het is een beetje in dit kader dat ik ook dit nieuwe wetsontwerp wens te zien dat weeral eens een nieuwe nivellering en uitholling van de taalwetgeving betekent, ditmaal door het invoeren van een nieuwe zogenaamde functionele tweetaligheid voor managers in de hervormde overheidsdiensten’.

In 2002 werd de functionele tweetaligheid van de hoge ambtenaren dus helemaal niet gezien als een ‘communautaire trofee’, wel integendeel. Het is positief dat deze wetgeving na 14 jaar in werking treedt. Een communautaire trofee is het echter niet. De saga van de functionele tweetaligheid leert wel dat men een dossier met Franstaligen niet eenmaal, maar vele malen moet onderhandelen. Grendels, grendels, grendels. En zelfs nu trekt de Groupe d’étude et de réforme de la fonction administrative (GERFA) zwaar van leer. ‘Les droits des francophones gravement menacés’, leest men in een persbericht. De GERFA roept de regeringen van de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest op om de zaak aan te kaarten op het overlegcomité. Zelfs schijntweetaligheid is te veel gevraagd. Men zegge het voort.

 

Hendrik Vuye en Veerle Wouters zijn allebei onafhankelijk ‘V-Kamerlid’

 

Foto: © Reporters

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Veerle Wouters en Hendrik Vuye

Dit artikel delen


Als abonnee kan u dit artikel gratis verspreiden via sociale media en doorsturen naar uw vrienden. Zij zullen dit artikel volledig kunnen lezen zonder abonnee te zijn of zonder een (proef)abonnement te nemen. Zij krijgen bij het lezen de vermelding dat dit artikel door u wordt aangeboden. Als u dit via email doorstuurt, wordt het emailadres van uw vriend niet genoteerd in de databank.

Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.