fbpx


Actualiteit

Sven Gatz: Geschiedenis is gestolde politiek



Geschiedenis is zowat de rode draad door zijn tien gekozen boeken waarover minister Gatz het wil hebben. Zijn vader was leraar geschiedenis en heeft hem bij wijze van spreken de historiesmaak met een paplepel ingegeven. Ook de oorlog intrigeert hem. Hier is evenzeer een familiegeschiedenis aan verbonden.

Sven Gatz is zelf auteur van meerdere boeken. Als minister stelde hij laatst zijn boek Over de media heb ik niets te zeggen voor en vorig jaar publiceerde hij Bekentenissen van een cultuurbarbaar. De minister van Brussel laat zich ook begeesteren door zijn eigen stad. Daarover schreef hij in Bastaard. Het verhaal van een Brusselaar. ‘Al gaat het over mijn eigen familie’, zegt Sven Gatz, ‘toch probeer ik het open te trekken naar tastbare begrippen om er grote verbanden uit te halen over de evolutie van de samenleving. Bij Bastaard heb ik een beetje geschoeid op de leesten van Haffner, vooral zijn boek Het verhaal van een Duitser. Wat Barrico in De barbaren over cultuur schrijft, zou ik daar nu wel graag aan willen verbinden.’ Beide auteurs staan op zijn te bespreken lijstje. De blauwe minister blijkt vooral een non-fictielezer. Desgevraagd naar een liberale bijbel schieten hem enkele tellen later twee boektitels te binnen en gaan we de stedelijke toer op alvorens zijn initiële boekenkeuze volgt.

The Rise of the Creative Class van Richard Florida

‘Ik heb altijd al geprobeerd om de stad te begrijpen. Er zijn dan twee boeken die voor mijn liberale filosofie interessant zijn. Allereerst The Rise of the Creative Class van Richard Florida. De Amerikaanse professor beschrijft hoe stedelijke veranderingsprocessen niet alleen verlopen via harde ingrepen op wijken, pleinen en straten. Dat moet ook gebeuren, maar hij bespreekt slimme ingrepen zodat je open sferen kan creëren. Hij vergelijkt zeer scherp de functie van holebi’s in de stad met die van de kanaries in de koolmijnen. Als holebi’s de stad verlaten, dan weet je evenzeer dat er een probleem is. Je moet geen stad maken voor holebi’s, maar als je een goede uitgaansbuurt voor hen hebt, dan weet je dat je stad gezond is en er een open klimaat heerst. Dan kan er economisch ook veel en is er veel welvaart. Dat beschrijft hij heel mooi. Een aantal recepten zijn ook gedateerd (het boek is in 2002 uitgegeven, S.C.). Je moet weten dat de democratisering van de auto in de jaren 60 mee de uittocht uit de steden mogelijk heeft gemaakt. Dat heeft twintig jaar geduurd. In de jaren 90 is de overheid dan beginnen te investeren in plezante pleinen. Als student heb ik eens werkje gemaakt over het Sint-Goriksplein (de oudste historische kern van Brussel, S.C.). Vroeger was het een lege plek. In de jaren 80 werd je daar ’s avonds bij wijze van spreken net niet in elkaar geslagen. En nu is dat een bruisende buurt. Zulke dingen die overheid en/of privé in gang zetten, hebben we veelvuldig gezien in de jaren 90 en begin deze eeuw. Nu zitten we eigenlijk al in een volgende fase.’

Arrival City van Doug Saunders

‘Zo kom ik bij mijn tweede boek: Arrival City (uitgegeven in 2010, S.C.) van Doug Saunders. Hij is een Canadese journalist en beschrijft via 30 verschillende casussen hoe mensen migreren en waarom ze dat doen. Hij vertelt ook hoe en waarom ze in een bepaald deel van de stad aankomen. Als je vanuit Marokko vertrekt, kom je in Brussel niet meteen aan in Woluwe, maar eerder in Schaarbeek. Bij verschillende werelddelen – China, Zuid-Amerika, zelfs Afrika – beschrijft hij telkens waarom dat op bepaalde plaatsen is en hoe overheden daar mee omgaan om hopelijk sociale mobiliteit te creëren zodanig dat migranten zich integreren – economisch en cultureel. Die twee boeken zijn voor mij guidelines voor wat je in het oog moet houden als je aan stedelijke politiek doet. Een derde uitdaging is intussen de migratiedruk die op steden nog groter wordt, daar zal binnenkort ook nog wel een boek over verschijnen.’

Het parfum van Patrick Süsskind

‘De dreigende passie van het hoofdpersonage, Jean-Baptiste Grenouille, sprak me ontzettend aan. Hij heeft geen eigen lichaamsgeur. Om een lijfgeur te krijgen vermoordt hij dieren en zelfs mensen. Toch is het geen dreigend type, er zit heel veel nuance in. Hij is niet zomaar een mismaakte moordenaar die rare dingen doet. Hij is ook op zoek naar het schone, zowel de vrouw naar wie hij smacht als naar het ideale parfum. Het romaneske bekoort me. Tegelijk word je helemaal meegenomen, tot in de kleinste details van de maceratie en hoe oliën of vetten de geur van bloemen opnemen. Wat ik verder leuk vind aan dit boek: het maken van perfecte parfum interesseert me niet per definitie, maar dat wordt op zo’n boeiende manier gebracht dat je er helemaal in meegesleept wordt. (lacht) Zo heb ik ook al gedacht om het ideale bier dat alles overtreft te maken, maar het zou te veel plagiaat zijn.

De welwillenden van Jonathan Littell

‘Toen ik het uitlas, vroeg ik me af of het wel een goede zaak was dat ik het gelezen had, zo erg was het. In de eerste helft van het boek wordt het SS-kwaad, die hele methodologische beestigheid die tekeer ging in de steppen van Oost-Europa, zeer scherp en accuraat beschreven. Het rare is, naarmate het verhaal evolueert in het tweede deel van het boek, wordt dat kwaad heel banaal en nabij. Het gebeurt door mensen die je zelf zou kunnen zijn. Wat mij vooral fascineerde: toen de auteur deze roman schreef, was hij 38. Dat iemand van deze leeftijd met zo’n diepte kan schrijven, dat is bijna nauwelijks te vatten. Ik heb het verhaal tot mijn vreugde trouwens een drietal maanden geleden mogen herbeleven in het Toneelhuis. Zo’n boek omvormen tot een theaterstuk leek quasi onmogelijk, maar het was echt wel knap gedaan. De sfeer in dat boek is nogal nihilistisch en dat kwam ook terug in die voorstelling. De kleuren die het verhaal oproept, alle tinten fel grauw, zaten in de zaal.’

Doorbraak: Dit oorlogsverhaal boeit u klaarblijkelijk.

Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de oorlog. De Tweede Wereldoorlog en later ook de Eerste heeft me aangetrokken. Het begrip oorlog is iets heel onwezenlijks. Neutraal bekeken is oorlog het doorbreken van sociale conventies. Al wat een maatschappij doet draaien wordt dan plots op zijn kop gezet en geraakt onderhevig aan een totaal andere logica. De angst en wat dat allemaal betekende, het leven in bezetting, heimelijk had ik dat ook eens willen voelen. Dat fascineert me: hoe ga je daar me om als mens? Mijn grootmoeder vertelde veel over de Eerste Wereldoorlog. Over de Duitsers die Geraardsbergen binnenvielen en over onze familie die in Hasselt woonde, veel dichter bij de Duitse grens. Ze zijn eens met een taxi naar Brussel gereden, maar die taxi hebben ze nadien nooit meer teruggezien. Als kleine jonge fascineerde me dat enorm: “Wat is er dan gebeurd?”, vroeg ik me toen af.’

In Europa van Geert Mak

‘Ik hou van historische werken zoals deze die op een journalistieke manier geschreven zijn. Mak praat er met sleutelfiguren. Het hoofdstuk van Portugal blijft me daarin bij, hij spreekt er met iemand die mee in de Anjerrevolutie (de militaire staatsgreep in 1974, S.C.) zat. Hoe gaat dat in zijn werk? Wanneer kantelt iets? Dat vind ik boeiende vragen. Die bevoorrechte getuigen geven een extra dimensie. Mak slaagt er voortreffelijk in om de geweldige complexiteit van Europa te vatten. Hoe God verdween uit Jorwert, een ander boek van hem, heb ik ook gelezen. Een zeer goed werk. Als je meer dan een van zo’n boek kan schrijven, dan kan je het.’

Met In Europa heeft Mak onze geschiedenis ook bij het bredere publiek gebracht.

‘Ja, wat al een verdienste op zich is. We weten dat geschiedenis zich op een of andere manier herhaalt. We denken ook dat we unieke wezens zijn. Tot op een zekere hoogte is dat waar. Maar als je dan bekijkt hoe vergelijkbare mensen gelijkaardige episodes hebben meegemaakt, dan plaats je alles toch een beetje in een ander perspectief. Dingen veranderen minder dan je zou denken. Het maakt je nederiger. Het is daarom niet slecht dat mensen als Geert Mak dat in een breder perspectief trekken.’

De barbaren van Alessandro Baricco

‘Eigenlijk moet je dit gelezen hebben als je op een of andere manier verbonden bent met cultuurbeleid. De stijl staat mij geweldig aan. Baricco schrijft vrij lange essays die telkens een hoofdstuk vormen. Hij richt zich rechtstreeks naar de lezer, hij neemt hem altijd mee in zijn redeneringen. Inhoudelijk toont hij hoe onze kijk op kunst en cultuur veranderd is door de digitalisering en dat dat niet tot ongerustheid hoeft te leiden. Op het einde van het boek laat hij in zijn kaarten kijken. Door de heropleving van de romantiek in de negentiende eeuw ontstond de veronderstelling dat dingen een ziel konden of moesten hebben en dat een kunstwerk dermate goed was omdat het een bepaalde ziel had. In andere culturen bestaat dat niet noodzakelijk. Door een ziel kregen dingen bij ons zogezegd een intrinsieke waarde, maar je moest het wel erkennen en enkel een elite kon dat. Volgens hem zijn we dat aan het loslaten en gaan we nu binnen het zoeksysteem van de digitale samenleving aan de slag. Nu vinden we op Google in plaats van dingen met een intrinsieke waarde zaken die verbonden zijn met elkaar. Hoe meer verbondenheid er is, des te meer waarde een werk krijgt en hoe ruimer de context wordt, dat beschrijft hij goed. Hij vergelijkt ook de boekensaga met een eierdooier. Het geel van het ei, de elite die de betere boeken leest, blijft hetzelfde. Maar het eiwit, de kook- en reisboeken, worden alsmaar meer verkocht. Het is oppervlakkiger en spectaculairder geworden, maar er is geen reden tot cultuurpessimisme en dat is een geruststellende boodschap. Verder is het een zeer amusant boek. Vaak lees ik niet te missen boeken zoals deze wegens tijdsgebrek pas na drie of vijf jaar. Dit boek heb ik zes maanden geleden gelezen. Ik had het een jaar geleden al eens zien passeren en later heeft Philippe Van Cauteren, de directeur van het S.M.A.K. het me aangeraden. Het zei me wel iets. Het is een boek dat je denkschema op zijn kop zet. Op school denk je in een klassieke matrix. Met dit boek zie je weliswaar hetzelfde, maar door een andere bril. Nochtans is het geen hoogwaardig academisch werk, Baricco probeert voor een breed publiek te schrijven en hij is daar vrij goed in gelukt, het is een internationale bestseller geworden.’

Vreemde buren van Derk-Jan Eppink

‘Ik heb dit boek ongeveer twintig jaar geleden gelezen en daar heb ik enorm van genoten. Derk-Jan Eppink, voor wie ik op politiek vlak niet zo veel uitstaans heb, heeft een geweldige pen. Hij beschrijft de Belgische politieke cultuur, waarin hij al een duidelijk onderscheid maakt tussen de Vlaamse en de Waalse, en de Nederlandse politieke cultuur. Hij geeft allerlei kleine voorbeelden. Misschien is het intussen al wat veranderd, maar als je in Nederland verkozen wordt, is het niet de bedoeling dat je daarna naar pensenkermissen gaat, dat bestaat daar niet echt. Zij zijn technocratischer. Bij ons is het veeleer politiek en iets te weinig technocratie, hoewel dat dat er nu ook meer is bijgekomen. Hier zou je geen degelijke politieke carrière kunnen opbouwen als je niet regelmatig naar eetfeesten gaat. Mensen verwachten dat. Ze willen een politicus letterlijk aanraken, wat ook een goede zaak is. Dat debat van de elite en de burger, als er nu één land waar de politiek letterlijk en figuurlijk tastbaar is – elke zondag naast de lijn van een voetbalveld of in de geur van gebakken friet – dan is het wel bij ons. Soms moet iemand inderdaad een beslissing nemen, maar daarom maakt hij nog geen deel uit van de elite. Eppink haalt zo tal van voorbeelden over de verschillen tussen beide landen aan. Hij begint trouwens met de debatten na de val van de Nederlanden. Op een gegeven moment twijfelt men nog tussen een confederatie of twee aparte staten. Het had met ons land dus anders kunnen aflopen. Hij beschrijft hierbij de dunne lijn tussen het ene of het andere en dat is toch een heel intrigerend begin.’

Niemands meester, niemands knecht van Johan Anthierens

‘Ik heb altijd een heel grote bewondering gehad voor Johan Anthierens. Hij belichaamde de mei ’68-generatie die vocht tegen de verzuiling in Vlaanderen. De verzuiling bestaat nog, kijk maar naar Arco, maar de maatschappelijk-religieuze overtuiging erachter is verworden tot eerder een managementdenken. Na de Tweede Wereldoorlog was de verzuiling echt nog een verstikkend element. Anthierens was daar een soort sympathieke Don Quichot tegen. Hij durfde bepaalde dingen te zeggen, ook in talkshows doorbrak hij dat gezellige. Hij wilde de zaken benoemen en is daar meesterlijk in geslaagd. “Ik ben gelukkig gescheiden”, ze hij eens. In die tijd was zo’n uitspraak op de BRTN een bom. Mijn ouders zijn zelf op een rationele manier gescheiden. Ik kon dus wel begrijpen wat hij daarmee bedoelde, maar toen was zoiets heel controversieel. Het boek is eigenlijk een aaneenschakeling van zijn teksten en het viel me op hoe actueel het soms nog was. Vandaag zou Anthierens eerder centrumrechts zijn, vermoed ik. Hij had de behoefte om de tegenpool te zijn. Hij had ook de gave om overal de boel op stelten te zetten. Toch kon je niet kwaad op hem worden.’

Een geschiedenis van België van Marc Reynebeau

‘Ik vind het mooi dat Marc Reynebeau het een geschiedenis genoemd heeft, terwijl hij toch niet zo ver zit van dé geschiedenis. Hij schrijft vooral vanuit een sociaal-economisch perspectief, hoe de zaken in het land geëvolueerd zijn. Hij gaat geen enkele episode uit de weg. Hoe hij beschrijft wanneer na de Tweede Wereldoorlog de koopkracht van de Belgen spectaculair vergroot, dat is gewoonweg fascinerend. Hij maakt de geschiedenis van ons land zeer bevattelijk. Ik had ook niet het gevoel dat hij polemisch was, wat hij soms durft te zijn. Hij maakt bovendien een mooie vingeroefening van hoe toegankelijk een historisch boek kan zijn.’

De Groote Oorlog van Sophie De Schaepdryver

‘Ik heb dit gelezen aan het sterfbed van mijn vader. Het was een manier om me te ontspannen – voor zover je dat dan nog kan – in een zeer emotioneel geladen 48 uur. Het gaf me toch enige troost. Ik vond het heel boeiend. Ik wist al heel veel van de Tweede Wereldoorlog en ik betrapte me erop dat ik buiten de algemeenheden weinig wist van de Eerste Wereldoorlog. Dat boek vult dan volledig al je gaten op. De Schaepdryver beschrijft ook het fnuiken van België. We waren wel al een beetje gedopeerd sedert de tweede helft van de negentiende eeuw met al het geld van Congo, we speelden hoog boven ons gewicht. De Duitsers hebben toen onze industriële rijkdom meegenomen. Het was een systematische rooftocht. We waren indertijd een van de beteren op vlak van vervoer, industrie en levenstandaard, maar het land is echt leeggeroofd.’

Kon u in dit boek ook in de hoofden van de mensen kijken? Hoe ervaarden zij de oorlog?

‘Ik heb hierbij moeten denken aan een familiehistorie. Mijn overgrootvader was toen tweede of derde generatie Belg. Gatz is een Duitse naam, hij komt uit het grensgebied Düsseldorf-Aken. Wegens economische redenen is zijn vader of grootvader naar Verviers gemigreerd, midden in de negentiende eeuw tijdens de industrialisatie van Wallonië. Er was daar zelfs meer werk dan in het Rijngebied. Dan is mijn overgrootvader directeur geworden van de Emaillerie de Hasselt, wat wel grappig is, omdat ik van de Franstalige bourgeoisie in Hasselt afstam en dan later bij de Volksunie ben geweest. Mijn grootvader werd tijdens de Eerste Wereldoorlog gevangengenomen door de Duitsers omdat hij ervan verdacht werd voor de Belgen te spioneren. Hij stond effectief aan de ‘goede’ kant, om het zo te zeggen. Van ontbering is hij in de gevangenis geestesziek geworden. Uiteindelijk is hij naar een gesticht in Sint-Truiden gebracht, waar hij stierf. De Eerste Wereldoorlog is dus voor onze familie aan vaders kant een heel zware dobber geweest. Ik denk dat ze met zeven waren. Ze hadden het allemaal goed en ineens was de kostwinner dood en zijn ze opnieuw moeten beginnen. Toen wilden ze ook niet herinnerd worden aan het feit dat ze een Duitse naam hadden. Voor de moeder van mijn vader was dat de reden waarom ze later naar Canada geëmigreerd zijn, al zijn ze na vijftien jaar teruggekomen. Ik zag dus wel welke invloed de oorlog op mijn eigen familie kan hebben.’

Pruisen van Sebastian Haffner

‘Haffner is voor mij een van de grootsten, ik heb van hem ook de biografieën van Hitler en Churchill gelezen en zijn onnavolgbaar boek Het verhaal van een Duitser. Pruisen is ook een pareltje. In 350 bladzijden beschrijft hij de opkomst en verval van het Pruisische rijk, hoe het zichzelf een soort eigen staats- en bedrijfscultuur uitvindt. Wat ik knap vind is dat het op een gegeven moment de meest liberale staat is van Europa. Ze voeren tal van nieuwe standaarden in, bijvoorbeeld voor openbaar onderwijs. Wij associëren de Pruisen altijd met oorlog en ijzervreters, maar daar zat een heel staatsapparaat achter dat zijn tijd ver vooruit was. Wat Haffner ook beschrijft: de elite van de Duitse generaals werd eigenlijk gevormd door de Pruisen. Een deel van hen had het zeer moeilijk met de Beierse en Oostenrijkse politiek van Hitler om een soort Blut und Boden in Duitsland te brengen, dat vloekte met hun staatsopzet. Sommigen hebben zich ermee kunnen verzoenen omdat Hitlers denken gemeengoed geworden was. Anderen van de Pruisische militaire elite hebben zich daartegen verzet. Dat staat allemaal zeer goed in dat boek. Ook de ondergang. Plots bestond het niet meer, het werd geannexeerd door de Russen. Het enige Pruisische waar we vandaag nog bijna maandelijks aan herinnerd worden zijn de kleuren van de Duitse nationale ploeg. Duitsland heeft er ooit voor gekozen om in zwart en wit te spelen omdat dat de Pruisische kleuren waren. Voor de rest bestaat Pruisen niet meer en hebben we er een volledig verkeerd beeld van gekregen. Het ging namelijk veel verder en dieper dan alleen de militaire structuren.’

We kunnen dus ook van zulke gebieden leren in plaats van het traditioneel genomen voorbeeld van het oude Rome?

‘Ja, inderdaad. Daarover heb ik deze zomer nog een interessant boek over gelezen, over de geschiedenis van Europa aan de hand van de Noordzee: Aan de rand van de wereld van Michael Pye. Volgens hem overkijken wij ons op de bakermat van onze Europese cultuur, het mediterrane. Hij zegt: “Als je de geschiedenis van alles wat er zich rond de Noordzee afspeelt – van het Balticum tot Ierland en Engeland en Vlaanderen, Nederland en Scandinavië – dan heb je een evenwaardige historische voetafdruk van onze manier van leven en denken”. Alleen kijken we op een of andere manier altijd naar de klassieke oudheid. Hij geeft met verschillende verhalen aan hoe volkeren aan de Noordzee iets hebben uitgevonden. Zo is het kapitalisme eigenlijk in Vlaanderen ontstaan. Bezoek hiervoor zeker eens de tentoonstelling “Voor God en Geld – Gouden Tijd van de Zuidelijke Nederlanden” in Gent in het Caermersklooster (ze loopt nog tot en met 1 januari 2017, S.C.). De Ieren hebben dan weer de valuta uitgevonden nog voor die elders kwam. Zo beschrijft Pye heel de Noordzeestreek. Er is niks mis met de basis van onze beschaving in de klassieke oudheid, maar we vergeten dat er een hele beschaving – in de letterlijke zin van het woord – is en was aan die andere zee die minstens evenveel impact heeft gehad.’

Gerard Romsée van Evrard Raskin

‘Raskin heeft drie geweldige historische boeken geschreven over prinses Lilian, koningin Elisabeth en Gerard Romsée. Ik heb ook zijn plezante boek Van binnenuit bekeken. De herinneringen van een VU-parlementslid. gelezen. Het verscheen in 1980 en heeft toen vooral in de eigen partij enige ophef veroorzaakt. Hij schreef nogal vrijmoedig over hoe het eraan toeging. Toen al kon je zien dat hij een heel goede pen had. Romsée kende ik niet, ik had nog nooit van hem gehoord. Hij zet eigenlijk een heel mooi beeld neer van het interbellum. Hoe een bepaalde elite gefnuikt wordt en dan iemand uit een Franstalig-Belgischgezinde Limburgse familie vervelt in die Nieuwe Orde-logica die in de jaren 30 veel mensen verleid heeft. Op een gegeven moment ziet hij zichzelf gekatapulteerd als de secretaris-generaal van de hele Belgische administratie onder de Duitse bezetter. Het is zeer goed beschreven. Raskin begint vanuit Romsées Limburgse roots tot aan zijn jaren in Brussel, waar hij in een soort semiballingschap zat en hoe hij dan op het zogezegde verkeerde pad terechtkomt. Het is zeer knap en zeer genuanceerd geschreven. Het is niet zo zwart-wit als de geschiedenis soms door de ogen van de overwinnaar geschreven wordt. Veel mensen stonden in het grijze midden in plaats van aan de zogenaamde goede of slechte kant. Het is allemaal veel genuanceerder.’

Zoals in de politiek.

‘Ja, dat is natuurlijk overal zo. Als politicus en als minister kan ik me niet veroorloven om bezig te zijn met de geschiedenis, hoe ze over u gaat oordelen. Je moet aan zo’n strak tempo werken dat je vooral met het hier en nu bezig bent en hoopt dat je de juiste beslissingen neemt waarvan je twee, vijf of tien jaar later kan zeggen: dat waren goede beslissingen. Maar je mag zeker niet je beslissingen daarop baseren. Daarom zijn politiek en geschiedenis echt wel twee verschillende dingen. Geschiedenis is gestolde politiek. Twee weken geleden werden we ’s morgens met de tranen van Nice wakker en ’s avonds gingen we met de coup in Istanbul naar bed met de vraag van hoe het hier allemaal in de plooi gaat vallen. Noch het een noch het ander is inmiddels in de plooi gevallen. Achteraf zullen er allemaal dikke boeken over worden geschreven. Maar als je daar middenin zit, is het heel moeilijk om alles scherp genoeg te kunnen zien. Vooral omdat je verschillende manieren van aanpak nodig hebt naargelang de omstandigheden. Boris Johnson is nu zowat de kop van Jut, maar hij is zeker geen nitwit. Ik denk dat hij Londen vrij goed bestuurd heeft. Johnson beschrijft in zijn fameuze boek De Churchill factor hoe Winston Churchill waarschijnlijk een goed politicus was voor in oorlogstijd, maar niet zo’n goede voor in vredestijd – waarmee hij niet wil zeggen dat Churchill een militarist was. Johnson doet appel op andere kwaliteiten. Soms heb ik het gevoel dat tegenwoordig politici met een andere stijl aan zet zijn. De consensusdemocratie die we hier na de Tweede Wereldoorlog hebben opgebouwd schijnt voor sommigen uitgewerkt. Maar wat werkt er beter? Ik weet het niet.’

 

 

Foto: (c) Studio Nunu

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Sander Carollo

Sander is interviewer voor Doorbraak.