fbpx


Onderwijs
debat over Engels

Engels vanaf het eerste leerjaar



Deel drie van een vierdelig verslag van de studiedag ‘Engels in het hoger onderwijs’ aan de UGent. Eergisteren de feiten, gisteren de autoriteit, vandaag het debat en morgen iets extra.

‘Je bent van Doorbraak? Dan zal vooral het debat in de namiddag interessant zijn voor jou.’ Ellen De Bruyne, die voor de UGent werkt aan een doctoraat over het Engels in het hoger onderwijs, keek me vriendelijk aan terwijl ze me begeleidde naar de middaglunch van broodjes en soep. Ze kon niet weten dat ik geen fan ben van meningen en meer geniet van feiten. Toch keek ik wel degelijk uit naar het debat waarmee de studiedag afsloot.

Maar eerst iets anders. Annette De Groot is emeritus hoogleraar Experimentele Taalpsychologie (Universiteit Amsterdam). Volgens de korte biografietjes die we kregen bij aanvang van de studie dag neemt ze ‘stelling tegen de snel voortschrijdende verengelsing van het Nederlandse universitaire onderwijs’. En het moet gezegd: we kregen waar voor ons geld.

Paard van Troje

Professor De Groot noemde de verengelsing het paard van Troje. Ze is niet tegen internationalisering, maar ‘je kan internationaliseren zonder te verengelsen’. Nog hekelde De Groot de verbloemde Nederlandstalige opleidingen, waarbij de colleges in het Engels worden gegeven en de studenten die het vak zogezegd in het Nederlands volgen buiten de lessen nog wat Nederlandstalige literatuur opgelegd krijgen die ze als zelfstudie dienen te verwerken.

In haar flamboyante betoog, dat de toegestane spreektijd ruimschoots overschreed, maakte Annette De Groot brandhout van de zogenaamde ‘international classroom’. Een argument pro-Engels is immers dat het bevorderlijk zou zijn voor wederzijds intercultureel begrip en integratie. Niks van aan, fulmineerde professor De Groot. ‘Nederlandstalige studenten en anderstalige studenten vermengen zich niet.’ Bovendien vreest De Groot voor een verarming van de Nederlandse taalvaardigheid bij studenten, een talige verenging die ze vergeleek met 1984.

Het debat

Een betere opwarmer voor het debat was nauwelijks denkbaar. Het panel oogde bovendien veelbelovend. Voor de toehoorder van links naar rechts zaten Presley Bergen van Beter Onderwijs Nederland (BON), rechtenstudente van Zimbabwaanse afkomst Nozizwe Dube, Vlaams Parlementslid Koen Daniëls (N-VA), directeur van de Erasmus Hogeschool Ann Brusseel en Gents vice-rector en kernfysicus Peter Lievens. Al gauw werd duidelijk dat de feiten van de ochtend plaats moesten maken voor de perspectieven en de motieven. Het debat draaide rond drie grote aspecten: kwaliteit, internationalisering en sociale mobiliteit.

Kwaliteit

Peter Lievens verdedigde de ambitie van de universiteit om tot de wereldtop te (blijven) behoren. ‘We willen meer vrijheid om op wereldniveau te blijven. Daartoe moeten we talen gebruiken om topstudenten aan te trekken. Dat betekent het Engels omarmen. Onze studenten moeten het Engels machtig zijn om in hun discipline te kunnen excelleren.’ Peter Lievens bepleitte dan ook een versoepeling van de taalwetgeving.

Koen Daniëls antwoordde daarop dat er binnen de bestaande wetgeving nog voldoende ruimte is om het Engelstalige aanbod uit te breiden. Hij gaf aan dat het Engels in een geglobaliseerde onderwijswereld nodig is, maar: ‘Het niveau begrijpend lezen is in Vlaanderen een drama. De tijd die eraan besteed wordt in onze scholen is gedaald naar 9 procent. Als de academische geletterdheid in de moedertaal al niet goed is, hoe verwachten dat die in een andere taal wel goed kan zijn?’ Voor het belang van een goede Nederlandse taalvaardigheid verwees Koen Daniëls naar zijn eigen studententijd. ‘Wij moesten Wittgenstein lezen in het Duits. Ik was zeer blij dat wij een professor hadden die in staat was om de moeilijke nuances over te brengen naar helder Nederlands.’

Internationalisering

Een gelijkaardig, maar scherper geluid hoorden we bij Presley Bergen. ‘Internationalisering is geen taak van de universiteit’, zei hij onmiddellijk. Bergen kantte zich resoluut tegen de verengelsing en hoopte dat ‘achttienjarigen wetenschap in hun eigen taal kunnen blijven voeren’.

De jonge Nozizwe Dube was het niet eens met Presley Bergen. ‘Internationalisering is een impliciete taak van het hoger onderwijs. Het helpt studenten klaarstomen voor een geglobaliseerde wereld.’ Voor studente Dube is Engels haar moedertaal, zij leerde Nederlands toen ze in Vlaanderen toekwam. Ze nuanceerde door te wijzen op het verschil tussen exacte en humane wetenschappen. De exacte wetenschappen hebben veel meer Engels jargon dan de humane. ‘Het beleid moet ruimte geven om vakspecifieke keuzes mogelijk te maken’, zei Nozizwe Dube. Anderzijds mogen volgens Dube studenten niet worden uitgesloten omdat opleidingen niet in het Nederlands bestaan.

Sociale mobiliteit

Daarmee waren we bij de sociale mobiliteit aangekomen. Ann Brusseel had de oplossing klaar: ‘Geef Engels vanaf de lagere school. Je moet ambitieus durven zijn in het onderwijs. Het helpt niet om het niveau laag te houden in de hoop kansarme kinderen een plezier te doen. Die kinderen zijn dan de klos.’ Brusseel pleitte net als vicerector Lievens voor een versoepeling van de keuzemogelijkheden, maar weigerde mee te stappen in een of-of-frame. ‘We moeten ook het Nederlands beter brengen, met aandacht voor spelling en syntax. Vicerector Peter Lievens verwierp de link tussen Engels en kansarmoede. Hij waarschuwde voor betutteling en wees op de kracht van motivatie voor een succesvolle academisch traject.

Stof tot nadenken

Eigenlijk was nog niemand echt uitgesproken toen moderator Peter Decroubele rond 16 uur een einde maakte aan het debat, dat een pak genuanceerder was dan hierboven weergegeven. Daarmee kwam een einde aan de studiedag ‘Engels in het hoger onderwijs’, waarin de complexiteit van het debat erg goed tot haar recht kwam.

Na de uitgeleide door voorzitter van het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs Pieterjan Bonne (Arteveldehogeschool) trok ik huiswaarts met veel vragen en een dik pak stof tot nadenken. En het is dat de goden me gunstig gezind waren. Van Kruibeke tot aan de E19 zetten ze me drie kwartier in de file, zodat ik rustig de tijd had om alles te verwerken en ook om me te leren dat in twee uur van Gent naar Mechelen rijden soms een optimistische inschatting kan zijn. Dju.

Uiteraard houdt het debat niet op met deze studiedag. Zeker niet op Doorbraak. Morgen krijgt u als uitsmijter vijf bedenkingen, waarvan alvast de vierde u niet onberoerd zal laten. Tot het zover is, nodigen wij u uit om het debat hieronder voort te zetten.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Joris Sterckx

Joris Sterckx is eindredacteur bij Doorbraak.