fbpx


Cultuur, Geschiedenis, Religie

Geliefde zoogdieren

Dagboekaantekeningen (29)


Santa Caterina d’Alessandria

Vrijdag 28 augustus Weldra eindelijk weer op reis. Italië wenkt, het enige land in Europa dat van ons allen is. De eigenaar van ons logeeradres in Le Marche stuurde een foto uit Urbino: hij zit met zijn vrouw op hetzelfde terras onder de arcaden waar Joy en ik een paar zomers geleden zaten. De stenen gloeiden, Joy droeg een hoed met een blauw lint, en ik keek vanachter mijn glas koude limonade naar een ijsverkoopster, die aan de overkant naast…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Vrijdag 28 augustus

Weldra eindelijk weer op reis. Italië wenkt, het enige land in Europa dat van ons allen is. De eigenaar van ons logeeradres in Le Marche stuurde een foto uit Urbino: hij zit met zijn vrouw op hetzelfde terras onder de arcaden waar Joy en ik een paar zomers geleden zaten. De stenen gloeiden, Joy droeg een hoed met een blauw lint, en ik keek vanachter mijn glas koude limonade naar een ijsverkoopster, die aan de overkant naast haar karretje op de stoep was gaan zitten, mollig, blazend, vijftig, in een jurk die ze had opgestroopt tot boven haar knieën; en ik, verbaasd, gegeneerd, moedig zwetend, ontwaarde vanaf mijn terras l’origine del mondo, want ze droeg geen onderbroek.

Zondag (28 graden celsius)

Pisa.
Gesterkt door caffè latte en broodjes passeren we de romaanse kerk van San Sisto, elfde eeuw, niet verpest door barokke toevoegingen, en blijven staan, aarzelen, maar gezang leidt ons naar binnen. De mis is nog bezig en in een zijkapel zingen jonge mensen ‘Dona nobis pacem’ in het Latijn, begeleid door gitaargetokkel, en dat terwijl de gitaar toch het instrument van Satan is. En in deze onwerkelijkheid komt de priester naar ons toe en reikt ons de hostie aan, waar wij gehoorzaam op kauwen. In Brede zingt de kleine schare ‘Like a Virgin’. God is alles in allen. Vredig stroomt de Arno door Pisa.

Na de siësta

Tien jaar geleden waren we bij de scheve toren, waar Christopher zijn voetbal minutenlang in de lucht hield, terwijl Anna eerst naar hem keek en vervolgens naar alle voorbijkomende jongens. Die vier lege contouren op het gras zijn wij, onze kleine complete heilige familie. Kan onze latente afbeelding niet in de doka van Gods geheugen in een chemisch bad worden gedompeld, kunnen die spookachtige contouren zich niet wederom met het vlees en bloed van Anna, Christopher, Joy en Benno vullen? Kunnen wij niet verrijzen?

Anna, hoepel nu even op. Dit Italië is een religiemachine. Ik moet dringend een glas bier hebben. Mij dorst.

Maandag (29 graden)

We trekken over de Apennijnen en rijden in onze huurauto Le Marche binnen. Conische heuvels, sommige bekroond met middeleeuws metselwerk. Het oude boerenhuis van onze vrienden (die al vertrokken zijn) biedt uitzicht op het paarse Sibillini-gebergte, en voorts op Penna San Giovanni en Monte San Martino, met kerken en huizen in hun verstarde tuimeling de heuvel af. In de plee zit een hagedis, die zijn zigzagtekening op de witte muur maakt; in de badkamer scharrelen kleine zwarte schorpioenen rond; in het dal wonen wolven, everzwijnen, herten, stekelvarkens, boskatten, marters en banalere soorten, in de gaten gehouden door steenarenden. Boven deze dierentuin welft zich het mediterrane azuur.
Op het terras bengelen druiven. Aan een boom in de tuin hangen zoete vijgen: ik prop er drie in mijn mond en strek mij tevreden op bed uit.

Dinsdag 1 september (30 graden)

Ascoli Piceno, ‘la piccola Siena’, een minuut of veertig ten zuiden van ons gehucht (San Venanzo).
We hebben afgesproken met Willem van Toorn en Ineke Holzhaus, die deze week in de omgeving verblijven. Beiden sprekend vloeiend Italiaans en gedichten van hen zijn onlangs vertaald.

Op de Piazza del Popolo staan we te wachten. De Italiaanse ondersoort van het menselijk ras verveelt zelden: de verzorgde oudere vrouw, die danst op het door haarzelf gespannen koord tussen wulps en koket; het homopaar, elegant gekleed, naakte voeten in prijzige brogues, maar onmiddellijk twijfel ik of ze wel homoseksueel zijn of gewoon Italiaans; de bejaarde heer in linnen zomerkostuum, die zijn hoed afneemt voor een dame en zich met dezelfde zwier zou uitkleden voor de internist… we wachten tien minuten, wachten twintig minuten, vijfentwintig minuten, de klok smelt, mijn ogen hechten zich vergeefs aan de steenkleurige kerk van Sint-Franciscus, die als een ijstaart in de zon scheefzakt, waar hadden we het over, in het azuur van je ogen zweven roofvogelpuntjes…

Later aan tafel, bij het vriendelijk geslachte lam, lachen we mij uit omdat ik het verkeerde uur had genoteerd. We drinken water, om na de lunch niet onvast ter been van de wedergeboorte te genieten.

Maar het eerste wat we zien is ouder dan het christendom: de octagonale doopkapel van San Giovanni was in de Romeinse tijd de tempel van Hercules, een bejaarde dame die in haar jeugd nog voor een pooier heeft gewerkt. In de grond verzonken een doopvont uit de vijfde eeuw, een stenen gat.

Het laatste wat we zien dateert uit 1900, Caffè Meletti, een rustpunt van langoureuze, door alcohol aangedreven verfijning. Tafeltjes onder de arcaden, die het Italië van de pantoffelparade, het koffiehuis, de erotiek en het Latijn zonder naamvallen completeren. Dan het interieur van koper, marmer, bewerkt hout, de gebruikelijke triniteit van materialen. In de hoek een wenteltrap, die het volledige leven lijkt te willen ontkurken. God verhoede dat ik lyrisch word.

De hoffelijkheid van de ober: ‘Posso portarle qualcosa da bere, sir?’

Woensdag (25 graden, een regenbui koelt de omgeving af)

Sarnano: het zoveelste stadje op een heuvel.
Op een terras in de schaduw zitten oude mannen zich te vervelen, doppio espresso, zonnebril op, geeuwen, een korte ontbranding van snelle woorden, stilte, masker op de kin, slok, beetje smakken op het kunstgebit, zonnebril af… Hun vaderland is Caesar, Dante, Da Vinci, pausen, veldheren, zangers, Puccini, Garibaldi, Gramsci, Primo Levi, en er is vast wel een beroemde postmodernist te vinden, maar dit vulsel van pantalons… ruïnes van lichamen,  bouwvallen die een lege bovenverdieping torsen! Een van hen koopt een ijsje – onder zijn buik zijn de genitaliën van schaamte weggekropen.

We winkelen en wandelen om vijf uur naar het oude gedeelte. Bakstenen gebouwen zonder pleisterwerk, die na de aardbeving van 2016 zijn gestut en nu op geld uit Duitsland staan te wachten. Helemaal boven een pleintje met een kerk, waar uit de diepte geroep opstijgt: ik bevind me in de bovenste ring van een voetbalstadion, beneden speelt Sarnano in gele shirts en witte broeken tegen  een zwart-rode ploeg. Er is sprake van enige zwart-rode druk, tot Christopher op het middenveld de bal bemachtigt, drie man passeert en de bal in de zwart-rode bovenhoek knalt…

Donderdag (29 graden)

Op een mooie dag was het de renaissance en begon iedereen te schilderen. Maar ik ben nu al dagen in Italie en ik heb nog geen enkel schilderij gezien. In de kerk van San Martino in Monte San Martino, vijf kilometer van ons huis, hangt een polyptiek van de gebroeders Carlo e Vittore Crivelli, dat uit de late vijftiende eeuw dateert. Prins Charles wilde dat schilderij kopen toen hij het stadje bezocht.

De kerk is gesloten. In bar-restaurant Dei Priori hangen foto’s van een 32 jaar jongere Charles. De ober flirt met mijn vrouw, zo te zien om mij te complimenteren met mijn smaak in vrouwen. Het matriarchaat maakt dat de zoete burgeroorlog der geslachten hier nog niet verloren is. In het museumpje heb ik een ansichtkaart gekocht: een hoekje van de polyptiek, het luik waarop Santa Caterina d’Alessandria is afgebeeld. Een jurk van goudbrokaat. Lange dunne vingers voor haar buik, een zwangere glooiing. Gezicht van een trotse vrouw, blond krulhaar, spitse neus. We kunnen haar op zondag komen bezoeken.

Vrijdag (30 graden)

Fermo, een uur rijden richting Ardiatische kust.
Op de vijftiende-eeuwse Piazza, zoals gebruikelijk del Popolo, zegent Sixtus VI vanaf het balkon van het Palazzo dei Priori met een artritische hand de schitterende, verbluffende, sublieme, verbazingwekkende 153 x 34 vierkante meter aan zijn voeten (dit land vreet adjectieven). En zoals altijd betrap ik mezelf erop dat ik het totaal van een plein of een straat of een kamer in me opneem, met een relatieve onverschilligheid voor de bouwkundige details. Misschien verplaats ik me zo in het bewustzijn van iemand die hier rondwandelde toen het allemaal nog niet zo oud was, iemand die zijn dagelijkse gang ging, een schapenbout kocht, of een streng knoflook, een praatje met een kennis aanknoopte, zijn bedelnap uitstrekte, met voorbijgaan aan de subtiliteit van de axiaalbouw, maar dankbaar voor de verkoeling die de zuilengang hem bood… Ook vandaag nog lopen hier mensen rond die bezig zijn met overleven, de antimaterie van het toerisme.

Maar Joy vindt de Italiaanse winkels interessanter dan de renaissance. Kijk, ze verschijnt net in een deuropening, vers geparfumeerd door de geur van leren handtassen, en wordt opgewacht door een jonge Afrikaan, die vingers vol snuisterijen onder haar neus laat dansen.

Later

Het kuststadje Porto San Giorgio.

We parkeren naast een stadsfontein in art-nouveaustijl, versierd met vier zeemeerminnen, die de biologie dubbel tarten, want hun vissenstaart is gespleten. Het monument is eind negentiende eeuw betaald door de burgers van de stad, wier dromen gelukkig nog een paar jaar onverklaarbaar blijven.

Op het zandstrand een veld van parasols, concentrisch blauw en wit, eronder flirten mooie jonge mensen, gebakken in de oven van Italië. Joy baadt in de spiegel van het azuur.
Ik bestel een glas limonade en lees in A Month in Siena van Hisham Matar over de ‘Allegorie van goed en van slecht bestuur’ van Ambrogio Lorenzetti, voltooid in 1338. De gestalte van Pax is op het plaatje een blondine met grote borsten. Dat kan geen toeval zijn, maar Matar begint over de troepen van de Zwarte Dood, die tien jaar later voor de stadspoorten staan. De builenpest, de zoveelste macht van corona, zal van pessimisme de essentie van de Europese cultuur maken.

Joy stroopt achter de handdoek die ik omhooghoud haar badpak af. Even later verschijnt ze met een ruimhartig decolleté op het terras. Deze Amerikaanse vrouw is een onvoorspelbare mengeling van preutsheid en exhibitionisme. De avond belooft een hogere vorm van vrede.

Zaterdag (31 graden)

Het is te warm voor de architectuur, de kunst, de renaissance, de veldtocht met een ijsje als buit. We lezen op ons boerenterras. We dolce far schaamteloos niente. Ik word slaperig. In mijn ooghoek komt een hoofdschuddende hagedis voorbij.

Zondag 6 september (30 graden)

In Monte San Martino vindt de kerkdienst in de open lucht plaats, in een parkje met cypressen, naast de Chiesa di San Martino. Er is een groepje eerste communicanten in wit feestgewaad. We leunen tegen een balustrade en kijken naar de congregatie. Ziet u die vrouwenvoet op de rode naaldhak? Hoe moet ik mijn hoofd bij de godsdienst houden als de duivel zulke details uitstalt? Ik doe mijn best me te concentreren op de episcopale preek over responsabilità en solidarietà, maar die naaldhak is in de aarde van Le Marche geplant, steeds dieper dringt zij in de aarde door… Amore, zegt de bisschop. Mamma. Op de rode pin draait de kosmos.

Later ontsluit een plaatselijke engelbewaarder de stenen kerk voor ons en leidt ons naar de polyptiek. Het meesterwerk heeft de uitwendige vorm van een gotische kathedraal en telt tien panelen. Rechtsboven hangt de heilige Catharina van Alexandrië, de goudkleurige schoonheid van mijn ansichtkaart.

‘She will have a baby,’ zegt de gids, een aardige jonge kunsthistorica met een eigenwijs brilletje. Ik kijk naar de glooiende buik, waarop ik mijn hand naast die heilige handen zou willen leggen.
‘The model is no saint,’ zegt ze met een seculier lachje. In haar brokkelige Engels vertelt ze dat de blonde sint geschilderd is naar het zwangere Venetiaanse liefje van Carlo: ze was met een ander getrouwd en Carlo moest vluchten en kwam hier in de provincie terecht. Maar ook in dit piepkleine stadje rotzooit hij al vijfhonderd jaar nog een beetje verder met haar, want zo zijn kunstenaars: op het belendende luik heeft hij zichzelf vermomd als de apostel Jacobus. ‘Carlo is apostle James,’ zegt de kunstgeschiedenis, ‘and he peep to her…’

Jazeker, het is een adembenemend werk. Het is superieur, duizelingwekkend, enfin. Dat bladgoudgeel overtreft bladgoud, het leliewit de lelie, het robijnrood de robijn. Die gezichten hebben ooit aan ademende individuen toebehoord, aan levende, zwetende, etende, neukende mensen. Vlees en verf. Catharina is overspelig en heilig tegelijk: je zou haar een sms’je willen sturen of ze geen zin heeft in een glas, maar dan denk je aan haar vissenstaart. En je hebt geen telefoon.

Er hangt ook een drieluik van Vittore, waarop de heilige Antonius de Boze doorboort met een lans. De Boze is afgebeeld als een everzwijn.
‘Maybe devil is just the man,’ zegt de gids.

In het kerkportaal ontspint zich een vrouwengesprek tussen gids en echtgenote.
Maar ik blijf achter in de kerk. Ik kruip in de biechtstoel en mompel dat ik een week geleden nog nooit van de gebroeders Crivelli had gehoord.

‘s Avonds

Puccini, Suor Angelica.
Een absurde soap opera over een moeder die haar kind moet afstaan, hoort dat het kind gestorven is, zich dan vergiftigt en in het Paradijs haar kind terugziet. Dit alles uitgevoerd in weer een ander kerkje in San Martino, voor zestig gemaskerde mensen, maar evengoed op het niveau van de Scala. Hoort u die tremolo? Bianca Castafiore kan tegelijk sterven en zingen.

Na de opera eten we in Dei Priori. Daar, bediend door dezelfde op mijn vrouw verliefde ober, ontmoeten we de schapenhond Crimi: zijn erf is de belendende tafel, waaraan een aardig jong gezin zijn laatste vakantiedag afsluit. We praten over honden en kinderen. Ik voer Crimi de vetrandjes van mijn lamskotelet. Ik denk aan thuis en aan onze honden en aan Christopher en aan Hayley en aan Anna en aan Peter en aan allen.  Renaissance, lyrische opera, allemaal goed en wel, maar wat betekenen die in vergelijking met mijn geliefde zoogdieren?

Dinsdag 8 september (22 graden)

Weer thuis in Sussex.
O Italië! Je was een lunch, een schilderij, een avondmaal, een opera, een veelluik van uitzichten, een avondmaal… je was een en al deugddoende gemeenplaats!

De rest van de wereld is nog even verward als bij ons vertrek.

Vrijdag 9/11

In Washington woont mijn zoon, die ik deerlijk mis.

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.