fbpx


Binnenland
eerstelijnszorg

Gemeenten en corona: te laat en te weinig

Vlaanderen gebaat bij gedecentraliseerd crisisbeleid naar Duits model



Weet u het nog? Op 30 juni wilde burgemeester Jan Vermeulen van Deinze wegens het stijgende aantal coronabesmettingen een mondmaskerplicht invoeren in de warenhuizen van zijn stad. Binnen de kortste keren riep toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) hem tot de orde. De waarnemend gouverneur van Oost-Vlaanderen kreeg de dringende en dwingende opdracht het burgemeestersbesluit te vernietigen. Jena Wat een verschil met Jena! Al op 14 maart sloot de Oberbürgermeister van de Duitse stad (111.000 inwoners) wegens…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Weet u het nog? Op 30 juni wilde burgemeester Jan Vermeulen van Deinze wegens het stijgende aantal coronabesmettingen een mondmaskerplicht invoeren in de warenhuizen van zijn stad. Binnen de kortste keren riep toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) hem tot de orde. De waarnemend gouverneur van Oost-Vlaanderen kreeg de dringende en dwingende opdracht het burgemeestersbesluit te vernietigen.

Jena

Wat een verschil met Jena! Al op 14 maart sloot de Oberbürgermeister van de Duitse stad (111.000 inwoners) wegens het snel oplopende aantal infecties met het Sars-CoV-2-virus alle scholen en crèches, en verbood hij alle evenementen. Op 30 maart maakte Jena, als eerste stad in Duitsland, het mondkapje verplicht op het openbaar vervoer en bij het winkelen. Op 16 april kon de Oberbürgermeister melden dat er al een week geen bijkomende besmettingen waren.

Dat Duitsland in de bestrijding van de covid-19-pandemie aanzienlijk betere resultaten kan voorleggen dan België en haast alle andere Europese landen, heeft — we wezen er eerder op — onmiskenbaar met zijn gedecentraliseerd crisisbeleid te maken.

Subsidiariteit

Het zwaartepunt van het crisisbeheer ligt er bij de deelstaten, niet bij de federale regering. Bondskanselier Angela Merkel neemt wel deel aan het overleg van de zestien minister-presidenten. Af en toe spreekt ze ook manende woorden tot de Duitsers. Maar de ‘kapitein’ is zij niet. De deelstaatregeringen bepalen de strategie nemen de beslissingen. Soms gelden die voor alle zestien Länder. Vaak vaart elke deelstaat zijn eigen koers.

De Duitse gedecentraliseerde, federale staatsordening heeft ook in de coronacrisis behoorlijk gewerkt. Ze is dan ook een voorbeeldige toepassing van het subsidiariteitsbeginsel. Een hoger beleidsniveau hoeft daarbij niet te doen wat het lagere niveau kan. Daarom is het Duitse federalisme niet beperkt tot de Bund en de Länder. De gemeenten en steden hebben er, als derde en laagste beleidsniveau, een volwaardige plaats in.

‘Ondergeschikte besturen’

Te onzent is dat nog niet, of in elk geval nog onvoldoende het geval. Onze gemeenten zijn te veel ‘ondergeschikte besturen’. Zo worden ze trouwens nog geringschattend genoemd in de BWHI (bijzondere wet over de hervorming der instellingen). Dat is de basiswet van onze federale organisatie.

Sinds de ‘Lambermont-staatshervorming’ van 2001 zijn de deelstaten bevoegd voor die ‘ondergeschikte besturen’. Sindsdien noemt Vlaanderen zijn gemeenten, OCMW’s en provincies ‘lokale besturen’. En het Vlaams parlement en de Vlaamse regering hebben de gemeenten het voorbije decennium meer autonomie gegeven. ‘Ondergeschikt’ zijn ze niet meer. Maar hun aandeel in de beleidsvoering en hun bijdrage aan de sturing van de samenleving en in de oplossing van maatschappelijke vraagstukken is nog altijd te beperkt.

Onge(C)remd

Zo spelen onze gemeenten nauwelijks een rol in de gezondheidszorg. Maggie De Block bestond het met hoorbaar genoegen te zeggen (in De Morgen, 5 september): ‘Ik heb als minister van Volksgezondheid weinig te maken met burgemeesters. Gelukkig maar’.

In Duitsland staan de gemeenten en steden in de eerste lijn van de volksgezondheid. De grote steden hebben een eigen Gesundheitsamt. Van de kleinere steden en de gemeenten is die gezondheidsdienst georganiseerd op het niveau van de Landkreis, het intergemeentelijke samenwerkingsverband. In heel Duitsland zijn er 375 Gesundheitsämter. Samen hebben die 17.000 artsen en andere personeelsleden in dienst.

Die Gesundheitsämter weten sinds de eerste dag van de coronacrisis hoeveel besmettingen er in hun ambtsgebied zijn. Ze doen de tests. Ook staan ze in voor contactopvolging en het brononderzoek, dé sleutel om infectieketens te onderbreken. Ze kunnen quarantaine opleggen en de naleving ervan controleren. Straks beginnen ze met de vaccinatie. En, last but not least: een burgemeester van een grote stad en een Landrat, het hoofd van een Landkreis, kunnen onge(C)remd maatregelen nemen om de verspreiding van het coronavirus op hun grondgebied tegen te gaan.

GGD

Dat lokale gezondheidsdiensten in belangrijke mate kunnen bijdragen aan het coronacrisisbeheer is ook in andere landen gebleken. Bij onze noorderburen is de GGD, de gemeentelijke gezondheidsdienst, al vele decennia een begrip. Ter wille van de efficiëntie gebeurt de GGD-dienstverlening sinds een tiental jaar in 25 regio’s.

De GGD’s zijn, mede op grond van hun ervaring, meteen na het uitbreken van de coronacrisis begonnen met testen en met contactopvolging en brononderzoek. Ook in Nederland liep niet alles gesmeerd, maar het valt toch op dat het land, met 6 miljoen meer inwoners, minder besmettingen (stand woensdag: 499.000) heeft dan het kleinere België (562.000) en ook minder coronagerelateerde overlijdens (9.109 tegenover 15.938).

Eerstelijnszones

Vlaanderen en de andere deelstaten waren helemaal niet voorbereid op contactopvolging. De Vlaamse regering heeft ze halsoverkop centraal georganiseerd en uitbesteed aan ziekenfondsen en callcenters.

Toen er in de tweede helft van juli her en der opnieuw meer besmettingen waren, wilden enkele gemeenten zelf met ‘tracing’ beginnen. De Vlaamse overheid verzette zich daar aanvankelijk tegen, volgens persberichten onder druk van de ziekenfondsen. Pas begin augustus stemde minister Wouter Beke ermee in dat de gemeentebesturen samenwerken met de centrale contactopvolging en onderzoek doen naar infectieclusters of -haarden op hun grondgebied. De samenwerking verloopt via de ‘eerstelijnszones’ en hun zorgraden — want ja, die hebben we.

U hebt er in uw krant niet veel over gelezen en op de radio en televisie nog minder over gehoord, maar Vlaanderen heeft van de bevoegdheden die het er met de zesde staatshervorming (2011-2013) heeft bijgekregen, gebruik gemaakt om de eerstelijnszorg te hervormen en uit te bouwen. Na een lange en grondige voorbereidingsperiode, met enkele proefgebieden, regelde het Vlaams parlement de nieuwe aanpak in het decreet van 26 april 2019. Ter uitvoering daarvan heeft de Vlaamse regering 60 eerstelijnszones afgebakend (waarvan één in Brussel). In elke zone staat voor de organisatie en ondersteuning van de eerstelijnszorg de zorgraad in, waarin de gemeentebesturen, de huisartsen en de andere zorgaanbieders van het werkingsgebied vertegenwoordigd zijn. Op 1 juli — op de valreep, als het ware — heeft de Vlaamse regering de zestig zorgraden erkend.

Referentieregio’s

Met de eerstelijnszones en hun zorgraden is een belangrijke stap gedaan naar de inschakeling van de Vlaamse gemeenten in de gezondheidszorg. Dat dit om evidente redenen intergemeentelijk georganiseerd is, valt vanzelfsprekend toe te juichen. Maar het roept ook een bedenking op.

Naast de zestig eerstelijnszorgzones zijn er in Vlaanderen 107 politiezones, 20 hulpverleningszones en tientallen andere en telkens geografisch verschillende ‘zones’ waarin gemeenten samenwerken. Voorts zijn er provincies, waarvan de grenzen aan het einde van de 19de eeuw door de Franse bezetter getrokken werden. En minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open Vld) heeft een plan om Vlaanderen in te delen in dertien referentieregio’s. Zou het niet wijs zijn dat alles te stroomlijnen? Een vraag waar we ons over twee weken over buigen.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.