Geschiedenis
geschiedenis

Geschiedenis is mensenwerk

Vooruitblikken in het verleden

Geschiedenis wordt gemaakt door mensen. Maar het grote vraagteken daarbij blijft: zijn de beslissingen van personen die ‘aan de knoppen zitten’ bepalender voor het verloop van de geschiedenis dan de historische evolutie van economische, sociale en culturele structuren. Over die vraag kunnen grote debatten worden opgezet, zeker als je dan nog vertrekt vanuit een sterk ideologisch gekleurd uitgangspunt, waarbij men wellicht eerder de geschiedenis in de ideologie wil inpassen dan dat men de ideologie aan de historische wetenschap toetst. Maar het levert vaak amusante discussies op. Welke visie je daar ook op hebt, feit blijft dat biografieën, het beschrijven van het leven van een individu, een populaire vorm van geschiedschrijving blijft. En terecht, want het is een benadering waarbij de lezer een grote empathie voor het verleden kan krijgen. Personen die geschiedenis maakten herdenken blijft een boeiende sleutel tot het verleden. En ook volgende week staat er een mooi rijtje herdenkingen klaar.

In het Vlaamse collectief geheugen

Wanneer er gedurende je hele leven een oorlog wordt uitgevochten, zou je misschien niet bepaald verwachten dat je zelfs al bij leven tot één van de grootste schilders van je tijd uitgroeit. Maar dat was nu net wat Peter Paul Rubens wel deed tussen zijn geboorte in 1577 en zijn dood op 30 mei 1640. Bij zijn geboorte was de Tachtigjarige oorlog al 9 jaar bezig, ze zou nog 8 jaar duren na zijn dood. Het hielp natuurlijk wel dat er tussendoor een Twaalfjarig Bestand liep op het hoogtepunt van zijn carrière. Ik waag mij niet aan een vergeefse poging om zijn leven op een alinea te duiden, maar ik wil toch een kleine bedenking maken bij de iconische figuur Rubens. Mocht je mensen de vraag stellen naar wat de Vlaamse identiteit uitmaakt en wat die heeft gevormd, dan kan je er vergif op innemen dat de naam Rubens en zijn Vlaamse barokschilderkunst zal vallen. Vlaams? Hij zou het woord in zijn huidige betekenis wellicht niet begrijpen en zou zelf met grote ogen staan kijken naar de huidige samenleving en staatsstructuur waarin we nu leven. Maar dat hij verankerd zit in ons collectief geheugen en zijn werk deel uitmaakt van onze culturele identiteit, dat staat buiten kijf.

Wie wellicht even grote ogen zou trekken als hij de huidige staatsstructuur zou zien, dat is Charles Rogier die op 27 mei 1885 overleed. Rogier, een geboortige Fransman, stond als prominent liberaal politicus mee aan de wieg van het koninkrijk België. Ook zijn carrière samenvatten in enkele zinnetjes is niet eenvoudig. Volksvertegenwoordiger, minister in verschillende regeringen, premier… een schitterend politiek parcours waarbinnen hij een stevige stempel op de jonge staat heeft gedrukt. Aan Rogier wordt het venijnige zinnetje ‘La Belgique sera Latine ou elle ne serra pas’ toegeschreven. Historisch onderzoek heeft uitgewezen dat dat een mythe is. Maar de mythe werd wel geslikt als zoete koek omdat het zinnetje de visie van Rogier typeert: een sterke, liberale, unitaire staat met het Frans als enige cultuur- en bestuurstaal die de Vlaamse en Waalse dialecten in de vergetelheid zou duwen.

Van dié droom blijft in ieder geval niet veel meer overeind, en zelfs al blijft de staat België hardnekkig doorleven, de droom van een unitaire, homogene, Franstalige Belgische natie ligt al enkele decennia aan diggelen. Tijdens zijn laatste termijn als premier kwam hij ooit met het idee aanzetten om van België en Nederland een confederatie te maken. Tijdens dat laatste premierschap wist hij ook de Scheldetol af te kopen. Mocht hij in 1830 wat beter hebben nagedacht, was dat afkopen binnen een Belgisch-Nederlandse confederatie nooit nodig geweest.

Pallieterke

Wie tijdens zijn leven minder politieke macht bezat maar wél een mooie erfenis achterliet, was Bruno De Winter die op 30 mei 1955 op 45-jarige leeftijd aan een hartaanval stierf. De Winter was journalist en stichter van het satirische weekblad ’t Pallieterke, een weekblad waarvan hij de eerste jaargang volledig zelf volschreef, maar waar hij dan wel telkens andere pseudoniemen onder de artikels schreef. Anders viel het op. Na dat eerste jaar bereikte ’t Pallieterke al een oplage van meer dan 50.000 exemplaren, en het zou de volgende decennia de scherpe maar tegelijk humoristische commentator én deels ook bezieler worden van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd.

Die ontvoogdingsstrijd was die decennia na de oorlog ook nog steeds een strijd om de eigen cultuur gestalte te geven. Wie alvast de Vlaamse liedcultuur mee moderniseerde maar ook mee naar een hoger niveau tilde, was Miel Cools die vijf jaar geleden op 1 juni 2013 overleed. Hij was in Vlaanderen één van de pioniers van de kleinkunst, zeg maar het Vlaamse chanson. En hij was als artiest ook niet te beroerd om duidelijk zijn Vlaams engagement te tonen – wat nu vaak anders is. In 1966 trad Cools als eerste kleinkunstartiest op het Vlaams Nationaal Zangfeest op. Hoewel dat zelfs tot een heuse dirigentenstaking leidde van mensen als Armand Preud’homme, zette hij daarmee toch een modernisering in die nooit meer zou weggaan. De Nederlandstalige muziekwereld zou dankzij die generatie zangers eindelijk volwassen worden.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans