fbpx


Geschiedenis
Standaard der Letteren

Het verleden dient ook om vergeten te worden

Als we alles moeten eren wat ons omringt, waar vinden we dan de ruimte om zelf te scheppen?


Aangeboden door Sid Lukkassen


Dit artikel is een plus-artikel voor abonnees. Het wordt u gratis aangeboden door Sid Lukkassen, een abonnee van Doorbraak

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



Jacob Geller is een linksige commentator, die documentaires maakt over videogames als een vorm van kunstkritiek. Onlangs presenteerde hij ‘After a city is buried‘. De kern van zijn verhaal is dat er steden bovenop elkaar gebouwd zijn. Want, door de eeuwen heen ontstaan er lagen van beschavingen bovenop lagen van oudere beschavingen.

Geller koppelt hier moralistische vingerwijzingen aan: niet alleen vergeten we vaak opportunistisch het werk verricht door onze voorgangers, maar óók handelen we als imperialisten die de sacrale ruimtes van andere culturen koloniseren. Echter, hiermee gaat hij voorbij aan een belangrijke les van het leven zelf: juist hij die wil bouwen, ontkomt er niet aan om te vergeten.

Steden bovenop steden

Bij het onderwerp ‘steden bovenop steden’ past een voorbeeld van mijn reis naar Istanbul. Ooit zag een Fransman hoe een bejaard Grieks mannetje een emmer liet zakken aan een touw en drinkwater naar boven haalde van onder de straat. Daar bleek een eeuwenoud onderaards stelsel te bestaan dat teruggaat tot de Romeinse tijd.

Deze zogeheten cisterne is vandaag nog te bezichtigen. De Ottomaanse heersers, die de stad in 1453 veroverden, hadden kennelijk geen belangstelling voor deze architectuurgeschiedenis. Toch was de herinnering eraan vanuit praktisch gebruiksnut blijven voortleven onder het volk.

Spellen bovenop spellen

Dit voorbeeld zou precies passen in Gellers video. In de commentaarsectie beschrijft een ingenieur zijn werkzaamheden in Londen. Hij voelde een ontzagwekkende, nietsontziende entropie toen hij dikke elektriciteitskabels aanlegde onder de stad. Metrowagons knarsten slechts centimeters boven zijn hoofd door de duisternis. Hij kwam in tunnels van de wereldoorlogen, zag gewelven van oude Victoriaanse postkantoren en stuitte op Romeinse ruïnes.

Schijnbaar vanuit het niets stond hij op een dag in een slaapkamer met doorgerotte meubels en stuitte op een peilloos diepe leemte: daarin was zelfs met een zaklantaren niets te zien. Terwijl hij door die ruimtes kroop maakte alles hem duidelijk dat de stad een stuk levende geschiedenis vertegenwoordigt: krakend en ademend bovenop de vele lagen.

‘Wat we ook doen’, zo concludeert de ingenieur, ‘we ontwerpen gebouwen in de veronderstelling dat we vooruitgang brengen. In die benauwende ruimtes is het echter duidelijk dat de geschiedenis van onze architectonische hoogstandjes deel is van een eindeloze cyclus van gradueel verval.’ Precies dit lijkt ook de boodschap van Gellers documentaire, die zich fixeert op het spel The Forgotten City (2021). Dat speelt zich af in een Romeinse stad. Maar onder de stad blijkt een oudere Griekse stad te bestaan. En daaronder tref je een Egyptische stad. En daaronder weer een Sumerische-, … Uiteindelijk blijkt dat het spel zélf gebouwd is op een mod voor een ander spel, namelijk Skyrim.

Noodzakelijke selectie

Alleen, ‘Wat we ook doen…’ is geen manier om reëel in het leven te staan. Geller betoogt dat antropologische interesse in andere beschavingen razendsnel omslaat in kolonialisme. Zoals een Britse expeditie die meerdere Egyptische mummies opgraaft, een paar interessante uitzoekt om te bewaren en de rest weggooit.

Dat is een cru voorbeeld, maar als je het doordenkt, dan is er op den duur zoveel geschiedenis om ons heen dat het onmogelijk blijkt om alles te monumentaliseren. Is bewaren wat bij je past en weggooien wat niet (meer) bij je past, niet min of meer de enige praktische manier om met het verleden om te gaan? Als we alles moeten eren en respecteren wat ons omringt, waar vinden we dan nog de ruimte en de grondstof om zelf te scheppen?

Nietzsche

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche waarschuwde hiervoor in ‘Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben’ (1874). Verpletterd door honderden historische details die we moeten onthouden, nederig gemaakt door de druk van alles waar we respectvol naar moeten opkijken, zinkt ons de moed in de schoenen om zelf creatief te zijn.

Enerzijds de drang om alles te weten en anderzijds het besef dat je onmogelijk alles kunt weten – dat is in een notendop het lot van de student. En zijn we niet allen ‘studenten van het leven’, met de geschiedenis als decor?

Feitelijkheden als feitelijkheden

Bewust zeg ik ‘decor’, want de historische achtergrond zou onze persoonlijke creativiteit bij het vormgeven van ons levensverhaal niet moeten overschaduwen. De ontelbare feiten die de geschiedenis op ons bordje werpt, daarvan kan slechts een deel werkelijk betekenisvol voor ons zijn. Volgens Nietzsche zijn historische wetenswaardigheden alleen zinvol binnen de drijvende kracht van een praktijkgericht leven. Feiten samengesmeed tot een begrip van de wereld waaruit wij richting en energie putten in de praktijk van ons leven: de rest zouden we inderdaad mogen vergeten. Feitelijkheden als feitelijkheden zouden slechts relevant zijn voor zogenaamd ontwikkelde personen die verder niets authentieks neerzetten in hun leven. Hun rijpheid blijkt een schijnrijpheid.

Dieren kennen niet de emotie om beladen te zijn met de last en de ernst van het verleden. Voor de mens speelt het verleden wél een rol en belemmert dat ons hopelijk niet om door het leven te gaan met een positieve toekomstverwachting. In dat licht is een studie naar het verleden wel degelijk nuttig. Bijvoorbeeld om inspiratie te vinden in grootse daden en om troost uit te putten in zware tijden.

Zwaarmoedige hunkering

Maar veel van Gellers video’s leggen juist tegengestelde klemtonen. Zij onderzoeken de zwaarmoedige hunkering naar het verlorene en berouwen de onvermijdelijke vergankelijkheid van alles. Tekenend voor deze sfeer zijn de vermoeidheid en melancholie die zich opdringen in een spel zoals Static End, vanuit een loft uitkijkend over steriele flatgebouwen en dode steden terwijl de zon in avondrood verzinkt.

Ook de ingenieur zal er zo instaan als hij onder een heldere hemel de betonnen kolossen gadeslaat die zijn opgetrokken vanuit het menselijk vernuft – ook dán blijft zijn ziel bestempeld door de afgrondelijke duisternis in de onderaardse lagen. Het onder ogen komen van de vergeefsheid van alle strevingen is intellectueel een interessante exercitie, maar biedt weinig stof voor een praktijkgericht leven.

Chinese stad Kaifeng

Geller verwijst naar de Chinese stad Kaifeng: om de paar eeuwen werden inwoners weggespoeld door de naburige rivier, maar mensen kwamen terug en bouwden hun eigen stad op de weggespoelde ruïnes van de vorige. Laat juist dit de boodschap zijn: uiteindelijk wint de levenslust, de aandrang om het tóch te proberen. De drang om zelf te scheppen en om van het dode alleen dat te nemen wat je nodig hebt.

Geschiedenis geeft uitdrukking aan het verleden om dienstbaar te zijn aan het heden. Een te plechtstatige omgang met het verleden leidt ertoe dat het verleden wordt gemummificeerd. Een al te formele omgang met de historie sluit ons op in de vormen van het oude, waarbij veel creativiteit verdwijnt voor het hier en nu.

Besluit

Nietzsche leert ons dat het vergeten van delen van het verleden er gewoon bij hoort. Je eigen verhaal uitbanen en over oude zaken heen bouwen is niet alleen onvermijdelijk, maar ook gezond. Tégen Geller kunnen we inbrengen dat als een levende beschaving niet de voorgaande beschavingen begraaft, de levende beschaving het risico loopt om zelf begraven te raken. Namelijk onder het gewicht van alles wat moet worden geëerd en onthouden. De levende beschaving kan dan niet meer met zijn eigen tijd omgaan op een wijze die het leven bevestigt en omhelst: een wijze die uiting geeft aan zijn eigen karakter en levenslust.

Sid Lukkassen

Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij is onafhankelijk denker, vrijwillig bestuurslid van de Vlaamse Club Brussel en inspirator van De Nieuwe Zuil. Hij schreef onder andere 'Avondland en identiteit' en 'Levenslust en Doodsdrift'. Hij promoveerde op 'De Democratie en haar Media'.