fbpx


Politiek

‘Goed bestuur en stoppen met slechte particratie is de grootste staatshervorming’

Leo Neels en Ivan Van de Cloot hebben een plan voor het land


Wie in mei verkozen geraakt, mag zeker eens aankloppen bij Itinera. Gelegen vlak bij de Wetstraat, rondom het Warandepark en op enkele meters van de goed beveiligde Amerikaanse ambassade, herbergt de denktank verschillende studies, rapporten en publicaties. Denk hierbij aan boeken zoals Ongelijk maar fair (Marc De Vos, 2015) en Taxshift (Ivan Van de Cloot en Karel Volckaert, 2015). In januari verscheen Een plan voor het land, waarin acht Itinera-leden in negen hoofdstukken hun aanbevelingen formuleren. Doorbraak sprak met medeauteurs Leo Neels (algemeen directeur) en Ivan Van de Cloot (hoofdeconoom) over hun beleidsvoorstellen.

Leo Neels: ‘Onze aanbevelingen zijn voor alle Belgische bestuursniveaus. Van het communautaire houden we onze handen af. Op dit drukbezette en gepolariseerde terrein kunnen we geen onderscheidende, onafhankelijke stem laten horen. Goed bestuur en stoppen met slechte particratie is de grootste staatshervorming, durf ik al eens zeggen. Itinera promoot een beter bestuur en richt zich vooral op bestuurders: de politieke wereld en de sociale partners. Daarnaast is ons boek er ook voor de burgers, omdat ze een belangrijke en veeleisende rol hebben in een democratie. Bij democratie is er veel kennis nodig en niet alleen emotie.

Doorbraak: Wordt dit land goed bestuurd?

Neels: ‘Itinera bundelde dertig internationale landindexen. In deze grafiek bekleedt België een heel middelmatige positie. We denken vaak dat we bij de besten horen, maar dat spoort niet met het totaalbeeld van de laatste decennia. Neem nu de competitiviteitsindex van het World Economic Forum, gebaseerd op zestig economische, ecologische en sociale criteria. Van de zeventiende plaats zijn we gezakt naar de twintigste. Nederland en Duitsland staan respectievelijk op plaats vier en zes. Als onze buurlanden zo hoog staan, waarom glijden wij dan weg?

We presteren ver onder ons niveau. We hebben een te lage tewerkstellingsgraad, een te hoge staatsschuld, een te dure overheid… De noordelijke landen doen het beter. Overal zijn er goede praktijken. Ook in eigen land zijn er kennisinstellingen. België kan het dus, maar er is geen enkel gezin of bedrijf dat beslissingen neemt op basis van zo weinig kennis als onze overheid dat doet. Onze politieke besluitvorming berust te weinig op kennis en expertise en te veel op opwellingen en emotie. Politici moeten kennis waarderen. Mensen begrijpen dat zaken complex zijn: in hun eigen leven moeten ze ook vaak complexe en moeilijke beslissingen. Vandaag leeft er in het publiek debat vooral veel morele verontwaardiging, pure emotie… wat schieten we daarmee op?’

Van de Cloot: ‘Dit land mist een wervend project. Wij geloven in een nieuwe dynamiek. Waarom formuleert de komende regeringsploeg geen doelstellingen voor meerdere legislaturen? Bijvoorbeeld: België moet de ambitie hebben om te presteren zoals Nederland en Duitsland, van de twintigste naar de vijfde plaats in het Concurrentievermogen. Die index combineert economische en financiële met sociale en ecologische indicatoren, en hun onderling evenwicht kortom: goed bestuur.

Neels: ‘Burgers verwachten steeds meer van onze intussen fenomenaal uitgebouwde verzorgingsstaat. Tegelijk daalt het vertrouwen in de instellingen. In Europa heeft maar 35 % van de bevolking vertrouwen in de instituties. In Vlaanderen bedraagt dit slechts 25 %. In een democratische rechtstaat is dit hallucinant. Wij zien de gele hesjes en de klimaatjongeren als geweldige opportuniteiten om het vertrouwen in de democratie te herstellen. Toch ontbreekt er hier leiderschap in de politiek. Aan de bevolking zeggen we: toon vertrouwen, maar hoed u voor de linkse en rechtse aanbieders van zeer eenvoudige oplossingen. Nooit lossen die iets op en ze verzwakken de mogelijkheden om te besturen. Een democratie vergt geëngageerde burgers, maar ook moedige politici. We zien een opbod over salariswagens en zware beroepen, maar dat is micromanagement. Deze generatie politici moet de ambitie te hebben om burgers, hun kinderen en kleinkinderen van eenzelfde welvaart te verzekeren… dàt is ambitie!’

De verwachtingen van de uittredende regeringen waren hooggespannen. Er leek een ideologisch coherente ploeg aan te treden, er waren vijf jaar lang geen verkiezingen en de economie en rente zaten mee. Toch leeft er vooral ontgoocheling. Als het in deze omstandigheden niet lukt, wanneer dan wel?

Van de Cloot: ‘Ontgoocheling lijkt me een verkeerd sentiment, gebaseerd op de waan van de dag. Op vlak van onder meer fiscaliteit is het oordeel genuanceerder. Neem nu het kadastraal inkomen. Sinds de jaren zeventig werd deze belastingbasis niet meer aangepast. Plastisch verwoord: in dezelfde straat kan Jef twee keer meer belastingen op kadastraal inkomen betalen dan Jos, terwijl hun huizen dezelfde marktwaarde hebben. De regering heeft dit nu aangepast. Ik drong hier op aan in mijn boek Taxshift en het is intussen gebeurd. Meerdere Itinera-aanbevelingen vind ik terug in het werk van de regering. De inspanningen moeten worden voortgezet. De belasting op arbeid blijft torenhoog, net zoals het overheidsbeslag. De eindbalans is gemengd, maar het is belangrijk om ook waardering uit te drukken voor de zaken die wel zijn gebeurd. Op het vlak van gezondheidszorg vonden we in het regeerakkoord eveneens veel van onze analyses terug. Alleen blijkt de uitvoering traag. Er is in dat domein veel aankondigingspolitiek, maar veel weinig implementatie.

Waarom heeft de huidige coalitie nog geen langetermijndoelstellingen gedefinieerd voor de performantie van alle overheidsdiensten, en dat in combinatie met het periodiek meten van die doelstellingen? Uit internationale gegevens blijkt dat een regering een dergelijk beleid een sterke impuls kan geven vanaf haar derde en vierde jaar. Bij ons speelt de slechte particratie. Wat is dat? Als een partij wil scoren met een fusie van twee overheidsinstellingen, probeert een coalitiepartij dat te verhinderen. Die eerste partij mag immers niet uitpakken en scoren met een maatregel die het algemeen belang dient. De meerderheidspartijen gunnen elkaar weinig. Tenzij de ‘concurrenten’ daarvoor een prijs betalen en een of andere heilige koe met rust laten… Na heel wat politieke energieverspilling gebeurt dan die fusie. Maar dan wordt de ene politicus voorzitter van die hervormde instelling en de andere ondervoorzitter. Ten slotte wordt er nog een derde post gecreëerd. Het resultaat is dan vaak allesbehalve geen sanering maar soms nog een kostenverhoging.’

Neels: ‘Ons overheidsbeslag is 25% hoger dan Nederland. We missen een cultuur van verantwoording. We hervormen zonder efficiëntie en transparantie. Hetzelfde gevaar bestaat bij de sociale partners. Ze zijn medebeheerders van de sociale zekerheid, maar ze komen niet vaak en snel meer tot degelijke beslissingen. De loonnorm was daarvan helaas het zoveelste tragische voorbeeld. De uitgaven bij de gezondheidszorg en de pensioenen nemen sneller toe dan de inkomsten van de sociale bijdragen. Men heeft daarom simpelweg ‘een infuus’ via de algemene fiscale inkomsten gemaakt. Zo valt echter de legitimatie van de medebeheerders weg, want het is dan de belastingbetaler die voor de kosten opdraait. In de vorige eeuw waren de vakbonden de grootste sociale vernieuwers. Vandaag ontlopen ze hun verantwoordelijkheid.’

Politici doen veel beloftes. Hoe staat de burger hier tegenover?

Van de Cloot: ‘Ik ga vaak overal te lande spreken. “Wij voelen ons niet ernstig genomen door de mensen in Brussel”, hoor ik vaak. Ik ervaar dat zelf ook wel eens. Denken politici werkelijk dat ze mensen kunnen verleiden door hen hun eigen geld te beloven? Fiscaliteit wordt helaas gebruikt als ‘cadeaupolitiek’. Als de groei een halve procent lager uitvalt, dan verdubbelt de kost van de vergrijzing. Maar indien we de ‘koterijen’ opdoeken door de lobbyfiscaliteit te verminderen en een bredere belastingbasis voorzien, kan er een halve procent economische groei ontstaan. Door de vereenvoudiging van het fiscaal systeem kunnen we onze pensioenen verzekeren. Dat is een heel ander verhaal dan het verleiden van de kiezers met fiscale cadeaus.

Politiek gaat over grote keuzes. In elk domein bestaan er grote hangijzers. In de fiscaliteit is het btw-systeem tot een jungle verworden met allerlei bijzondere uitzonderingen. Het gemiddeld effectief betaalde tarief in dit land is minder dan 10 %. Een groot verschil met het effectief nominaal tarief van 21 %… Deze kloof dichten, zou middelen kunnen vrijmaken om de meest perverse belastingen te verlagen.’

Hoe kijken politici zelf naar hun eigen beleid?

Neels: ‘De Wetstraat is zich bewust van de hierboven geschetste problemen. Men weet ook hoe het anders kan. Maar men aarzelt. We hebben daarvoor begrip want hervormen is geen makkelijke taak in een moderne, mondige democratie. Maar het grote verschil tussen België en de landen bovenaan de competitiviteitsindex is net dat goed bestuur. Onze oproep is daarom: recht de rug en stop de infantilisering van het maatschappelijke debat.’

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Sander Carollo

Sander is interviewer voor Doorbraak.