fbpx


Actualiteit, Binnenland
André Alen

Grondwettelijk Hof ziet zwaargewicht vertrekken

André Alen (70) gaat met emeritaat



Het Grondwettelijk Hof wees gisteren twaalf arresten, voor de laatste keer onder het Nederlandstalige voorzitterschap van André Alen. Vandaag wordt hij 70, de leeftijd waarop de wet de ‘hoeders van de grondwet’ met emeritaat stuurt. Een respectabele beroepsloopbaan komt ten einde, het Grondwettelijk Hof ziet een zwaargewicht vertrekken. Het is dan ook meer dan gepast hem met dit portret uitgeleide te doen. Alen was van vele markten thuis, maar is en blijft een reus in het domein van institutioneel recht.…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Het Grondwettelijk Hof wees gisteren twaalf arresten, voor de laatste keer onder het Nederlandstalige voorzitterschap van André Alen. Vandaag wordt hij 70, de leeftijd waarop de wet de ‘hoeders van de grondwet’ met emeritaat stuurt. Een respectabele beroepsloopbaan komt ten einde, het Grondwettelijk Hof ziet een zwaargewicht vertrekken. Het is dan ook meer dan gepast hem met dit portret uitgeleide te doen. Alen was van vele markten thuis, maar is en blijft een reus in het domein van institutioneel recht.

Federale Verzekering

André Alen, derde van vier in een gezin van kleine middenstanders, groeide op in Assent, een dorp in het Hageland. Na de Latijn-Griekse humaniora aan het Sint-Jan-Berchmanscollege in Diest studeerde hij rechten in Leuven. Begin september 1973 ging hij aan de slag als juridisch adviseur bij de coöperatieve verzekeringsmaatschappij Federale Verzekering. Al na drie maanden verliet Alen ‘de Federale’ om, op 1 december 1973, assistent te worden van Jan De Meyer, die aan de Katholieke Universiteit van Leuven de leerstoel staatsrecht bekleedde. Voortaan zou, bij wijze van spreken, ‘het federale’ als een rode draad door zijn leven lopen.

Eind 1974 vroeg de CVP hem om als juridisch-technisch expert deel te nemen aan een werkgroep die, vier jaar na de realisatie de cultuurautonomie, de tweede pijler van de staatshervormende grondwetsherziening van 1970 voorbereidde: de gewestvorming. Het werd de opmaat van een loopbaan in de coulissen van de politiek, die hij na zijn promotie tot doctor in de rechten (1983) combineerde met een academische carrière.

Secretaris van de Ministerraad

Zo was hij, na afloop van zijn assistentenmandaat bij De Meyer, staatshervormingsexpert en secretaris van CEPESS, de gereputeerde studiedienst van de CVP (1977-1978), adjunct-kabinetschef van vicepremier Renaat van Elslande en de eerste ministers Wilfried Martens en Mark Eyskens (1978-1981), en kabinetschef van minister van Institutionele Hervormingen Jean-Luc Dehaene en premier Martens (1981-1987).

Ongewoon en opmerkelijk was dat Alen nadat hij ontslag had genomen bij Martens secretaris van de Ministerraad bleef. Die functie wordt immers in de regel uitgeoefend door de kabinetschef van de eerste minister. Alen bleef het ambt waarnemen (en daartoe aan het kabinet van de eerste minister verbonden) tot hij in oktober 1992 assessor werd bij de afdeling Wetgeving van de Raad van State.

Op academisch vlak was hij, voor de colleges publiekrecht en grondwettelijk recht, docent en buitengewoon hoogleraar in Gent (1984-1994) en vanaf 1986, voor het vak staatsrecht, docent (1986-1992), gewoon hoogleraar (1992-2001) en buitengewoon hoogleraar (2001-2015) in Leuven.

Baron

Als adjunct-kabinetschef, kabinetschef en secretaris van de Ministerraad was André Alen bevoorrecht getuige van en participant aan vijftien jaar politieke besluitvorming. In het bijzonder was hij nauw betrokken bij de staatshervorming van 1980 (uitbreiding van de cultuurautonomie tot gemeenschapsautonomie en gewestvorming), 1988 (bevoegdheidsuitbreiding van gemeenschappen en gewesten, statuut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Financieringswet) en 1992-1993 (bevoegdheidsuitbreiding van de deelstaten en rechtstreekse verkiezing van hun parlementen). De omzetting in wetteksten van de akkoorden die politici gesloten hadden, was (groten)deels zijn werk.

Zijn grondige kennis van het publiek- en inzonderheid het grondwettelijk recht kwam ook van pas wanneer bij communautaire en andere kwesties institutionele spitstechnologie vandoen was, zoals de als een carrousel draaiende problemen rond de benoeming van José Happart als burgemeester van Voeren. In de  ‘mini-Koningskwestie’, de weigering voorjaar 1990 van Boudewijn om de abortuswet te ondertekenen, plaveide hij mee de uitweg van ‘s konings tijdelijke onmogelijkheid tot regeren. Dat heeft er ongetwijfeld aan bijgedragen dat Boudewijn op 16 juli 1993, amper twee weken voor zijn dood, aan Alen de persoonlijke titel baron verleende.

Archief

Over zijn ‘belevenissen’ tijdens die vijftien parapolitieke jaren is André Alen tot op vandaag bijzonder discreet geweest. Notities, verslagen en documenten uit die periode heeft hij aan het Rijksarchief toevertrouwd. De papieren zijn er intussen geordend en ontsloten, goed voor veertien strekkende meter politieke en institutionele geschiedenis, inclusief enkele bestanden (onder meer over het Egmontpact) die Jan Grauls, zijn voorganger als kabinetschef van onder anderen de premiers Tindemans en Martens en als secretaris van de Ministerraad, in ‘de 16’ had achtergelaten.

Explosieve zaken zal het archief wel niet bevatten, maar het kan toch enig licht werpen op de communautair-institutionele besluitvorming in de periode 1978-1993. Alleen is het wachten tot 1 januari 2023 vooraleer het geraadpleegd kan worden. Ook daarom is het te hopen dat Alen tijdens zijn ambtsrust tijd vindt om zelf wat herinneringen op papier te zetten.

Rechter en voorzitter

In 2001 begon, na het parapolitieke en naast het academische, een derde hoofdstuk in het leven van André Alen: zijn benoeming, op voorstel van de CVP, tot rechter bij het Grondwettelijk Hof. Daarmee kreeg, vijf jaar na het onverwachte overlijden van Louis-Paul Suetens, opnieuw een hoogleraar van de Leuvense universiteit zitting in het rechtscollege (Suetens was in 1996 vervangen door de Antwerpse hoogleraar Marc Bossuyt, de kandidaat van de VLD die, op grond van de gewijzigde krachtsverhoudingen in het parlement, aanspraak kon maken op een tweede rechter, ten nadele van de CVP).

Met Alen deed niet alleen een stevige lading publiek- en staatsrechtelijke knowhow haar intrede in het Grondwettelijk Hof, maar ook behoorlijk wat ervaring met (politieke) compromisvorming. Dat laatste zal hem zeker van pas gekomen zijn als Nederlandstalig voorzitter van het Grondwettelijk Hof, een functie die hij bekleedde van januari 2014 tot januari 2016, en opnieuw sinds februari 2018 (in de tussentijd was hij zo vriendelijk een stap opzij te zetten om Etienne De Groot twee jaar voorzitterschap te gunnen).

Over het reilen en zeilen in het Grondwettelijk Hof hangt, terecht, een sluier van discretie. Het geheim van de beraadslaging staat als een rots in de branding. Toch is er niet veel verbeeldingskracht nodig om te onderkennen dat twee conflictlijnen van de Belgische samenleving, de levensbeschouwelijk-ideologische en de etnisch-communautaire, ook door het rechtscollege aan het Brusselse Koningsplein lopen. Van de twee voorzitters, telkens een Nederlandstalige en een Franstalige, wordt verwacht dat zij, in het spanningsveld tussen politiek en recht, tegenstellingen overbruggen en divergerende meningen laten samenvloeien in doordachte en evenwichtige arresten. Aangenomen mag worden dat Alen ook daarbij enig gewicht in de schaal wist te leggen.

Zes kandidaten

Voor zijn opvolging als rechter zijn er zes kandidaten, ervaren juristen zoals de wet voorschrijft: Geert Jocque (sectievoorzitter Hof van Cassatie), Pierre Lefranc, Wouter Pas (beiden staatsraad in de Raad van State), Danny Pieters (hoogleraar KU Leuven), Jan Theunis (referendaris Grondwettelijk Hof) en Bart Weekers (gewezen auditeur Raad van State en Vlaams Ombudsman).

Formeel is het de koning, de regering dus, die de nieuwe rechter benoemt en daarbij kan kiezen uit de twee kandidaten die de Kamer van Volksvertegenwoordigers, met een tweederdemeerderheid, voordraagt. Normaal gesproken wordt Danny Pieters de opvolger van Alen. Hij is naar voor geschoven door de N-VA, de partij die volgens het ‘constitutioneel gewoonterecht’ aan de beurt is om, op grond van de electorale krachtsverhoudingen en bij feitelijke uitsluiting van het Vlaams Belang, aan de beurt is om het ‘voorstelrecht’ uit te oefenen.

Pieters is hoogleraar socialezekerheidsrecht en was voor de Volksunie/N-VA Kamerlid (1999-2003) en senator (2010-2013), en tijdens de lange politieke crisis na de verkiezingen van 2010 bijna vijftien maanden voorzitter van de Senaat. Hij staat bekend als een gematigd man van wie, zelfs uit zijn politieke jaren, geen radicale uitspraken en controversiële standpunten bekend zijn. Voor een rechter bij het Grondwettelijk Hof zijn dat belangrijke kwaliteiten.

Khattabi

Precies daar lag het kalf gebonden toen de Senaat enkele maanden geleden weigerde Zakia Khattabi als kandidaat-rechter voor te dragen. De gewezen co-voorzitster van Ecolo meent (in De Standaard van 19 september) dat ze afgewezen werd omdat ze onterecht als ‘het grootst denkbare gevaar voor Vlaanderen’ werd afgeschilderd, maar er was toch iets meer aan de hand.

Dat ze geen juridische opleiding heeft genoten was in haar geval niet vereist, maar speelde zeker niet in haar voordeel. Zoals Alen, weliswaar op persoonlijke titel, bij de installatie van rechter Yasmine Kherbache (3 maart) terecht zei, is de constitutionele toetsing bijzonder complex geworden. Elke rechter van het Grondwettelijk Hof zou een universitair gevormde jurist moeten zijn.

Problematisch vooral was dat Khattabi onvoldoende au-dessus de la mêlée stond. Natuurlijk kan men het een partijvoorzitter (m/v) niet kwalijk nemen dat hij al eens scherpe en controversiële uitspraken doet. Wie in het politieke bedrijf en de partijstrijd veeleer de buitenbaan zoekt dan de middenweg bewandelt, moet evenwel beseffen dat dit niet meteen past in het profiel van rechter in het Grondwettelijk Hof.

Khattabi ziet blijkbaar nog altijd niet in dat haar benoeming de geloofwaardigheid en het gezag van het Grondwettelijk Hof niet ten goede zou zijn gekomen. Om te vermoeden dat aan het Koningsplein een zucht van verlichting opsteeg toen op 15 mei bekend werd dat de Senaat haar kandidatuur ook in de herkansingsronde verwierp, is evenmin veel verbeeldingskracht nodig.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.