fbpx


Wetenschap
Karel Van Butsel

Gun gevaccineerden hun vrijheid

Wie niemand in gevaar brengt, moet al zijn vrijheden behouden


vrijheid

‘Versoepelen’, ‘verstrengen’, het lijken wel magische woorden geworden. De één is er voor, de ander er tegen, en omgekeerd. En welke ‘versoepelingen’ of ‘verstrengingen’ moeten dan wel gebeuren? Het is een pingpongspel waar nooit winnaars zijn.

Maar wat als… we het nu eens helemaal zouden omkeren? Als we in deze fase van de pandemie niet meer zouden spreken over maatregelen die we kunnen versoepelen of verstrengen. Als we daarentegen telkens opnieuw zouden vertrekken van een wit blad. Nadenken over welke vrijheidsbeperkingen nog wél nodig zijn? Als we met andere woorden telkens zouden vertrekken van het gezonde principe dat we in een vrije maatschappij leven. En dat we enkel vrijheidsbeperkingen aanvaarden als deze én noodzakelijk zijn voor de gezondheid, én proportioneel zijn.

Vrijheid?

Om dat te doen moeten we het eerst en vooral eens zijn over wat onze ‘vrijheid’ dan wel betekent. Ik beschouw, in de lijn van een filosoof als Locke, mensen als vrij wanneer ze naar eigen goeddunken kunnen handelen en beschikken over de eigen bezittingen en persoon. Zonder daarvoor toestemming te hoeven vragen of afhankelijk te zijn van de wil van enig ander mens. Daarbij geldt ook uitdrukkelijk dat niemand daarbij het leven, de gezondheid, vrijheid of bezittingen van een ander mag schaden.

Als we deze definitie en zeker de laatste randvoorwaarden toepassen op de pandemie, is het overduidelijk dat de overheid wel degelijk een aantal (proportionele) vrijheidsbeperkende maatregelen kan opleggen in tijden waarin ieders gezondheid bedreigd wordt door een virus. Niemand mag de gezondheid van anderen schaden. Ook niet door quasi zeker het virus door te geven op een manier die voorspelbaar en vermijdbaar is. De overheid heeft dus terecht geoordeeld dat op een bepaald moment tijdelijke vrijheidsbeperkingen noodzakelijk waren. Dat is geen punt.

Tijdelijkheid

We zijn inmiddels wel een jaar verder. En dus moeten we die ‘tijdelijkheid’ opnieuw bekijken. Elk overlegcomité opnieuw. Telkens vertrekkend van de hogervermelde definitie en randvoorwaarden van vrijheid. Als we onze gezondheid én onze vrijheid allebei koesteren, vertrekt elk overlegcomité dus van een wit blad. Het onderzoekt dan wat én wie nu nog echt gevaarlijk is voor de medemens. En het neemt dan enkel de absoluut noodzakelijke proportionele maatregelen om dat risico voldoende in te dijken. Voor wie geen gevaar vormt voor de medemens, worden geen vrijheidsbeperkingen (meer) opgelegd. Voor wie wel een gevaar vormt, gelden proportionele maatregelen. Regelen op ‘maat’ dus.

Dit omgekeerd handelen is geen louter theoretische oefening. Het werpt bijvoorbeeld een gans ander licht op de vraag of wie negatief getest is, of zelfs wie gevaccineerd is (althans indien blijkt dat een gevaccineerde veel minder kans heeft anderen te besmetten), nog vrijheidsbeperkingen opgelegd moet krijgen. Is het verantwoord iemands vrijheden te beperken als die andermans leven, gezondheid, vrijheid of bezittingen niet schaadt? Volgens mij en volgens de hoger gehanteerde definitie van vrijheid alvast niet.

Discriminatie

Sommigen noemen dat vandaag ‘extra faciliteiten geven aan een geprivilegieerde groep’ of zelfs ‘discriminatie’. Dit is een foute voorstelling van de feiten. De waarheid is immers net omgekeerd. Het betreft het opheffen van nutteloze vrijheidsbeperkingen waar een grote groep mensen ten onrechte door getroffen wordt.

Ter vergelijking: je wenst toch ook de verkrachters in toom te houden, en niet de slachtoffers die verkracht kunnen worden, binnen te houden? Je verbiedt toch ook de slechtzienden met de auto te rijden, hoe erg dat ook is, en niet iedereen met een rijbewijs en goede ogen? Zo moet je dus ook (enkel) vrijheidsbeperkende maatregelen nemen voor wie het virus kan doorgeven. Niet voor wie er enkel het slachtoffer kan van worden.

Jaloezie

‘Ja maar, dat zou dus betekenen dat wie gevaccineerd is en/of negatief getest werd bijvoorbeld wél op restaurant mag, en de anderen niet. Dat kan toch niet? Dat is toch discriminatie’. Is dat zo? Is dat écht discriminatie? Laat het ons even concreet maken. Als gevaccineerde mensen in een WZC samen in de kantine een koffie willen drinken of iets willen eten, brengen zij niemand in gevaar. Er is dus geen enkele objectieve reden om hen die vrijheid af te nemen, toch?

Idem als pakweg vijf mensen uit de zorgsector na hun vaccinatie en met een negatieve test even willen gaan uitwaaien op een appartement aan zee. Zij brengen niemands leven of gezondheid in gevaar. Integendeel. Ze zullen nadien allicht des te beter voor zieke mensen kunnen zorgen. En met een restaurantbezoek zoals hierboven vermeld, zullen ze de economie al vroeger de noodzakelijke impulsen geven die deze zo ongelooflijk hard nodig zal hebben. Daar wordt dus niemand slechter van. Integendeel. Tenzij natuurlijk jaloezie de norm is om het deze mensen niet te gunnen. Maar jaloezie lijkt me dan weer geen goed argument om andere mensen vrijheidsbeperkingen op te leggen. Ik verkies de warmte van het ‘elkaar iets gunnen’.

Méér dan een gevaar op besmetting

Mijn oproep is dan ook héél expliciet om de zaken om te draaien. Hef alle vrijheidsbeperkingen op. Behalve voor die mensen die anderen nog in gevaar kunnen brengen. In plaats van slechts lepeltjesgewijze en zeer traag onze vrijheden ‘terug te geven’, omdat nu eenmaal iedereen ze tegelijk moet ‘krijgen’, pleit ik voor een gedifferentieerde aanpak op maat. Wie niemand in gevaar brengt, behoudt al zijn vrijheden. Enkel wie nog een virologisch gevaar vormt voor de medemens, wordt in zijn vrijheid beperkt. Net zoals de slechtziende uit het verkeer wordt gehouden.

Bij het begin van de pandemie was er geen testcapaciteit. Iedereen leek een gevaar voor de medemens. Het was toen dus terecht dat de maatregelen algemeen en voor iedereen geldig waren. Vandaag is dat niet meer zo. En naarmate de testcapaciteit groeit en de vaccinatie vordert, geldt dat zelfs voor steeds kleinere groepen. Vrijheid is op dat ogenblik een té kostbaar goed en een té belangrijk grondrecht om uit jaloezie álle mensen onnodig vrijheidsbeperkingen te blijven opleggen.

Laat ons dus waar en wanneer nodig effectieve en efficiënte maatregelen nemen, zeker. Maar laat ons ook al wie geen virologisch gevaar vormt voor de medemens opnieuw zijn vrijheid gunnen. En dit zo snel mogelijk voor zoveel mogelijk mensen. Omwille van onze (ook mentale) gezondheid, onze economie én onze democratie. Want een medemens is méér dan een gevaar op besmetting.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Karel Van Butsel

Karel Van Butsel (°13/06/1961) is al 30 jaar gehuwd en vader van 3 kinderen. Hij studeerde af als Handelsingenieur aan de KUL en bekleedde uiteenlopende managementfuncties. Ook het maatschappelijk debat en de politieke vertaling daarvan hebben hem altijd bezig gehouden. Hij is dan ook actief in verschillende maatschappelijke verenigingen en heeft een tijdlang als vrijwilliger een vooraanstaande rol gespeeld in de Mechelse politiek, o.a. als oppositieleider voor CD&V/N-VA. Het AVV/VVK indachtig is hij een overtuigd christendemocraat én Vlaming en vanuit die overtuiging kernlid van Stuurboord, een beweging die in het kader van de Vlaamse christendemocratie de centrumrechtse traditie gestalte wil geven.