Multicultuur & samenleven
Essay
Essay
Pierre Buyle

Gutmenscherei en kwezelarij

Gutmensch

Op 22 juli ll. schreef Eddy Daniëls in Doorbraak een puike tekst over Bianca De Baetsen haar gebrek aan empathie voor de problemen van de kleine man die een eigendommetje bezit, bijeengespaard na een leven van hard gewroet, maar daarmee gejudast wordt door een overheid die hem verantwoordelijk stelt voor ‘ondoordachte beleidsbeslissingen (het bijna ongeremd toelaten van vreemdelingen) waar hij niets mee te maken heeft’ (Bianca Debaets rommelt graag in de vuilnisbak).

Eén passage stoorde mij echter, namelijk die waarin Eddy Daniëls zijn afschuw uitsprak voor het woord Gutmensch, daarbij argumenterend:‘Wat is er immers fout aan, goed te willen zijn of doen?’ Dit woord bestaat pas sinds enkele jaren : in mijn Dudenvan 1983 staat tussen gutmachenen gutmütigniets. Het gebruik van dit neologisme beperkt zich tot het schamper aanduiden van mensen die er een levenswerk van maken zich druk te maken over allerlei vormen van meestal ingebeeld onrecht waarbij zij vooral de indruk willen wekken dat hun bezorgdheid een onweerlegbaar bewijs is van hun morele superioriteit ten overstaan van de rest van de maatschappij. Gutmenschenzijn de passionariae en de protserige vaandeldragers van de Nieuwe Orde der Deugdelijkheid. Daarbij tergen zij, in het beste geval, hun omgeving onafgebroken met verzuurde, belerende opmerkingen en geheven vingertjes en, in het slechtste geval, met hinderlijk getreiter en eigengereide agressie die zij uiteraard nooit zouden dulden van diegenen die het voorwerp uitmaken van hun wereldverbeterarij.

Brilsmurf

Woorden moeten goed gebruikt worden. Heel terecht wijst Elisabeth de Fontenay er bijvoorbeeld op dat het Franse woord humanitévrij dubbelzinnig is. Er is één ‘signifiant’ voor twee ‘signifiés’ waarvoor het Duits, altijd zoveel preciezer, wél twee begrippen hanteert. Namelijk Menschheiten Menschlichkeit (zie p. 250 inEn terrain miné (Stock),een serie brieven die Alain Finkielkraut en Elisabeth de Fontenay aan elkaar richtten in 2017). Het Nederlands is in deze even precies als het Duits trouwens, soit dit en passant… De Gutmenschis niet ‘de goede mens ‘, een soort oprecht barmhartige Samaritaan, maar wel een egocentrische zuiverheidsfanaat die vooral begaan is met het eigen imago, een soort Brilsmurf die ons aller scherpste spotpijlen en pek met veren verdient.

Gutmensch of kwezel?

De ‘Gutmenscherei’ staat tot ‘Menschlichkeit’ zoals kwezelarij tot het oprecht geloof van diegene die worstelt met existentiële vragen waarop hij of zij het antwoord hoopt te vinden in een of andere vorm van spiritualiteit die de ons voorgegane generaties bedacht en aangereikt hebben bij hun zoektocht naar antwoorden op dezelfde vragen. De kwezel verwart het futiele met het essentiële. De kwezel stelt zich ook tevreden met een resem leefregeltjes die anderen voor hem bedacht hebben zonder zich daar al te veel hinderlijke vragen bij te stellen, hetgeen men in het Frans zo mooi aanduidt met ‘les idées reçues’. In het cynische toneelstuk De Wereldverbeteraarzet Thomas Bernhardt genadeloos zo een etterbak neer die vlijtig grote theorieën neerpent voor, jawel, het verbeteren van de wereld… maar tegelijk een hel is voor zijn omgeving, zijn sloor van een huishoudster in de eerste plaats. De bakfietsende kwezel leest zijn omgeving dagelijks de les en met zijn deugdelijk vertoon en met zijn sticker ‘weer een auto minder’ eist hij serene aandacht en diep buigend respect voor zijn bijdrage tot de redding van de planeet, daarbij vrolijk voorbijfietsend aan de kern van de angstwekkende realiteit dat de overbevolking van diezelfde planeet het enige echte probleem is dat er toe doet. Want immers : iedereen heeft toch recht op onbeperkte voortplanting nietwaar ? Vooral in Afrika.

Wilfred Thesiger beschrijft in Deserts of Arabiahoe hij in Somaliland de Awash-rivier volgde die zich slingert door een oerwoud en langs meren en moerassen om uiteindelijk te belanden in de woestijn en daar als een bittere zoutplas te eindigen in plaats van zich in de zee te werpen zoals elke andere rivier. Zo is ook de kwezel, als een riviertje dat zijn bestemming niet kent en verzandt in doodse zinledigheid. De kwezelachtige Gutmensch vindt dat de ‘wereld van iedereen is’ maar tegelijk halen zijn Nederlandse en Amerikaanse geestesgenoten beelden neer van pioniers en zeevaarders (cfr. Mauritshuis), aldus hun eigen blanke voorouders met terugwerkende kracht het recht ontzeggend Amerika te koloniseren, waar zij -in het begin althans- heen vluchtten om te ontsnappen aan de religieuze waanzin en de godsdienstoorlogen aangericht door gelijksoortige 16de en 17de-eeuwse kwezels… Voorwaar een vreemde contradictie om enerzijds te pretenderen dat de wereld van iedereen zou zijn en zich tegelijk als iconoclast te gedragen met betrekking tot beelden van koene voorouders die onvervaard de wereld gingen verkennen.

Een derde kenmerk van de kwezelende Gutmensch is dat hij zich uitput in zelfhaat en zelfbeschuldiging. Alain Finkielkraut schrijft in bovenvermeld boek op p. 116 ‘Het racisme heeft slechts één gelaat en dat gelaat is blank. We zitten voorwaar middenin de sprookjes van Andersen: vandaag de dag is men al racist alleen maar omdat men gelooft wat men ziet en omdat men zegt dat de keizer naakt is.’ De vertaling is van mij, maar ook hier zou de ware Gutmensch ongetwijfeld weer gillend protest aantekenen tegen het gebruik van het woord ‘blank’ dat volgens hem ‘wit’ moet zijn. Ook dat, het eigengereid verbieden van woorden, is hem aangepraat door allerlei onheilsorakels (als droevig voorbeeld moge ik me beperken tot de burgemeester van Gent die zich ingebeeld heeft het gebruik van het woord ‘zigeuner’ te moeten verbieden en het te vervangen door het lumineuze bedenksel ‘woonwagenbewoner’). Met Finkielkraut zeg ik hierover : ‘la laideur n’épargne rien, pas même la langue, la syntaxe s’effondre, le vocabulaire se rabougrit, les règles grammaticales les plus élémentaires tombent en déshérence.’ (p. 141).

Slavernij

De zelfhaat van de deugdmens is echter niet zozeer tegen zijn eigen persoon gericht – hij is immers een Inbegriffvan deugdzaamheid- maar wel tegen de eigen omgeving en de eigen voorouders. De Gutmensch kent geen maat in zijn aanbidding der ‘goede bedoelingen’ en het ontgaat hem volkomen dat ‘goede bedoelingen’ zeer vaak uitmonden in het tegendeel van wat zij beogen, in het aanwakkeren zelfs van datgene dat zij net zeggen te willen bestrijden. Nemen we slechts het voorbeeld van de slavernij, waarvan de vorige maand mei de afschaffing gevierd werd. Wat waarschijnlijk weinig bekendheid geniet in de kringen van Gutmenscherei, is datde grondlegger van de transatlantische negerslavenhandel de pater dominicaan Bartolomeus de la Casas is. Een tragische figuur want deze man, die het niet langer kon aanzien hoe de tengere Indio zich kapot werkte, stelde voor hun zware arbeid te laten uitvoeren door de zoveel robuustere negerslaven uit Afrika. Deze (oprecht) ‘goede bedoeling’ was ingegeven door gevoelens van menselijkheid die uiteindelijk verwerden tot een lange en zware keten van miserie. De tv-zender Artepresenteerde toen, in mei, een interessante reeks ‘Les routes de l’esclavage’ waaruit ik u hier enkele andere wetenswaardigheden graag meedeel. Iedereen weet dat de blanke slavenhandelaars nooit hun handeltje hadden kunnen opzetten zonder de collaborerende steun van Afrikaanse stammen die als tussenpersoon en leveranciers van slaven fungeerden. Maar het gaat verder. Er waren ook zwarte slavenhandelaars die meevoeren met de slavenschepen naar de Caraïben, vervolgens naar Europa en vandaar terug naar Afrika om daar naarstig de slavenhandel verder uit te bouwen. Er is dus geen sprake van dat zij niet wisten waar zij mee bezig waren. Het abolitionisme is trouwens ook geen verhaal van louter ‘goede bedoelingen’: Jefferson was weliswaar voorstander van de ‘abolition of the slave trade’, maar de reden waarom is ontnuchterend: het verdwijnen van de handel zou de prijs van de op eigen bodem geboren negerslaven doen stijgen. En hij had er wel wat lopen. Jefferson maakte een berekening, meer niet! En ten slotte, het verdwijnen van de handel in de loop van de 19de eeuw zou de exploitatie gewoon verleggen: men begon meer en meer in Afrika plantages aan te leggen, daar waar de arbeidskracht ter beschikking was. De grond, het klimaat, alles was er toch al, dus het kon even goed daar. Ook hier weer: een louter economische en organisatorische redenering. En dit was dus het begin van het kolonialisme, een gevolg van… ‘goede bedoelingen’.

Allemaal ‘neo’

En laten we nu even een sprong maken naar vandaag. Er is daar bijvoorbeeld die Franse president Macron, in opspraak gekomen door de opmerkelijke ‘et alors?’-relatie met zijn Noordafrikaanse ‘lijfwacht’, die verklaarde dat Europa zich moet opmaken voor een ongekend aantal migranten uit Afrika. Wat drijft die mensen nu eigenlijk toch? Zit ook hier geen verdoken kapitalistische Jefferson-achtige agenda achter? Dit wil zeggen, het creëren van een onuitputtelijk reservoir goedkoop slavenvolk voor de laagste jobs (de vuilnisophaling, de straatvegers, de fruit- en groentenpluk in serres, velden en boomgaarden, enz.).

Is dat dan geen nieuwe vorm van slavenhandel? Zijn de zogenaamde multiculti-boetepredikanten met hun verkeerd begrepen ‘goede bedoelingen’ in feite niet de nuttige idioten en de werkelijke nieuwe pleitbezorgers van (a) het neo-esclavagisme, van (b) het neoracisme en (c) het neokapitalisme. Zijn deze vaandeldragers van de Nieuwe Orde der Deugdelijkheid niet de marionetten in de grote poppenkast waar de revival opgevoerd wordt van al datgene wat ze beweren te willen bestrijden? Het is door hen dat een overvloed aan goedkope werkkracht tot stand gebracht wordt, gemakkelijk uit te buiten en te manipuleren arbeidsvee. Neokapitalisme in de zuiverste vorm dus, onder het listige mom van goedhartigheid en xenofilie. Het is door hen dat het racisme heimelijk gevoed wordt, immers: is de Afrikaan niet gewoon maar goed genoeg om de straat te vegen en PMD-afval te sorteren? Het weze mij toegestaan Alain Finkielkraut weer te citeren (p. 113) : ‘Peu importe [au capitalisme] le lent façonnement des êtres et des choses, il ne connaît que les travailleurs et les consommateurs, et ceux-ci sont interchangeables. Pour lui, l’immigration africaine et arabo-musulmane n’est pas un problème culturel, mais la solution économique au vieillissement et au dépeuplement de notre continent fatigué.

 

 

Laat mij besluiten met – nogmaals – Maître à penser Alain Finkielkraut (p. 233): ‘niet de toekomst vrees ik, om het verleden ben ik bezorgd…’

 

 

Je n’ai pas peur de l’avenir, j’ai peur pour le passé.

 

Pierre Buyle

Pierre Buyle is auteur van 'De gifmenger: Een treurig verhaal van terreur en vernieling' (De Blauwe Tijger, 2017)

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans