Actualiteit
Harry De Paepe

Alles heeft zijn tijd nodig, maar de mens heeft geen geduld

De boekenkast van Harry De Paepe

Harry De Paepe maakt deel uit van de vaste kern van Doorbraak. Hij volgt voor ons de Britse politiek op de voet. In 2016 interviewde Sander Carollo hem. Het werd een gesprek over geschiedenis, humor, grendels, verfijndheid en – hoe kan het anders – de Britten.

Al van kinds af aan is Harry De Paepe gefascineerd door Engeland en dat zien we ook terug in zijn boekenkast. De Franse militair en president Charles de Gaulle en de laatste keizer Wilhelm II van Duitsland zullen in dit boekengesprek eveneens aan bod komen. ‘Alle boeken die ik zal bespreken zijn eigenlijk goed verteld. Politiek heeft nood aan een verhaal dat goed moet verteld worden. Soms heb ik de indruk, zeker in de politiek, dat het belang van dat vertellen weg is.’ In Engeland houdt die politieke traditie nog stand. ‘De vrije meningsuiting is daar ook enorm sterk. Parlementsleden van meerderheidspartijen maken ook frequent gebruik van hun tendensrecht waarmee ze tegen de regering kunnen stemmen.’ De Paepe – beroepshalve leraar geschiedenis -­ heeft een zwak voor de debatcultuur, humor en traditie van de Engelsen. De goedlachse man hecht duidelijk belang aan vormelijkheid en je vindt dat ook terug in zijn favoriete literatuur.

Een van zijn boeken die de Angelsaksische politieke sfeer typeert is House of Cards van Michael Dobbs. ‘Dobbs heeft nog gewerkt voor de Conservatives. Hij heeft de val van Thatcher meegemaakt en de opkomst van Labour. Uit die ervaringen schreef hij House of Cards. Ik heb thuis de drie boeken liggen, (fijntjes) al van voor de Amerikaanse reeks populair werd. Zijn hoofdfiguur, Francis Urquhart, is een geweldig geslepen schurk. Normaal stopt het verhaal bij het eerste boek met de dood van Urquhart, maar toen het verfilmd werd op de BBC waren de reacties zo positief dat de auteur besloot om nog twee vervolgverhalen te schrijven. Ian Richardson, de acteur die Urquhart vertolkte, deed het dan ook zo meesterlijk. Zo beheerst en beleefd en toch zo een slechterik. Geweldig! (lacht) De boeken zelf zijn pageturners. Ze geven de donkere, vileine kant van de politiek weer die je ook in het oude Rome terugvindt.’ Ook daarover weet De Paepe met enkele boeken te vertellen.

Ik, Claudius en Claudius de God van Robert Graves

‘Op zich zijn het romans, maar ze zijn volledig gebaseerd op Romeinse bronnen. Graves vertelt daarmee het verhaal van keizer Claudius. Aan de hand van die figuur wordt de hele familie van keizer Augustus (Claudius oudoom, S.C.) uit de doeken gedaan, tot en met Nero, Claudius’ opvolger. De auteur heeft in deze verhalen wel veel zaken bij de haren getrokken. Veel is ook gebaseerd op Suetonius, een Romeins biograaf die zowat de Dag Allemaal van zijn tijd was. De boeken dateren uit de jaren ’30, maar ze verliezen niets aan kracht. Het is zeer goed verteld, het leest als een sneltrein. Claudius was verrassend zeer intelligent. Hij werd nochtans heel snel in een bepaalde hoek geduwd vanwege zijn fysieke mankementen – hij liep mank en stotterde onder meer. Graves speelt dat allemaal heel goed uit in zijn verhaal.’

De geschiedenis van Rome van Mary MacGregor en Het Rome van Cicero van Anthony Everitt

‘Ik heb het nog niet zo lang in mijn bezit. Het was een tip van een collega van mij. MacGregor vertelt hierin heel toegankelijk het verhaal van Rome. Het boek is opgedeeld in korte hoofdstukjes en vertelt mooi de samenvatting van het oude Rome tot en met de val van de republiek. Ik gebruik het vaak voor mijn lessen, daarom dat ik er graag even naar verwijs. Dit boek van Anthony Everitt gaat over Cicero en over politieke strubbelingen, maar ook de gewone man komt hierin mooi naar voren. Het oude Rome was extreem hard. Geen enkele mens uit ons tijdperk zou er vijf seconden kunnen overleven. De mensen moesten er toen letterlijk overleven; moord en doodslag waren zaken die deel uitmaakten van het dagelijkse leven. De opkomst van de Gracchen (twee broers die sociale hervormingen trachtten door te voeren, S.C.) was gebaseerd op de miserie van de mensen. Hun levensomstandigheden werden zwaar verslechterd na de oorlogen tegen Carthago en dat was een drijfveer van de Popularespartij, waar de Gracchen voor stonden, om politieke macht uit te putten. De Romeinen hebben toch prachtige verhalen voortgebracht. Zoals het verhaal van Cincinnatus. De landbouwer werd in een conflict door de Senaat opgeroepen om dictator te zijn. Hij deed dat heel bewust, versloeg de vijand en erna keerde hij terug naar zijn boerderij. Leuk om te weten: George Washington, de founding father van de Verenigde Staten, spiegelde zich aan Cincinnatus (Vandaar ook de stad Cincinnati in Ohio. VTM-journalist Jan De Meulemeester vergeleek trouwens eens in een column Bart De Wever met Cincinnatus, S.C.). Hij liet zich regelmatig afbeelden met een ploeg in de hand en keerde na zijn presidentschap ook terug naar zijn landerijen. ’

Agatha Christie

‘Ik lees haar enorm graag. Ze schrijft heel basic, maar ze kan enorm goed personen beschrijven en een bepaalde sferen oproepen. Haar boek The Hound of Death is een kortverhaaltje dat gaat over een Belgische non die tijdens de Eerste Wereldoorlog een enorme ontbering gekend heeft. En dan schrijft Christie plotseling verder in de tijd, naar de jaren 20 of 30. Ze schept de sfeer van een Engels huishouden en ineens komt dat verhaal van die non naadloos terug naar boven. Die koppeling is ongelofelijk. Christie kende ook de Belgische vluchtelingen van de Grote Oorlog. In het dorp waar ze in haar jonge jaren woonde moeten er enorm veel geweest zijn, zo is ze er vertrouwd mee geraakt. Vandaar ook haar Belgisch personage Hercule Poirot. The Murder on the Orient Express vind ik ook een schitterend verhaal. Twaalf moordenaars komen samen in een treinwagon. Al hun alibi’s worden perfect beschreven, het klinkt allemaal heel plausibel. Die sfeer die ze schept op die trein, die moord … Poirot die er alleen voor staat en op het einde van de rit moet toegeven dat hij er niets aan kan veranderen en ze daarom ontslaat in hun schuld … Prachtig. Ik heb het al duizend keer gelezen en ik blijf het geweldig vinden.’

P.G. Wodehouse en Oscar Wilde

‘Wodehouse is enorm humoristisch, om hardop mee te lachen. Hij toont het upperclass Engeland van de jaren 20 en 30. Hij beschrijft grotendeels rijke figuren die lanterfanten. Dat contrast tussen de rijkeluis Bertie Wooster en zijn intellectuele lijfknecht Jeeves vind ik meesterlijk. Om er volledig in te kunnen komen moet je het in het Engels lezen. Het is wel Engels waarbij je moet gaan opzoeken wat bepaalde woorden precies betekenen. Zijn taalgebruik is vrij hoogstaand, hoewel zijn werk soms wordt afgedaan als bandwerk. Wodehouse, net als Christie overigens, schrijft het allemaal zo vormelijk. Vol gevoel voor etiquette. Oscar Wilde was daar de grootmeester van. Zoals de opening van The importance of being Earnest. Algernon, de hoofdfiguur, zit op zijn piano te tokkelen, zo begint het stuk, en plots houdt hij op en hij vraagt aan zijn butler wat die ervan vond. Waarop de man kurkdroog antwoordt: “I didn’t think it polite to listen, sir”. (lacht)’

How to be a Brit van George Mikes

‘Mikes is een Hongaar die in de jaren 30 naar Groot-Brittannië getrokken is. How to be a Brit bundelt drie boeken waarin hij telkens in een ander tijdperk de Britten beschrijft. Eerst net na de oorlog, dan in de jaren 60 en ten slotte in de jaren 70. In zijn schrijven zie je hoe de samenleving verandert. Hij bedacht de intussen klassiek geworden grap over het seksleven van de Engelsen: zij hebben geen seksleven, maar wel een hot-water bottle. Hij schrijft ook: “Engeland dat zich aansloot bij de EU, is zoals de paus die verklaart dat hij anglicaan is geworden of Khadaffi die emigreert naar een kibboets in Israël”. Zijn humor is een typisch aspect van die samenleving. Engelsen zijn enorm grappig, ook al beseffen ze het zelf niet altijd.’

Gevelde Eiken van André Malraux en de geschiedenis door Churchill, Tuchman en Taylor

De auteur, de toenmalige minister van Cultuur, gaat hier met de gepensioneerde de Gaulle in gesprek, het is een vraaggesprekbundel. Een paar maanden later stierf de oude generaal. Ze waren twee tegenpolen. Charles de Gaulle was katholiek en heel trouw aan zijn vrouw. Hij heeft zich persoonlijk ook nooit verrijkt. Malraux was daarentegen een bon vivant en een communist met een woelig privéleven. Toch konden die twee elkaar vinden. In het boek, met een voorwoord van Herman Van Rompuy, komt de persoonlijkheid van de Gaulle treffelijk naar voren. Toen al zei de Gaulle dat het verhaal van Europa ten einde was. Hij was ook een indrukwekkend figuur. In 1940 geeft Frankrijk zich over, maar de Gaulle is niet akkoord. Alleen vliegt hij het Kanaal over. In Londen komt hij aan met alleen een kleine geldkoffer en dan zegt hij: “Ik ben Frankrijk”. Een absurde gebeurtenis. Langs de ene kant toont het zijn arrogantie, langs de andere kant zijn branie. Hij durfde dat te doen. Winston Churchill is ook zo’n figuur. Churchill aanvaardde de Gaulle eerst niet, waarop de Fransman hem toewierp: “Als ik Frankrijk niet ben, waarom sta ik hier dan in uw bureau?”. Het waren allebei types uit de belle époqueperiode die Europa nog in volle glorie hebben gekend. de Gaulle voelde aan dat dat voorbij was en ook Churchill hing daarom voortdurend de Engelse wagon aan de Amerikaanse. Churchill heeft trouwens het werk The History of the English Speaking Peoples geschreven. Zijn idee was: “Wij zijn één volk.” Hij brengt dat in een heel romantische, maar toch verdomd goed uitgewerkte geschiedenis in verschillende delen. Barbara Tuchmans De Trotse Toren beschrijft treffend en heel uitgebreid die belle époque. Een ander boek dat ik al sinds mijn tienerjaren in mijn bezit heb, De val van de vorstenhuizen van Edmond Taylor, gidst je dan weer door de totale Götterdämmerung van de heersende elite in de Eerste Wereldoorlog. Het is een van die boeken die ik om de zoveel jaren eens opnieuw lees. “De oude wereld bij zonsondergang…het was een mooi gezicht,” dat citaat van Churchill staat erin.’

Wilhelm II in Nederland van Sigurd von Ilsemann

‘De figuur van Wilhelm II ­- de laatste Duitse Kaiser -­ vind ik bijvoorbeeld enorm interessant. Voortdurend kletterde hij met de sabel, maar eens het gevecht dichterbij kwam, trok hij zich altijd terug omdat hij het zogezegd niet zo had bedoeld. Ook aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog wakkerde hij het vuur aan en toen het zover was, sputterde hij tegen. Maar het was te laat. Wilhelm II is later gevlucht naar Nederland. Zijn adjudant die hem trouw gebleven is, Sigurd von Ilsemann, portretteerde hem in zijn dagboek. Hij verveelde zich dood in Nederland. Je leest zijn gezeur en geklaag. “Uren en uren op je stoel zitten om meestal dezelfde verhalen van de keizer te aanhoren wordt op den duur ondraaglijk”, schreef von Ilsemann op 27 september 1919. Die man was letterlijk zijn leven met de keizer beu. Toch bleef hij bij hem. Hij had een eed van trouw gezworen en hield zich daaraan. Die man heeft na de dood van de keizer zelfmoord gepleegd. Hij was totaal depressief. Waarschijnlijk heeft hij zijn leven vergooid aan trouw. Zo’n keizerlijke trouw kennen wij natuurlijk niet meer. Integendeel, wij leven in een land waar belangrijke mensen zeggen dat ze overal republikein zouden zijn, uitgezonderd hier. (lacht) Toch ook raarIn het Verenigd Koninkrijk daarentegen is de monarchie nog altijd iets ongrijpbaar. Geen enkele belangrijke partij is daar echt tegen. Zelfs de Scottish National Party is officieel niet tegen de monarchie. Ook al zijn ze niet meteen de grootste fanclub. In het Verenigd Koninkrijk heb je ook ambten verbonden aan het koningshuis die letterlijk bijna duizend jaar oud zijn en nog steeds erfelijk worden overgedragen. Ik heb dat hier in een prachtig boek Keepers of the Kingdom van Alastair Bruce. Zelfs voor de meest vreemde zaken. Zo bestaat er bijvoorbeeld een koninklijke kruidenstrooier. Van moeder op dochter. Of in Schotland is er een familie die prat gaat dat ze de handen van de soeverein mogen wassen. En hier, (toont foto in het boek van een Schot in kilt op een rots) zie hem daar staan met de Schotse vlag in de hand. Alleen hij mag de Schotse vlag dragen in het bijzijn van de vorst. Het Verenigd Koninkrijk is een land waar geschiedenis voor een stuk nog tot leven komt. ’

Lode Claes

‘Onder meer door de boeken van Lode Claes, die ik van mijn grootvader erfde, ben ik flamingant geworden. Toch vind ik dat op zich geen ideologie. Ik denk wel dat we onze staatsstructuur voortdurend moeten bijsturen zonder daar te radicaal mee om te gaan. De geschiedenis leert me dat te radicale omwentelingen enorm veel leed gebracht hebben. Kijk naar de Franse Revolutie. De Verlichting bracht goede en noodzakelijke dingen voort, maar de Franse Revolutie drenkte die het in het bloed. Frankrijk is het nooit echt meer te boven gekomen en het land was wel tot aan de Gaulle uit elkaar gerukt. Die staat heeft zich heel lang moeten herstellen van die revolutie. Alles heeft zijn tijd nodig, maar de mens heeft geen geduld.’

‘De grootste fout in de Vlaamse ontvoogding ligt in 1970. Toen hebben we bijna argeloos ­- enkel de Volksunie was tegen -­ voor die beruchte grendelwetten gestemd. Daarmee hebben we de logische evolutie van de Belgische staat compleet naar de vaantjes gestemd. Nu moeten we compromissen afsluiten die op niets trekken, want anders zijn er alarmbelprocedures. Zo kan een staat zich niet normaal ontwikkelen. Misschien moeten we daarom de strijd tegen de grendelwetten weer oppikken. Met het één man één stem-principe denk ik dat je meer mensen kan overtuigen dan met een zuiver Vlaams-nationaal discours.’

Dit stuk werd voor het eerst gepubliceerd op 5 augustus 2016. Voor onze literaire zomerreeks halen we het graag terug even voor u boven. Ondertussen schreef Harry mee aan het succesvolle boek ‘Stiff Upper Lips‘ en treedt hij op als VK-kenner in verschillende media.

 

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans