Economie, Multicultuur, Multicultuur & samenleven

Helft asielzoekers vindt een job. Is dat veel of weinig?

Dat meldden de onderzoekers Dries Lens en Ive Marx van de Universiteit Antwerpen in de aanloop naar het driejaarlijkse congres dat het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies (Universiteit Antwerpen) op 25 november organiseerde. Vijftig procent, is dat bevredigend, of juist niet? En klopt dat cijfer wel?

Op dit ogenblik beschikken we nog niet over de details van de studie, wel over dit roepcijfer. Wel kunnen we het aftoetsen aan de al bij al schaarse informatie die we over dat onderwerp al eerder kregen.

Lens en Marx weten dat asielzoekers (van buiten de EU) een zwak profiel hebben op het gebied van scholing, vaardigheden, en diplomakwalificatie, dat ze ‘de eerste jaren na hun aankomst leven ze van de sociale bijstand en bezig zijn met zoeken naar huisvesting, het leren van de taal en het volgen van inburgerinscursussen’. Na een aantal jaren stijgt de ‘deelname aan het arbeidsproces’, …

De Antwerpse onderzoekers gaan er vanuit dat de samenleving meer inspanningen moet doen om de asielzoekers aan het werk te krijgen. Maar waar ligt, tussen nul en oneindig, het kritisch punt waar economie, sociaal weefsel, politiek en samenleving in de problemen komen? Over asielzoekers en tewerkstelling zijn maar weinig cijfers bekend. Over de asiel- en migratiekost nog minder.  

Optimisme of realisme

Uit het grootschalig onderzoek van het Federaal Migratiecentrum bij 108.000 asielzoekers die hier tussen 2000 en 2010 aankwamen (Johan Wets en Andrea Rea, De lange en moeizame weg naar werk, januari 2015) bleek dat na tien jaar werk maar 37 procent van de asielzoekers en erkende vluchtelingen werk had.

In juli 2016 pakte staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken uit met cijfers van Fedasil. ‘Dames en heren, de cijfers zijn niet goed’, zei hij. Van de mensen die in een Fedasil-centrum verblijven, kwam er toen 54 procent in aanmerking om te werken, maar waren er maar 3,6 procent aan de slag.

Ook de werkloosheids- en leefloonstatistieken geven een indicatie over de gevolgen van asiel en migratie. Zo’n kwart van de werkzoekenden is van allochtone origine. Vorige maand waren ruim 62.000 allochtonen werkzoekend, 3,2 procent meer dan een jaar eerder. Terwijl het totale aantal niet-werkende werkzoekenden in diezelfde periode met 3 procent is afgenomen tot ruim 238.000. (De Standaard, 1 aug.). Er zijn op dit moment afgerond 18.000 vluchtelingen die een leefloon krijgen. Dat is tien procent van alle Belgische leefloontrekkers. Vijf jaar geleden was dat nog maar 5 procent. (De Tijd, 22 okt.)

Buitenland

Ook buitenlandse cijfers temperen het optimisme. Zweden investeert heel veel geld en middelen in het klaarstomen van asielzoekers voor de samenleving en de arbeidsmarkt. Maar ‘daar vallen de resultaten tegen’, zeggen Lens en Marx zelf. De tewerkstellingsgraad blijft relatief laag, ondanks alle inspanningen en ondanks een gezonde arbeidsmarkt.

Volgens het Nederlandse Planbureau (dec. 2015) bleek slechts 35 procent asielzoekers werk te hebben gevonden (een baan van 30 uur of meer), lazen we in Elsevier (dec. 2015). In Duitsland worden vooral op deelstaatniveau veel inspanningen gedaan. In hoeverre dat resultaat afwerpt, ‘valt nog af te wachten’, schreef De Standaard (24 nov.). 

Middenweg 

Hoe je het draait of keert, er stelt zich dus een kwantitatief en een kwalitatief probleem, zelfs als de helft van de asielzoekers werk zou vinden.

Eerst het kwantitatieve. De beschikbaarheid van jobs is niet onbeperkt. In september telde Vlaanderen afgerond 158.000 uitkeringsgerechtigde volledig werkloze werkzoekenden, Wallonië (met de helft van het aantal inwoners) 163.000, Brussel 65.000. Daartegenover staat het veel lager aantal werkaanbiedingen volgens gewest: Vlaanderen 57.000, Wallonië 13.500, Brussel 5.000.

En dan het kwalitatieve probleem. ‘Voor veel werkgevers is taal vaak een struikelpunt’, gaf ook Eef Heylighen van Vluchtelingenwerk Vlaanderen toe. Daar bovenop is er een probleem met de opleidingsgraad, ‘de competenties’ van de nieuwkomers. De vraag naar ongeschoolde arbeid ligt vandaag gewoon lager dan bij eerdere migratiegolven.

Discriminatie

In linkse middens is de analyse van die problemen vaak droevig simpel. De lage tewerkstelling van nieuwkomers zou een gevolg zijn van ‘discriminatie op de arbeidsmarkt’. Die stelling is vaak gebaseerd op incidenten, veel minder op hard statistisch materiaal. De arbeidsmarkt wordt er gezien als een jojo waar beleidsmakers mee zouden kunnen doen wat ze willen. En elke oplossing beperkt zich tot het simplisme van de roep om meer overheidsgeld.

Merkwaardig is dat ook het verhaal van werkgeversorganisaties niet uitblinkt in rationaliteit. Hun voluntaristische verhaal – wir schaffen das – is er een met donkere kantjes. Itinera bij voorbeeld pleit voor ‘meer maatwerk en individuele begeleiding’.

Volgens Marc De Vos (Itinera) moet de overheid maar opdraaien voor loonsubsidies, loonlastenverlagingen, een verlaagd minimumloon of een gesubsidieerd stagecontract, voor ‘een duwtje in de rug van de werkgevers… ‘. Merkwaardig, hoe donkerblauw denkwerk rekent op staatsinterventie, op kosten van de gemeenschap. Moet die overheid dan niet besparen? En wat met de werkloosheidsgraad die er nu al is? Staatssecretaris Francken vindt een voorkeursbeleid ‘niet wenselijk’. (Het Laatste Nieuws, 3 nov.) 

Zelfs Karel Van Eetvelt van Unizo wordt ongeloofwaardig als hij zegt dat er ‘jobs genoeg’ zijn. Mogen we dus wat minder optimistisch zijn, tot het tegendeel bewezen is?…

Zit je meteen fout als je opmerkt dat trop ‘te veel’ is? Niet de asielzoeker is problematisch, wel de te grote stroom van economische vluchtelingen. Die mensen moeten niet hier, maar daar worden geholpen. 

In politiek Europa wordt stilaan duidelijk dat men de negatieve gevolgen van de kom-maar-af-politiek, de niet altijd glorieuze Europese eenmaking, tot de migratie- en asielpolitiek niet altijd goed heeft ingeschat: meer concurrentie aan de sollicitatietafels, druk op de lonen en de werkuren, zware financiële gevolgen voor de hele samenleving, van kinderbijslag tot onderwijs, van onderwijs tot vorming en huisvesting, van ziekteverzekering tot pensioenen. De kiezer houd je maar beter niet voor dom.

Een beetje voortschrijdend inzicht van de linkerzijde, de jongste tijd toch merkbaar in standpunten van rationele denkers aldaar, kan helpen om de asiel- en migratieproblematiek met zin voor nuance en realisme beheersbaar te houden. Met wilde slogans van extremisten van rechts en links rijden we tegen de muur.

Foto: (c) Reporters

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans

[email protected]
[email protected]
[email protected]
[email protected]