Actualiteit

Hendrik Bogaert wil CD&V op Vlaamse koers houden

Na de voorzittersverkiezingen in maart – een formaliteit – gaat CD&V sleutelen aan de ‘inhoudelijke accenten’ van de partij. Dat moet later dit jaar uitmonden in een congres. Een cruciaal moment in de aanloop naar de verkiezingen van 2018 en 2019, waarin het communautaire, het sociaaleconomische en vooral asiel en migratie de topthema’s zullen zijn. Zijn alle CD&V’ers die nu mee het federaal en Vlaams beleid bepalen ‘allemaal ACW’ers in een liberale regering’, zoals Herman Van Rompuy ooit zei? ‘Wij zijn geen linkse partij geworden, maar een partij die in het midden staat’, zei Wouter Beke. Wij praatten hierover met Hendrik Bogaert, die de voorbije weken weer meer van zich liet horen. Zijn standpunten klinken atypisch in de heterogene CD&V. Vlaamsgezind, rationeel denkend over migratie en sociaaleconomisch beleid en een eind verwijderd van de syndicale vleugel van zijn partij, wil Bogaert zijn partij bij de les houden. Een buitenbeentje in een periode waar CD&V naar links lijkt op te schuiven. De slechte peilingen zullen het debat binnen de CD&V alleszins verscherpen.

Hieronder hebben we het met Bogaert over het communautaire. In een tweede stuk – morgen – over migratie en het sociaaleconomische. 

Doorbraak: U bent binnen CD&V een van de weinigen die nog iets zegt over het communautaire?

Hendrik Bogaert:  ‘Ik noem mezelf geen flamingant, wel een overtuigde Vlaming, en een voorstander van zoveel mogelijk autonomie, vooral dan op sociaaleconomisch vlak. Maar ik verschil van mening met Vlaams-nationalisten en met velen in de Vlaamse Beweging over de manier waarop we daar moeten toe komen. Er was en is veel kritiek op de stapsgewijze staatshervormingen, met al hun complexe en verschrikkelijke compromissen. Maar ze waren telkens een stap vooruit. De Vlamingen hebben hun eigen parlement. En Vlaanderen beslist nu zelf over zijn onderwijs, over openbare werken, over stukken van welzijn, enzovoort. De zesde staatshervorming zal nooit de laatste zijn. Dat zeg ik duidelijk, maar dat zegt Wouter Beke ook. Ik wil mét CD&V op de communautaire weg nog een heel eind doorgaan.’

Wat heeft Vlaanderen dan nog te goed?

Meer bevoegdheden inzake gezondheidsbeleid, arbeidsbeleid en fiscale hervormingen/autonomie.’ 

Liggen uw partijgenoten daar nog wakker van? 

‘Ik blijf op spoor van vijf Vlaamse resoluties van 1999, waar toen ongeveer heel politiek Vlaanderen achter stond. Wie nu na de zesde staatshervorming zegt ‘stop, ’t is wel geweest’,  heeft wel iets uit te leggen. We kunnen toch als CD&V bij voorbeeld niet zeggen: gezondheidszorg, daar waren we voor, maar we hebben het bij de Zesde Staathervorming niet binnengehaald, dus… nu zijn we tegen? Hetzelfde geldt voor fiscale autonomie. We waren daar voorstander van, vanuit democratisch oogpunt: het bestuursniveau dat politiek verantwoordelijk is, moet ook belastingen kunnen heffen. Daar moeten we blijven op inzetten.’

Vond je de jongste, zesde staatshervorming een mager beestje?

‘Neen, zeker niet, het was een belangrijke en zinvolle stap vooruit. Er kwam 20 miljard euro meer terecht bij die deelstaten, die nu meer bevoegdheden hebben dan het federale niveau. Als mijn goede collega Hendrik Vuye nu tweet dat de transfers door die staatshervorming worden verhoogd, dan klopt dat niet. Zonder al die ‘verschrikkelijke’ staatshervormingen zouden de transfers veel hoger zijn geweest.’

U wilde ooit de transfers aanpakken via een Herstelfonds voor Wallonië. Daar hebben we vanuit CD&V nochtans weinig over gehoord?

‘Als zelfs de Nationale Bank spreekt over zes miljard euro transfers per Vlaming, dan weet je het toch? Ik herinner me nog hoe Joëlle Milquet in alle staten was toen de NB met dat cijfer uitpakte.  Het gaat grof afgerond over zo’n duizend euro per Vlaming. Dat is dus veel. Te veel. In mijn kleine Jabbeke is de optelsom van duizend euro per inwoner een equivalent van onze totale gemeentebegroting. Daarom lanceerde ik in 2008 het idee van een ‘Herstelfonds voor Wallonië’. Geef Wallonië in één keer het bedrag van zeven jaar transfers en vier miljard extra erbovenop. Zo geraken we er vanaf en bereiken we een sociaaleconomische onafhankelijkheid. Dat was toen mijn redenering. Had men mij toen gevolgd waren we er van af …’

We zijn nu 2016 …

‘Inderdaad, en die transfers lopen door, en ze verminderen niet … Weet je, dat blijft een probleem voor Vlaanderen, maar evenzeer voor Wallonië. De grote werkloosheidskloof, die kunnen ze toch niet eeuwig goedpraten met een verwijzing naar de sluiting van de steenkoolmijnen, meer dan een halve eeuw geleden? …  We moeten van Europa naar een werkzaamheidsgraad van 75 procent. Welnu, Wallonië zit op 55 procent. Die zwakte financieren we dus continu … De continue aderlating krijg je zo niet gestopt.’

Het probleem is aangestipt, hoe lossen we het op? 

‘Er zijn er die geloven dat dit kan met een sterk federaal sociaaleconomisch beleid waardoor de transfers vanzelf zou doen uitdoven. Helaas, dat gaat nooit lukken. Daarom blijf ik ook vandaag nog pleiten voor een hervorming van dit land, voor een “personele unie” met (liefst twee) deelstaten. Ik zal dat probleem blijven aankaarten en het debat blijven voeren, intern in de partij en extern.’ 

De Vlaming zal wel geduld moeten hebben?

‘Onze autonomie is vergelijkbaar met die van Catalonië, ook wat de geldstroom betreft. In de Spaanse context betalen de Catalanen nog iets meer transfers. Ook zij zijn op zoek naar autonomie, met vallen en opstaan. En over het tempo waarop we vooruitgaan kunnen we discussiëren. De Catalanen  kunnen twee miljoen mensen op straat krijgen. En de Vlamingen? Tienduizend misschien. Dat is de situatie. De Wever zegt dat ook.’

Beter stap voor stap vooruit, dan te dromen over een grote sprong?

‘Kijk, de splitsing van BHV, was ook een werk van lange adem. Ik weet het, we  hebben veel, misschien te veel betaald.  En de verfransing konden we hiermee niet stoppen. Dat was geen perfect verhaal, maar ik heb het ook verdedigd, want het betekende een belangrijke afbakening van ons grondgebied. En Wouter Beke heeft er hard voor gevochten. Ik weet dat op een bepaald moment  verschillende Franstalige partijvoorzitters rond hem stonden en zegden: “Ge gaat plooien”. Beke heeft gezegd: “Ik plooi niet …” BHV is nu gesplitst.’

Hoe sterk is de Vlaamsgezinde strekking binnen CD&V?

‘De onderstroom in de partij blijft Vlaamsgezind, al moet daarvoor binnen de partij wel geknokt worden. Bij sp.a  en Open Vld, de partij die liever weer PVV wordt, is daar geen sprake van. Binnen CD&V zijn er strekkingen, zoals die er ook binnen de Vlaamse Beweging zijn.’ (lacht)

Gaat voor de nabije toekomst uw voorkeur uit naar samenwerking met N-VA? 

‘Niet noodzakelijk. Ik was een van de laatste voorstanders van het Vlaams Kartel van CD&V met N-VA, nu niet meer. De N-VA is niet altijd de meest empathische partij. Het kartel is geschiedenis, dat komt niet terug. Voor mij was het keerpunt de “bocht van Bracke” (waarbij zelfs het confederalisme naar de achtergrond verdween en voor N-VA een rechts sociaaleconomisch programma de prioriteit werd – red.). Zo expliciet afstand nemen van de kern van het programma, ik ben daar toen toch van geschrokken. En de uitleg – de PS zal zelf wel vragende partij worden voor een volgende staatshervorming – die is niet geloofwaardig. Wat zien we vandaag? De PS komt helemaal niets vragen.’

Het communautaire debat komt bij de volgende verkiezingen zeker terug. Waar zit het verschil terzake tussen CD&V en N-VA?

‘Er is een groot verschil: men zegt mij – vanuit N-VA-hoek – dat het echte doel van het initiatief van Hendrik Vuye en Veerle Wouters is om met het Vlaams Parlement een motie te stemmen om de onafhankelijkheid van Vlaanderen uit te roepen. De Wever zou er genoeg van hebben. Tja, dat is wel een en ander. Wat gebeurt er dan? Wat zijn daar de nationale en internationale gevolgen van?  Meer vragen dan antwoorden, denk ik … Wij geloven dat vooruitgang kan via verdere hervorming van dit land. Als we daar nog één of twee keer in slagen om een redelijk omvangrijke staatshervorming te bekomen, dan komen we vast uit dichtbij sociaaleconomische onafhankelijkheid voor de deelstaten. En daar is het mij om te doen.’

Ook Hugo Schiltz (Volksunie) zei nochtans dat het Vlaams Parlement uiteindelijk kan beslissen als het dat wil?

‘Dat lijkt met toch te veel een sprong van schip naar kade: heel riskant, want je kunt tussen schip en wal vallen. Ik zou dat N-VA niet aanraden …’    

Wil uw partij zo ver gaan als u? 

‘Wat ik zeg, is behoorlijk mainstream binnen de partij en moet het nog meer worden. CD&V heeft altijd veel Vlaamsgezinden in eigen rangen gehad … Overigens, ik zou passen voor de rol van “ah ja,  er is ook nog Hendrik Bogaert” … Ik zet mij in om mijn ideeën aan bod te laten komen. Een ding staat vast: Wallonië wordt niet beter van het mordicus in stand houden van de Belgische structuur. Het probleem is niet weg. Dus ook het debat komt terug. Dat was bij de vorige staatshervorming niet anders: onder druk van N-VA en grote delen van CD&V kon Di Rupo daar niet onderuit. Zoiets zal nog gebeuren.’

Dit is het eerste deel van een tweeluik, lees zeker ook deel II.

Karl Drabbe

Karl Drabbe is uitgever non-fictie bij Vrijdag en van Doorbraak Boeken. Hij is historicus en wereldreiziger en werkt al sinds 1993 mee aan Doorbraak.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Karl Drabbe?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans