fbpx


Geschiedenis, Politiek

Herinneringen aan de DDR

60 jaar geleden werd de Berlijnse Muur gebouwd



Niet lang voor de Muur werd gebouwd, bezocht ik Berlijn. Van de vier bezettingssectoren was niet zo veel te merken. Maar misschien was dat de verdienste van onze bekwame reisleider. Een jezuïet overigens. De blokkade van West-Berlijn door de Sovjets (1948) was al lang voorbij en ook de volksopstand van 1953. De Koude Oorlog zorgt voor een ogenschijnlijke patstelling, een gewapende vrede en een illusie van stabiliteit. Berlijn sprak me aan, ik wou er snel weer naartoe. Maar dan werd…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Niet lang voor de Muur werd gebouwd, bezocht ik Berlijn. Van de vier bezettingssectoren was niet zo veel te merken. Maar misschien was dat de verdienste van onze bekwame reisleider. Een jezuïet overigens.

De blokkade van West-Berlijn door de Sovjets (1948) was al lang voorbij en ook de volksopstand van 1953. De Koude Oorlog zorgt voor een ogenschijnlijke patstelling, een gewapende vrede en een illusie van stabiliteit. Berlijn sprak me aan, ik wou er snel weer naartoe. Maar dan werd in september 1961 de Berlijnse Muur gebouwd.

De Leipziger Messe

Toerisme uit het Westen was niet meer mogelijk. Althans niet meer in Oost-Berlijn. En dat wilde ik precies zien, dat en de DDR. Het dichtstbijzijnde communistische land waarvan ik bovendien de taal sprak. Onmogelijk. Maar de belangstelling bleef. Het toeval wilde dat vele jaren later mijn bedrijf producten kocht van een firma in Vilvoorde die daarna bleek een verborgen DDR-eigendom te zijn. Dat leverde mij halverwege de jaren 1980 een uitnodiging op voor de Leipziger Messe, de grote handelsbeurs van de DDR. En haar economisch uitstalraam.

Dit was het eerste van een tien- of twaalftal bezoeken aan de DDR. Ik vloog met een Iljoesjin van Interflug, de DDR-luchtvaartmaatschappij. Dat was een oud beestje, dringend aan herstelling toe. Geen business of first class, alles economy. Gelijkheid, weet je wel. Pas daarna vernam ik van de taxichauffeur dat de nomenklatoera, de heersende klasse van partijbonzen, zich met eigen vliegtuigen verplaatste. Zoals ze ook een eigen, perfect afgegrendelde woonwijk had: Wandlitz, 30 km ten noorden van Berlijn. Die kwam zelfs op geen enkele landkaart voor.

Nooit over politiek praten

Dat was mij op het hart gedrukt. Vooral niet als je gesprekspartner er over begint. Pokerface, ander onderwerp. De taxichauffeur die me naar Leipzig bracht, zocht geen gesprek. Hij wilde gehoord worden. Humor genoeg en goede raad: ‘Pas op, achter iedere boom staat een spitzel (luistervink) van de Stasi. Nu ja, dat was zo tot voor kort. Nu hebben ze te weinig bomen’.

Hij vroeg me of ik Oost-marken had. ‘Neen? Dan kan ik wisselen, maar niet te veel. Heb je een briefje van 5 D-mark? Daar geef ik je 30 Oost-mark voor’. Voor méér moest ik gaan wisselen in de buurt van het station, zei hij. ‘Doe dat liefst als het donker is. De koers is tegenwoordig 6 à 7 Oost-mark voor een D-mark’. Ik kreeg vertrouwen in de kerel. ‘Hoe weet je dat ik geen communist uit België ben?’, vroeg ik hem. ‘Natuurlijk ben je dat niet, die nemen geen taxi, die worden met een limousine afgehaald!’ – schaterlach.

Als kleine garnaal had ik geen hotelkamer kunnen boeken. Ik werd ondergebracht bij een zeer oud dametje in zo’n typische Plattenbau, op de negende verdieping. Vriendelijk, voorzichtig vrouwtje dat mijn grootmoeder had kunnen zijn. Ze gaf me mijn tweede les in DDR-conventies. Ik keek naar haar goedgevulde boekenkast. ‘Allemaal goedgekeurd, parteikonform’, grijnsde ze.

Leipzig in scène gezet

Wat ik vooral moest zien in Leipzig, vroeg ik. Het Völkerschlachtdenkmal, zei ze onmiddellijk. In 1813 werd hier wereldgeschiedenis geschreven. Dit kolossale monument herdenkt de overwinning van de legers van Rusland, Pruisen, Oostenrijk en Zweden op Napoleon. ‘Dat is het laatste historische evenement waarover we het allemaal eens zijn’, grinnikte ze weer. Slim vrouwtje. We werden beste maatjes.

Ze vertelde me hoe de stad werd opgepoetst voor de Messe. Op straat en in de winkels waren nu zaken te koop die je anders nooit zag. Bijvoorbeeld sinaasappelen in handkarren op vele straathoeken. ‘Nooit kopen, ze komen uit Cuba en zijn zo droog als stro! Alleen voor de façade bedoeld, om te demonstreren hoe goed we het hier hebben’.

Dat gold niet voor de smakelijke broodjes bij de bakker. ‘Die zijn prima, maar wij mogen er maar één per dag van kopen, strikt voor eigen consumptie’. Ze had er ooit vier gekocht en de bus genomen naar een dorp in de buurt waar haar zus woonde. Net buiten Leipzig hield de Vopo de bus tegen. Iedereen uitstappen, handtassen open. Haar broodjes werden in beslag genomen.

Geen weerzien

Bij het afscheid was ze ontroerd, want ‘we zullen elkaar nooit weerzien’. Hoezo, vroeg ik. ‘De regel is dat je geen twee keer bij dezelfde particulier wordt ingekwartierd. Omdat het risico bestaat dat we dan te eigen zouden worden’. Ik verzekerde haar dat ik de volgende keer in Leipzig zeker zou langskomen. Dat heb ik gedaan, maar ze bleek intussen overleden, 87.

Mijn volgende reizen naar Leipzig waren met de wagen. Altijd enorme file aan de grenspost tussen West- en Oost-Duitsland. Een Oost-Duitse grenswachter liep van auto naar auto voor een eerste vluchtige controle van de reisdocumenten. ‘Waar wil je naartoe?’, werd me gevraagd. Ik declameerde zoals mij door kenners aangeraden: ‘Nach Berlin, Hauptstadt der Deutschen Demokratischen Republik!’. Het lukte, ik mocht uit de file naar een speciale controlepost waar geen wachtende wagens stonden.

Het was dat jaar behoorlijk koud in Leipzig. In een etalage zag ik een mooie wollen sjaal liggen, bovendien voor een zeer aantrekkelijke (Oost-mark) prijs. Toen ik binnen de sjaal in de hand nam, werd ik apart genomen door een andere klant. ‘Koop die sjaal alsjeblief niet’, smeekte de vrouw. ‘Gun die aan ons, ze hebben er waarschijnlijk maar twee of drie…’ Ik droop af.

De drie gratiën

Op de Leipziger Messe werd ik een van die jaren verwelkomd door een hoge ambtenaar van Buitenlandse Handel, ene Achim Ortschig. Ik moest maar eens langskomen in Berlijn, zei hij. Graag gedaan. Zo kon ik eindelijk het Pergamonmuseum bezoeken, het enorme archeologiemuseum in Oost-Berlijn. Ortschig bleek luidens zijn naamkaartje ook volksvertegenwoordiger te zijn en nodigde me ’s avonds uit in het restaurant van de Volkskammer, het Oost-Duitse nep-parlement. Luxe alom. En een live-orkest dat ongegeneerd de elders verboden ‘decadente westerse muziek’ speelde.

Ortschig was ook daar vergezeld van drie vrouwelijke medewerksters die hem overal volgden. Ze waren alle drie ingenieur. Ik profiteerde van de gelegenheid om ze een voor een ten dans te vragen. Dat bood de gelegenheid tot nadere kennismaking zonder dat iemand meeluisterde. De pienterste onder de drie was aanvang dertig. Helga bleek een jonge weduwe met drie kinderen. Bij het overlijden van haar man, die een partijlid was, kreeg ze diens baan aangeboden. Het viel op dat ze formeel beleefd, maar niet hartelijk omging met een collega. Ik vroeg waarom. Ze keek me recht in de ogen: ‘Aus gewissen Gründen’, zei ze. En niets meer. De andere bleek de politiek correcte toezichthouder te zijn.

Dus vroeg ik die collega aan tafel, onder het toeziend/goedkeurend oog van Ortschig, wat ze bijzonder op prijs stelde in de DDR. Na enkele marxistische frasen wees ze me op de gratis crèches en zwembaden en hun  superieur pensioenstelsel (ongeveer zoals ons ambtenarenpensioen). En dat je als vrouw alleen ’s nachts volkomen veilig over Unter den Linden kon lopen, helemaal van het ruiterstandbeeld van Frederik de Grote tot aan de Brandenburger Tor.

Bovendien, verzekerde ze me, kende de DDR geen werkloosheid. Een halve waarheid. Men slorpte de werkloosheid op via allerlei onderbetaalde nep-jobs. In de toiletten van de Leipziger Messe stond een oude man die de hele dag als enige taak had de mensen in het toilet een versleten handdoekje aan te reiken. De ware reden voor dit gedoe was dat werkende mensen veel beter te controleren zijn dan werklozen.

Van Leipzig naar Antwerpen

De plek waar je wezen moest in Leipzig was de Südstern in de Karl-Liebknecht-Straße. Altijd overvol dit bruine café, altijd ambiance. Het werd uitgebaat door een koppel dat wegens politiek niet-correcte activiteiten enkele jaren in de beruchte gevangenis van Bautzen had gezeten. Dat vertelden ze aan iedereen die het horen wilde. Uiteraard zaten er altijd een paar spitzel binnen, maar de uitbaters kenden die.*

Op een dag kwam Ortschig naar Antwerpen op bedrijfsbezoek. Hij had een mannelijk collega bij en zijn drie gratiën. Mee naar het buitenland mogen, was zowat de opperste beloning voor een DDR-werknemer. Er werd wel op gelet dat de partner en/of de jonge kinderen thuisbleven, omwille van het vluchtgevaar. Bij ons aanbeland, wilde Ortschig absoluut eerst de arbeiders zien. Wij waren geen productiebedrijf en hadden dus als arbeiders alleen paksters en magazijniers. Die gaf hij met veel bombarie een voor een de hand: ‘Jullie zijn het bedrijf!’. Ik dacht dat hij snoepjes ging uitdelen.

Het lekkers kwam ’s avonds. Hij nodigde mij uit in La Pérouse, toen het chicste sterrenrestaurant van Antwerpen, op de Flandria 16 aan het Steen. En hij had zijn volledig gezelschap bij. Het begon wel met een incident. In La Pérouse stond op de tafels met buitenlandse gasten altijd een vlaggetje van het land van herkomst. Hier dus een Duitse, maar wel van de Bondsrepubliek. ‘Diese ist nicht unsere Fahne!’ protesteerde de helft van ons gezelschap luidruchtig. In allerijl werd door de ober een DDR-vlaggetje gebracht. ‘Jaaa, schööön!’, was de reactie.

*De Südstern bestaat nog, maar is nu een luxerestaurant.

[ARForms id=103]

Luc Pauwels

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.