fbpx


Geen categorie

Herman Deweerdt: in mijn naam




Mijn bedenkingen, beperkt tot de volgende onderwerpen:

1.      Brussel

2.      De overdracht van bevoegdheden

3.      De financieringswet

4.      Besluit

P.S. Had het beter gekund?


1.    Brussel

·De splitsing van BHV die jarenlang door de Vlaamse beweging geostrategisch zeer belangrijk geacht werd, is als een boemerang teruggekeerd.

a.       De kieskring BHV wordt niet gesplitst

i. In de zes faciliteitengemeenten kan men zonder enige moeite kiezen voor de kandidaten van de kieskring Brussel hoofdstad en omgekeerd zal in de wet vastgelegd worden dat de kandidaten van Brussel hoofdstad ook voorgedragen worden in de zes. Bovendien worden deze zes gemeenten, hoewel verspreid rondom BHG als één kieskanton samengebracht.

ii. De stemmen uitgebracht voor de kamer in de kieskantons Halle-Vilvoorde (Waarom niet Vlaams-Brabant?) komen in aanmerking voor de verdeling van de 4 gecoöpteerde Franstalige senatoren.

iii. De Vlaamse regering behoudt het recht om de burgemeesters in de zes te benoemen, maar verliest het recht om ze niet te benoemen. De juridische beoordeling wordt ook ontrokken aan de Nederlandstalige kamer van de raad van state.

b.      Het gerechtelijk arrondissement BHV wordt niet gesplitst

i.      De naam ‘Gerechtelijk arrondissement Brussel’ blijft behouden.

ii.      De parketten worden gesplitst in Brussel en Halle Vilvoorde (niet Vlaams-Brabant!) maar een 1/3 van de Nederlandstalige magistraten in HV moet tweetalig zijn en er worden bovendien Franstalige magistraten van het parket van Brussel naar HV gedetacheerd, onder het hiërarchisch gezag van de procureur des Konings te Brussel.

iii.      De rechtbanken worden ontdubbeld in een Franstalige en een Nederlandstalige rechtbank die beide voor het geheel van BHV bevoegd zijn. 1/3 van de magistraten in beide rechtbanken zal functioneel (dit wil zeggen minder grondig dan vandaag) tweetalig zijn. 

iv.      De mogelijkheid om van taal te veranderen zal versoepeld worden en deze mogelijkheid zal tot heel het land uitgebreid worden. (Tot de kabeljauwen in de Noordzee Frans spreken.)

                                                            v.      Vlaams-Brabant blijft dus juridisch tot het tweetalig gebied BHV behoren en zal meer dan in het verleden tot tweetaligheid verplicht zijn. (extra faciliteiten)

c.       Leg nu maar eens uit aan een internationale instantie dat de zes faciliteitengemeenten tot Vlaanderen behoren en niet tot Brussel. Leg ook maar eens uit dat Vlaams-Brabant een provincie is zoals Oost-Vlaanderen.

d.      Zoals makkelijk voorspelbaar zullen er in de Kamer geen Vlaamse vertegenwoordigers meer zijn uit Brussel. Leg nu maar eens uit aan een internationale instantie dat een gebied met 1,1 miljoen inwoners en geen enkele Vlaamse volksvertegenwoordiger in de Kamer of in het Europees parlement, tot Vlaanderen behoort.

·                De hoofdstedelijke gemeenschap (= de oude provincie Brabant)

a.       Het paard van Troje. Het meest ingrijpende onderdeel van deze staatshervorming.

b.      Als BHV nu niet kan uitgebreid worden, kunnen we toch al beginnen met overleg over werk, economie, mobiliteit, openbare werken en milieu in de oude provincie Brabant.

c.       Het gewestelijk Expresnet als de snelle verfransingmachine is al in uitvoering en past perfect in de splitsing van BHV.

·                In en rond Brussel is er voor de Vlamingen geen enkel winstpunt. Niet één. Integendeel, er is verlies in politieke vertegenwoordiging, in juridische en territoriale bevoegdheid. Brussel is verloren, de zes faciliteitengemeenten ook, het verlies van Vlaams-Brabant is ingezet en hiermee de verdamping van Vlaanderen. Dit is niet de schuld van de Franstaligen maar van een Vlaamse meerderheid die hiermee heeft ingestemd.

·                Diezelfde Vlaamse meerderheid is van mening dat de bereikte resultaten moeten beloond worden met een correcte financiering van Brussel, zijnde (461 + 125) miljoen extra; waarvan 430 miljoen te betalen door de Vlamingen.

2.    De overdracht van nieuwe bevoegdheden

a.       Een overdracht van bijna 17 miljard is naar de omvang zeer ver van een Copernicaanse omwenteling maar het is wel een stijging van ruim de helft t.o.v. de vandaag bestaande overdracht van financiële middelen.

b.      Naar de aard is het pakket zeer divers en daardoor ook zeer versnipperd in kleine bedragen. Soms worden bevoegdheden homogener maar meestal blijft men halfweg steken.

c.       In de sociale zekerheid worden alleen de kinderbijslagen overgedragen.

d.      Wat het politiek niveau betreft gaan de meeste overdrachten naar de Gewesten of naar niet grondwettelijk bestaande pseudogemeenschappen, zijnde in feite het Vlaams en het Waals Gewest en in Brussel de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie. Hoe dan ook komt dit neer op een relatief aanzienlijke versterking van de Gewesten en dus een verzwakking van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel.

e.       De bestedingsruimte is in principe groot maar soms beperkt door de gebondenheid aan federale wetgeving.

f.       De overdrachten gebeuren in de vorm van dotaties gekoppeld aan de behoeften Met uitzondering van de enveloppe ‘arbeidsmarkt’ en ‘fiscale uitgaven’ is er geen verantwoordelijkheid voor de financiering van de nodige middelen. Het consumptiefederalisme blijft bestaan.

g.      Ook al gebeuren de overdrachten met de remmen op en zijn ze met haken en ogen gebonden aan het federaal niveau, toch is dit het meest positieve onderdeel van deze staatshervorming.

3.    De financieringswet (hervorming van de bestaande wet)

a.       Ondanks de unanieme kritiek in wetenschappelijke en niet-partijpolitieke kringen op de bestaande financieringswet, namelijk: enkel dotaties, zeer ingewikkeld, en niet responsabiliserend, is hieraan nauwelijks tegemoetgekomen en zeker niet in de eerste tien jaar.

b.      De financiering van de Gemeenschappen wordt niet hervormd. Uitgezonderd een paar punten die op termijn voordelig zijn voor het Franstalig onderwijs en nadelig voor het Nederlandstalig onderwijs. Ronduit tergend is de herziening van het Lambertmontakkoord met terugwerkende kracht tot 2010 waardoor het Nederlandstalig onderwijs niet de voordelen zal krijgen in 2010, 2011 en 2012 die in het akkoord voorzien waren.

c.       Voor de financiering van de Gewesten wordt overgeschakeld naar een vorm van fiscale autonomie via opcentiemen op het deel van de personenbelasting dat federaal blijft. Ook al gaat het maar om 10,7 miljard of ongeveer 30 % van de personenbelasting, in principe juichen wij dit toe. Maar…

i.      In de praktijk wordt deze fiscale autonomie aanzienlijk uitgehold door een ‘eeuwig’ durend solidariteitsmechanisme en een compensatiebedrag dat in de eerste tien jaar constant blijft en in de daaropvolgende tien jaar slechts met 10 % per jaar afgebouwd wordt.

ii.      M.a.w. omdat geen enkele deelstaat rijker mag worden krijgt Vlaanderen niet de meeropbrengst die normaal het gevolg zou zijn van zijn fiscale autonomie en omdat geen enkele deelstaat armer mag worden krijgen Wallonië en Brussel de minopbrengst die normaal het gevolg zou zijn van hun fiscale autonomie, vergoed. (Zoals in een wielerkoers die wordt stilgelegd: wie voorop rijdt moet een eind terugkeren en wie een eind achter was wordt met de wagen tot op hetzelfde punt bijgebracht.)

iii.      Het is natuurlijk wel zo dat indien de opbrengst van de personenbelasting in een Gewest stijgt, bijvoorbeeld als gevolg van de gestegen tewerkstelling, dit gewest ongeveer 30 % krijgt van de toegenomen personenbelasting in zijn Gewest. (Omgekeerd in geval van daling van de personenbelasting.)

iv.      Omdat de Gewesten gelijkgeschakeld worden bij de start moet normaal verwacht worden dat de hervormde financieringswet in de toekomst gunstiger zal zijn voor Wallonië en Brussel. Omdat het voor Wallonië en Brussel veel makkelijker moet zijn om hun tewerkstellingsgraad van 58 % met een veel hoger percentage te doen stijgen dan Vlaanderen t.o.v. 68 %. Bovendien zal de groei van de bevolking op actieve leeftijd in Wallonië groter en in Brussel veel groter zijn dan in Vlaanderen.

v.      De nieuwe financieringswet is niet beduidend eenvoudiger dan de oude. De manier waarop de opcentiemen worden toegepast maakt de fiscale wetgeving echter nog aanzienlijk complexer.

vi.      De fiscale autonomie in de betekenis van de bevoegdheid om de personenbelastingen te verhogen of te verlagen is niet groter (of vermoedelijk niet veel), dan in de bestaande financieringswet. Als het niet de bedoeling is het fiscaal autonome deel in de nieuwe financieringswet met meer dan 25 % te verhogen of te verlagen, dan kon dit in de bestaande financieringswet ook. Met de noodzakelijke saneringen en de kosten van de vergrijzing moet men zich echter geen illusies maken.

d.      Veel belangrijker dan de waarschijnlijk gunstige effecten voor Wallonië en Brussel op lange termijn ( enkele honderden miljoenen in 2030) is de zekerheid dat er van bij de start in de financiering van Gewesten en Gemeenschappen, inbegrepen de nieuwe overgedragen bevoegdheden, er een transfer zal zijn van Vlaanderen naar Wallonië, Brussel en de Franstalige Gemeenschap, van 2,1 miljard per jaar. De transfers worden niet afgebouwd. (Door de extra financiering van Brussel komt er nog een transfer van jaarlijks 430 miljoen bovenop.)

4.    Besluit:

a.       De overdracht van bevoegdheden is positief maar verzwakt de Vlaamse Gemeenschap te Brussel.

b.      De financiering van oude en nieuwe bevoegdheden houdt het consumptiefederalisme in stand. De ingevoerde fiscale autonomie is beperkt tot 10,7 miljard en wordt in de eerste tien jaar bijna volledig uitgehold en zal ook na twintig jaar in grote mate uitgehold worden door het blijvend solidariteitsmechanisme. Op middellange en lange termijn is de nieuwe financieringswet waarschijnlijk gunstiger voor Wallonië en Brussel dan voor Vlaanderen.

c.       Zoals in het verleden krijgen de Vlamingen minder financiële middelen dan ze bijdragen. De jaarlijkse transfer van 2,1 miljard blijft bestaan. (Ook de andere transfers van 10 miljard.)

d.      In Brussel, in de zes faciliteiten gemeenten en in de rest van Vlaams-Brabant zijn de resultaten over heel de lijn zeer negatief en een levensgrote bedreiging voor de toekomst van Vlaanderen.

e.       De globale balans is in die mate negatief dat geen staatshervorming veel beter is dan deze.

P.S. Had het beter gekund?

1.      De kiemen van het kwaad zaten al in de compromisnota van B. De Wever. Ze zijn nadien verder gegroeid in de onderhandelingsnota van J. Vande Lanotte, in de basisnota van formateur E. Di Rupo en zijn nu uitgezaaid in het kwaadaardig institutioneel kankerakkoord van de onderhandelende partijen.

2.      De Vlaamse partijen zijn aan de onderhandelingen begonnen met de toezegging om niet te raken aan de solidariteit, om geen enkele deelstaat te laten verarmen of verrijken, en om geld te geven aan Brussel in ruil voor een splitsing van BHV.

3.      De Franstalige partijen zeggen al meer dan vier jaar dat zij geen enkele staatshervorming zullen aanvaarden die ook maar op één punt nadelig zou zijn voor de Franstaligen. Zij hebben woord gehouden en zijn er zelfs in geslaagd om op veel punten te winnen, vooral op die punten die aansluiten op hun strategie.

4.      De Vlaamse koorknapen met nul jaar ministeriële ervaring zijn duidelijk niet opgewassen tegen de bedienaars van de Belgische eredienst met 25 jaar ministeriële ervaring als minister-president, vicepremier en minister van sociale zaken, volksgezondheid en tewerkstelling.

5.      De Vlaamse onderhandelaars hadden de negatieve punten makkelijk kunnen vermijden door eventueel geen akkoord te sluiten.

6.      We willen er echter op wijzen dat het zeer moeilijk en wellicht onmogelijk is om een akkoord te sluiten dat deze staat vergaand in confederale zin zou wijzigen. Want: “In dit land met 150 Kamerleden, waarvan 62 Franstaligen, kunnen 32 Franstaligen alles en eeuwig blokkeren. De Vlamingen zijn met handen en voeten, met hun hoofd en hun portefeuille, gegijzeld achter de grendels van de grondwet. Voeg hier aan toe de pariteiten in de hoogste beslissingsorganen en marteltuigen zoals belangenconflicten. De Vlamingen zijn goed genoeg, maar ook niet meer dan dat, om te werken, hun geld af te geven en te zwijgen. Er is maar één keuze: verder leven als gegijzelden of proberen uit deze gijzeling te ontsnappen. De rest is theater”. (Zoals in meerdere Nieuwsbrieven van het AK-VSZ geschreven staat.)

7.      Er is nog één grote mogelijkheid: de saneringsmaatregelen. Brussel en Wallonië in nog veel grotere mate, zijn er erger aan toe dan Griekenland. Met hun bijdragen aan allerlei belastingen en sociale zekerheidsbijdragen zijn zij al jaren niet in staat om de uitgaven aan hun inwoners te betalen. Zij dragen ook niet één euro bij voor de betaling van de interesten op de overheidsschuld. De oorzaak van de Belgische begrotingstekorten ligt dus in Brussel en in Wallonië. Het overgrote deel van de 22 miljard saneringsmaatregelen moet dus in Wallonië en Brussel gezocht worden. Of zullen de Vlaamse koorknapen weer eens triomfantelijk komen vertellen dat zij een historisch groot begrotingstekort weggesaneerd hebben met het geld van de Vlamingen?

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.