Binnenland, Politiek
dieren
Premium

Hermes Sanctorum: ‘Vroeger werd ik bekeken als een extremist’

Sinds 5 september 2016 zetelt Vlaams Parlementslid Hermes Sanctorum (37) als onafhankelijke in het halfrond. De Vlaams-Brabander wilde voluit gaan voor een verbod op onverdoofd slachten en verliet daarom – zonder de vuile was uit te hangen – zijn partij Groen. Als onafhankelijke komt hij niet meer op bij de verkiezingen. Met tien jaar parlementaire ervaring op de teller beëindigt Sanctorum weldra zijn politieke loopbaan.

Je kan de partijpolitiek dakloze Sanctorum gerust omschrijven als een atypische politicus. De bio-ingenieur heeft een wetenschappelijke stempel – hij doctoreerde in 2009 op dioxines – in plaats van een juridische achtergrond zoals veel andere politici. ‘En ik ben enorm gesteld op autonomie’, vult Sanctorum aan. ‘Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom ik als onafhankelijke ben geëindigd. Tegelijk kan ik met andere politici uitstekend samenwerken.’ Dat Sanctorum politieke feeling heeft, bewees hij met het verbod op onverdoofd slachten. Een wet die er mede dankzij hem is gekomen.

We interviewen Sanctorum ’s avonds in het Vlaams Parlement, in de schaduw van de parlementaire tribune. In de wandelgangen lopen we minister Hilde Crevits (CD&V) tegen het lijf. In de Zuilenzaal springen vooral enkele liberalen in het oog. Francesco Vanderjeugd signeert zijn boek Burgemeester met een beugel, Bart Somers pleegt een telefoontje, Lionel Bajart keuvelt wat rond en Daniëlle Vanwesenbeeck begroet Sanctorum. Tijdens het interview luistert hij halvelings mee naar de plenaire vergadering. Even is hij ertussenuit voor een tussenkomst over de beschutting van dieren. ‘Het lijkt evident dat dieren buiten ergens moeten kunnen schuilen, maar er is wettelijk onvoldoende geregeld’, legt Sanctorum uit. ‘Ik probeer het in een ander decreet te gieten. Iedereen is voor, behalve CD&V. Het probleem is: als CD&V niet akkoord gaat, doet de rest van de meerderheid niet mee. (Het decreet is uiteindelijk gesneuveld omdat CD&V het niet wilde — S.C.) Soms is het heel moeilijk om evidente zaken te beslissen. Dat is een van de lessen die ik hier heb geleerd.’

Doorbraak: Is er een leven voor en na uw vertrek bij Groen?

‘Natuurlijk ben ik alleen meer op mezelf aangewezen. De fractievergaderingen vielen weg. Mijn netwerk is wel intact. Experts wilden nog met me samenwerken. Mijn parlementair instrumentarium is vrijwel ongewijzigd gebleven. Ik heb even veel recht om decreten in te dienen en vragen te stellen. Ik heb ook nog een medewerker. Enkel mijn aantal te stellen vragen in de plenaire is nu beperkt tot zes — het gemiddelde aantal vragen per parlementslid. Jammer, want in de Kamer hebben Hendrik Vuye en Veerle Wouters onbeperkt het recht om de premier te ondervragen.’

Nekschot

Door uw vertrek bij Groen genoot u wel meer bekendheid. Had dat een impact?

‘Mijn passage omtrent het onverdoofd slachten heeft heel veel media-aandacht gekregen. Mensen spreken me er nog over aan. Toch is het voor mij moeilijker geworden om op tv te komen. De VRT respecteert namelijk de partijpolitieke verhoudingen. Zo ben ik als onafhankelijke niet meer uitgenodigd voor De zevende dag. Als Groen-lid was ik wel geregeld welkom.’

Is uw vertrek vergelijkbaar met dat van Hendrik Vuye en Veerle Wouters bij N-VA?

‘We maakten allebei een pijnlijke breuk vanwege een principiële kwestie. Ik heb indertijd met Hendrik ook gebeld. Mijn exit heeft zeker de zijne beïnvloed. Het grote verschil is dat bij hen de breuk veel pijnlijker is geweest. Ik heb nog een goede relatie met mensen van Groen. Bovendien is de afstand tussen andere partijen kleiner geworden. Ik was niet meer de typische opposant.’

‘Bij de breuk tussen Hendrik en Veerle enerzijds en N-VA anderzijds was het woordgebruik heel hard. “Ik had veel vroeger het nekschot moeten geven”, zei Bart De Wever eens voor de camera’s. Zulke woorden blijven natuurlijk hangen. Hun afkeer zit diepgeworteld. Bij mij niet. Hun voordeel is wel dat ze als luis in de pels N-VA gemakkelijker pijn konden doen en meer media-aandacht konden krijgen. In mijn nieuwe rol is dat moeilijker gebleken.’

Is uw vertrek de moeite waard geweest?

‘(duidelijk) Ja. Het verbod op onverdoofd slachten is gestemd. Andere mensen hebben zeker hun bijdrage geleverd, maar ikzelf heb er onmiskenbaar een belangrijke rol in gespeeld. Moest het verbod er niet gekomen zijn, zou het natuurlijk wrang smaken. Dan had ik al die risico’s genomen voor niets.’

Kreeg u na uw vertrek voldoende steun? ‘Wat een verspilling van engagement’, schreef Bart Eeckhout in De Morgen. Zonder partij zou u geïsoleerd en verzwakt staan.

‘Geen enkele journalist had er een goed woord over. De grote kloof tussen opiniemakers en belangrijke journalisten en wat de bevolking ervan denkt heb ik aan den lijve ondervonden. Ik heb geen enkele negatieve reactie gekregen. Op Facebook kreeg ik zelfs een stortvloed van felicitaties voor mijn principiële en consequentie houding.’

Hoe reageerden de Groen-leden?

‘Heel duidelijk waren er mensen die begrip toonden. Zeker wie me kende vond mijn keuze oprecht. Natuurlijk voelden sommigen zich ook gekwetst. Ik begrijp zeker dat wie voor mij als lijsttrekker campagne voerde ontgoocheld kon zijn. Toch heeft niemand me gezegd: “Ik vind het verschrikkelijk wat je hebt gedaan”. Sommige leden van Groen zeiden in de media dat ze merkten dat ik dat dossier niet kon loslaten in de aanloop naar mijn vertrek. In die zin verbaasde het hen niet.’

Zochten sommigen ook naar andere redenen voor uw vertrek?

‘Ja, vooral journalisten. Ze zochten van alles. Men kon niet geloven dat het een oprechte beslissing was in plaats van eigenbelang.’

Het was zeker geen gemakkelijke keuze. Had u mensen geraadpleegd?

‘Nee, enkel mijn vriendin. Het was alleszins heel ingrijpend, want ik wist niet wat de impact zou worden. Ik nam een berekend risico om het onverdoofd slachten te verbieden, maar het had geen garantie op succes. Gelukkig is het goed uitgedraaid.’

Witte ridder

In de media ging het na uw vertrek vooral over uw persoonlijke beslissing in plaats van het standpunt van Groen over onverdoofd slachten. Miste u toen die invalshoek?

‘Nee. Ik werd ook gevraagd naar wat er dan precies leefde bij Groen, maar ik ben er niet op ingegaan. Ik vond het niet fair om enkel Groen te viseren. Alle politieke partijen hadden boter op het hoofd. De bezorgdheid over reacties onder moslims of joden, was er bij alle ideologische strekkingen.’

Zijn er niet meer principiële mensen bij Groen?

‘Toch wel hoor. Ik ben niet de witte ridder binnen de groene beweging.’

Bij Groen is er in tegenstelling tot andere partijen meer eensgezindheid.

‘Daar zijn ook flanken. De meningsverschillen zullen zeker toenemen naarmate de partij groeit. Ik denk dat Groen een principiële partij is omdat ze mijn principiële beslissing uit begrip heeft aanvaardt.’

Waarom zijn dierenrechten zo belangrijk voor u?

‘Ik weet zelf niet zo goed waar dat medeleven met dieren precies vandaan komt. Het is er wel altijd geweest. Als kind werd ik al geraakt door leed en dierenleed. Ik herinner me nog een gênante situatie. Op mijn tiende gingen we met de klas naar de bioscoop. We zagen een film over Columbus. Het was een heel harde film, met mensen op de brandstapel. Ik barstte in tranen uit en mijn klasgenoten moesten er enorm mee lachen. De begeleidende leerkracht verplichtte me trouwens om te blijven zitten en kijken. Het leed in de film raakte me, meer dan anderen. Daar heeft mijn bezorgdheid om dieren ook mee te maken, het leed van anderen voelen. Laat ons eerlijk zijn: dieren zijn de groep waarbij het meeste leed gebeurt. Om daar iets aan te doen ben ik in de politiek gestapt.’

Het is opvallend hoe fel de gevoeligheid voor dierenleed is toegenomen.

‘Ja, er is een paradigmashift gebeurd. In 2012 stelde Ann Brusseel van Open Vld een actuele vraag in de plenaire over hondenmishandeling en enkele parlementsleden begonnen toen te blaffen. Dat is ondenkbaar nu. In de Commissie voor Landbouw heb ik de voorbije jaren ook heel wat vragen gesteld over de vleesproductie. Vroeger werd ik met argusogen bekeken als een extremist. Geënerveerde reacties als “moeten we dan gras eten?” vielen regelmatig, hoewel ik altijd een redelijk discours breng in het parlement. Pas sinds enkele jaren word ik er aanzien als iemand die op vlak van dierenwelzijn een maatschappelijk gedragen standpunt vertegenwoordigt.’

Sinds deze legislatuur is Dierenwelzijn een regionale bevoegdheid. Hoe beoordeelt u minister Ben Weyts (N-VA)?

De regionalisering heeft in het algemeen echt een positieve dynamiek gebracht. Ik vreesde aanvankelijk voor meer versplintering, maar mede dankzij de toegenomen gevoeligheid drijven de bevoegde ministers elkaar vooruit. Wat Ben Weyts betreft: bij aanslepende dossiers heeft hij knopen doorgehakt. Dat is zeker zijn verdienste. Je mag gerust zeggen dat hij een goede minister is geweest. Toch is in de wet enkele zinnen aanpassen voor een verbod op pelsdierhouderij en dwangvoederen,nog relatief gemakkelijk. Het structureel dierenleed in de grootschalige dierenproductie aanpakken is een ander paar mouwen. Op dat vlak is er weinig tot niets veranderd. Dat wordt de volgende stap.’

Is de vleesindustrie zoals de tabaksindustrie?

‘Het is een scherpe vergelijking. Greenpeace is hiervoor na reclame met Maya de Bij eens hard over aangepakt geweest. Tegelijk zit in de vernieuwde voedingsdriehoek bewerkt vlees in dezelfde categorie als snoep. (fors) Ik ben de grootste tegenstander van Vlam (Het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing — S.C.). Ze bestaat al 81 jaar en ik heb de indruk dat de mentaliteit daar nog niet is gewijzigd ten opzichte van 1938. Ze willen zoveel mogelijk produceren, vlees laten consumeren – of dat nu gezond en duurzaam is of niet – in het binnenland en de overschot exporteren naar het buitenland. Dat model is onhoudbaar. Daarom geven ze brochures uit voor kinderen om ze aan te zetten tot vlees eten. De titel van die brochure luidde “Vlees, van in de wei tot op je bord”, terwijl 95 procent van de geslachte dieren nooit in zijn leven een wei heeft gezien. De overheid doet zo aan commerciële promotie tegen het algemene belang in. Die mentaliteit moet de komende jaren echt veranderen.’

Hoe ver moeten we gaan in dierenrechten?

‘We moeten een basisrecht voor dieren in de grondwet formuleren. Anders is fundamentele vooruitgang hierin onmogelijk. In mijn boek Eigen soort eerst noem ik het: een bloeiend leven zonder leed. Dit is een theoretische basis zonder absolute invulling. Dat laatste hoeft niet, want mensenrechten zijn ook niet absoluut gedefinieerd. Je kan volgens dat principe zelfs nog dieren doden, op voorwaarde dat ze een goed leven hebben gehad en pijnloos worden gedood. Er moet alleszins een vertrekpunt zijn, waardoor dieren op zijn minst een draaglijk leven verdienen. Dat draaglijke leven is vandaag onbestaand voor veruit het merendeel van de dieren in Vlaanderen. Als we aan dieren denken, denken we gemakkelijk aan onze hond of kat of vogels in de tuin. Maar hun aantallen verdwijnen in het niets in vergelijking met dieren die onzichtbaar en in slechte omstandigheden worden gehouden om ons te voeden.’

Koeienmelk

Wat vindt u van de Partij voor de Dieren (PVDD) in Nederland?

‘Ik ben er positief over. Ze dragen wel een donkergroen breed ideologisch verhaal uit. Dat is een strategische keuze, maar zo sluit je rechtse mensen die bekommerd zijn om dierenwelzijn uit.’

PVDD-voorzitster Marianne Thieme zei laatst in Knack dat mensen die oog hebben voor dierenrechten ook gaan voor een geweldloze samenleving. Klopt dat?

‘Dat klopt wetenschappelijk gezien. Ook Kant stelde dat je dieren best aanvaardbaar behandelt, want wie dieren mishandelt, kan ook mensen mishandelen.’

Zijn jullie ook ‘softer’?

(vraagt zich af) ‘Zijn wij softer? Ik heb al veel mensen ontmoet die met dieren begaan zijn en over het algemeen zijn het wel gevoelige mensen. Het is ook een overwegend vrouwelijk publiek, merk ik bij lezingen. De term “soft” heeft een negatieve ondertoon, terwijl gevoelige mensen zich niet moeten schamen voor hun kwetsbaarheid.’

Thieme had in Knack ook kritiek op groene partijen omdat ze het te weinig over de rol van voedsel in de klimaatopwarming hebben.

‘Die kritiek snijdt hout. Dat is natuurlijk ook een strategische keuze. Kijk naar wat ik over Vlam zeg: weinigen durven dat zo scherp stellen.’

Volgens Thieme hoeven we ook geen koeien meer te melken en is haver- of kokosmelk gezonder.

Ik pleit niet voor een stop van melkproductie van vandaag of morgen. Ik geloof wel in een omschakeling naar slachtvrij kweekvlees. Voor melk geldt dat ook. Je biedt nog steeds hetzelfde product aan en er komt geen enkel dierenleed aan te pas. De vleesvraag zal blijven bestaan en neemt zelfs toe. Ik ben zelf vegetariër, maar ik geloof niet dat iedereen veganist zal worden. Daarom moet er een alternatieve methode komen om vlees te produceren. Die staat nu in de steigers.’

Hoe kijkt u naar het klimaatthema?

‘Ik volg het heel nauw op. Ik ben overigens bij Groen lang woordvoerder geweest voor klimaat en bij groene bewegingen ben ik nog altijd een referentiepersoon. Het is opvallend hoe plots het thema heel fel aanwezig is. Nog niet zo lang geleden stonden we bijna alleen bij druilerige acties voor het klimaat. Toen vroeg ik mij af: wanneer komt de grote massa eens op straat? Nu is dat punt bereikt. In het parlement wordt er over die jongeren soms minzaam gedaan, maar ze krijgen wereldwijd bijval, onder meer van Emmanuel Macron en Hillary Clinton. Politici vitten over het spijbelen op donderdag, maar ze mogen ook eens naar het bredere maatschappelijke plaatje kijken. Er wordt soms te negatief gedaan.’

En de oplossingen tegen de klimaatopwarming? Uiteindelijk gaat het ons allemaal geld kosten.

‘Het is een moeilijk verhaal. Aan de ene kant lijkt het alsof je moet snijden in jezelf om die negatieve toekomst te vermijden. Aan de andere kant, wat ik altijd benadruk: los van het klimaat bieden de oplossingen ook andere voordelen. Eenvoudig gezegd: rijden we minder met de wagen, dan hebben we ook geen files meer. Meer hernieuwbare energie betekent ook minder luchtvervuiling. En het tewerkstellingspotentieel in de groene economie is vele malen groter dan in een economie gebaseerd op fossiele brandstoffen. Er zijn altijd bijkomende voordelen. Het is dus een veel breder positief verhaal dan enkel het klimaat.’

Criticaster

Iets anders. Hoe kijkt u terug op uw politieke carrière?

‘Genuanceerd. Het merendeel van je werk haalt niets uit. Dat is frustrerend. Ik kan me alleszins optrekken aan het werk dat ik wel heb kunnen realiseren. Soms is dat onzichtbaar. Door een vraag op het juiste moment te stellen kan een kabinet toch in beweging geraken om een beslissing te nemen. Al valt er ook veel op een koude steen. Gelukkig is het verbod op het onverdoofd slachten er wel gekomen.’

U begon nogal straf. Op uw negentiende werd u in 2001 al schepen in Overijse. Hoe ging u dat af?

‘Dat was een heel mooie tijd. Als schepen neem je effectief beslissingen. Ik had toen onder andere de bevoegdheid mobiliteit. Een verkeersvisie op lokaal niveau was toen heel nieuw. Ik testte zaken uit. Dat zorgde voor hevige voor- en tegenstanders. Ik heb er enorm veel uit geleerd en kon het bovendien combineren met mijn doctoraat.’

Hoe werd u precies schepen?

‘Heel eenvoudig: tegen alle verwachtingen in was ik net verkozen. Er waren toen 27 zetels in de gemeenteraad met twee blokken: enerzijds Franstaligen en de toenmalige CVP. Zij hadden dertien zetels. Anderzijds waren er de liberalen en de nieuwe beweging tegen de oud-CVP-burgemeester, zij hadden ook dertien verkozenen. Allebei trokken ze aan mijn arm. Ik had al op voorhand gesteld — uw lezers zullen het graag horen –­ dat ik niet met de Franstaligen zou samenwerken. Mijn keuze was dus snel gemaakt. En ik kon mijn voorwaarden stellen. Een van die voorwaarden was een schepenmandaat van zes jaar.’

Onze lezers denken bij de naam Sanctorum vooral aan uw vader Johan. Leest u zijn columns op Doorbraak soms?

‘Ik leest niet standaard al zijn teksten. Ik ken natuurlijk wel zijn denkpatroon. Hij is een volleerd criticaster. Hij zal alles bekritiseren. Als het Vlaams Belang ooit aan de macht komt, zal hij de eerste zijn om er in vitriool over te schrijven.’

Hadden jullie vroeger discussies?

‘Er is thuis altijd wel debat geweest. Dat was goed voor mijn verbale ontwikkeling. Toch kan ik niet zeggen dat we veel over politiek discussieerden. Wat ons bindt is de opera. Dat is ons favoriete onderwerp. We gaan soms samen naar de opera en bespreken uitvoeringen.’

Opvallend: uw grootvader is ook een van de laatste nog levende oostfronters.

‘Mijn grootvader is naar het oostfront getrokken vanuit een heel flamingante gevoeligheid. Dat kwam voort uit zijn vader, die een oorlogsheld was tijdens Wereldoorlog I. Hij was een van de Vlamingen die geconfronteerd werd met Franstalige officieren in een Franstalig systeem. Mijn overgrootvader heeft veel last gehad van het feit dat zijn zoon oostfronter was. Hij is zelfs in zijn plaats naar de gevangenis gegaan. In mijn familiegeschiedenis zit er een diep familieleed. Onbewust heeft me dat zeker gevormd.’

‘Sale Flamand’

Hebt u sympathie voor de Vlaamse zaak?

‘Ja, absoluut. Nochtans heeft mijn grootvader zich nooit gewaagd aan propaganda voor de Vlaamse zaak tegenover mij. Mijn vader ook niet. Ik heb mijn vader overigens nooit gezien als een flamingant. Wel is hij een antibelgicist.’

‘Ik ben in Overijse opgegroeid en liep school in het atheneum van Etterbeek. Dat laatste heeft zeker sporen nagelaten. Daar was ik de “sale Flamand”. Er zat een grote Franstalige arrogante groep jongeren in die school. Ze hadden het op mij gemunt. Ik verweerde me wel, maar dat werd niet geapprecieerd. Op school is mijn grote gevoeligheid voor de Nederlandse taal zeker gegroeid. Ik vond het absurd dat ik me als Nederlandstalige in een Nederlandstalige school moest verantwoorden. Idem in Overijse: het is totaal absurd als je daar naar de apotheek gaat en ze begrijpen je niet of je krijgt zelfs nog een denigrerende blik.’

Vormt dat ook staatsvormelijk uw ideeën?

‘Minder. Ik krijg het niet warm van een onafhankelijk Vlaanderen, maar ook niet van België. Ik sta neutraal tegenover structuren. Overigens vind ik dat de zaken die het Vlaams Parlement wel als bevoegdheid heeft ook behoorlijk vierkant kunnen draaien. (lacht) Soms lijkt het hier op een Belgische staat. Maar ik leef wel mee met de Catalaanse strijd voor autonomie. Als politici voor die strijd in de gevangenis terechtkomen, dan word ik daar heel boos over. Ik ben ook fundamenteel tegen het koningshuis. Hoe zelfverklaarde democraten dat instituut durven verdedigen, dat gaat er bij mij niet in. Toen ik tien jaar geleden bij mijn aantreden als volksvertegenwoordiger dat ook duidelijk maakte in interviews, kreeg ik natuurlijk veel bijval van Jan Peumans.’

Wat brengt het leven na de politiek?

‘Ik heb een consultancybedrijf opgericht rond dierenwelzijn en technologie. Om deontologische redenen start ik pas op 1 juni. Er is zeker interesse, ook internationaal. Het gaat beter dan ik had durven hopen, maar het bevindt zich nog in een prille fase.’

U had geen zin meer in een derde termijn bij een andere partij?

‘Ik heb er over nagedacht. Ik kreeg enkele aanbiedingen maar finaal weigerde ik steeds. Zonder mensen te veroordelen: ik zou me niet goed voelen als overloper. Ik zou ook gepast hebben om nog eens vijf jaar oppositie te voeren. In een meerderheidssituatie, als je het verschil kan maken, kan je de negatieve zaken er bij nemen. (denkt na) Ik ben nog jong, misschien keer ik ooit terug naar de politiek.’

Uw vader hoopte in zijn column over uw vertrek dat u met andere dissidenten zoals Luckas Vander Talen, met wie u een goede band hebt, een nieuwe Vlaams-groen-sociale beweging in de steigers zou zetten. Komt dat er nog aan?

‘(lacht) Neen. Zo zie je maar dat wij weinig praten met elkaar over politiek.’

 

Sinds 5 september 2016 zetelt Vlaams Parlementslid Hermes Sanctorum (37) als onafhankelijke in het halfrond. De Vlaams-Brabander wilde voluit gaan voor een verbod op onverdoofd slachten en verliet daarom – zonder de vuile was uit te hangen – zijn partij Groen. Als onafhankelijke komt hij niet meer op bij de verkiezingen. Met tien jaar parlementaire ervaring op de teller beëindigt Sanctorum weldra zijn politieke loopbaan. Je kan de partijpolitiek dakloze Sanctorum gerust omschrijven als een atypische politicus. De bio-ingenieur heeft…

Premium Artikel

Dit artikel is een premium-artikel dat alleen leesbaar is voor Doorbraak-lezers die ingelogd zijn op doorbraak.be. Registreren is gratis en geeft toegang tot alle premium artikels. Het is mogelijk dat u al de nieuwsbrief ontvangt of dat u al een steuner bent bij Doorbraak, maar dat u nog geen inlogaccount (met wachtwoord) heeft aangemaakt. Als u via sociale media inlogt of hieronder een nieuwe account aanmaakt, dan wordt die account automatisch aangemaakt en aan uw nieuwsbrief gekoppeld.


Al geregistreerd bij Doorbraak of bij een sociaal netwerk? Log dan hieronder in op Doorbraak.be



Geen inlogaccount of wachtwoord vergeten?

Met het onderstaande formulier maakt u een account of kan u uw wachtwoord herzetten.


Sander Carollo

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Sander Carollo?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans