Structureel onhervormbaar

Reeds bij de opmaak van het regeerakkoord worden de beleidsproblemen gerelativeerd en de verkiezingsoplossingen genuanceerd. Tijdens dit proces spat elk droombeeld uiteen tegen het organigram van de onderliggende structuren. De droom wordt herleid tot een wens en eindigt na de legislatuur als een utopie.

De nieuwe Vivaldicoalitie staat voor een hele hoop uitdagingen die allen op hetzelfde neerkomen: hervormingen. Op zich is het voor deze regering niet anders dan voor zowat alle voorgaanden. Meer dan in andere westerse landen kampt België met structurele onvolmaaktheden die een efficiënt georganiseerde samenleving in de weg staan.

Vivaldi zal het er in 2024 niet veel beter noch slechter vanaf hebben gebracht dan paarsgeel zou hebben klaargespeeld. Zelfs een ideologisch coherente Zweedse regering lukte niet in het opzet om België sociaaleconomisch te moderniseren.

Verkiezingshoop

Belgen, ook Vlamingen, stoten zich elke zoveel jaar opnieuw aan dezelfde kale steen. Gecoördineerd door de partijmarketeers, gefaciliteerd door de media en bekrachtigd door de achterban verloopt elke verkiezingsperiode als een natte droom. De problemen zijn gekend. De oplossingen zijn simpel. De weg ernaartoe vergt het geduld van amper een legislatuur. De inspanning is eerder aangenaam dan zwaar en het resultaat zal ontladend zijn.

Tegenwerkende staatsstructuren, fraudegevoelige sociale zekerheid, rigide arbeidsmarkt, inconsequente fiscaliteit en chaotische ruimtelijke ordening zijn maar enkele van de werven die volgens elk verkiezingsprogramma van elke partij zullen worden gerenoveerd tot een duurzaam en efficiënt werkend orgaan.

Beleidsrealiteit

Bij elke volgende verkiezing blijkt de natte droom steevast een wensdroom te zijn geweest. Oprechte mannen moeten eerlijk bekennen dat het niet fijn is wanneer een natte droom ook daadwerkelijk uitkomt, maar in dromenland is dan ook niets wat het lijkt. In de echte wereld zijn dromen hoop en hopen we dat dromen werkelijkheid worden.

Reeds bij de opmaak van het regeerakkoord worden de beleidsproblemen gerelativeerd en de verkiezingsoplossingen genuanceerd. Tijdens dit proces spat elk droombeeld uiteen tegen het organigram van de onderliggende structuren. De droom wordt herleid tot een wens en eindigt na de legislatuur als een utopie.

Toch zal het volk zich, dommer dan de gemiddelde ezel, elke keer opnieuw laten verleiden tot het enthousiast meezoeken naar een originele naam voor de nieuwe kleurencombinatie. Brood en spelen.

Modelstaat

België is allesbehalve een modelstaat. Voor weinig andere naties een gidsland, denk ik. Een modelstaat heeft nood aan iets wat bij ons quasi onmogelijk is geworden: een model.

Zweden, Nederland en Zwitserland zijn erg verschillende landen met telkens een ander sociaaleconomisch model. Zweden zet volop in op welzijn. Kwalitatieve overheidsdiensten creëren er een draagvlak voor de noodzakelijke hoge belastingen. Nederland streeft naar modernisme en heeft daarvoor een efficiënt economisch weefsel nodig. Een perfecte infrastructuur rechtvaardigt de hoge verwachtingen in arbeidsflexibiliteit. Zwitserland is eerder gericht op authenticiteit en bewerkstelligt dat met een beleid van exclusiviteit. Een dure markt is wat de Zwitser daarvoor over heeft.

Die modellen liggen niet vast en zijn democratisch afhankelijk. Het belangrijkste is dat men alle beleidsinstrumenten ijkt op het gekozen model. Enkel zo ontstaat er een consequent beleid en kan een staatsmodel duurzaam bestaan.

Modeldemocratie

Om tot een modelstaat te komen, heb je een modeldemocratie nodig. Aangezien een open deur intrappen niet veel energie vergt: het democratische model van België is dat niet.

Als niet élke burger kan stemmen voor (of tegen) élk samenlevingsmodel, gepresenteerd door élke afzonderlijke politieke partij, treedt er een democratisch deficit op. De optelsom van twee aparte democratische uitslagen resulteert dan misschien wel in een democratisch breukgetal, maar alvast niet in een uitkomst met draagvlak.

De post-verkiezingscoalitie van twee democratieën verplicht de verkozen partijen tot het verenigen van staatsmodellen die onverenigbaar zijn. Wat overblijft is het status quo. Elk model wordt een beetje opgenomen en een beetje tenietgedaan in een regeerakkoord dat enkel het akkoord bezegelt om samen te regeren.

Onverkozen subregering

In een eerder stuk besprak ik reeds de structurele greep van de verzuiling op de democratie. Doorheen de jaren van de Belgische geschiedenis hebben de traditionele politieke formaties hun macht verankerd via een bijzonder omvangrijk middenveld. Om deze vehikels duurzaam te politiseren, kent men hun structurele financiering en zelfs beleidsmacht toe.

Vooraleer men het regeerakkoord tekent, moet dit afkooksel van de verenigde partijmodellen met de teletijdmachine naar de negentiende-eeuwse overlegtafels van de middenveldorganisaties. Elke efficiëntiewinst in de samenleving betekent bijna automatisch machtsverlies voor de zuilen. Met een zoveelste degradatie van de verkiezingsuitslag tot gevolg. Wat ze zelf nog niet mocht meeonderhandelen tijdens de opmaak van het akkoord, dwingt het middenveld tijdens de beleidsperiode af met de uitoefening van haar verworven macht.

Geven en nemen

Om een coherent beleidsmodel consequent uit te voeren, moet elk beleidsinstrument in de geest van het model worden ingezet. In Zweden bijvoorbeeld betekent dit dat de overheid over veel middelen moet beschikken om het welzijn van haar burgers te optimaliseren. Maar tegelijk vergt dit een efficiënte dienstverlening van de overheid, zodat ze haar belofte kan waarmaken. Ook impliceert dit een strenge controle op sociale fraude en een hoge werkgelegenheid.

Zo’n samenlevingsmodel kan een progressieve, liberale of conservatieve insteek hebben. De hele opzet om een model om te zetten in beleid vereist zowel linkse als rechtse maatregelen. Het is steeds een kwestie van geven en nemen. Een verantwoordelijke overheid baseert welk samenlevingsmodel dan ook op het fundament van rechten en plichten.

Sinterklaaspolitiek

De Belgische staatsstructuur dwingt politieke partijen tot het smeden van brede coalities. Partijen met uiteenlopende ideologische achtergronden en een verzuilde achterban komen niet tot wervelende politiek-maatschappelijke projecten. Om zich binnen die smakeloze beleidsmix toch nog te onderscheiden, gebruikt elke partij haar beleidsbudget om zoveel mogelijk uit te delen. Daarentegen gebruiken ze hun veto om alles wat hun kiezers niet lusten te weren.

Na elke legislatuur heeft de burger, het middenveld of het bedrijfsleven weer enkele structurele voordelen verworven.

Het afnemen van die verworvenheden is in het Belgische beleidskader gelijk aan politieke zelfkastijding. Nochtans is het exact dát wat moet gebeuren. Om een efficiënt werkend model duurzaam uit te bouwen, moet de basis gerenoveerd, zeg maar gerust heropgebouwd, worden.

Voor onze kinderen

Een al te makkelijk tegenargument dat ik alvast counter, is dat we het in België of Vlaanderen toch zo slecht niet hebben. Armoede is wat hoger dan het Europees gemiddelde, maar is relatief laag in vergelijking met Zuid- of Oost-Europese landen. De algemene welvaart en het welzijn lijken stabiele factoren binnen onze samenleving.

Schijnbaar klopt dat beeld, omdat onze overheden de structurele tekorten opvangen met geleend geld. De schuldenlast zal op een gegeven moment elke investering, hoe noodzakelijk ook, hypothekeren. Eens de investeringen stilvallen, stokt de economische motor en verdwijnen de belastinginkomsten. Zonder deze inkomstenstroom kan de overheid de schuldeisers niet vereffenen en droogt ook deze welvaartsfinanciering stilletjes op.

Welvaartsvernietiging is een gestaag en vrij abstract proces. Een economische crisis, zoals op ons afkomt, kan en zal dit proces versnellen.
Onze kinderen of kleinkinderen zullen op alle rangschikkingslijstjes weer vele plaatsen lager staan. Ook op die van ‘gelukkigste landen’.

John Croughs :Londerzelenaar, vader van twee, projectontwikkelaar en vooral erg begaan met alles wat de samenleving vorm geeft.