fbpx


Politiek, Vlaamse Beweging

Het democratische tekort van Wallonië

Vlaamse en Waalse democratie (3)


Wallonië

Om ons goed te realiseren wat de woorden van professor Perin over de ‘ongeneeslijke’ gehechtheid van de Walen aan de ideologie van de Franse Revolutie precies betekenen, moeten we het onvoorstelbaar wrede karakter van de jakobijnse politiek onder ogen durven zien. En Vlamingen moeten deze Waalse mentaliteit in hun achterhoofd houden. Een voorloper van de Franse Revolutie was abbé Étienne-Gabriel Morelly (1717-1778). In zijn Code de la nature, ou le véritable esprit de ses lois  (1755) bepleit hij als eerste…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Om ons goed te realiseren wat de woorden van professor Perin over de ‘ongeneeslijke’ gehechtheid van de Walen aan de ideologie van de Franse Revolutie precies betekenen, moeten we het onvoorstelbaar wrede karakter van de jakobijnse politiek onder ogen durven zien. En Vlamingen moeten deze Waalse mentaliteit in hun achterhoofd houden.

Een voorloper van de Franse Revolutie was abbé Étienne-Gabriel Morelly (1717-1778). In zijn Code de la nature, ou le véritable esprit de ses lois  (1755) bepleit hij als eerste de oprichting van concentratiekampen, niet voor misdadigers van gemeen recht of zo, maar voor andersdenkenden. In de Sovjet-Unie werden onder meer scholen naar hem genoemd.

Twee dagen voor de triomfantelijke intocht van de Franse revolutionaire troepen in Luik (28 november 1792) verklaart de volksvertegenwoordiger Jacques-Pierre Brissot in de Franse Convention Nationale (het revolutionaire parlement): ‘Wij kunnen pas gerust zijn als heel Europa in vuur en vlam staat’. En dan bedenken dat Brissot een girondijn was, een gematigde aanhanger van de revolutie. Maar er was erger. En het allerergste kwam uit Luik.

Hoe democratisch is genocide?

De beroepsmilitair Pierre-Antoine markies d’Antonelle (1747-1817) is een van de eerste echte ideologen van de Franse Revolutie. Hij formuleert er de principes van in zijn Catéchisme du Tiers-État, uitgegeven in 1788, precies een jaar voor de revolutie losbarst. Eén van de grondbeginselen van de nieuwe samenleving, stelt Antonelle, is een ‘approximatieve gelijkheid van bezittingen’ en daarvoor moet men zonder aarzelen ‘een derde van de bevolking uitroeien’. Antonelle leidt het proces tegen de koningin, Marie-Antoinette, en krijgt haar onder de guillotine. Ook de terdoodveroordeling van de girondijnen, een meer gematigde en federalistische strekking onder de revolutionairen, is zijn werk. Niet voor niets was Antonelle de president van de Club der Jakobijnen, de meest fanatieke fractie.

Voor Jeanbon Saint-André (1749-1813), een protestantse dominee die zich als volksvertegenwoordiger bij de jakobijnen aansluit, is Antonelle nog veel te gematigd: niet een derde, maar de helft van de Franse bevolking moet worden omgebracht. Nog verder gaat de advocaat Armand Guffroy (1742-1801), ijverig lid van het Comité de Sûreté générale, een soort voorafbeelding van de Gestapo. Hij wil koning Lodewijk XVI op het schavot ‘voor het geluk van het volk’.

Als uitgever van het vulgaire scheldblad Le Rougyff  (anagram van zijn naam) spoort hij onophoudelijk aan tot geweldpleging. Bekend om zijn vele schulden maakt hij misbruik van zijn functie om zijn lastigste schuldeisers te laten onthoofden. Een detail voor Guffroy, want hij bepleit een algehele ‘zuivering’, waardoor er in Frankrijk maar vijf miljoen inwoners zouden overblijven. Frankrijk telde toen 28 miljoen inwoners. Guffroy wil er daarvan 82% uitmoorden. Alleen de ‘democraten’ mogen overleven…

Een Luikenaar spant de kroon

Alleen de Luikenaar Jean-Nicolas Bassenge (1758-1811) overtreft de jakobijnse waanzin van Guffroy. Parijs benoemt hem tot revolutionair commissaris van het Ourthedepartement, de nieuwe naam van het Luikerland. We hebben hem al aangehaald. Hij vindt dat ‘als het moet zeven achtsten van de mensen mogen omkomen om de mensheid te zuiveren en de triomf van de vrijheid te verzekeren.’ Guffroy was bij een uitroeiing van 82% gebleven, Bassenge wil desnoods 87,5% laten sterven.

Tot onze verbazing vonden we in Luik een ‘rue Bassenge’. We belden naar de stad Luik en vroegen naar wie of wat die ‘Bassenge’ verwijst. Een ambtenaar vertelde ons vlotjes dat het hier over de gemeente Bassenge gaat, in 1963 overgeheveld van de provincie Limburg naar de provincie Luik, in ruil voor Voeren. Bassenge heette toen Bitsingen. Larie en apekool! De straat is wel degelijk genoemd naar de genocide-bepleiter Jean-Nicolas Bassenge. En ze draagt deze naam al een eeuw langer dan men ons wil doen geloven, namelijk sinds 1863. Voordien was dit de ‘rue Madame’. Perin had gelijk, on-ge-nees-lijk.

De minoriseringsangst van een minderheid

Naast de gehechtheid aan de ideologie van de Franse Revolutie kenmerkt de Waalse politieke mentaliteit zich door twee andere demonen: minoriseringsangst en imperialisme.

Een andere bekende Waal, Léo Collard (1902-1981), wappert stevig met de Waalse minoriseringsangst. Deze langjarige voorzitter van de Belgische socialisten (1959-1971) pleit voor een in de grondwet ingeschreven waarborg. In een gesprek met Étienne-Charles Dayez (1922-1916), toen directeur informatie van de RTB, veroorlooft hij zich deze mooie lapalissade: ‘Je crois qu’il n’y a pas moyen de faire autrement que de reviser la Constitution, car si on applique la Constitution telle quelle, automatiquement, la minorité est minorisée.

Als Vlamingen moeten we daarmee rekening houden, maar zeker niet in meegaan. In De Morgen  lazen wij enkele jaren gelden dit fatale zinnetje, uit de pen van een Vlaamsvoelende hoogleraar nog wel: ‘Wallonië permanent minoriseren binnen de Belgische constructie is vanuit ethisch en democratisch oogpunt onaanvaardbaar’. Hoezo? Als je niet langer meerderheid en minderheid onderscheidt, heeft een democratie geen zin meer. Natuurlijk moet een minderheid in haar rechten worden gerespecteerd, maar dat is een ander verhaal.

Het Belgische probleem is precies dat Wallonië, structureel in de minderheid, al sinds 1830 politiek boven zijn stand leeft en zich de facto gedraagt als een meerderheid. Dat is pas ‘vanuit ethisch en democratisch oogpunt onaanvaardbaar’. Zolang wij, Vlamingen, de Walen politiek niet minoriseren, dat wil zeggen tot hun democratisch ware proportie terugbrengen, zullen we de klos zijn.

Valoriseer de Vlaamse meerderheid

Natuurlijk, we hebben onszelf de das omgedaan door in 1970 die grendelgrondwet te aanvaarden. De eerste stap naar het doorbreken hiervan is een psychologische: wij, Vlamingen, moeten ons ontdoen van de dwanggedachte dat de pariteit tussen Nederlandstaligen en Franstaligen ethisch en democratisch aanvaardbaar zou zijn.

Het rechtmatige gebruik van de Vlaamse demografische meerderheid is regelmatig vooropgesteld door Vlaamse politici met strategisch inzicht. Zo tijdens het interbellum door Frans van Cauwelaert (1880-1961), Vlaamsbewuste sleutelfiguur van de katholieke partij, later van de CVP, en medeoprichter van De Standaard. Na 1945 verdedigde onder meer Lode Claes, ooit Volksunie-senator, deze visie met verve. Hij zette die helder uiteen in zijn boeken De afwezige meerderheid  (1985) en De afwendbare nederlaag  (1986).

Tegenoffensief tegen het Waalse imperialisme

In het Waalse onderbewustzijn, besmet door het jakobijnse virus, is een primair imperialisme, een ‘pakken wat je kan krijgen’, diep geworteld. De hele Belgische geschiedenis staat er bol van. De hele taalstrijd is niets anders dan het Vlaamse verweer daartegen. Twee territoriale veroveringen, formeel van België, maar eigenlijk van Wallonië, blijven nog altijd onderbelicht en worden zelden ter discussie gesteld, alhoewel ze democratisch en volkenrechtelijk hoegenaamd niet aanvaardbaar zijn.

Sinds de vroege middeleeuwen – en ook na het ontstaan van België in 1830 – vormde Luxemburg, dus het huidige Groothertogdom én de Belgische provincie met die naam, één geheel. België wilde Luxemburg volledig annexeren. Nederland en vooral de Luxemburgers zelf verzetten zich daartegen. Uiteindelijk dwong Groot-Brittanië iedereen in 1839 de tweedeling van Luxemburg te aanvaarden.

Zo wordt de westelijke helft van Luxemburg een Belgische, Waalse provincie. De Belgische geschiedenisboekjes noemen dit de ‘teruggave’ van het oostelijk deel; de Luxemburgse geschiedenis spreekt, volkomen correct, van het verlies van het westelijke deel van het land. De opdeling van Luxemburg verliep min of meer volgens de taalgrens tussen Waals (Frans) en Luxemburgs (Duits), maar België sleepte ook het Luxemburgstalige Aarlen en omgeving (Areler Land) binnen.

Ach, een referendum

Dat alles gebeurde zonder enige vorm van volksraadpleging, op een conferentie van de grote mogendheden in Londen. Luxemburg had zich altijd goed gevoeld binnen het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden. De Franse bezetting had het nooit aanvaard. Het was de enige streek buiten Vlaanderen waar het tot gewapend verzet tegen de Franse bezetter kwam. De zogenaamde Klöppelkrieg was een kleine evenknie van onze Boerenkrijg.

Is dat nog wel relevant, zullen sommigen opperen. Zeker, want de Luxemburgse aard is niet veranderd. De Luxemburgse spreuk Mir wëlle bleiwe wat mir sinn  (Wij willen blijven wat we zijn) geldt nog altijd, ook in ‘Belgisch’ Luxemburg. De laatste opiniepeiling in de provincie Luxemburg die ik me kan herinneren hield men eind van de jaren 1970. Toen vroeg men de ‘Belgische’ Luxemburgers waar ze wilden bij horen als België uiteen zou vallen: een onafhankelijk Wallonië, Frankrijk of het Groothertogdom. Veruit de grootste groep wilde de hereniging met het Groothertogdom. Vlaamse politici die strategisch denken, mogen dit niet vergeten.

Het schandaal van de ‘Oostkantons’

In 1920 worden Eupen, Malmedy en Sankt-Vith in het raam van het Verdrag van Versailles afgescheiden van het Duitse Rijk en aan België gegeven. België moet wel nog een referendum organiseren waarin de bewoners zich mochten uitspreken over de wenselijkheid van een aansluiting. Dat gebeurt op een schandelijke, ondemocratische manier: ‘neen’ stemmen kon alleen door je naar het gemeentehuis te begeven en je daar met naam en adres in een openbare lijst te laten noteren. Amper 271 van de 33.700 stemgerechtigden deden dat. Daarvan worden er 150 uitgewezen, met beslag op al hun goederen.

Tot Hoge Commissaris voor wat men vanaf toen de ‘Oostkantons’ noemt, wordt de Belgische generaal Herman Baltia (1863-1938) aangesteld. Hij is de zoon van een Luxemburgse vader en Duitse moeder. Premier Delacroix gaf hem volgende aanbeveling mee: ‘Zorg ervoor dat alles goed gaat en niet te veel kost. U zal zoals de gouverneur van een kolonie zijn, die rechtstreeks contact met het moederland onderhoudt’. In de jaren 1920 werd voor deze kantons ook de naam ‘Nieuw-België’ gebruikt. In 1925 worden ze volledig in het Belgisch staatsverband opgenomen, als onderdeel van de veilige provincie Luik. Baltia krijgt als beloning een baronnentitel. Voor de Duitse taal wordt een ‘uitdovingsscenario’ opgezet, dat uiteindelijk mislukt.

Op 18 januari 2019 ging koning Filip naar Eupen om de 100ste verjaardag van de aanhechting van de ‘Oostkantons’ bij België op te luisteren, naar verluidt zonder schaamrood op de wangen. En de Vlamingen zwegen, zoals gewoonlijk.

Luc Pauwels

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.