Cultuur, Literatuur
Paralipomena
Paralipomena

Het geslacht van de engelen

Dagboekaantekeningen (9)
En hij of een zij, of nog iets anders?

Zondag
Over een week wordt de klok teruggezet: gehoorzaam daalt dan al om een uur of vier de schemering over Brede, als twee handen die een verschrikt vogeltje vangen. Om vijf uur is het aardedonker. Er zijn hier geen lantarens. Na een onbewolkte dag maken mensen met hond en zaklamp een avondwandeling onder de Melkweg.

Maandag (enkele dagen in Brussel en omgeving)
Opgewekt peutert de tandarts in mijn bek. Ze is charmant, efficiënt en babbelziek – al babbelend legt ze mij het zwijgen op. Ik spoel. Vlij me weer achterover in de stoel en staar in het vervelende lamplicht. Zou het een bakerpraatje zijn dat zo’n behandeling erotiserend werkt? De steriele lucht en de geluiden – het geborrel, geboor, gebabbel – wekken bij mij een tijdelijke weerzin tegen alles wat lichamelijk is.

Later bezoek ik mijn schrijvende vriend, die niet ver van mijn tandarts woont. Een aangenaam bezoek, maar hij bekent dat hij mijn uitnodiging om een paar dagen in Engeland door te brengen moet afslaan met het oog op de voortgang van zijn nieuwe boek. Dat verbaast me: ik grijp iedere uitvlucht om niet te hoeven schrijven dankbaar aan. Ik ga er maar niet nader op in, het is een aangroeisel van zijn excentriciteit – ik heb de hele mens lief en negeer dus de onvolkomenheden die het geheel helpen vormen.

Dinsdag
‘Speurders stonden voor een raadsel als Els Van Doren (37) op 18 november 2006 in Opglabbeek te pletter stortte na een sprong uit een vliegtuig,’ lees ik in de krant die in het café op me ligt te wachten. De arme Els sprong op die fatale dag dus geregeld uit haar vliegtuig en telkens weer stonden die speurders voor een raadsel: ‘als’ impliceert namelijk een herhaling. Bedoeld is ‘toen’.

Ik vloekte als ik een taalfout las. Ik vloekte toen ik een taalfout las.
U moet niet zo vloeken, meester.

Later
In Gent wordt mijn nieuwe boek gepresenteerd in het Poëziecentrum. Niets dan lof voor al die aardige mensen daar, die ook nog eens een tamelijk bijzondere digitale tentoonstelling over mijn leven en werk hebben samengesteld (terug te vinden onder het trefwoord Paukeslag).

Het meisje van de promotie blijkt na afloop al mijn presentexemplaren te hebben verkocht, wat het welslagen van de avond treffend symboliseert. Zingen en creperen heet mijn boek, nieuwsgierige lezer: het is mijn dagboek uit de periode 2014-2017. Lees het of lees het niet, u zult er in beide gevallen spijt van hebben.

Woensdag (weer in Brussel)
Van Auden heb ik geleerd dat een gedicht misschien wel de beste manier is om over deze raadselachtige wereld en onszelf na te denken.

If equal affection cannot be,
Let the more loving one be me.

Neemt u deze regels ter harte, eet ze op, slik ze door, verzwelg ze: ze zijn een paardenmiddel tegen de grootste kwaal van onze tijd, het narcisme. En ook sparen ze een relatietherapeut uit.

Donderdag
Ik heb het niet graag over de islam, want voor je het weet verandert je tekst in het geraas van instortend Avondland. Maar ik las iets opmerkelijks in een artikel over zes juristen, onder wie vijf van de Gentse universiteit, die hebben geoordeeld dat het programma van het Vlaams Belang in strijd is met de mensenrechten.

Kan zijn. Ik heb geen zin het programma van die partij te bestuderen en van Camus heb ik geleerd dat je met een beetje pech ter dood veroordeeld kunt worden omdat je niet gehuild hebt toen je moeder begraven werd – juristen zijn alleen maar humaan als de cultuur waarin ze opereren dat is, en dan nog vormen ze vaak een bespotting van die cultuur.

In elk geval trof mij de uitspraak van een van hen, een zekere Desmet, die in antwoord op de vraag wat de meest flagrante mensenrechtenschending met betrekking tot de islam was, het volgende verklaarde: ‘De uitbouw van een terugkeerbeleid voor moslims die willen leven volgens de islamitische voorschriften en niet bereid zijn zich aan te passen aan onze Vlaams-Europese publieke cultuur. Dat is een manifeste schending van de godsdienstvrijheid, namelijk het recht om je godsdienst te beoefenen door het naleven van voorschriften.’

Het ochtendlijke café zweeg ontsteld. De lampen zoemden. De ober liet zijn dienblad los, dat boven mijn tafeltje bleef zweven.

Vrijdag (weer thuis)
Leve de moslims, maar dan wel de moslims die de onverdraagzame trekken van hun godsdienst verwerpen, verlichte moslims, broeders en zusters van verlichte christenen.

Aldus luidde het commentaar van mijn verlichte islamitische vriend A., die in Amsterdam filosofie heeft gestudeerd: ‘Wat een boerenpummel direct begrijpt is voor een Gentse academicus te ingewikkeld, omdat die – geheel volgens de beschrijving van Schopenhauer – heeft afgeleerd te denken op basis van zijn eigen waarneming en enkel abstracta begrijpt, “mensenrechten” en “verdrag” en “premisse”. Je niet willen aanpassen als een mensenrecht afschilderen! Die man begrijpt niet hoe beledigend dat is voor een beetje ontwikkelde moslim.’

Er staat een olifant in de kamer en je discussieert over het verblijfsrecht van de olifant in plaats van het gevaar voor het serviesgoed. Is dat niet in de traditie van de debatten over het geslacht van de engelen terwijl de kanonskogels van sultan Mehmet de muren van Byzantium verbrijzelden?

Zachtjes beiert de kerkklok aan de overkant.

Zaterdag
Het geslacht van de engelen…

Een of andere Hanne, een zogenaamd ‘topmodel’, wordt geïnterviewd in het krantje. Hanne is ‘intersekse’, wat wil zeggen dat ze lichamelijke kenmerken van beide geslachten bezit, een hermafrodiet dus, maar blijkbaar kent zij noch haar interviewer dat woord.

Veel modieus gelul over vloeibare genders, maar wel pleit Hanne tegen geslachtsveranderende operaties, zeker uitgevoerd op kinderen, wat me voor haar inneemt. Hanne ziet er onmiskenbaar vrouwelijk uit en verdient daar schatten mee, ondanks haar platitude ‘dat het irrelevant is hoe iemand eruitziet’. Daarnaast is ze heteroseksueel gehuwd met een man.

Niettemin verlangt de vrouwelijke Hanne dat de journalist haar aanduidt met ‘hen’ (voor ‘zij’) en ‘hun’ (voor ‘haar’) en de journalist doet dat gedwee, al maakt hij er grapjes over.

Dat geknoei met persoonlijke voornaamwoorden is uitgedokterd aan Angelsaksische universiteiten, in het kader van wetenschappen die niets met wetenschap te maken hebben en zo soft zijn als kinderijs. Hun faculteiten zijn ideologische speeltuinen voor intellectueel onvolwassenen, die narcistische larie uitventen en erin geslaagd zijn menige journalist en politicus wijs te maken dat gender zo vloeibaar is als gesmolten ijs.

Alweer zondag (de monotonie van de dagen verveelt me)
Vanwaar toch dat bizarre exhibitionisme van Hanne en zoveel anderen?

Ikzelf neuk uit naastenliefde af en toe mijn buurvrouw van drieënnegentig, die zich anders door haar hondje moet laten klaarlikken. Maar waarom zou ik u daarmee vervelen?

De klok is trouwens teruggezet. Haar radertjes pruttelden tegen. Over het Avondland legt God zijn handen. Wild klopt het hart van het continent.

Maandag
De rode dubbbeldekker naar Hastings stopt voor ons huis. Ach, dierbaar vehikel, dat helemaal uit mijn kindertijd komt aangereden! Wij bezaten geen auto: gezeten op het bovenste dek reden mijn zus en ik iedere zomer langs honderden mijlen liguster, meidoorn, beuk, en keken naar de groene heuvels daarachter, waar kinderen uit onze favoriete boeken benijdenswaardige avonturen beleefden.

Vandaag stopt de bus niet. Op zijn voorhoofd staat te lezen: Sorry, I’m out of service! Een antropomorfe bus met een ik-vorm. Zou het een mannetje of een vrouwtje zijn? Hen is in elk geval nog altijd zo rood als vijftig jaar geleden. Maar hen ergert mij als hen mij toespreekt als een kleuter. De moderne Brit is op een dieet van suikerwater gezet. Hij zou nooit meer van Hitler winnen. ‘De meest flagrante mensenrechtenschending,’ zegt de bus buiten dienst, ‘is de uitbouw van een terugkeerbeleid voor nazi’s die willen leven volgens de nazistische voorschriften en niet bereid zijn zich aan te passen aan onze Britse publieke cultuur.’

Er is veel om je over te verbazen.

Dinsdag
Ik zag een foto waarop een lid van de Iraanse Revolutionaire Garde in ganzenpas zijn rechterbeen dusdanig strekte, dat de zool van zijn laars geheel zichtbaar was: op die zool stond de vlag van Israël afgebeeld.

Deze mededeling zou uw antiperistaltiek moeten wekken, o lezer, maar wie weet heet u Charles Ducal of Siegfried Verbeke en collaboreert u met het kwaad.

Donderdag
Meer om ons over te verbazen.

Op de hygiënische doekjes van het merk Always stond het biologische teken voor vrouw afgebeeld, u weet wel, het lijkt op een handspiegel. Dat teken is verwijderd op de nieuwe verpakkingen; het was namelijk beledigend voor vrouwen die weliswaar menstrueerden maar zich identificeerden als man.

Mijn zus liet me dit weten. Mijn zus heeft jarenlang vanwege een hartkwaal een elektrisch karretje moeten gebruiken. Mijn zus was jarenlang diep gekwetst door alle reclames waarop hardlopende mensen waren afgebeeld.

Wat zegt u?
Nee, geintje, anders was ze mijn zus niet.

Vrijdag
Het individu staat boven de gemeenschap. Hen snijde dus gerust hun pik van hun individualiteit af. Hen construere gerust een pik uit hun clitoris. De transmens – dat is de postmoderne mens, dat is de boven herkomst en geschiedenis uitstijgende nieuwe mens. Hen wordt verteerd door verlangen naar zichzelf en de goden veranderen hun in een bloem.

Lezer! Bedenk dat uw pik, uw kut, iets symboliseert dat in geen stad ter wereld beter wordt uitgedrukt dan in Antwerpen: ‘k Em m’n aige nie gemokt.

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Benno Barnard?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans