Buitenland
Vrije Tribune
Vrije Tribune

Het Goede Vrijdagakkoord zal de vrede in Noord-Ierland versterken

Terzelfdertijd tikt de klok om in Noord-Ierland een nieuwe regering te vormen. Wat is de echte rol die de DUP-loyalisten in Londen, Belfast en Aughnacloy spelen?

Op 23 juni 2016, stemde een kleine meerderheid van de Britse kiezers ervoor om de Europese Unie te verlaten. In Noord-Ierland en Schotland zegevierden echter voorstanders van een Europese toekomst. In het Noord-Ierse grensplaatsje Aughnacloy stemde een ruime meerderheid tegen een Brexit.  Toch noemt meer dan 50% van de inwoners ervan zich protestant en zou je verwachten dat ze vóór een Brexit zouden gekozen hebben.  Maar de ‘Troubles’ die – in een niet zo ver verleden – voor heel wat ellende en bloedvergieten tussen pro-Ierse republikeinen en pro-Britse unionisten gezorgd hebben, liggen nog vers in het geheugen. Vanuit een oprechte angst voor een nieuwe harde grens met versperringen, wachttorens en militairen werd gekozen voor een verderzetting van het EU-lidmaatschap.

Bijna exact een jaar later is die angst allerminst verdwenen. Het was bovendien een bijzonder turbulent jaar voor de Ieren uit het noorden. De balansregering van Sinn Fein en de DUP struikelde over een reeks van schandalen die de Noord-Ierse instellingen onderdompelden in de ergste crisis sinds de ondertekening van het Goede Vrijdagakkoord in 1998. Bij de vervroegde parlementsverkiezingen op 2 maart speelden unionisten voor het eerst in bijna 100 jaar hun democratische meerderheid kwijt. Het Vredesakkoord dwingt echter de grootste partij van elke bevolkingsgroep tot samenwerken. Sinn Fein en DUP startten opnieuw regeringsonderhandelingen die tot op vandaag geen succes kennen.  De deadline voor een nieuwe Noord-Ierse regering ligt op 29 juni, de kansen op een positieve uitkomst zijn eerder klein. Wat daarna volgt is koffiedik kijken. Prominenten van de DUP opperden de mogelijkheid van een politieke interventie vanuit Londen. Maar dat zou pas echt het vuur aan de lont kunnen steken.

DUP zijn geen doetjes

Bij de verkiezingen in juni behaalden unionistische partijen voor de tweede keer in enkele maanden tijd geen democratische meerderheid in Noord-Ierland. Een overgroot deel van die unionistische stemmen ging echter naar de DUP, waardoor die plots groot genoeg werd om de verzwakte Tory-regering vanuit de oppositie te steunen. De leiders en militanten van de DUP worden door verschillende Europese media bestempeld als ‘protestantse fundamentalisten’. Maar eigenlijk is het nog erger! De partij werd in de jaren ’70 van vorige eeuw, in volle ‘Troubles-tijden’, in het leven geroepen door etnische nationalisten verbonden aan de Free Presbyterian Church of Ulster. Een kerkgemeenschap die zichzelf omschrijft als fundamentalistisch. De mix van religieus fanatisme en ongezouten racisme ten aanzien van de Ieren werd aangewend om een sterke vuist te maken tegen Ierse republikeinen.  In de beginjaren als revolverhelden van paramilitaire organisaties en bezielers van uiterst gewelddadige oranjemarsen. Nadien, toen het militaire uniform werd ingeruild voor het driedelig grijs van staatslieden, ging de DUP vanuit het Noord-Ierse Parlement en regering verder met polarisatie. De DUP keurde het Goede Vrijdagakkoord nooit goed en is in principe voorstander van een nieuwe grens tussen het noorden van Ierland en de Ierse Republiek. Uit louter economische redenen wordt nu een bocht richting vrijhandel en flexibele grensovergangen gemaakt. Bovendien rekent het op Londen om het protestantse karakter van Ulster te versterken. Nu er door DUP-aanhangers in de protestantse volksbuurten van Derry en Belfast luidop gedroomd wordt van nieuwe Oranjemarsen, is de ongerustheid op het Ierse eiland gerechtvaardigd. Nee, met de Democratic Unionist Party in haar kielzog is Theresa May zeker niet milder of vrolijker geworden.

Het Goede Vrijdagakkoord als basis

De DUP mag dan wel het evangelie als inspiratiebron beschouwen, voor Ieren die écht vrede willen vormt het Goede Vrijdagakkoord de enige duurzame basis. Uit het vredesakkoord van 1998 ontstonden instellingen en structuren om vrede te scheppen en te bestendigen. Daarnaast werden garanties en engagementen van alle betrokken partijen bekomen. Het fragiele akkoord kan enkel standhouden wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan. Het de facto installeren van een fysieke grens of het niet erkennen van deze institutionele organen is in strijd met gemaakte afspraken en legt een bom onder het akkoord.  Om die harde grens te vermijden zijn er volgens mij twee mogelijkheden: het noorden van Ierland krijgt een eigen statuut binnen de EU, of het wordt opnieuw integraal deel van een herenigd Ierland. Destijds speelden de Europese Unie en de V.S. een cruciale rol in de vredesonderhandelingen. De logistieke, diplomatieke en financiële ondersteuning vanuit Brussel was toen essentieel. Aan de start van de Brexit-onderhandelingen is het besef van het belang van het Goede Vrijdagakkoord bij Europese leiders erg groot. Het is nu opnieuw aan Europa om die steun aan het Vredesakkoord en solidariteit met de Ierse burgers te waarborgen.

 

De auteur is Europees Parlementslid voor de N-VA.


Foto: (c) Reporters

Mark Demesmaeker

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Mark Demesmaeker?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans