fbpx


Commentaar, Filosofie

Het is de beste der tijden, het is de slechtste der tijden

Mijmering uit een coronadagboek


Mensen beginnen warempel weer te lezen. Volgens De Standaard verkocht De pest van Albert Camus in de eerste weken van dit jaar 600 exemplaren per week. Toen het coronavirus bekend werd piekte de verkoop naar 1.700 boeken. In de Italiaanse bestsellerlijsten klom de roman in een paar dagen tijd van de 71ste naar de derde plaats. Het valt telkens weer op hoe literatuur de beste graadmeter is voor wat zich voltrekt in een samenleving.

De tijd van lachen is voorbij.

Dat zegt vooral veel over hoe mensen krampachtig houvast zoeken in onzekere tijden. Een andere zekerheid in onzekere tijden is hysterie. ‘Shame and eternal shame, nothing but shame!’, schreef William Shakespeare in The life of King Henry the fifth. En dit heeft niet alleen betrekking op de coronacoalitie, maar bovenal op de mensen die moedwillig inciviek gedrag vertonen en die supermarkten en apotheken plunderen. Het is collectieve irrationaliteit. Je ontneemt letterlijk levensmiddelen aan mensen die ze wel nodig hebben, en daar is geen enkele reden toe. In Aalst moesten ze de parking van een Colruyt afsluiten omwille van uitbrekende rellen. De collectieve losbandigheid kreeg vorm in de asociale lockdownfeestjes van vrijdag – oh, ironie – de 13e, waarbij Sodom en Gomorra het schaamrood op de wangen kregen.

De tijd van lachen is voorbij. ‘Uiteraard kan je proberen je ogen te sluiten en het bestaan te ontkennen, maar feiten hebben een verschrikkelijke kracht, die uiteindelijk altijd alles overwint’, stelt Camus in De pest. Social distancing maakt nu deel uit van onze omgangsvormen.

Collectieve verarming

Van de weeromstuit gaan mensen bij het woord ‘lockdown’ uren aanschuiven aan een kassa terwijl de man achter je staat te hijgen in je nek. Ziekenhuizen melden dat er zelfs materiaal wordt gestolen uit de voorraadkamers en minister van Volksgezondheid Maggie De Block zit met haar eigen ‘Kucam-affaire’.

Momenteel doet de zorgsector het uitstekend, maar doemdenkers verwachten dat we in april de capaciteit van de ziekenhuizen zullen overschrijden. Dan komen we op het punt dat artsen moeten kiezen wie ze behandelen en wie niet. Dat ze God moeten spelen over leven en dood.

De solidariteit is groter dan in 2008. De rollen zijn dan ook omgedraaid. In 2008 sleurde de financiële markt de economie de afgrond in. Nu is het andersom. Het perpetuum mobile van nieuwsbulletins doet de burger dan ook beseffen dat we aan collectieve verarming lijden. Iedere seconde, iedere minuut, ieder uur worden producten niet gemaakt of diensten niet geleverd. Potentiële productiviteit die we nooit meer kunnen inhalen.

Whatever it takes and more

‘Bijna al onze ellende komt voort uit het feit dat wij niet rustig in onze kamer kunnen blijven’, schreef Pascal. En zowaar, Maggie De Block kent haar klassiekers en vertaalde Pascal naar de vox populi met haar ‘blijf in uw kot! Ik méén het hé!’ ‘Het punt is niet dat we het somber inzien, het punt is dat we maatregelen moeten nemen. We hoeven niet te weten of de maatregelen streng zijn, maar of ze noodzakelijk zijn,’ zegt Rieux in De pest.

De peripeteia was de avond van de persconferentie op 12 maart. Duidelijkheid scheppen is het belangrijkste dat een regering in crisistijden moet doen. En Vlaanderen en Wallonië geraakten er – naar goede gewoonte – niet uit. Iedereen is bevoegd, niemand is verantwoordelijk. De journalisten keken uren naar lege stoeltjes. De spanning was om te snijden. Vanaf dat moment was corona een zaak van ons allemaal. Het persoonlijk gevoel van een scheiding werd het gevoel van heel het volk in deze periode van ballingschap. We kennen allemaal mensen die ziek zijn, we zien het publieke leven stilvallen, we voelen het.

We zijn onze gewoonten.

Ondanks de urgentie kost het de stadsgenoten moeite om te begrijpen wat ons overkomt.  Er zijn collectieve gevoelens van eenzaamheid en angst, maar men verliest nooit zijn persoonlijke besognes uit het oog. Nog niet iedereen heeft het virus geaccepteerd. De meesten blijken vooral gevoelig voor het verstoren van hun gewoontes. De grootste angst, is de ‘fear of missing out’. De ziekte verbreekt de traditionele dagindeling waardoor individuen tot eenzaamheid worden veroordeeld. Dat werkt ontwrichtend.

Zoek nieuwe gewoonten. Nieuwe rituelen. Nieuwe routines. We zijn onze gewoonten. Rituelen zijn onze wortels. Er zijn getuigenissen van mensen die naar een begrafenis gaan waar je de nabestaanden geen hand kan schudden of eens kunt vastpakken. Geen moment van innigheid. Net op een ogenblik dat we daar het meest nood aan hebben. De waarden van gewoonten en tradities zijn niet abstract, maar concreet. Mensen vallen in een zwart gat, ze spreken over verveling.

Nil nove sub sole

Herman De Dijn beschrijft het als volgt: ‘Het alledaags leven staat maar in tegenstelling tot de echte realiteit wanneer het gedrapeerd wordt tot een tijd die als louter middel tot iets anders wordt opgevat. Het gewone leven verliest dan alle belang, wordt verloren tijd, terwijl de vrije tijd zo intens mogelijk moet beleefd moet worden, met als gevolg dat er niks meer kan gebeuren.’ De confrontatie met deze tegenstelling raakt sommigen hard in deze dagen. Mensen zijn in lichaam geïncarneerde betekenissen. Als zodanig zijn zij opgenomen in een orde van altijd al bestaande, overgeleverde betekenissen, onvermijdelijk ingebed in de realiteit.

Wat we nodig hebben is collectieve veerkracht. Daarvoor kunnen we terecht bij onze voorouders en hoe zij de Zwarte Dood aanpakten. ‘De mensen bleven hardnekkig verder werken, met een als het ware therapeutische onverstoorbaarheid. De raderen van de Vlaamse samenleving stokten niet, ze bleven draaien. Onze voorouders pikten de draad op waar anderen die hadden laten vallen. Ze ploegden voort. Ze stonden weer op en met hen heel Vlaanderen en heel Europa als een fenix’, schrijft Joren Vermeersch in 1349 – Hoe de Zwarte Dood Vlaanderen en Europa veranderde.

Geen plaats voor defaitisme

Laten we hopen dat de onderlinge solidariteit en samenhorigheid blijft. De zeldzame momenten dat ik  me onder het publiek begeef bekruipt me toch al het gevoel van aversie en paranoia. Er komt een moment dat niemand nog zijn buurman – waarvoor men eerst plichtsbewust boodschappen deed – kan vertrouwen. Hij kan je het virus bezorgen. Of misschien is het wel die jogger die je tegenkwam tijdens je boswandeling? De ooit helpende hand als potentieel moordende hand.

Er is geen plaats voor defaitisme. Onze voorouders moesten nog de loopgraven in om de wereld te redden, wij moeten alleen maar in ons kot blijven. Wij kunnen dit.

Ik trek een fles van mijn exquise wijn open om de Tijd die zo’n taai leven leidt te doden, en het Leven dat zo traag stroomt te versnellen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) is master in de criminologie en bachelor in de sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van Jong N-VA Gent, en schrijft essays en columns over politiek en filosofisch-culturele beschouwingen.