Het loon van de verpleegster

Als ik Conner Rousseau op tv zie, zegt hij altijd dezelfde drie dingen: dat er snel een nieuwe regering moet komen –  met veel socialisten erin, vermoed ik – dat er een relanceplan moet komen met meer staatsuitgaven en minder besparingen – een oud socialistisch recept –, en ten slotte dat er meer waardering moet komen voor de mensen in de zorg, met een loonsverhoging voor verpleegsters en bejaardenverzorgsters.
Ik denk dat hij op alle punten zijn zin zal krijgen. Die regering met socialisten komt er wel, de trein met staatsuitgaven is al vertrokken en zal nog aan momentum winnen – kijk, zo wordt dat woord nog eens correct gebruikt – en die loonsverhoging in de zorg, die komt er ook, met of zonder Rousseau – wie zal er durven tegenin gaan?

De postbode en de poetsvrouw

Ik zal het nog sterker zeggen, ik ben het met het drie-punten-programma van de spring-in-‘t-veld niet helemaal oneens. Een echte regering, dat zou geen slecht idee zijn; staatsinvesteringen voor infrastructuur, opleiding, onderzoek, kernenergie, ook Peter De Keyzer pleit ervoor. En hogere lonen voor verpleegsters, zeker, zeker.

Wat mij bij die verpleegsters-en-verzorgsters-kwestie evenwel tegenstaat is de emotionele argumentatie die ik vaak lees. ‘Om hun heldhaftige inzet tijdens de corona-crisis.’ Dat is eerder een argument voor een bonus dan voor een loonsverhoging, vooral dan in die ziekenhuizen en die afdelingen waar corona voor extra-werk en risico heeft gezorgd.

Beroepsgroep in staking

‘Om onze waardering uit te drukken.’ Maar ik heb ook veel waardering voor de postbode, de vuilnisman, de kleuterjuf, de politie-agent, de vrachtwagenchauffeur, de poetsvrouw, de automecanicien, de metselaar en de krantencommentator. Als we die allemaal een loonsverhoging toekennen zullen de postbodes, vuilnismannen en kleuterjuffen enzovoort allemaal meer belastingen betalen en een hoger bedrag moeten uitgeven om een krant of een huis te kopen. Dan staan ze weer even ver.

Nee, met die emotionele waardering komen we er niet. Rutger Bregman heeft ooit een gedachte-experiment voorgesteld om wat preciezer de waardering in te schatten die een beroepsgroep verdient. Hij stelde de vraag: wat zou er gebeuren als een hele beroepsgroep enkele maanden in staking gaat? Ja, wat zou er gebeuren? Volgens mij zou dan blijken dat de verpleegsters en verzorgsters bij de noodzakelijkste groep behoren en voetballers, musici, poetsvrouwen en misschien zelfs leraren bij de minst noodzakelijke (1). Ik zou op die vaststelling mijn nationale loonstructuur niet afstemmen.

Economische catastrofe

Liesbeth van Impe in Het Nieuwsblad spreekt over een loonsverhoging als ‘tastbare uiting van waardering’. Tegenargumenten  – dat er eigenlijk geen geld (2)  is en dat er nu wel héél veel noden zijn  – noemt ze ‘kluitjes in het riet’. Ik vind die tegenargumenten eigenlijk niet zomaar kluitjes, want het gaat om veel geld: een sector met meer dan een half miljoen mensen, waarvan enkele honderdduizenden zorg- en verpleegkundigen in de strikte zin des woords. Dat beperkt in elk geval de mogelijkheden.

Van Impe schrijft ook dat veel inspanningen nu moeten gaan naar de economie, maar, zegt ze, ‘een economie kan niet draaien als goede zorg niet verzekerd is’. Dat slaat nergens op. In werkelijkheid kan de volledige populatie van onze zorgcentra uitsterven zonder dat de economie daar veel schade van ondervindt. Het zou een menselijke ramp zijn, maar geen economische catastrofe. Waarom wil Van Impe hier met alle geweld een economisch argument gebruiken dat onredelijk is, en bovendien overbodig, want iedereen ziet zo ook wel het belang van een goede zorg in.

Lonen en vacatures

En waarom gebruikt men zo zelden het economische argument waar het wel redelijk is?  De verpleegkundige verdient al naar gelang zijn anciënniteit tussen 2500 en 4250 euro bruto; een zorgkundige verdient tussen de 2200 en 3000 euro bruto. Dat zijn bedragen zonder toeslagen voor avonddienst (20 %), zaterdagdienst (26 %) en zondagdienst (56 %). Is dat veel? Dat weet ik niet. Is dat weinig? Dat weet ik ook niet.

Wel weet ik dat het waarschijnlijk té weinig is. Jan-Piet Bauwens van de socialistische vakbond zegt in  De Tijd: ‘Zorginstellingen slagen er niet in alle vacatures in te vullen. Door de vergrijzingsgolf in de sector worden de tekorten enkel nijpender.’ Betere verloning voor starters is ‘nodig om het beroep aantrekkelijker te maken’.

En omgekeerd

Dat is gezonde economische logica, al komt die van een socialist. Als er te weinig kandidaten zijn voor een beroep, dan moet de verloning ervan naar omhoog. En omgekeerd ook, vind ik. Dertig jaar geleden waren er veel te veel kandidaten voor het onderwijs. Men heeft dat toen opgelost door leraren op 52 met brugpensioen te sturen.

Beter had men toen het loon van de beginners wat kunnen beperken, niet drastisch, maar genoeg om het aantal kandidaten een andere sector te laten kiezen, en alleen de ware roepingen over te houden. Zodra er lerarentekort was, kon men de lonen weer laten stijgen, zodat die anderen konden terugkeren. Met ware roepingen alleen zou het onderwijs een vermoeiende zaak worden.

(1)  In 1990 hebben de leerkrachten in Wallonië gestaakt van mei tot november, met heel negatieve gevolgen voor de studieprestaties van hun leerlingen, maar er zijn toen weinig doden gevallen.
(2) Aan mijn linkse vrienden die geloven dat er veel geld te rapen valt bij de rijken, wil ik voor de zoveelste keer herhalen dat het geld van de rijken dat naar de verpleegsters gaat dan niet kan gaan naar hogere pensioenen, betere opvang voor asielzoekers, of wat ook de eis moge zijn waarvoor op een gegeven moment actie kan worden gevoerd.
Philippe Clerick :Philippe Clerick (1955) studeerde romanistiek en germanistiek en is leraar Nederlands. Politiek ongebonden na een extreemlinkse jeugd. Hij houdt een Clericks weblog bij van wat hem te binnen valt over Karl Marx, Tussy Marx en Groucho Marx. En al de rest.