Het marxisme faalde in het Oosten, maar is gerealiseerd in het Westen

Bureaucratische plannenmakers willen niet dat wij leven in de nabijheid van de scheppende natuur − een voelbare natuur leidt tot een onafhankelijke geest. Zij willen de natuur ver weg, zodat zij ons kunnen onderwerpen aan het idee van de natuur zoals aan een onzichtbare afgod.

Velen ervaren in de huidige samenleving een grote leegte. Jean-Paul Sartre tekende de voorschemeringen daarvan al in 1938 op in De Walging. Dit gaat over het onvermogen van de hoofdpersoon om een inspirerend contact te leggen met anderen. Het bezield verband verdwijnt en onze levens zweven uiteen in compartimenten: losse delen die steeds minder op elkaar inhaken. De film Joker (2019) maakte aanschouwelijk hoe het leven voor velen absurd is geworden — als één grote clownsshow.

Zieligheidsindustrie

In een samenleving waar een grote leegte heerst — zij het op moreel, spiritueel of identitair vlak — is het verlokkelijk om onszelf als slachtoffers te presenteren. De socioloog Frank Hermans sprak al jaren geleden van ‘beroepsmatige slachtoffers’. De geleerde Cornelis Rietdijk zette op zijn beurt de ‘zieligheidsindustrie’ op de agenda. In een samenleving waar de ideologische structuren wegvallen, blijven emoties over als primaire aandachtstrekker en dus als belangrijkste middel om validatie te krijgen. In deze race om aandacht ontstaat concurrentie en dus zieligheidshiërarchieën als het product van een race to the bottom. Een publicist die hier effectief mee scoort is Babah Tarawally. Hij is zwart en vluchteling. Tarawally heeft uitstekende slachtofferschapskaarten en weet die uit te spelen. Als hij nu ook nog homo was, dan zou hij leviteren.

Vervreemding, breekijzer van de Linkse Kerk

Zo komen wij via een omweggetje tot het cultuurmarxisme, want het doel van het cultuurmarxisme is om zoveel te vervreemden dat de nationale verticale loyaliteit stuk gaat. Verticale loyaliteit wil zeggen: het gevoel van ingebed zijn in een gemeenschap die groter is dan het individu. Een gevoel dat de burger bindt aan wat we vroeger kenden als ‘God, het vaderland en Oranje’. De laatste restjes van het aristocratische Europa waarin Karl Marx de ultieme klassenvijand zag.

Waar vervreemding heerst, daar vervangt de onderhorigheid van de onderdaan aan bureaucratische regeldrang, de organische inbedding van een burger binnen de kosmos. Dit klinkt abstract, maar je herkent het meteen in de houding van mensen in het dagelijkse leven. Hoe meer vervreemding, hoe meer mensen ‘boven de discussie zweven’ en uiteindelijk ook boven hun vaderland. ‘Ach, islamisering, de afschaffing van vuurwerk en Zwarte Piet, extra klimaatheffingen, heb ik er nu écht last van?’ Deze vervreemding is het breekijzer van de Linkse Kerk. Want wie zich boven de cultuurstrijd verheven voelt, is gedoemd hem te verliezen.

Wat uiteindelijk overblijft is een gecompartimenteerd mensbeeld dat is losgezongen uit iedere specifieke gemeenschap. Het beeld van PowerPointpresentaties in een kamer waar, als je een tijdje niet bewogen hebt, het licht uitgaat. Dit is het tegenovergestelde van een thuis waar je bouillon aan het trekken bent en de geur van de tuin het huis binnenslaat. Met voor het huis een pleintje waar een buste van een burgemeester staat. Een thuis als een welbepaalde plek met een verankerde geschiedenis. Vandaar de slogan van het Marrakeshpact: ‘We zijn allemaal migranten, allemaal op doortocht.’

Fake it until you make it

In de praktijk betekent het gecompartimenteerde mensbeeld dat we allemaal werken aan onze ‘carrière’. Zo zijn er LinkedIn-pagina’s van mensen in dienst als garderobemedewerker. Mensen doen alsof ze zich ontplooien naar hun hoogste ambities maar het is één groot fake it until you make it. ’s ochtends staan ze vloekend in de file tussen tienduizenden even ambitieuze zielen. Probeer je dit levensbeschouwelijke vacuüm te bespreken met een doorsnee VVD’er, dan hoor je: ‘Maar wat zou dit betekenen voor het Bruto Nationaal Product?’

Deze maatschappelijke situatie vloeit voort uit het cultuurmarxisme. Vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het conflict tussen de Sovjetunie en het ‘Vrije Westen’ geduid als een botsing tussen de christelijke beschaving en de marxistische staatsleer. De paradox is dat het marxisme zichzelf in West-Europa heeft waargemaakt, maar in dat proces tegelijk zijn veronderstellingen en beloften heeft weerlegd. Wat er is gebeurd, is dat niet de producerende klasse — de arbeiders — het roer in handen heeft genomen, maar dat het heersende deel van de burgerij zich heeft ontpopt tot wat we kunnen noemen de linkse bourgeoisie.

Bourgeoisie van luxury beliefs

Het is de linkse bourgeoisie die inmiddels de beeldvorming beheerst. Die ons voorschrijft wat we moeten kopen en hoe we moeten consumeren. Het bezit van de zaak is hier minder belangrijk dan de status, de perceptie die met de zaak kan worden opgewekt. In de digitale economie (die Marx niet kon voorzien) staat het analyseren van symbolen boven de productie van kapitaal. De hoogste tweedeling van deze symbolen is scheiding tussen deugen en niet deugen. De linkse bourgeois is een bourgeois van luxury beliefs. Hij schrijft arbeiders voor dat ze vanwege het klimaat niet met hun auto naar het werk mogen. Of laat migranten binnen omdat de huizen in zijn wijk toch te duur zijn voor hen.

In de marxistische staatsleer is ondernemerschap hetzelfde als het uitbuiten van werknemers. Dit is er generaties lang ingeramd en links wil de staat, om werknemers tegen uitbuiting te beschermen, een grote rol geven in de economie. Rechtse mensen hebben zich aangepast aan een liberale democratie waarin dit linkse idee dominant is. Ze zijn gaan graaien als CEO’s van bedrijven die vanuit belastinggelden worden gesubsidieerd (groene lobby) en vermommen zich als linksmensen via links-identitaire symboliek (multinationals met genderneutrale toiletten). Dit is de opkomst van de linkse bourgeoisie in een notendop.

Achtenzestigers bereidden de weg

Juist de achtenzestig-protestmarsen waren de wegbereiders voor de linkse bourgeoisie. De achtenzestigers sloopten de traditionele krachten die het kapitalisme tot dan toe in de tang hielden. Namelijk de wortels in traditie, familie, autoriteit, gemeenschapsgevoel, lokaliteit en cultureel erfgoed. Toen dit alles was ‘gedeconstrueerd’ tot ‘seksistische en imperialistische wittemannengeschiedenis’, waren een steeds verder gaande compartimentering en vervreemding onvermijdelijk. Leefverbanden die door het individu niet zelf waren gekozen, werden afgedaan als patriarchale machtsverhoudingen. Maar nu blijkt dat juist deze verbanden het leven samenhang gaven. Vandaag zien we dat het individu zonder deze banden als los atoom is overgelaten aan de markt. Als grondstof voor reclame, consumptie en datamining.

Wij zien onder ogen dat West-Europa de essentie van het marxisme heeft verwezenlijkt: materialisme en atheïsme, internationalisme en een universeel niet-behoren. Praktijk is verheven boven beschouwing en de techniek boven de natuur. Een collega aan de Radboud Universiteit Nijmegen klaagde ooit: ‘Het feit dat wij alles wat wij onderzoeken moeten uitleggen in termen van “wat levert het op?”, is het primaat van de actieve productie boven de reflectieve beschouwing — juist dit is marxisme.’

Obsessie met diversiteit, milieu en klimaat

Het grootstedelijke bestaan, waar je elke ochtend op weg naar je werk met honderden mensen opeengepakt in de metro, bus of file staat, omgeven door grauwe betonkolossen, is homogeen. Misschien dat dit bestaan juist daarom diversiteit tot fetisj heeft gemaakt, om zich tegen zijn homogeniteit te verzetten. Nu is de vraag wat die diversiteit moet opleveren. Als het moslimenclaves zijn die parallel langs de productieve burgerij leven, is er niets bereikt. Als er Afrikanen komen die óók in de negen-tot-vijfmal worden geperst, is er evenmin iets bereikt. Dan heb je gewoon meer belastingplichtige werkmieren die daarnaast Afrikaans eten koken en naar muziek luisteren met Afrikaanse smaakaccenten.

De obsessie met milieu en klimaat past in dezelfde analogie. De grootstedelijke mens leeft op afstand van de natuur en dit leidt tot blinde verering van de natuur. Zie wat Willem Joustra onlangs opmerkte over Agenda 21 van de VN: een absolute scheiding tussen verstedelijkte gebieden en gronden waar de natuur is, waar de mens verre van moet blijven. De plaats van het heilige moet leeg zijn, zoiets.

Vergelijk dit met een boer tegenover een milieuactivist. De boer kent de bloeitijd van zijn gewassen en weet wanneer zijn dieren drachtig zijn. Hij staat in nauw contact met de cyclus van leven en dood. De activist is daarentegen stedelijk en benadert de natuur met een toeristenblik. Voor hem blijft de natuur altijd iets wat hij bezoekt, onderwerp van een excursie.

De natuur als onzichtbare afgod

Nemen we de vorige twee alinea’s samen, dan zien we hoe de staat nu een bemiddelende rol inneemt, als klimaatkerk, tussen de vervreemde, schuldige, uit de natuur geworpen mens, en de natuur zélf als de onbevlekte ontvangenis, de heilige maagd Maria. Dit is eigenlijk Rousseau. De mens verlangt weer in contact te treden met een natuur waarvan hij is vervreemd, als met een moeder die hem verstoten heeft. Maar hij is tegelijk verslaafd geraakt aan zijn masochistische kwelling. Hierom houdt hij het stedelijke leven en de natuur bewust gescheiden.

Deze gedachte ontstond toen ik wandelde door het Leopoldpark in Brussel. Al maanden geleden is de grote vijver drooggelegd. Alle vogels die in en rond het water leven hebben zich teruggetrokken tot het laatste miezerige waterplasje. Dit houdt al maanden aan. Ik nam een foto en verzon een bijschrift: ‘Hier gaan vast nieuwe gebouwen komen voor de eurocraten. Ze wachten nu tot de vogels het ook doorhebben. The birds didn’t get the message yet.’

Waarom zou iemand die vogels wegpesten? Omdat we gecompartimenteerd-marxistisch moeten leven. Bureaucratische plannenmakers willen niet dat wij leven in de nabijheid van de scheppende natuur. Een voelbare natuur leidt tot een onafhankelijke geest. Zij willen de natuur ver weg, zodat zij ons kunnen onderwerpen aan het idee van de natuur zoals aan een onzichtbare afgod.

Traditionalistische kritiek

Er zijn nog conservatieven die verlangen naar het aristocratische Europa met haar traditionele waarden. Maar hun kritiek op deze nieuwe leefwereld lijkt geen enkele impact te hebben en is afgesloten van de wereld die nu juist het mikpunt is van de kritiek. Het is eerder zo dat de kritiek zich inschikt binnen een niet-gewenste bevestiging. Dat de traditionalistische kritiek geen ruimte wordt gegund, zegt alles over de standaarden waaraan de Westerse ‘vooruitgang’ wordt afgemeten. Kennelijk komen deze standaarden van buitenaf en niet uit het culturele hart.

Slachtofferhiërarchieën verhinderen horizontale loyaliteit

Tot slot keren we terug naar de hoofdgedachte van dit artikel: het slopen van de verticale loyaliteit. Marx vond dat die loyaliteit juist horizontaal moest zijn: niet van de arbeider aan zijn vaderland, maar van arbeider tot arbeider. Franse arbeiders en Duitse arbeiders samen.

Het cultuurmarxisme kan deze horizontale loyaliteit echter niet bieden, want iedereen raakt verkaveld in slachtofferhiërarchieën. Als een blanke vrouw verkracht wordt door een immigrant, dan is het voor de linksmens niet altijd duidelijk waar hun sympathie moet liggen (voor wie dit niet gelooft: beluister dit gesprek met Wierd Duk).

Het voorbeeld van Tarawally laat zien hoe slachtofferhiërarchieën een horizontale loyaliteit onmogelijk maken. Tarawally beschrijft immers hoe hij zich in zijn hoedanigheid als zwart persoon, geïntimideerd voelt door een blanke man die wat breed zat in het vliegtuig. Gaan we op de raciale toer, dan ligt een ‘arbeiders aller landen − verenigt u!’ voorgoed achter de horizon.

Het grootkapitaal wordt nu zelfs sterker, omdat al die subgroepen versnipperd concurreren om aandacht en sympathie. Ze zijn niet in staat tot een langdurige en coherente samenwerking. Uiteindelijk kan uitsluitend een brede middenklasse samenleving, een rem zetten op een globaliserend kapitalisme dat uit de lokaliteit is losgezongen.

Sid Lukkassen :Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij is onafhankelijk denker, vrijwillig bestuurslid van de Vlaamse Club Brussel en inspirator van De Nieuwe Zuil. Hij schreef onder andere 'Avondland en identiteit' en 'Levenslust en Doodsdrift'. Hij promoveerde op 'De Democratie en haar Media'.