fbpx


Binnenland

Het N-woord

Waalse regionalisten koesteren taboe dat hen schaadt


De jaarlijkse persconferentie waar de Fêtes de Wallonie worden toegelicht, kreeg zelden zoveel aandacht. Het gebeurt dan ook niet elke dag dat een Franstalige minister-president het woord ‘nationalisme’ in de mond neemt als het over het Waalse zelfbewustzijn gaat. In de commotie die op de uitspraken van Rudy Demotte volgde, ging het vooral over de vraag of het woord in deze context wel goed gekozen was. De bekende kritieken op het nationalisme werden tot in den treure herhaald: nationalisme is per definitie een venijn dat hand in hand gaat met uitsluiting en onverdraagzaamheid. Het is een grijsgedraaide plaat, maar zeker in Franstalig België nog steeds een dikke hit. Precies daarom was de insteek van Demotte zo verfrissend: hij gaf aan dat ‘nationalisme’ ook open, verdraagzaam, positief en inclusief kon zijn. Voorwaar een ongehoord standpunt.

Op vrijdag liet ook Waals minister van Economie Jean-Claude Marcourt van zich horen. Marcourt is de luitenant van Demotte: een steunpilaar van de gewestregering die door vriend en vijand wordt erkend als een hardwerkende en verstandige vakminister. Hoewel hij al jaren timmert aan het economische herstel van Wallonië, werd hij in Vlaanderen vooral bekend toen hij samen met zijn Vlaamse tegenhanger Frank Vandenbroucke (sp.a) een principeakkoord over de (gedeeltelijke) overdracht van het arbeidsmarktbeleid afsloot. Marcourt is dan ook een overtuigde regionalist. Vanuit rationele overwegingen wil deze Luikenaar inzetten op het Waalse gewest, dat hij economisch sterk en zelfbewust wil maken. De Waalse minister-vice-president is ook een uitgesproken criticus van de gemeenschappen, die hij nog het liefst ziet verdwijnen. Dat laatste is in Wallonië, waar de gemeenschap als constructie wordt gekoesterd om de band met Brussel stevig te houden, een niet zo evident standpunt als het misschien lijkt. Zonder al teveel grote woorden te gebruiken gelooft Marcourt in de dingen zelf doen en ze goed doen.

Van een regionalist als Marcourt zou je verwachten dat hij de uitspraken van zijn minister-president zou toejuichen. Tenslotte had ook Demotte een groeiend Waals zelfbewustzijn op het oog. Maar Marcourt is hard: nationalisme is niets meer dan je terugplooien op jezelf, het is de antithese van het multiculturele Wallonië. Niet dat Marcourt zijn eigen ideeën heeft veranderd. Hij heeft het gewoon liever over ‘economisch patriottisme’, trots om de dingen zelf in handen nemen.  Het grote probleem schuilt dus louter in het woord, dat in België te negatief geladen zou zijn.

Het is bijna tragisch dat Marcourt met zijn uitlatingen de stigmatisering van elk nationalisme verder in de hand werkt. Als de regionalist zijn politieke droom om Wallonië verder uit te bouwen als sterke en krachtige regio wil realiseren, dan is zijn beste bondgenoot nu en na de verkiezingen van 2014 het Vlaams-nationale kamp. Elke onderhandeling met de N-VA wordt echter verder bemoeilijkt door het systematische diaboliseren van het nationalisme. Een intelligent man als Marcourt snijdt zo op termijn in zijn eigen vel.

Het Franstalige terugdeinzen voor een term die in Vlaanderen ondanks de inspanningen van sommigen steeds meer genormaliseerd raakt, doet wat denken aan de vocabulaire gevoeligheden aan de overzijde van de oceaan. In de Verenigde Staten is ‘the n-word’ het prototype van een taboewoord. Omdat het neerbuigende ‘nigger’ wordt geassocieerd met donkere bladzijden uit het vaderlandse geschiedenisboek, reageren Afro-Amerikanen ook vandaag nog zeer gevoelig op het gebruik van het n-woord door blanke landgenoten. Het taboewoord ‘nationalisme’ speelt bezuiden onze taalgrens de rol van het Amerikaanse ‘n-word’. In Franstalige hoofden wordt nationalisme nog altijd gelinkt aan het meest boosaardige uit de geschiedenis. Zolang dat zo blijft, moeten zeker Waalse regionalisten op hun woorden letten.

Lees ook: ‘Waals feest met tricolore strikje

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Daniel Walraeve

Daniël Walraeve is historicus en publiceert over identiteit en samenleving.

Dit artikel delen


Als abonnee kan u dit artikel gratis verspreiden via sociale media en doorsturen naar uw vrienden. Zij zullen dit artikel volledig kunnen lezen zonder abonnee te zijn of zonder een (proef)abonnement te nemen. Zij krijgen bij het lezen de vermelding dat dit artikel door u wordt aangeboden. Als u dit via email doorstuurt, wordt het emailadres van uw vriend niet genoteerd in de databank.

Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.