Actualiteit, Binnenland, Buitenland

Het pad van moraal en deugd terugvinden

Penelopegate* in Frankrijk, Publifin in Wallonië: al weken spreekt men over niets anders meer.

Die twee affaires zijn buitengewoon ernstig, want ze laten de ongezonde relatie tussen macht en geld zien. En zodoende dragen zij ertoe bij dat de grondvesten zelf van de democratie afkalven, en vormen ze een even groot gevaar als de extreme ideologieën.

De bedragen die we horen noemen zijn exorbitant als we ze vergelijken met wat de modale burger dagelijks meemaakt. Hoe zou die dan niet door de sirenenzang van de populisten bekoord worden?

Naast de kwestie van de mandaten, stelt men zich ook vragen bij de “berekende” relaties die sommige politieke verantwoordelijken onderhouden met de Democratische Republiek Congo. Ook hier zijn de zaken ver van duidelijk.

De pers heeft recent onthuld dat zekere Alain Mathot, volksvertegenwoordiger en burgemeester van Seraing, vier mandaten in de energiesector ter beschikking stelt, een ervan bij Publifin, en die hem netto 2600 euro per maand opbrachten. Dat terwijl in 2014 het gemiddelde Belgische salaris 3414 euro bruto bedroeg (cijfer van de FOF economie).

Men kan de vraag stellen waarom een politiek verantwoordelijke meer zou moeten verdienen dan een universiteitsprofessor, die met een anciënniteit van 15 jaar een bruto maandloon van 9254 euro heeft (tabel van de ULB, bijgewerkt op 1 januari 2014).

En we trappen hier niet in de valkuil van het egalitarisme. Wie verantwoordelijkheden draagt moet naar verdienste betaald worden. Maar als het om publiek geld gaat, moeten de verschillen ook weer niet té groot worden.

De manier van politiek bedrijven moet grondig herbekeken worden. Zoals het nu gaat is het voor een meerderheid van de verkozenen een kans om carrière te maken, en het dynastieke element speelt meer en meer (zonen en dochters van…).

Maar politiek is geen beroep als een ander. Om elke ontsporing te vermijden, zouden mandaten in de tijd moeten worden beperkt, zodat de politieke klasse zich geregeld kan vernieuwen.

In zijn «Germes et bois morts dans la société politique contemporaine», verschenen in 1981, stelde François Perin voor “staatsinspecteurs” in het leven te roepen. Hun taak zou het zijn de regering in de gaten te houden, te bekritiseren en te controleren, zonder ondermijning door obstructiemaneuvers of een puur negatieve ingesteldheid. Ze zouden kleiner in aantal zijn dan de huidige parlementsleden, en verkozen worden op nationaal niveau en bij algemeen stemrecht: het wegvallen van lokale belangen, en de wet van de grote getallen zouden een kwaliteitsvolle selectie in de hand werken (…).

Allicht zouden de staatsinspecteurs (…) zich moeten groeperen en de taak op zich nemen de diverse stromingen binnen publieke opinie te weerspiegelen. Maar door hun kleine aantal, met het wegvallen van de verkiezingen per arrondissement, zou elk van hen adjuncten kunnen aanstellen en een soort kabinet vormen, vergelijkbaar met een ministerieel kabinet, door bekwame medewerkers aan te werven, die zij op hun beurt bij het publiek bekendmaken. Het politiek personeel zou op die manier voortdurend vernieuwd worden van bovenaf, en nieuwe sterren zouden schitteren door hun bekwaamheid, eerder dan door schreeuwerige en demagogische reclame.

Als men geen vrije baan wil geven aan populisten van alle slag, dan kan men maar beter aan de democratie haar adelbrieven teruggeven, haar krassen wegvlakken, zodat het systeem op een zo transparant en efficiënt mogelijke manier kan werken.

Publifin heeft bewezen dat sommigen erin geslaagd zijn de bestaande reglementering bekwaam te omzeilen, met de bedoeling daar flink wat geld aan over te houden. Penelopegate van zijn kant heeft praktijken blootgelegd die, hoewel ze binnen de wettelijkheid bleven, toch van die aard zijn dat ze bij het publiek enkel het wantrouwen kunnen voeden ten opzichte van diegenen die hen zouden moeten dienen in plaatsen van zichzelf te bedienen.

En wat dan gezegd van de stinkende walmen die uit het moeras van Kazakhgate opstijgen?

Vandaag is de burger van alles beter en beter op de hoogte. Niets ontsnapt hem nog, en hij verdraagt het niet langer dat sommigen denken dat ze ongestraft om het even wat kunnen doen, omdat ze zich democratisch gelegitimeerd weten.

Voortaan wil de maatschappij de politieke wereld binnen nieuwe krijtlijnen aan het werk zien: die van moraal en deugd. Democratie moet hand in hand gaan met het vertoonde gedrag. Zoals de economist Alain Minc constateerde in «L’argent fou» (Grasset, 1990): Welbeschouwd is, in een wereld van op hol geslagen geld, moraliteit op lange termijn de beste investering.

Men vraagt van politici niet dat ze als monniken gaan leven. Maar als de Franse volksvertegenwoordiger Henri Guaino ( van les Républicains) verklaart dat hij met 5100 euro per maand er niet in slaagt “iets opzij te zetten”, dan helpt hij in geen geval de kloof dichten die de man in de straat meer en meer scheidt van de politicus.

Montesquieu, zoals men weet, besefte heel goed het belang van tegenkrachten. In «Mes Pensées» schreef hij: Geld is heel achtenswaardig, zolang men het minacht.

________

* De Franse kandidaat-presidentskandidaat François Fillon stelde zijn vrouw Penelope fictief te werk, met overheidsgeld, en mag zijn ambities nu wel opbergen. Zie ook hier (nvdr)


Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans

[email protected]
[email protected]
[email protected]
[email protected]