JavaScript is required for this website to work.
Media

Het Standaard-Paradigma

Jan Goossens en Rik Coolsaet hun gebedsmolen

Miel Swillens4/12/2015Leestijd 2 minuten

Er is wat zand in het mechanisme geraakt van het politiek-correcte discours. Dat moet dringend opnieuw als standaard gezet worden.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Op de opiniepagina’s van De Standaard volgen ze elkaar nu in snel tempo op, onze coryfeeën van de politieke correctheid. Zo Jan Goossens, directeur van de Brusselse KVS, met ‘Wie outcasts zaait, kan kamikazes oogsten‘ (28/11). Zo ook ’terrorisme-expert’ – toch volgens de VRT – Rik Coolsaet met ‘Het gevoel niet gewenst te zijn‘ (30/11). Dergelijke opiniestukken vallen onder de noemer damage control. De linkse elite voelt aan dat haar klassieke discours door de bloedige aanslagen in Parijs – na Charlie Hebdo, de Thalys, het Joods Museum enzovoort – averij heeft opgelopen. Tijd om weer het voortouw te nemen.

Maar verder dan het murmelen van versleten mantra’s over de ‘voedingsbodem’ van radicalisering en terrorisme komen ze niet. Hun analyse heeft allang alle geloofwaardigheid verloren, maar ter illustratie toch nog enkele voorbeelden. Eerst theaterdirecteur Goossens en dan professor Coolsaet:
‘Zo blijven we stekeblind voor simpele vaststellingen: dat steeds grotere groepen jongeren in onze grootsteden geen enkel toekomstperspectief hebben, door barslecht onderwijs, koppig racisme op de arbeids- en huizenmarkt en andere fel onderschatte vormen van maatschappelijke uitsluiting. Zij en niemand anders vormen de harde kern achter de aanslagen in Europa van de voorbije jaren.’
‘Het gevoel geen toekomst te hebben, tegen muren aan te botsen, niet gewenst te zijn, dat is de rode draad in het verhaal van vele jongeren die naar Syrië trokken. (…) Godsdienst of politiek heeft daar weinig mee te maken. Het is zelfs geen radicalisering. Er niet bijhoren, daar ontspruit de Syriëgang.’
Wat hier opvalt is de monotone herhaling van politiek-correcte clichés.

En ’terrorisme-expert’ Coolsaet is blijkbaar niet eens op de hoogte van het uitgebreide studiewerk, in binnen- en buitenland, over het profiel van de Syriëstrijders – of wil daar niet van weten. De professor maakt het bijzonder bont:
‘Wie de afgelopen dertig jaar de angst voor migratie en islam heeft aangewakkerd, is mee verantwoordelijk voor wat nu gebeurt.’
Een apodictische uitspraak die we best twee keer lezen om de enormiteit ervan te laten doordringen. Want wat zegt Coolsaet? Iedereen die in het verleden kritiek uitbracht op de islam of op migratie is (mee?) verantwoordelijk voor onthoofdingen, kruisigingen, slavernij, vernieling van cultureel erfgoed en genocide. Tja, als dat zo is, dan zijn er maar twee mogelijkheden. Ofwel houdt iedereen zijn mond over islam, migratie en wat nog meer, en schrappen we de vrijemeningsuiting uit onze grondwet. Ofwel stellen we de islam buiten de wet en sluiten we meteen de grenzen. Misschien kan de professor eens laten weten welke van beide oplossingen hij verkiest.

Een essentieel ingrediënt om de politiek-correcte mayonaise te doen pakken is het belerende vingertje en de wilde beschuldigingen aan het adres van onze tolerante, democratische maatschappij en het merendeel van haar burgers. Als tegenstem laat ik hier graag nog eens de Frans-Algerijnse publiciste Malika Sorel aan het woord:
‘Er moet komaf worden gemaakt met de slachtoffercultuur. De Franse maatschappij is hardvochtig noch racistisch. De staat investeert enorme bedragen in de opvang van migranten. Het discours dat intellectuelen en vedetten van film en chanson in de media voeren, doet de Fransen onrecht.’

Wat Malika Sorel over de Fransen zegt, geldt ook voor de Belgen, voor de Vlamingen. Wij hebben al te lang beschuldigingen zoals die van de heren Goossens en Coolsaet over ons heen laten gaan. Wij hebben al te lang de ideologische prietpraat van de opiniemakers in onze ‘kwaliteitspers’ voor lief genomen. Wordt het geen tijd om de vraag te herhalen die Cicero stelde aan Catalina, die tegen de republiek complotteerde. Quousque tandem abutere patienta nostra? Hoelang nog zal je van ons geduld misbruik blijven maken?

Categorieën

Miel Swillens is een Vlaamse columnist en oud-medewerker van het weekblad Tertio. Hij studeerde Germaanse filologie aan de RUG en is een oud-leraar van het Sint-Jozef-Klein-Seminarie in Sint-Niklaas en ook van de Vrije Handelsschool Sint Joris in Gent. Hij schreef in het verleden teksten voor Miek en Roel, zoals Het Verdronken Land Van Saeftinge (1970) en Het Land Van Nod (1970). Miel overleed in augustus 2017.

Meer van Miel Swillens

De auteur van dit essay Jan-Werner Müller is hoogleraar politiek aan Princeton University, maar werkt momenteel als onderzoeker rond het thema populisme aan de universiteit van Wenen. Wat is populisme? is gebaseerd op lezingen die Müller gaf aan het Weense Institut für die Wissenschaften vom Menschen en draagt daar ook de sporen van. Een vlot leesbare tekst kan je het niet echt noemen. Daarvoor is de toon en de aanpak te academisch. Of wat dacht je van volgende zin?

Commentaren en reacties