fbpx


Binnenland, Politiek
coronacrisis

Het verdriet van de Belgische politieke klasse



Het voortdurende steekspel heeft onze huidige politieke elite naar de rand van afgrond gebracht. Heel wat kleine en middelgrote partijen staren in de electorale diepte die voor hen dreigt bij vervroegde federale verkiezingen. In het federaal parlement kan het gemoed snel omkeren: wie is op termijn nog de angsthaas die een nieuwe stembusslag wil tegenhouden?

Van de vijftig dagen die PS-voorzitter Paul Magnette voorzag om nieuwe verkiezingen af te wenden zijn er intussen meer dan de helft gepasseerd. De nieuwbakken voorzitters voelen de drang om te bewijzen dat zij het leiderschap van hun partij effectief waard zijn. Desnoods door zich moedig aan de kiezer te presenteren; sommigen voor het eerst op het nationale politieke niveau. Een electorale krachtmeting kan dan de persoonlijke machtspositie tegenover de rechtstreekse concurrentie – evenzeer binnen als buiten de eigen partij – versterken.

Communautaire comeback

Net wanneer je denkt dat de communautaire breuklijn aan politieke relevantie inboet verschijnt ze helemaal terug op het federale voorplan. Groene en blauwe geesten hebben elkaar recent gevonden in het verhinderen van een verdere regionalisering. Net als de communisten prediken zij nu efficiëntie door de zaken weer te gaan her-federaliseren op het Belgische niveau.

Dit is opmerkelijk aangezien uitgerekend de ecologisten en liberalen in 2011 mee de zesde Staatshervorming realiseerden. Het was de meest complexe institutionele ronde van allemaal die het land vandaag tot zo’n ingewikkelde bestuurlijke constructie heeft gemaakt. De meest frequent gebruikte woorden in het Vlinderakkoord zijn niet toevallig ‘behalve’, ‘uitgezonderd’ en ‘tenzij’.

De comeback van de territoriale tegenstellingen speelt in principe in de kaart van N-VA, tenminste als je die partij als de actuele eigenaar van het thema beschouwt. Weliswaar zorgt de plotse belgicistische tegenbeweging in het institutionele debat er net voor dat een toekomstige 2/3e meerderheid nog verder buiten bereik ligt dan voorheen.

De afgelopen zomermaanden toonde N-VA zich in de eerste plaats weer een regionalistische partij. Partijen die kampen met electorale tegenwind buigen zich wel vaker terug op hun originele krachtlijnen. De onvervulde wens om zelf een staatshervorming erdoor te krijgen weerklinkt er intern nu luider dan het grijsgedraaide verhaal van volgehouden socio-economische discipline. Het vooruitzicht om eindelijk eens een communautaire vis op het eigen conto te kunnen schrijven maakt de partij plooibaarder naar links of naar rechts op de andere beleidsdomeinen. Vlaams-nationalistische punten scoren zal ook noodzakelijk zijn om de verdere opgang van het Vlaams Belang (VB) te stuiten.

De Mol

Voor N-VA is het electoraal niet lonend om het VB sociaal- economisch langs rechts proberen voorbij te steken. Om een groter kiezerspotentieel te bereiken is een centrumpositie hier dan meer aangewezen. Vasthouden aan budgettaire spaarzaamheid is ook vanuit politiek oogpunt niet langer interessant. De Vlaamse regering Jambon I wil niet langer alleen de overheidsrekeningen van NV België op orde proberen te houden en viert mede daarom zelf ook de teugels. Federaal betekenen welgemikte sociale meeruitgaven zelfs een Belgische transfer richting Vlaanderen. Bijkomende euro’s voor de gezondheidszorg komen vooral de snel vergrijzende bevolking in het noorden ten goede. Een verhoging van de allerlaagste wettelijke pensioenen verbetert vooral de financiële situatie van de zelfstandigen – een beroepscategorie waarvan het overgrote deel in Vlaanderen actief is.

De MR heeft zich het afgelopen anderhalf jaar consequent als de grootste tegenstander van een volgende staatshervorming opgeworpen. Bijgevolg wil N-VA hen weren uit de federale onderhandelingen. Om hinderlijke liberale figuren uit de weg te ruimen zijn blijkbaar alle communicatiemiddelen geoorloofd. Wat niet past binnen het eigen onderhandelingskader moet aan de publieke schandpaal. Hetgeen eerder Gwendolyn Rutten overkwam, en onlangs ook Georges-Louis Bouchez, oogt als een ontmaskering van ‘de Mol’ in het verhaal. Maar de politieke realiteit is veel complexer en genuanceerder dan dat.

Rechtseconomische kolen

Ook tussen N-VA en de Vlaamse liberalen groeien de frustraties. Tijdens de vorige federale regeringsonderhandelingen (2014) voerde N-VA binnenskamers wekenlang de forcing  om een rechtseconomisch herstelbeleid op de sporen te krijgen. Open Vld surfte tijdens die debatten handig mee in de slipstream van N-VA en ging nadien zelfs met een deel van de binnengehaalde pluimen pronken.

Ditmaal heeft binnen N-VA de eigen erfenis om Vlaamse autonomie een stap dichterbij brengen voorrang. Willen de liberalen een rechtseconomisch beleid, dan zullen ze zelf die kolen uit het vuur moeten halen tijdens verhitte discussies met de socialisten. Kunnen de liberalen echter optornen tegen de zo gevreesde PS-onderhandelingsmachine? Niet toevallig overwegen Open Vld en MR na hun onderhandelingsteams nu ook hun partijbesturen en ledencongressen te bundelen.

De Vlaams-nationalisten van hun kant vrezen – in tegenstelling tot 2010 en 2014 – niet langer de rechtstreekse confrontatie met de PS. Nu N-VA een volwassen partij is hebben ook zij de knepen van het vak onder de knie. De rechtstreekse bilaterale gesprekken van de voorbije maanden bevestigden het geloof in eigen kunnen.

Liberale as

PS en N-VA schreven als dé twee dominante politieke formaties samen een principeakkoord dat louter tussen hun beide équipes werd bediscussieerd. Sp.a, CD&V en cdH mochten vervolgens mee aansluiten maar kregen enkel een mondelinge toelichting van het inhoudelijke relaas te horen. De bewuste startnota werd dus niet plenair onder vijf partners opgesteld: het was verre van een gemeenschappelijke basistekst.

De principiële deal tussen de twee tenoren uit elke taalgemeenschap bleek echter niet bestand tegen de dramatische versnippering van het Belgische politieke landschap. De liberalen zagen er geen basis in voor onderhandelingen. Tot frustratie van beide initiatiefnemers waren er ditmaal echter bitter weinig drukkingsmiddelen voorhanden om de liberalen tot andere gedachten te dwingen.

In 2014 lukte het wel nog om Open Vld op één nacht tijd het klaargemaakte Vlaams regeerakkoord te doen slikken. Nu kon men enkel proberen om de liberalen maximaal de zwarte piet toe te schuiven voor het uitblijven van een federale doorbraak – een manoeuvre dat iedereen echter snel doorziet. Ook om de blauwe familie onderling uit elkaar te drijven was er deze keer geen echt breekijzer voorhanden. Vorig jaar lukte het wel nog om bij de Brusselse regeringsvorming MR buiten te houden terwijl Open Vld toetrad.

Bokkensprongen

In het andere geval maken we ons beter op voor een nieuwe boksmatch. Ook onder deze bijzondere omstandigheden moet die in een democratie georganiseerd kunnen worden. België wordt nu al vooral samengehouden door een uitputtende reeks van praktische beslommeringen eerder dan door de positieve wil om samen te werken. Uit die laatste nuchtere vaststelling kunnen ook eens conclusies getrokken worden, zeker nu het aantal relatiebreuken binnen onze gezinnen zulke hoge toppen scheert.

Naarmate de electorale afgrond dichterbij komt mogen we van enkele politieke hoofdrolspelers nog vreemde bokkesprongen verwachten. Het is onzinnig van Open Vld-voorzitter Egbert Lachaert om op de her-federaliseringslijn van MR te blijven kamperen. In zijn ideologisch manifest staat namelijk een vurig pleidooi om de economische en fiscale hefbomen over te hevelen naar de deelstaten. Het veto van N-VA tegenover MR is onzinnig want met de Franstalige liberalen erbij zit je aan 97 Kamerzetels – bijna de broodnodige tweederde meerderheid voor een staatshervorming.

Het is onzinnig van CD&V om gevangen te blijven zitten in de restregering Wilmès II. Stappen zij eruit wanneer de premier op 17 september het vertrouwen vraagt aan het parlement? De tijd tikt, het venster sluit zich snel. Alle betrokken partijen zullen hun huidige posities voor een deeltje moeten prijsgeven als ze de volgende jaren toegang tot de politieke macht willen krijgen.

Deze tekst verscheen eerder op VRTNWS.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Lorenzo Terrière

Lorenzo Terrière is doctoraatsonderzoeker en geeft les aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Voorheen werkte hij o.m. op het kabinet van Defensie (N-VA).