Commentaar
Paralipomena
Paralipomena

High five!

De bekentenis van een persoon met een sociale handicap
High five

‘Yeah!’ Mijn speelpartner liep naar me toe en hief zijn hand de lucht in. Kennelijk moest ik hem de vijf geven. Maar ik ben niet echt een high-fiver. Zeker niet zo…spontaan. Onwennig en door de sociale druk die op me lag, kopieerde ik hem dan maar. Mijn hand ging de hoogte in en plakte schuin op zijn hand. Wist ik veel dat hij er nog eens in ging knijpen.

High five, maat!

Daar stond ik dan wat lullig een toevallig punt op een tennisveld te vieren. Toevallig, want ik ben zo’n beroerde speler dat ik mijn tegenstanders verras. Eventjes toch. Om het effect van dit vervelende moment te versterken, merkte ik dat er een handvol heren toekeek vanachter het vensterglas van de cafetaria. Ik voelde het: op mijn veel te grote voorhoofd stond ‘Oetlul!’ geschreven. Tijdens de rest van de match ‘high-fivede’ mijn ploegmaat niet meer met me. Ik scoorde geen enkel punt meer.

Met dat tennissen ben ik inmiddels al een poos gestopt. Het leek me maar weinig zinvol om mijn slechte imitatie van een sporter vol te houden. ‘Sportief’ is niet meteen mijn cognomen. Maar ik voel me nog altijd even ongemakkelijk bij het ‘Wauw! Yeah, gast!’-gedoe.

Gast!

Laatst stond ik met enkele vrienden aan de toog. Het was staan, hangen gebeurt nog zelden. Er stonden ook mensen tussen die ik niet goed kende, maar die zeker niet onsympathiek waren. In het gesprek maakte ik een of andere idiote opmerking – dat gebeurt wel vaker – die goed lag bij een van de nieuwe vrienden in de kring. Hij lachte luid en besloot plots mij de hand te drukken. ‘Gast!’, proestte hij. Ik zag niet meteen in waarom de handdruk nodig was. We maakten toch al kennis? Blijkbaar was zijn hand een beloning voor de leuke grap. Opnieuw zat ik gevangen in een situatie waarin ik me niet comfortabel voelde. Ik probeerde toch zo vlot mogelijk mee te doen. Een van mijn beste vrienden maakte me met zijn opgetrokken mondhoeken kenbaar dat mijn vlotheid iets te gespeeld was.

Dan spreek ik niet over die keer dat een kennis me begroette met een zoen, omdat ‘ze dat zo doen in de theaterwereld’. Overigens, hij geniet ervan om me dat elke keer te lappen.

Sociale handicap

Ben ik dan sociaal gehandicapt, omdat ik al die aanrakerigheid niet hoef? Sommige mensen geven me toch dat gevoel. Volslagen onbekende dames die op feestjes iedereen – maar dan ook iedereen – hallo zeggen met een kus op de wang. Voor mij hoeft dat echt niet. Maar ze geven je geen keuze. Het feit dat ik dat wat ontwijk wordt kennelijk ook niet altijd geapprecieerd. Daar bedoel ik nochtans niets onbeleefd mee. Ik zeg zelfs: ‘Aangenaam!’ Maar dat wordt door sommigen dan weer vreemd onthaald. ‘Wat is er aangenaam?’, zie ik ze denken. De obligate schuimwijn op zo’n gelegenheden schenkt me gelukkig de nodige afleiding. En de hapjes. Gelukkig zijn er de hapjes!

De persoonlijke ruimte wordt bepaald door de ander. Zoveel is zeker. Een pluspunt: mijn sociale onhandigheid maakt me ‘schattig’. Mijn vrouw beweert dat. En dat is al wat ik nodig heb.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans