Historicus David Engels: ‘We beleven het einde van de parlementaire democratie’

Professor David Engels

David Engels (Verviers, 1979) is historicus klassieke oudheid. Hij werkte tussen 2008 en 2018 als hoogleraar Romeinse geschiedenis aan de Université Libre de Bruxelles. Sinds 2018 werkt hij als onderzoeker aan het Instytut Zachodni in Poznan. In Op weg naar het Imperium vergelijkt professor Engels de transformatie van de Romeinse Republiek naar het Romeinse Keizerrijk met de evolutie van de Europese Unie op het einde van de 20ste en het begin van de 21ste eeuw. Engels ontwaart in beide een identiteitscrisis die eindigt in een autocratische regeringsvorm. Het boek verscheen in 2013 in het Frans en is nu verkrijgbaar in het Nederlands. Doorbraak ging in gesprek met de auteur.

Massa-immigratie, vergrijzing, demografische achteruitgang, decadentie en een dalende legitimiteit van de heersende elite kenmerken beide beschavingen. Om de nieuwkomers niet voor het hoofd te stoten tracht Europa een identiteit vanuit het niets te creëren waarbij ze haar eigen historische wortels verloochent. Het gevolg van dit cultuurrelativisme is de erosie van onze samenleving. Volgens bevragingen staan heel wat jongeren dan ook open voor het laten vallen van onze huidige democratie.

Beschaving en cultuurrelativisme

Welke parallellen ziet u tussen het Westen en de laat-Romeinse republiek?
‘Met mijn boek wil ik vooral aantonen hoe het dagelijkse leven in de laatste decennia van de Romeinse Republiek heel wat fundamentele parallellen vertoont met de huidige evolutie in Europa. Het boek is opgedeeld in twaalf luiken: tolerantie, respect voor het menselijk leven, gelijkheid, zelfverwerkelijking, religie, persoonlijke vrijheid, respect voor andere culturen, rechtsstatelijkheid, mensenrechten, vrede, democratie en solidariteit. Karakteristieken die we zowel terugvinden in de huidige westerse beschaving als in de laat-Romeinse Republiek. Ik stel vast dat deze factoren aanleiding gaven tot burgeroorlogen, sociale onrust en een autocratische regeervorm. Ik trek de vergelijking door met wat Europa binnen twintig jaar te wachten staat.’

Bestaat er überhaupt wel zoiets als beschavingen?
‘Beschavingen zijn de hoogst mogelijke vorm van samenleven. De meeste historici hebben echter het concept “beschaving” laten vallen. Ik geloof wél nog in beschavingen. Alleen al omdat de Romeinen en Grieken zelf in hun beschaving geloofden en het dus praktische implicaties had. Ze voelden zich meer met elkaar verbonden dan met Chinezen of Perzen. Het idee dat de westerse beschaving anders was, is er altijd geweest. Recent, en dit was in de laat-Romeinse Republiek ook zo, is dit gewijzigd richting cultuurrelativisme.’

‘Een beschaving definiëren is echter niet zo makkelijk. Ik ben fan van Oswald Spengler die de westerse samenleving omschreef als een faustiaans verlangen naar meer, beter en hoger. Dat zien we ook terug in de gotische kathedralen. Dat is in contrast met de Grieks-Romeinse beschaving die zich meer focust op het lichamelijke. En zo heeft iedere beschaving een andere kijk op de geschiedenis, aldus Spengler.’

‘Iedereen die twijfelt aan het bestaan van beschavingen moet maar eens op reis gaan naar China. Dan merk je meteen de verwantschap met de Fransen, de Nederlanders, de Duitsers et cetera.’

Etnische samenstelling

U besteedt in uw boek heel wat tijd aan het belang van een gedeelde identiteit en leitkultur. Waarom?
‘Als historicus stel ik louter vast. En het is overduidelijk dat zowel in de Romeinse Republiek als nu in het Westen er plotse veranderingen plaatsvinden in de etnische samenstelling van een beschaving. Rome ondervond bijvoorbeeld veel immigratie vanuit Azië, Syrië en Egypte. Dat betroffen hellenistische “goudzoekers” die op zoek waren naar werk en sociale zekerheid.’

‘Op zeer korte termijn vond er een verandering in samenstelling van het Romeins burgerschap plaats. Dit wekte zeer veel afgunst op bij de autochtone bevolking. Zij ervoeren deze nieuwkomers als een bedreiging voor hun werkgelegenheid, hun rijkdom, hun cultuur en hun land. Deze rancune, in combinatie met de laat-hellenistische filosofie die uitging van kosmopolitisme, creëerde een voedingsbodem voor populisten die de grenzen wilden sluiten.’

Gedeelde identiteit nodig voor democratie

Hoe belangrijk zijn verbeelde gemeenschappen voor het voortbestaan van democratie en solidariteit?
‘Zonder gedeelde waarden en normen voelen burgers zich onderling niet verbonden, en zijn democratie en solidariteit ten dode opgeschreven. Er is een direct verband tussen democratie en een gedeelde identiteit in een samenleving. Enkel wanneer mensen zich verbonden voelen denken ze aan het algemeen belang van de gemeenschap. Wanneer verschillende groeperingen binnen een samenleving zich terugtrekken op hun eigen eilandje, brokkelen deze structuren af. Democratie en solidariteit zijn gebaseerd op de idee van verantwoordelijkheid voor het geheel. Als dat geheel gevestigd is op een abstract concept van wereldburgerschap verdwijnt de verbondenheid. Ik ijver dan ook voor een Europese leitkultur.’

‘Die identiteit is er al. We delen een geschiedenis. We delen een — culturele — religie en we delen dezelfde taalfamilie. Maar de elite baseert zich niet op deze gelijkenissen om een Europese identiteit te ontwikkelen. Integendeel, de elite noemt deze identiteitsbeleving uitsluitend. Het is iets van witte oude mannen die zich tegoed deden aan kruistochten, kolonies en slavernij. De elite tracht een gedeelde identiteit te bouwen op betekenisloze universele waarden waar elke beschaving zich in kan vinden. Inclusie zonder exclusie is zinledig. De elite verwoest net de bestaande cultuur die we hebben. Net zoals in de laat-Romeinse Republiek lijdt het Westen aan een extreme vorm van oikofobie’.

Fata morganas

Is dit gebrek aan gedeelde identiteit de oorzaak van veel samenlevingsproblemen? 
‘Een identiteit creëren op basis van etniciteit is in West-Europa een fata morgana. Dat hadden we kunnen doen in de jaren 1950, maar dat is nu te laat. Maar van de weeromstuit een universalistisch humanisme propageren waarin iedereen maar wat doet is evenzeer een fata morgana. Zo werken beschavingen niet. In zo’n scenario wint vaak de sterkste en de exclusiefste identiteit het pleidooi. Dat zien we bijvoorbeeld bij burgers die zich, in de zoektocht naar geborgenheid, aansluiten bij een radicale islamitische groepering.’

‘Ook in het oude Rome identificeerden Romeinen zich niet meer met hun cultuur. Het boek is doorspekt met quotes van schrijvers van toen. Zo omschrijft Cicero zichzelf als een vreemde in zijn eigen land. Hij herkent de taal, de gebruiken en de religie niet meer. Hij voelt zich ontheemd in zijn eigen cultuur. Ook vandaag voelen veel jongeren zich losgekoppeld van hun eigen verleden. Dit leidt tot het iconoclasme en de beeldenstorm die we in de straten zien. De Romeinen verzaakten om een leitkultur op te bouwen die het evenwicht bewaart tussen een exclusieve etnische nationaliteit en een inclusieve culturele identiteit. Dit plaveide de weg voor Augustus.’

‘We moeten de westerse identiteit herdefiniëren. Een identiteit die in het verlengde ligt van ons verleden en open genoeg is zodat mensen kunnen deelnemen en participeren zonder hun eigenheid volledig op te offeren. Daar moeten we in de komende twintig jaar aan werken.’

Demografische verschillen

U schrijft dat de demografische achteruitgang in de EU een teken is van zelfhaat en ons parten zal spelen in toekomstige oorlogen.
‘Er wordt vaak, foutief, verondersteld dat de daling van demografie te wijten is aan de opkomst van moderne voorbehoedsmiddelen. In de laat-Romeinse Republiek echter, zien we ook dat er minder kinderen werden geboren. Een beschaving die niet wil uitbreiden maar de facto wil inkrimpen heeft een problematische relatie met haar identiteit.’

‘Deze daling in fertiliteit is tevens asymmetrisch. In de rest van de wereld blijft de populatie groeien. Dit leidt tot een scheeftrekking tussen het Westen en pakweg de Afrikaanse bevolking. Dit zal gigantische politieke gevolgen hebben zoals massa-immigratie en ons een slechte positie bezorgen in oorlogen waarbij de kwantiteit van manschappen telt. Ook in het oude Rome klaagden de Romeinen dat de immigranten te veel kinderen hadden terwijl zij er minder hadden.’

Is er een link tussen de demografische achteruitgang en het individualisme dat de moderne tijd kenmerkt?
‘Er is zeker een link. De traditionele familiewaarden gaan verloren ten gunste van een onbegrensd hedonisme en de “verleuking” van de samenleving. We denken niet meer aan de toekomst. We zijn enkel nog bezig met instant behoeftebevrediging. Ik heb recht op zoveel mogelijk plezier voor zo lang mogelijk. En ik wil het nu!’

Machtsstrijd, extremisme en populisme

Overal zien we de opkomst van extremisme en populisme. De traditionele partijen stellen in België niks meer voor. Zijn we getuige van het einde van de democratie?
‘Zeker. Binnen twintig jaar bestaat onze parlementaire democratie niet meer. Het is nu zelfs al geen democratie meer. Het is een oligarchie. Op een andere partij stemmen zal ook niks veranderen. De beslissingen gebeuren achter de façade. In de achterkamertjes. Klassieke partijen zullen erop blijven achteruitgaan en de “sterke leider” zal partijprogramma’s vervangen. Iedereen denkt altijd aan Trump, Bolsonaro en Duterte als exponenten van deze evolutie, maar we zien het ook dichter bij huis. Macron is ook zo iemand. Hij kwam vanuit het niets met een eigen beweging en we hebben geen idee wie hem voortstuwde.’

Is dit per definitie negatief?
‘Wel, die sterke individuen zullen onderling strijden voor de macht. Momenteel is er nauwelijks nog ordehandhaving. Als allochtonen ergens willen plunderen kunnen ze dat vaak ongestraft doen. Deze leiders zullen de orde herstellen. Er zullen paramilitaire organisaties ontstaan. De samenleving zal vervallen in een politieke jungle georganiseerd rond charismatische leiders. En de sterkste, zoals Augustus, zal winnen. Er zal wel altijd een democratische façade blijven zoals bij Poetin in Rusland.’

‘De eerlijkheid gebiedt ons wel te zeggen dat de inwoners van het Romeinse Keizerrijk hier best mee konden leven. Er was werk, er waren sociale voordelen en er was ordehandhaving. De meeste burgers wilden niet terug naar de Republiek.’

‘Een tweetal jaar geleden hield men in heel wat westerse landen een bevraging over hoe belangrijk het was om in een democratie te leven. Hoe jonger de respondent, hoe minder belang hij hechtte aan de democratie.’

Vinden jongeren een democratie dan te vanzelfsprekend?
‘Zeker. Ouderen weten nog wat het begrip democratie betekende voor het werd uitgehold. Zij geloven nog in de belofte. Jongeren zijn vandaag gedesillusioneerd. Democratie werkt volgens hen niet. Ze zien bijvoorbeeld dat China de coronapandemie krachtdadiger aanpakt dan Europa.’

Op weg naar het imperium is verkrijgbaar in de online boekhandel van Doorbraak. Tot 11 augustus is het Boek van de week — dus met gratis verzending.

Mathieu Cockhuyt :Mathieu Cockhuyt (1993) is master in de criminologie en bachelor in de sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van Jong N-VA Gent, en schrijft essays en columns over politiek en filosofisch-culturele beschouwingen. Volg hem op Instagram: https://bit.ly/32e6q5R en Twitter: https://bit.ly/2DMad15