fbpx


Literatuur

Hoe ik gek werd

Dagboekaantekeningen (10)


In Cambridge ging het om een ander schilderij van Snijders

Zaterdagavond
Nieuwsberichten zijn niet goed voor het gezonde verstand: ze leiden tot verweking van het brein of woedeaanvallen. Dat laatste is bij mij het geval. Vooral de teksten van het persbureau Belga drijven mij tot razernij. Bij Belga kennen ze Nederlands noch logica.

Ik geef u een voorbeeld: ‘“Geen IJzeren Gordijn zal ooit de ijzeren wil bevatten van een volk dat vrij wil zijn,” schreef hij in een verklaring.’
Wie schreef dat? Weet ik veel. Maar o horreur, die zin! Die zin drukt uit dat geen IJzeren Gordijn ooit een ijzeren vrijheidsdrang zal bevatten. Wat een bewering is in deze stijl: de gordijnen in mijn woonkamer zullen nooit licht bevatten.

Je kunt dit soort berichten zo terugvertalen naar het Engels: ‘No Iron Curtain will ever contain…’ stond er. ‘Contain’ betekent hier ‘in bedwang houden’. Dat een gordijn van ijzer weliswaar een wil bevat (of althans symboliseert), maar dan die van het onderdrukkende staatsapparaat, is dus niet opgekomen in de uit zult vervaardigde kop van onze pennenlikker.
En hij of zij ontvangt een salaris voor deze huisvlijt!

Zaterdagnacht (van wrokkigheid wakkerliggend)
Waarom word je toch gedwongen te leven in een gehucht vol onbenullen? Terwijl ik zo van de vakman houd: de worstendraaier, de doodskistenmaker, de schetenlater desnoods. Maar om mij heen wonen pennenlikkers die niet weten wat je met een pen moet doen nadat je eraan gelikt hebt.

Zondag
Ik ben vergeten wat ik wil noteren. Er is allerlei bezoek en ik voel me een tol die voortdurend een klap van zijn zweepje krijgt.

Maandag
‘Nu… het is alles veranderd. De zware vrachtauto’s denderen door de straat. De winkels hebben spiegelruiten en snelwegers en iedereen verkoopt goedkope waren. Pierre Lodewijk Godefroy draagt zijn tijd in het hart als een oude liefde.’

In de tijd van het personage Godefroy, zo omstreeks 1910, waren er nog geen vrachtauto’s en de dienstmeisjes droegen nog geen zijden kousen en hooggehakte schoentjes, zoals in 1938, toen Clare Lennart haar Utrecht beschreef in de roman Huisjes van kaarten.

Ik bestond dus vroeger ook al en heette Godefroy, zegt u? Maar ben ik werkelijk vervuld van bespottelijk heimwee naar mijn jeugd? Mijn soort melancholie is nu eens van de onbestemde, vluchtige soort, een stemming, meer niet; maar soms voel ik een heftig verlangen naar tijdreizen, dan historiseert mijn melancholie zich tot het verlangen een dag in het Utrecht van Clare Lennart door te brengen.
Mijn vader was daar in 1938 student. Er zou een tijdparadox ontstaan als ik hem tegen het lijf liep – mogelijk raakten we verwikkeld in een gevecht om dezelfde in zijde gestoken dienstmeisjesbenen en doodde ik hem per ongeluk, zodat hij me niet meer kon verwekken, wat voor ons beiden een vervelende situatie zou zijn.

Dinsdag
Het Kortrijkse stadsbestuur heeft besloten de Cyriel Verschaevestraat een andere naam te geven. De burgemeester, een liberaal, verklaart dat Kortrijk meer en meer in het reine komt met het verleden.
Sacre bleu! En dat terwijl Vlaanderen toch helemaal niet aan zijn verleden herinnerd wil worden, uitgezonderd wazige en toch somptueuze middeleeuwen waar jonge vrouwen smaakvol contrasteren met volgevreten geestelijken en iedereen zich laat schilderen.

Niet ver van Cyriel Verschaeve zijn ook Felix Timmermans en Cyriel Buysse met een straatnaam bedacht. Vrijwel geen Vlaming heeft ook maar enig idee wie deze schrijvers zijn, laat staan dat hij ze gelezen zou hebben. Timmermans heeft meer verdienstelijke teksten geschreven dan voor het cliché wenselijk is; Buysse is werkelijk een subliem prozaïst, van wiens platteland alle verkeerde dingen zijn overgebleven, de louche burgemeester die stemmen koopt met een gratis vat bier in de kantine van de voetbalclub, de landbouwer die bij de nadering van een onbekende preventief op de grond spuwt, de schijnbare nederigheid, de achterbaksheid. Maar de kronkelende beek, de landweg, de leeuwerik zijn verdwenen – en voor zover iemand nog het woord zwerk kent, scheurt een vliegtuig dat wel in stukken.

Woensdag
Ja, maar Verschaeve zelf dan? Opvallend is het gemak waarmee de met zijn œuvre en collaboratie verknoopte Vlaamse geschiedenis wordt begraven, als het ware onder hetzelfde beton waarmee zijn kist werd bedekt om te vermijden dat de VMO de postume Cyriel nogmaals zou ontvreemden. De lippen van de burgemeester tuiten zich rond zijn opluchting; op zijn schedel zou een aurool beginnen te stralen als hij geen liberaal was. Hij deugt! Hij en zijn raad zijn moreel hoogstaand, ze bestrijden alsnog de nazi’s!
Zouden ze iets van Verschaeve hebben gelezen? U daar, ontwikkelde nationalist, erudiete flamingant, hebt u weleens een boek van die collaborerende zwartrok gelezen?

Ik zal u eens iets vertellen. Het beetje toneel dat ik van hem ken is gekunsteld en geen kunst. De paar essays die ik ken zijn gezwollen. Maar zijn Oorlogsindrukken uit 1914-1918 vormen een goed geschreven, bij vlagen meeslepend ooggetuigenverslag van het leven achter het IJzerfront. De beschrijving van het brandende Ieper. Het verslag van een door velden en beemden voortgesleepte, door een Belgische krijgsraad ter dood veroordeelde Waal, voor wie maar geen geschikte muur wordt gevonden: onderpastoor Verschaeve moet de half verdwaasde sukkel bijstaan. Dat soort pagina’s zouden verplichte lectuur op de scholen moeten zijn.

Zeker, hij collaboreerde, ook en vooral met de nazi’s. Maar Céline collaboreerde even hard en strooide antisemitische pamfletten rond. De Fransen halen het niet in hun hoofd hem te verloochenen. Maar deze beschaving van angstige kleine burgermannetjes verloochent de schrijvers die ze helemaal niet kent. Plat land, platte geest.

Een of andere dag
Benno is een roepnaam; mijn doopnaam luidt Benjamin. Dat is Hebreeuws voor favoriet kind, gelukskind, zuiderling ook. Maar de letterlijke betekenis is ‘zoon van de rechterhand’. Ik zat te denken aan die etymologie en opeens drong het tot me door – als een mes in mijn ribben – dat ik mij dus ook zou kunnen interpreteren als het resultaat van masturbatie.
Ontsteld zoemde de koelkast. Afwerend hing mijn overjas aan de kapstok. Beschaamd gaapten mijn lege kaplaarzen eronder.

Op een avond
Kopje in een of ander periodiek: ‘Dit zijn de beste rappers aller tijden.’
De oudste song uit het overzicht dateerde van 1983.
De beste beeldend kunstenaar aller tijden is Tracy Emin. De beste architect aller tijden is Rem Koolhaas. De beste schrijver aller tijden is Houellebecq.

Maandagochtend (het werkende deel van Engeland zit te geeuwen)
Zou het gebrek aan geniale figuren in ons tijdsgewricht niet te wijten zijn aan de schaarsheid van tertiaire syfilis?
Dat klinkt nu wel gevat, maar Schubert is het enige genie van wie men vrijwel zeker weet dat hij aan die ziekte is overleden.

Correctie: zou de ijverige bestrijding van hypertensie in ons tijdsgewricht niet tot een verslapping van de kunst hebben geleid?

Dinsdag
De vader van een Amsterdams genie van negen (9) dat bezig is af te studeren aan de universiteit van Eindhoven: ‘Je kan een kind van negen toch niet alleen met de trein van Amsterdam naar Eindhoven laten rijden?’

Toen ik zes was, mocht ik bij mijn grootouders in Rotterdam logeren. Mijn ouders zetten me op de trein en vroegen de conducteur een oogje in het zeil te houden. Na een uur stapte ik uit bij een groot bord dat ik zonder problemen als mijn bestemming ontcijferde. Op het perron keek de conducteur toe hoe ik me tegen de donkere japon van mijn grootmoeder aandrukte, veilig in de negentiende eeuw. ‘Och, mijn lieve Pierre Lodewijk!’ riep ze.

Woensdag 20 november
‘Normaal gezien zou Rodney Reed (51) morgen de doodstraf krijgen in een Texaanse gevangenis, voor de moord op de blanke Stacey Stites in 1996.’

Welke schoolopleiding zouden de journalisten hebben genoten die de krant tegenwoordig volschrijven? Die doodstraf had Rodney allang gekregen – morgen zou het vonnis worden uitgevoerd.
De executie ging niet door. Gelukkig maar. Ik ben tegen de doodstraf. Behalve dan voor mensen die schrijven zonder het te kunnen.

Donderdag (de mistige zon lijkt op een hostie)
Mijn vijfenzestigste verjaardag. Christopher en Deanne trakteren me op bloemen, heilwensen en een zak winegums. Zodra ze de deur uit zijn vreet ik die hele zak in een oogwenk leeg. Wat zegt dat over mij?

Nog steeds mijn verjaardag
Jan Leeghwater (1575-1650), de waterbouwkundige ingenieur die synoniem is met de schepping van Nederland uit de zee, werkte korte tijd in Engeland, ontdekte ik toevallig. Enige tijd voor de Brexit schreef hij: ‘Doen ik in Engeland was, doen was ’t Lant in rust en in vreeden. Ik heb van myn dagen in geen schoonder nog treffelyker Land geweest als in Engeland, daar van alles abondant was (…).’

Vrijdag (nog een Engels bericht)
Leeghwaters tijdgenoot Frans Snijders (1579-1657) was een Antwerpse animalier. Zijn specialiteit waren geslachte dieren, opengesneden dieren, glazig kijkende vissen en dergelijke meer. Als waarnemer van de natuur behoort hij tot de beste schilders van voor 1983.

Een van zijn anatomische lessen hing tot voor kort in de eetkamer van Hughes Hall, aan de universiteit van Cambridge, een reusachtige afbeelding van gevogelte op een markt, met lekker veel bloed: het soort schilderij dat ik in musea langdurig pleeg te bestuderen, waarbij ik me dan de vraag stel of ik niet liever bepaalde mensen afgebeeld had gezien. Er staat ook een zwaan op. Niemand eet tegenwoordig zwaan, al schijnt de hals een opwindend alternatief voor toiletpapier te zijn.
De eminente instelling heeft het doek nu verwijderd na klachten van vegetariërs en veganisten. Het benam hun de eetlust. Ja, het was onverdraaglijk voor de Brahmanenkaste van het hogere eten. Weldra worden mensen die op een worstje kauwen door de nieuwe tempeldienaren verwijderd.

Vrijdagavond
In Cambridge heeft het moraliseren van kunst – het instrumentaliseren van kunst in een ideologische strijd – tot de verwijdering van kunst geleid. Aan een andere universiteit is een gedicht van Kipling weggehaald omdat die ouwe koloniaal een eeuw geleden al veel te wit was.

Er woedt een cultuuroorlog in dit ondermaanse tussen de liefhebbers van objectieve feiten en mensen die menen dat je huidskleur, seksuele voorkeur en voedingsgewoonten een correcte benadering van de werkelijkheid vormen.
Wat de mensen dus willen is die traditie die hun niet goed uitkomt afschaffen, die oude eerbiedwaardige traditie, om zich vervolgens zo snel mogelijk te verzekeren van een surrogaattraditie, een met kunstmatige middelen tot stand gebrachte.

Dat laatste komt uit het dagboek van Kierkegaard; hij schreef het in 1850.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.