fbpx


Binnenland

Hoe moet dat met Brussel

Debaets en Delva, CD&V'ers met een Brusselvisie



We beginnen bij het exemplaar van Brussels parlementslid Debaets (bij de komende verkiezingen trekt ze de Brusselse lijst voor het Vlaams Parlement), ’10 geboden voor Brussel’. In een leuk gebodenformat geeft ze in tien korte stukjes haar kijk op enkele thema’s.

1 Gij zult een wereldstad zijn op mensenmaat
2 Gij zult elke Brusselaar degelijk huisvesten
3 Gij zult voldoende scholen bouwen
4 Gij zult uw internationale roeping uitbouwen
5 Gij zult ten volle hoofdstad zijn van Vlaanderen en België
6 Gij zult een stad zijn waar iedereen zich thuis voelt
7 Gij zult de economische motor van het land zijn
8 Gij zult de culturele bakermat van het land zijn
9 Gij zult uw rand omarmen
10 Gij zult uw stad goed besturen

Journalist en Walloniëkenner Guido Fonteyn en Dirk Van Gerven, gewezen stafhouder en advocaat aan de Brusselse balie, hielpen mee aan het boek. Volgens Debaets kwam iedere bijdrage wel volledig onafhankelijk tot stand. Debaets – ze zetelt ook in de gemeenteraad van de stad Brussel – is binnen de CD&V voorzitter van de werkgroep ‘Werkgroep Grootstedenbeleid’ en toont alvast een stevige kennis op vlak van stedelijkheid. Debaets’ focus op stadsontwikkeling is bovendien ook op andere steden toepasbaar.

 Tienpuntenplan voor stedelijkheid

 ‘Brussel is een stad met vele uitdagingen, maar met nog meer potentieel’, vormt zowat het besluit van Debaets. Ze geeft heldere suggesties en wil onder meer de cultuurpijler beter uitspelen via een Antwerpse variant van het MAS: het MAZ (Museum aan de Zenne). Ze geeft ook pragmatische oplossingen voor problemen die ze soms verbloemt als uitdagingen. Toch gaat ze niet voldoende in op zaken zoals migratie, gemeenschapscohesie en burgerzin. 

Bij Brussel als wereldstad kleeft ze het begrip ‘slow en smart city’: ze wil geen traagheid, maar duurzaamheid en leefbaarheid. Ze pleit voor meer hoogbouw om in te spelen op de bevolkingsgroei en om publieke en groene ruimte te behouden. Ze haalt ook het idee aan om Brussel te voorzien van een stadscamping, iets wat steden zoals Berlijn, Parijs of Amsterdam wel hebben en zeker hip onder voor jongeren. Het Warandepark moet evolueren naar het New Yorkse Central Park, met openbare fitnesstoestellen en ze spreekt zelfs over een eetbaar bos, dat zou een primeur zijn in Europa. Ze haalde daarvoor de mosterd in Seattle, waar het Beacon Food Forest in volle aanleg is en waar wandelaars kunnen smullen en struiken komen met kruidentuinen en barbequehoekjes. Er komen nog enkele leuke, creatieve ideeën ter sprake, zoals een badboot (wat Antwerpen al heeft) en stadslandbouw (urban farming), die zeker bij jonge lezers in de smaak zullen vallen. 

Debaets toont toffe plannen, waarbij ze voorbeelden haalt bij (groot)steden over heel de wereld. Ze besteedt ook aandacht aan een vrouwvriendelijke stadsplanning. Ze stelt voor dat bussen ’s avonds vrouwen dichter bij hun plaats van bestemming kunnen afzetten, maar dat verwierp de MIVB al wegens praktisch onhaalbaar. Op vlak van wonen wil ze een uitbreiding van het aantal sociale woningen. Brussel telt 8,4 % (ongeveer 39.000) sociale woningen in verhouding met het totale aantal woningen. ‘Londen telt er 25 % en Amsterdam zelfs 55 %’, staaft Debaets. In afwachting van renovatie van leegstaande sociale woningen wil ze die al een invulling geven en via betaalbare woningen wil ze de stadvlucht van de middenklasse tegengaan. En via een revitalisatie wil ze wijken met criminaliteit aanpakken. Bovendien pakt ze ook uit met ietwat aparte voorzieningen zoals groepswoningen en woonprojecten voor singles. 

Op vlak van onderwijs verwijt ze de toenmalige paarse regering in 2002 dat het GOK-decreet de vrijheid van het inschrijvingsbeleid van de scholen ontnam. Die autonomie wil ze teruggeven aan de schooldirecties. Wat onderwijs betreft, stelt ze eerder de werking rond de leerling centraal – kleuterparticipatie, het betrekken van ouders en het ondersteunen van leerkrachten – dan dat ze het Brussels onderwijs in twijfel trekt. Ze mist overigens in Brussel spilfiguren uit de allochtone kringen die krachtige signalen uitsturen en haalt Nederlandse voorbeelden aan zoals buurtvaders en een schooladoptieplan. 

Debaets ziet enkel meer Europese integratie als antwoord op de crisis en gaat daarbij de vergelijking aan met de VS. Ze ziet in Brussel een toekomst voor meer centrale EU-instellingen. Hierbij houdt ze geen rekening in geval van een verminderde Europese samenwerking, of een die op een andere manier wordt georganiseerd. 

Ze kant zich tegen de zogenaamde Brusselkeuze van N-VA. Nochtans is op dat vlak haar CD&V-collega Brigitte Grouwels (minister in de Brusselse regering) genuanceerder. ‘Brusselaars moeten vandaag ook al keuzes maken’, zei ze daarover aan tvbrussel. ‘Zo moeten ouders beslissen of ze hun kinderen naar het Nederlandstalige of Franstalige onderwijs sturen. Ze kunnen ook kiezen of zich al dan niet aansluiten bij de Vlaamse zorgverzekering.’ 

Ook het Brussels bestuur komt aan bod. De negentien gemeenten worden eilanden van macht genoemd. Ze meent dat een fusie van de gemeenten een grotere impact aan de Vlaamse politieke vertegenwoordiging geeft, waarbij ze suggereert dat om die redenen Franstaligen talmen om die broodnodige hervorming door te voeren. De interne Brusselse hervorming van 2013 ziet ze alvast als een belangrijke symbolische (geleidelijke) stap naar meer centralisatie. 

Vooral verder in het boek komen we clichézinnen tegen als ‘Brussel is een ontmoetingsplaats van zowel Vlamingen als Franstaligen en van vele andere culturen’ en in die zin is de epiloog, vol van banaliteiten, ietwat overbodig. 

Conclusie: Debaets brengt enkele leuke concepten aan op vlak van stadsontwikkeling. Sommigen zijn goedbedoeld, maar ietwat naïef. Anderen lijken dan weer theoretisch implementeerbaar. Ze raakt gevoelige thema’s aan zoals het vrouwonvriendelijk imago van Brussel en spreekt over ‘de ietwat armtierige indruk’ van de hoofdstad. Ze geeft ook verzet tegen de ingewikkelde structuren en de machtslustigheid van de 19 gemeenten, maar ze trapt geen heilige huisjes in, speelt niet op de man, en kiest voor zachte oplossingen en de weg van geleidelijkheid. 

Parlementair werk in boekvorm

Paul Delva bekijkt in zijn boek Brussel vanuit een andere invalshoek en is zo complementair aan dat van Debaets. Als Vlaams Parlementslid (in mei komt hij op als tweede kandidaat voor het Brussels Parlement, Delva en Debaets opteren dus voor een position switch) is hij sinds 2007 de waakhond op vlak van Brusselse zaken. In zijn boekdeel bespreekt hij uitvoerig de band van Vlaanderen met Brussel, gesymboliseerd door de leeuw en de iris. Hij concretiseert met andere woorden de veelgehoorde slogan: ‘Vlaanderen laat Brussel niet los.’ Vragen over het tekort aan Vlaamse jeugdlokalen en verblijfinfrastructuur vormen daar een concreet voorbeeld van. 

Delva, de enige Brusselaar uit de 31-koppige CD&V-fractie, zet hiermee zijn zes jaar ‘noeste arbeid’ in het parlement om in boekvorm. Heel wat onderwerpen van hem zijn niet sexy genoeg en haalden onvoldoende de media. In 2009 gaf De Standaard hem een 5 op 10 voor zijn werk, in het recentere rapport van de Vlaams Parlementsleden kreeg hij er een half puntje bij. ‘Een van de vele CD&V-parlementsleden die er ondanks al hun werk amper in slagen zich aan de anonimiteit te ontrukken’, luidde het oordeel van de krant. ‘Hij is actief, maar brak te weinig potten.’ 

Het werkstuk is soms wat aan de technische kant en overvalt je soms met cijfers, maar biedt daarom voor ingewijden de gehoopte meerwaarde. Maar liefst vijftien gastauteurs – waaronder Jo Libeer, Mieke Vanhecke en Wouter Beke – schrijven een bijdrage over Brussel, die soms helaas wat oppervlakkig blijft, wat in contrast staat met Delva’s specificaties. 

Delva vat aan met ‘Mijn leven in Brussel’, waarin de in Brugge geboren Brusselaar een kijk geeft op zijn persoonlijke band met de hoofdstad. Vervolgens geeft hij een genuanceerde kijk op thema’s zoals onderwijs, cultuur, inburgering en het stedenbeleid. Sommige thema’s zijn vrij complex en institutioneel: zij vergen geen eenduidige oplossing. Delva heeft tal van bemerkingen bij het Brussels integratiebeleid en is voorstander om bij de inburgeringscursus vanuit iedere gemeenschap ook een cursus van de andere gemeenschapstaal te geven, zodat de migrant zowel met Frans als Nederlands kennismaakt. Op vlak van toerisme stelt Delva voor om naar het voorbeeld van Rotterdam één gebruiksvriendelijke toeristische gids met kaart te verspreiden. ‘Nu zijn er echter een waaier aan Brusselse brochures. Op vlak van toerisme blijft ieder op zijn of haar eiland werken’, vindt Delva. ‘Brussel heeft geen eenduidige smoel in het buitenland.’ Op vlak van cultuur vindt Delva dan weer dat het beleid van de Vlaamse en Franse Gemeenschap niet zozeer beter moet worden afgestemd. Wel stelt hij vragen bij bijvoorbeeld het MAZ, waar Bianca Debaets voorstander van is: ‘Wiens bevoegdheid wordt dat namelijk?’ 

Ten einde het boek rondt Delva af met tien aanbeveling voor een Vlaams Brusselbeleid, een tekst die ook online te lezen staat op Knack.be. 

Opvallend in beide boeken is de manier waarop Brussel als metropool wordt aanzien. Bij Debaets krijgt de grootstad ‘metropolitane allures’, Delva noemt Brussel ‘de enige echte Metropool in België’ en Beke pleit ervoor om ‘Brussel uit te bouwen tot een metropool’. 

 

Beoordeling : * * * *

Titel boek : 10 geboden voor Brussel

Subtitel boek: Naar een wereldstad met wereldklasse

Auteur : Bianca Debaets

Uitgever : Lannoo

Aantal pagina’s : 168

Prijs : € 17.99

ISBN nummer : 9789401415606

Uitgavejaar : 2014

 

Beoordeling : * * *

Titel boek : Een Brusselse luis in de Vlaamse pels

Subtitel boek: Over de iris en de leeuw

Auteur : Paul Delva

Uitgever : Pelckmans

Aantal pagina’s : 240

Prijs : € 21.50

ISBN nummer : 9789028971356

Uitgavejaar : 2014

 

Foto © Reporters (Bianca Debaets in het Warandepark in Brussel)

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Sander Carollo

Sander is interviewer voor Doorbraak.

Dit artikel delen


Als abonnee kan u dit artikel gratis verspreiden via sociale media en doorsturen naar uw vrienden. Zij zullen dit artikel volledig kunnen lezen zonder abonnee te zijn of zonder een (proef)abonnement te nemen. Zij krijgen bij het lezen de vermelding dat dit artikel door u wordt aangeboden. Als u dit via email doorstuurt, wordt het emailadres van uw vriend niet genoteerd in de databank.

Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Commentaar open
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.
Reacties - klik hier
Als ingelogde bezoeker kan u hier de reacties lezen en deelnemen aan het debat.