Binnenland, Communautair

Hoe N-VA de knoop doorhakt

België slankt af tot…

Op het VVB-colloquium ‘de knoop doorhakken’ van 16 maart plaatste ik een aantal kritische vraagtekens bij de nogal abstracte en grotendeels semantische discussie over ‘federalisme’ en ‘confederalisme’. Het leek me zinvoller en relevanter om te vertrekken van een aantal heel concrete vragen, waarop de partijen ook een concreet antwoord moeten geven. Ik stelde een checklist voor van vier vragen, die telkens een fundamentele institutionele keuze betreffen. Die vragen waren de volgende: (1) Blijft er een rechtstreeks verkozen Belgisch Parlement bestaan? (2) Blijft er een Belgische Grondwet bestaan? (3) Blijft de Belgische entiteit lid van de EU of worden dat de subentiteiten? (4) Wat zijn de componenten van de Belgische confederatie?

In 2010 stapte de N-VA ook al met een ‘confederalistisch’ programma naar de kiezer. Maar dat was toen een vrij hybride werkstuk. Op een aantal van de hogergenoemde vragen gaf de partij een duidelijk antwoord, op andere niet. Aan de ene kant was het programma vrij radicaal, aan de andere kant was het in veel opzichten vaag en voor interpretatie vatbaar. Mijn conclusie op 16 maart was dan ook dat de N-VA nog heel wat huiswerk voor de boeg had. Vandaag zit dat huiswerk erop. We kunnen nu nagaan wat het antwoord is van de partij op de vier vragen, en in welke mate dat antwoord gewijzigd is in vergelijking met 2010.   

(1) Blijft er een rechtstreeks verkozen Belgisch Parlement bestaan?

In 2010 was de N-VA hierover al duidelijk: ‘De Senaat verliest zijn functie en wordt afgeschaft. De Kamer van Volksvertegenwoordigers wordt omgevormd tot een bondsparlement dat uit afgevaardigden van de deelparlementen bestaat’. (p.36) Exit dus het rechtstreeks verkozen Belgisch Parlement. Wat dat betreft is de partij alvast niet van mening veranderd. Het confederale parlement wordt onrechtstreeks verkozen en bestaat uit 25 leden van het Vlaams Parlement en 25 leden van het Waals Parlement. Dat parlement is bevoegd voor de wetgeving inzake de (beperkte) confederale aangelegenheden. De uitvoering gebeurt door een confederale Belgische regering met zes ministers: twee aangeduid door het Vlaams Parlement, twee door het Waals Parlement, plus één minister van de Vlaamse regering en één van de Waalse regering. Deze regering zal dus een afspiegeling zijn van de meerderheden in de twee deelstaten.  

(2) Blijft er een Belgische Grondwet bestaan?

Daarover lazen we niets in het N-VA programma van 2010. Nu is de partij wel duidelijk: de Belgische Grondwet wordt vervangen door een Grondverdrag, dat wordt afgesloten tussen Vlaanderen en Wallonië. Die twee deelstaten zijn in principe voor alles bevoegd, maar leggen in het Grondverdrag vast wat ze nog samen willen doen. Daarnaast bevat het Grondverdrag de basisregels voor de organisatie en de werking van de confederale instellingen, en een opsomming van de fundamentele rechten en vrijheden die gelden in de confederatie.  

(3) Blijft de Belgische entiteit lid van de EU of worden dat de subentiteiten? 

Die vraag werd niet expliciet beantwoord in het programma van 2010, maar je kon er wel uit afleiden dat, zeker op korte termijn, België als dusdanig lid blijft van de EU. Dit standpunt wordt nu bevestigd. Punt 410 van de congrestekst luidt als volgt: ‘De Europese Unie erkent enkel staten als lid. Dat belet niet dat Vlaanderen en Wallonië, en in voorkomend geval de regio Brussel-Hoofdstad en de Duitstalige regio, een doorslaggevende stem krijgen bij de voorbereiding, de bepaling, de vertegenwoordiging en de opvolging van het Europees beleid in België. En in punt 412 lezen we: ‘Waar de confederatie België met één stem moet spreken, zoals in de Europese Raadsvergaderingen, blijft de coördinatie van het standpunt noodzakelijk.’ Dit lijkt ook te impliceren dat de soevereine staatsmacht finaal bij de confederatie blijft berusten, en niet bij de componenten ervan. 

(4) Wat zijn de componenten van de Belgische confederatie ?  

In het N-VA programma van 2010 was nogal consequent sprake van ‘Vlaanderen’ en ‘Wallonië’. Over de plaats van Brussel in de confederatie was het programma erg kort: ‘Als stad kan Brussel niet op gelijke voet staan met Vlaanderen en Wallonië. (…) De deelstaten moeten daarom samenwerken om de hoofdstad er bovenop te helpen. Er is immers een groot aantal sociaal-economische materies waarvoor Brussel niet de gepaste schaal heeft. Voor de gemeenschapsbevoegdheden moeten de initiatieven van Vlaanderen en Wallonië toegankelijk zijn via de gemeenschapskeuze.’ Hieruit kon je afleiden dat de partij koos voor een vorm van co-bestuur wat de gewestbevoegdheden betreft.   

In de nieuwe teksten wordt zeer gedetailleerd ingegaan op deze problematiek. In principe kiest de N-VA voor een confederalisme met twee componenten: Vlaanderen en Wallonië.  Zowel Vlaanderen als Wallonië omvatten ook de  regio Brussel-hoofdstad, die een apart statuut krijgt. Voor wat de persoonsgebonden bevoegdheden betreft (onder andere de gesplitste sociale zekerheid) moeten de Brusselaars een keuze maken tussen de twee deelstaten, de zogenaamde Brusselkeuze. Dit concept wordt nu technisch tot in de puntjes uitgewerkt. Wat de grondgebonden bevoegdheden betreft, wordt er niet geraakt aan de bestaande autonomie van het Brussels Gewest. Die autonomie wordt zelfs nog fors uitgebreid. Dit betekent dat de N-VA het idee van het co-bestuur inzake de  grondgebonden bevoegdheden laat vallen. Wat die bevoegdheden betreft, staat het Brussels Gewest op gelijke  voet met Vlaanderen en Wallonië. In zekere zin kiest de partij dus voor een confederalisme met twee-en-een-half. Dit neemt echter niet weg dat de hele institutionele architectuur toch gebaseerd is op een fundamentele tweeledigheid wat dan weer wringt met  het autonome statuut van Brussel op het vlak van de grondgebonden aangelegenheden.

Al bij al is de institutionele blauwdruk van de N-VA radicaler en rechtlijniger dan ik had verwacht. Door ondubbelzinnig ‘nee’ te antwoorden op de eerste twee vragen verwijdert de  partij zich behoorlijk ver van een klassiek federaal model. Ik ken geen enkele federatie zonder een federale Grondwet en zonder federale verkiezingen. Het technisch goed uitgewerkte concept van de Brusselkeuze maakt het mogelijk om de volledige sociale zekerheid te splitsen en over te hevelen naar de twee deelstaten. Een minpunt is ongetwijfeld dat Brussel geen ondergeschikt statuut krijgt voor wat betreft de grondgebonden aangelegenheden en dat de N-VA het concept van het co-bestuur laat vallen. En dan is er nog die ultieme stap die de partij jammer genoeg niet durft te zetten: als je België omvormt tot een statenbond, gebaseerd op een verdrag tussen twee soevereine staten, dan is het ook logisch dat die twee staten rechtstreeks deel uitmaken van de Europese Unie. 

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

 

Bart Maddens

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Bart Maddens?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans