fbpx


Filosofie, Politiek

Hoe wij onze democratie verloren

De linkse behoefte om nieuwe doelgroepen aan te boren om zichzelf relevant te houden had rampzalige gevolgen


volk

Aangeboden door Sid Lukkassen


Dit artikel is een plus-artikel voor abonnees. Het wordt u gratis aangeboden door Sid Lukkassen, een abonnee van Doorbraak

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



In rechtse kringen horen we soms het argument dat gelovige mensen meer rekening zouden houden met medemensen omdat zij aannemen dat God op hen toeziet. Hetzelfde geldt voor een koning, premier of dictator. Wat belet een machthebber om alle invloed slechts te benutten voor een klein clubje, en het land leeg te plunderen? Voor de burgers blijft er weinig over, zolang machthebbers de toorn van God niet vrezen. In rechtse kringen is dat een argument om te pleiten voor een heropleving van religie.

Problemen met religie als basis voor de moraal

Er zijn echter belangrijke bezwaren tégen een dergelijke grondhouding. Ik beperk me tot enkele. Ten eerste is Afrika een tamelijk gelovig continent, en juist in Afrika zien we veel roofstaten. Een klein clubje eigent zich de natuurlijke hulpbronnen en ontwikkelingssubsidies toe — de rest kan barsten. Ook in Iran gaat het niet goed en het volk demonstreert. De strenggelovige machthebbers in Iran slaan protesten neer door demonstranten dood te martelen. Het geweld door Marokkanen rond het voetbal, waarbij ze dingen slopen of ze nu winnen of verliezen, is óók een bewijs. Veel van de relschoppers zijn gelovige moslims.

Daarnaast botst dat religieuze motief met de menselijke oprechtheid. Wanneer twee mensen een vriendschap aangaan, is dat vanwege persoonlijke redenen. Maar als God in the picture komt, dan moeten alle mensen broeders worden omdat een hogere autoriteit dit opdraagt. Vroeg of laat gaat dit toch knellen, met alle passief-agressieve stekeligheden tot gevolg. Integriteit wordt vervangen door zuiverheidsidealen à la ‘heiliger dan gij’.

Een religie kan eigenlijk alleen bruisen zolang ze wordt gedragen door een oprecht geloof. Dit is een geloof in een wonder zoals bijvoorbeeld de wederopstanding van Jezus of de komst van een messias. Op het moment dat je geloof predikt vanwege de moreel-politieke maatschappelijke effecten die je er praktisch van verwacht, ben je bezig om het hart van het geloof, de oprechte overtuiging in de voltrekking van het wonder, te verzwakken.

Cyclus van decadentie en revolutie

Deze overwegingen brengen ons op het natuurrecht. Het natuurrecht behelst een poging om de menselijke aanspraak op vrijheid en veiligheid — en de juiste balans daartussen — uit te drukken op een universele manier, los van de aard van een specifiek regime. In de hele menselijke geschiedenis worden elites corrupt, verloochenen zij het volk en daarna volgen opstanden en revoluties als de enige weg om het leven weer enigszins draaglijk te maken voor gewone burgers. En zo herhaalt de cyclus zich. Lord Byron omschrijft dit in Childe Herold’s Pilgrimage:

There is a moral of all human tales:
‘Tis but the same rehearsal of the past,
First Freedom, and then Glory; when that fails,
Wealth, Vice, Corruption, barbarism at last.
And History, with all her volumes vast,
Hath but one page.”

In een natuurtoestand is de ene mens een wolf voor de ander. Het mijn en dijn is niet afgebakend — en dat leidt tot een chaotische en onveilige situatie. Daarom komen de mensen met elkaar overeen om een autoriteit aan te stellen die voortaan de orde handhaaft. Ziehier de ware reden dat mensen wetten afkondigen en de de autoriteiten gehoorzamen. Mensen kunnen immers de grillen van een overheid beter verduren dan de totale chaos van de wet van de jungle die hoort bij de natuurtoestand.

Redenerend vanuit het natuurrecht is het niet noodwendig dat een machthebber zich beroept op God. Alsnog duurt het probleem voort, want de cyclus van corruptie en revolutie, die Byron beschrijft, gaat door.

De filosofie van het natuurrecht bevat ook een clausule tot opstand. Die geldt wanneer het gezag zo’n chaos schept, dat het volk zich moet verzetten uit zelfbehoud. Het recht tot opstand is volgens de klassiek-liberale filosoof John Locke (1632–1704) door God gegeven. Het is echter ook seculier op te vatten als een recht dat inherent is aan het individu. Dit blijkt wanneer hij of zij de afgrondelijke keuze maakt om desnoods zichzelf op te offeren in een poging om de machthebber ten val te brengen.

Als je de keuze maakt om liever strijdend ten onder te gaan dan nog één dag te zuchten onder het regime, is dat een daad waarin het subject de ultieme soevereiniteit herneemt, zonder dat een externe autoriteit daarin nog kan bemiddelen. Hier spreekt uiteindelijk de geschiedenis zelf, die laat zien wie de winnaar is en wie de verliezer. De wereldgeschiedenis is het ultieme en finale tribunaal.

Soevereiniteit en autoriteit in de middeleeuwen

Dit alles mondt uit in de connectie met de linkse ellende, maar eerst zal ik verduidelijken dat soevereiniteit samenhangt met het beginsel van de volkssoevereiniteit. Dit verband gaat terug op de middeleeuwse denker Marsilius van Padua (1280–1343). In de middeleeuwen nam men aan dat ook de koning, de wereldlijke machthebber, uiteindelijk verantwoording moest afleggen in het hiernamaals voor Gods troon. Hier claimde de kerk een morele autoriteit die nog hoger stond dan de wereldlijke autoriteit. Zo probeerde de kerk zich boven de staat te verheffen.

Marsilius wees erop dat de kerkelijke autoriteit komt van de geloofsgemeenschap, de fysiek bijeenkomende verzameling van belijdende gelovigen. Hieruit volgt dat zelfs de morele autoriteit om de wil van God te interpreteren, feitelijk een bottom-up-verhaal is. Het is een bevoegdheid die door de gelovigen op de kerkelijke autoriteiten is overgedragen.

Hiermee legde Marsilius het begin voor het denken in termen van volkssoevereiniteit, en dus ook van het morele recht van de onderdaan om zich te emanciperen ten opzichte van de machthebber. Dit is van belang om te begrijpen wat we zeggen wanneer we het hebben over een recht tot opstand.

Nu dit alles is opgeklaard, gaan we door naar het hart van de linkse ellende. En dat is Napoleon, de Tweede Wereldoorlog, nieuw links en globale machtsstructuren.

Franse Revolutie

De Franse Revolutie liet perfect zien hoe het misgaat als de elite alléén aan zichzelf denkt en het volk laat verkommeren. Op de vooravond van de omwenteling zou een Franse hofdame hebben gezegd: ‘Waarom zijn die mensen zo ontevreden dat het brood op is? Dan eten ze toch cake?’

Enerzijds was het terecht dat het Franse volk in 1789 op de harde straatstenen koos voor rebellie. Anderzijds leidde de Franse Revolutie tot buitensporig geweld. Massa’s mensen werden onthoofd in de guillotines: er brak een periode aan die de geschiedenis inging als ‘La Grande Peur’, oftewel de Grote Terreur. Om de orde te herstellen greep Napoleon Bonaparte (1769–1821) de macht. Hij kroonde zichzelf tot keizer en startte een serie veroveringsoorlogen die Europa in het verderf zouden storten.

Sociaaldemocratie en Nieuw Links

Toen Napoleon na een uitputtingsoorlog het veld ruimde, was het algemene bevinden dat men volksopstanden in de toekomst niet meer wilde. Toch kwam het revolutiejaar 1848 nog voorbij, gevolgd door de sociaaldemocraten, de vakbonden en arbeidersraden. Er werd een structuur opgetuigd van linkse bewegingen die ‘in naam van het volk’ overal gingen meepraten en meebesturen. Alles om de welvaart gelijkmatig te verdelen en zo volksopstanden voortaan te voorkomen.

De vorm van kapitalisme die zo ontstond in het Westen, dus met privébezit en privéwinsten voor ondernemers, mogelijk gemaakt met arbeiders die materiële en immateriële zekerheid genoten, was eigenlijk té succesvol. De arbeider ging met vakantie met de auto naar Spanje, had geen behoefte meer aan socialisme en liep, kortom, over naar de kapitalistische burgerij. Links vond het tijd om nieuwe doelgroepen aan te boren om zichzelf relevant te houden. Nu blijkt dit het begin van het einde te zijn geweest: het startpunt van de vernietiging van het Westen.

Die nieuwe doelgroepen werden namelijk gevonden in de zogenaamde ‘onderdrukten’, ‘marginalen’ en ‘slachtoffers van het systeem’. Links voelde zich verraden door de arbeiders, en richtte zich nu op een bonte alliantie van homoseksuelen, pedoseksuelen, immigranten — onder wie moslims —, wiet-rokende hippies, christelijke pacifisten, feministen en bewust ongehuwde moeders. Zij zagen in pedofilie een moedige verzetspoging tegen de kapitalistische burgerlijkheid, en vrouwen werden bewust lesbisch omdat huwelijk en heteroseksuele relaties überhaupt niets anders waren dan vrouwenslavernij. Zo kregen we Dolle Mina, Provo en de Kabouterbeweging. Alles wat afwijkend was, werd geheiligd en op het schild gehesen — alles om de hegemonie van de archetypische saaie conservatieve burgervader te doorbreken. De blanke heteroman werd tot koloniaal-fascistische boeman van de geschiedenis bestempeld en werd zo de universele boeman.

Schaakbord van de farao

Wat door moest gaan voor ‘rechts’, liet dit alles gebeuren. Neem nu een lid van de elite dat in Baarn woont en zijn of haar villa laat opknappen. Turkse klusjesmannen zijn goedkoper dan Nederlandse, dus kiest men de Turk, wel zo gemakkelijk. Het probleem van deze transactie is dat de kosten nauw worden voorgesteld, namelijk alleen in geld. Terwijl er nog veel meer kosten bij komen kijken, die niet direct zichtbaar zijn. Zoals druk op sociale voorzieningen, culturele botsingen, het moeten verplaatsen van migranten, enzovoorts.

De uitwerking hiervan komt neer op de beruchte graankorrels op het schaakbord van de farao, die zich vermenigvuldigen tot in de oneindigheid. Alles meegewogen is de Nederlandse schilder dus een betere investering, maar het kwaad is al geschied. Via de Mammoetwet (1968) heeft de linkse elite de autochtone aanwas uit de vakscholen gejaagd. Inmiddels zijn we afhankelijk van goedkope arbeid uit andere EU-landen. Die komen hier dus ook wonen terwijl er niet mag worden bijgebouwd.

Weinig meer te verliezen

Het komt door de ideologie van Nieuw Links dat we vandaag leven in absolute terreur. Enkele voorbeelden. Noord-Holland verbiedt reclames voor vis, vlees en fossiele brandstoffen in bushokjes. Nederland groeit door naar 17,8 miljoen inwoners, vooral door immigranten. Terwijl we dus, wegens knellende dogmatische stikstofwetjes, geen huizen mogen bijbouwen. Van der Valk en andere hotels puilen uit met asielzoekers omdat de staat hen niet meer kwijt kan. Inflatie maakt sparen onmogelijk, de verwarming aandoen is te duur.

Gelijktijdig geeft de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra (CDA) het bijwonen van een bijeenkomst met het World Economic Forum prioriteit boven een debat met de Tweede Kamer. Sigrid Kaag zat, terwijl zij minister van Financiën was, van 2018 tot 2021 in de Global Preparedness Monitoring Board van de WHO. Kaag verzweeg dit voor de Kamer, want een minister mag geen nevenfuncties hebben. Toen Thierry Baudet Kaags opleiding in Oxford het ‘spy college’ noemde, liep Kaag weg, moreel verontwaardigd. Nu blijkt glashard dat haar internationale netwerk belangrijker is dan transparant zijn tegenover Nederland.

Hoewel Nederland dik twintig jaar terug via de opkomst van Pim Fortuyn (1948–2002) al een krachtig signaal afgaf, gaat de linkse waanzin door, zich niets aantrekkend van rationele argumenten. Als je wat zegt, krijg je van de linkse elite een shadowban over je heen. Je politieke leider wordt met rechtszaken uitgeput, ze ontbinden je omroep en verbieden je politieke partij. Maar belasting betalen moet je wel. Zo is duidelijk dat Nederland voor de afgrondelijke keuze tot verzet wordt gesteld. Op dit punt staande, heeft de burger zeer weinig te verliezen. Dat is op zich een bevrijdende vaststelling, die de weg opent om de elite met gerechtigheid te confronteren.

Vergelijking Tweede Wereldoorlog

Onvermijdelijk komen we op een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog (1940–1945): ook daar was er sprake van tirannieke regimes. Uiteindelijk trok de democratie aan het langste eind — in hoeverre treft deze vergelijking met vandaag? Is er hoop?

Wij stellen vast dat nuchterheid en rationaliteit niet meer de basiswaarden zijn in Nederland. Morele hysterie, totalitair conformisme en de honger naar heksenjachten, zijn dat wel. De vergelijking ligt in het feit dat de internationale communisten van toen, de communistische globalisten zijn van vandaag. Vandaag staan de globalistische technocraten tegenover de gewone burger die onbekommerd zijn leven wil leiden. Zoals toegelicht, kan de doorsneeburger de verwarming niet meer aandoen. Hij of zij mag niet meer vliegen, geen vlees meer eten, en krijgt op elke straathoek ingeprent hoe ‘racistisch’ men wel niet is.

Het is echter onwaarschijnlijk dat de ‘democratie’ opnieuw als winnaar uit de bus zal komen. Destijds ging er een reële dreiging uit van communisten. Zij hadden de macht in Rusland en pleegden ook bijvoorbeeld in Beieren een geslaagde staatsgreep. Hierom waren de burgerlijk-kapitalistische democratieën bereid om de Duitse nazi’s en Italiaanse fascisten te gedogen, als ‘het minste van twee kwaden’. Dit veranderde toen Duitsland de oorlog inzette. De burgerlijke democratieën werkten toen samen met communistische dictaturen. Vandaag hebben de burgerlijke kapitalisten de handen ineengeslagen met de communistische globalisten en staat ‘Jan met de pet’ op het menu.

Conclusie

Zodoende is de democratie de nek omgedraaid. Het referendum is afgeschaft. Kabinetten weigeren verantwoording af te leggen. Beleid waarvoor ze niet durven uit te komen, laten ze uitvoeren door derde partijen die miljarden aan subsidies ontvangen, maar niet in het parlement verschijnen. De bestuurlijke soevereiniteit is overgedragen naar extreemlinkse actieclubs en ngo’s. Die zijn dikwijls aangehaakt op internationale geldstromen. De mainstreammedia zijn in handen van linkse Belgen, en bij de uitslagen van verkiezingen kun je terecht vraagtekens plaatsen.

Wat ik heb verteld is niet hoopgevend, wel zijn wij gelijkgestemd. Onze laatste hoop ligt in het natuurrecht. In een échte democratie is namelijk het volk de baas: regering van het volk, voor het volk, door het volk.

Sid Lukkassen

Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij is onafhankelijk denker, vrijwillig bestuurslid van de Vlaamse Club Brussel en inspirator van De Nieuwe Zuil. Hij schreef onder andere 'Avondland en identiteit' en 'Levenslust en Doodsdrift'. Hij promoveerde op 'De Democratie en haar Media'.