Geschiedenis
anarchisten

Hoed u voor de gevaarlijke anarchist

Vooruitblikken in het verleden

Terrorisme, geen nieuw fenomeen

Terreurdreiging, het is iets waar we de afgelopen jaren mee hebben leren leven. Aangescherpte veiligheidsmaatregelen, bewaking op de straat: allemaal het gevolg van de islamitische terreurgolf die de laatste jaren over Europa spoelde. Het is natuurlijk niet de eerste keer dat we dit meemaken, denken we maar aan de Palestijnse gijzelingsacties in de jaren zeventig, de communistische terreurgroepen in Italië, Duitsland, Frankrijk en België of de terreurcampagnes van afscheidingsbewegingen in Baskenland, Noord-Ierland en elders.

Terrorisme is geen fenomeen dat slechts de afgelopen decennia is opgedoken. Ook in de negentiende en begin twintigste eeuw grepen onder meer anarchisten naar het wapen van de terreur. De aanslagen trokken toen evenveel aandacht als vandaag. Wat wel verschilde: de wapens, de technieken en de doelwitten – al was het maar omdat er in de 19de eeuw nog geen passagiersvliegtuigen en torenhoge flatgebouwen bestonden.

Geen woorden, maar daden

En wat natuurlijk ook verschilde: de ideologie. De anarchistische terreurgolf stond bekend als de ‘Propaganda van de daad’, vertrekkend van de idee dat politieke strijd niet uit woorden maar wel uit daden moest bestaan. Op zich is er natuurlijk niets mis met dat vertrekpunt. Al in de eerste brief van de apostel Johannes staat: ‘Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden.’

Alleen had Johannes natuurlijk andere daden op het oog dan de Italiaanse revolutionaire anarchist Carlo Pisacane toen die schreef dat ideeën voortkomen uit daden, en niet andersom. Ook voor dé goeroe van het anarchisme, Mikhail Bakoenin was het duidelijk: ‘We moeten onze principes niet met woorden maar met daden verspreiden, want dit is de populairste, krachtigste en meest onweerstaanbare vorm van propaganda.’

In naam van de revolutie

Terreur als propaganda? Of schoot of stak men doelbewust de juiste mensen neer? Politici, industriëlen, staatshoofden – al dan niet gekroond – waren in de ogen van anarchistische revolutionairen allemaal legitieme doelwitten. Wie in de weg stond van de revolutie mocht ook met geweld opzij worden gezet of geliquideerd.

En in tijden van gebrekkige beveiliging was geen mens veilig. In een reeks internationale aanslagen tussen 1866 en 1932 werden meer dan twintig vooraanstaande politici, militairen en zakenlui vermoord, waaronder niet minder dan 8 zakenlui. Maar het bleef niet beperkt tot die moorden. Vaak lieten omstaanders het leven, of moest een bom in het publiek terreur zaaien.

De bekendste en spectaculairste aanslag was ongetwijfeld die op het Liceu Theater in Barcelona. Op 7 november 1893 slingerde de Spaanse anarchist Santiago Salvador tijdens het tweede bedrijf van de opera Willem Tell een Orsinibom in het publiek. 2 mensen kwamen om en dertig mensen raakten gewond. Dat de bom tijdens een opvoering van Willem Tell werd gegooid was geen toeval. Dertig jaar daarvoor was een aanslag met eenzelfde bom op keizer Napoleon III, die op weg was naar dezelfde operavoorstelling, mislukt. In totaal zouden anarchistische bomaanslagen ruim 100 slachtoffers maken.

‘Gekroonde’ hoofden

Maar de meest tot de verbeelding sprekende aanslagen waren natuurlijk de moorden op gekroonde hoofden, presidenten en regeringsleiders, niet in het minst de aanslag die de Italiaanse anarchist Luigi Lucheni op 10 september 1898 in Geneve pleegde. De man wilde eerst de Franse troonpretendent Philippe van Orleans vermoorden, maar toen hij vernam dat die reeds was afgereisd, las hij in een krant dat keizerin Elisabeth van Oostenrijk in Geneve logeerde. Dat nieuws had eigenlijk nooit in de krant mogen staan, want ze was daar incognito. Om niet op te vallen ging ze enkel vergezeld van een hofdame een boottochtje maken. Op weg naar de boot plantte Lucheni een geslepen ijzervijl in haar borst, wat ze natuurlijk niet overleefde.

Vier jaar later, op 6 september 1901 was het weer prijs wanneer de Pools-Amerikaanse anarchist Leon Czolgosz de Amerikaanse president William McKinley neerschoot. De beveiliging van de president was nochtans beducht geweest voor een aanslag. Het jaar voordien was in Italië koning Umberto I doodgeschoten. Bij een gepland bezoek aan de Pan-Amerikaanse Tentoonstelling in Buffalo wilde men een ontmoeting met het publiek schrappen, maar McKinley wou daar absoluut niet van weten. Zijn koppigheid kostte hem het leven toen Czolgosz hem vanuit het publiek neerschoot. 8 dagen later, op 14 september 1901, overleed McKinley aan zijn verwondingen.

Internationale politiesamenwerking

De moorden op keizerin Elisabeth en president McKinley maakten indruk en joegen er de schrik voor de anarchisten goed in. Enkele maanden na de dood van Elisabeth werd de ‘Internationale Conferentie van Rome voor de Sociale Verdediging tegen het Anarchisme’ bijeengeroepen. 21 landen namen deel. Een verbod op het bezit van explosieven, het in de gaten houden van anarchisten, het verbieden van anarchistische propaganda en de verplichte doodstraf voor moord op een staatshoofd moesten de anarchistische dreiging onder controle houden.

Er kwamen ook, en dit was een primeur, internationale afspraken over de samenwerking tussen de politiediensten van verschillende landen. Toen dat duidelijk allemaal niet hielp, riep men in 1904 in St Petersburg naar aanleiding van de moord op McKinley nog eens een conferentie bij elkaar, waar de VS overigens niet aan deelnamen. Hier ondertekenden de tien deelnemende Europese landen een ‘Geheim Protocol over de Internationale Oorlog tegen het Anarchisme’. De ‘War on Terror’ van George Bush was dus niet nieuw.

De voedingsbodem voor de revolutie

Maar ook dat stopte het moorden niet. Op 14 september 1911 woonde de Russische premier Pjotr Stolypin in Kiev een voorstelling van Rimsky-Korsakovs opera ‘Tsaar Saltan’ bij in aanwezigheid van de tsaar en twee van diens dochters. Tijdens de pauze na het tweede bedrijf schoot de revolutionair Dmitri Bogrov Stolypin neer. Vier dagen later overleed hij aan de gevolgen van het schot.

Stolypin was op dat moment bezig met landbouwhervormingen die de landbouw tot een productieve sector moesten maken en zo een stabiele basis voor de Russische economie moesten zorgen. Het maakte hem niet geliefd bij de ultraconservatieve tsaar, maar evenmin bij extreemlinks. Dat had met zijn uiterst repressief beleid te maken na de revolutie van 1905, maar evengoed met de vrees van onder meer Lenin dat de hervorming wel eens zo succesvol zou zijn dat ze de voedingsbodem voor een revolutie compleet onderuit zou halen. Een moord met potentieel verstrekkende gevolgen, dus.

Anarchie op z’n retour

Na de Tweede Wereldoorlog waren de hoogtijdagen van de anarchistische terreur voorbij. Anarchisten plegen nog wel aanslagen of zijn betrokken bij rellen naar aanleiding van anti-globalistische protesten of vakbondsbetogingen, maar in vergelijking tot het verleden is de dreiging toch kleiner geworden en vooral, worden ze compleet overschaduwd door terreurbewegingen met een compleet andere ideologie.

Paul Cordy

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Paul Cordy?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbaak.

Ik help Doorbraak groeien.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier

Voeg een reactie toe

https-doorbraak-be

Lees ook

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans