Actualiteit, Buitenland, Cultuur

‘Hoofddhoek hoofdzonde?’: 4 + 1

Boekbespreking


Laat één ding na het lezen van dit boek duidelijk zijn geworden: het laatste woord over dat onderwerp is nog lang niet gezegd. Het is zelfs de vraag of het ooit wel gezegd zal raken. Het vraagstuk van de scheiding tussen de religieuze sfeer en de ‘publieke, neutrale sfeer’ is al eeuwenlang een probleem.

Als ik deze woorden zo tussen aanhalingstekens plaats, zal de aandachtige lezer aanvoelen dat de inhoud van deze woorden verre van duidelijk is. Bestààt er wel zoiets als een neutrale sfeer? Kan een mens wel neutraal zijn? En als een mens niet neutraal kan zijn, schenden we dan met het uitvaardigen van verboden – of geboden – die de neutraliteit in de publieke sfeer op het oog hebben niet ieders fundamenteel recht op zelfbeschikking? Het recht namelijk te leven naar eigen inzicht en aanvoelen?

Het is volstrekt onmogelijk om de stellingen van de auteurs hier in kort bestek weer te geven. De auteur van het naschrift in het boek doet dezelfde vaststelling en gaat daarom over tot het schrijven van een vijfde essay, naast dat van de vier ‘officiële’ auteurs. Heel terecht wijst Ludo Abicht er hierbij op dat niemand gediend is met wederzijdse scheldpartijen en dat alleen doordacht en onafgebroken debatteren uitzicht op vooruitgang biedt. Hij schrijft het niet, maar denkt het ongetwijfeld: zolang we blijven debatteren slaan we elkaar tenminste de hersens niet in en mogen we hopen op zoiets als democratie en menselijke ontvoogding.

Drie van de vier essays passen zeer zeker in deze gedragshouding. Het helderste essay vind ik dat van Guido Vanheeswijck, filosoof aan de Universiteit van Antwerpen. Hij probeert de onmiddellijkheid van het debat te boven te gaan door een onderscheid te maken tussen een militant Frans laïcisme en een pragmatische Angelsaksische aanpak, gerelateerd aan het bekende onderscheid tussen een radicale en een gematigde verlichting. In de Angelsaksische wereld van de gematigde verlichting kijkt niemand op als er een man met een tulband achter het loket zit of een dame met een hoofddoek.

Buitengewoon rijk aan ideeën is de bijdrage van VUB-professor Marc Van den Bossche. Uitgaande van het nuchtere pragmatisme van de Amerikaanse filosoof Richard Rorty, voor wie godsdienst en ideologie zich moeten onthouden van ultieme waarheidspretenties, is het volgens Van den Bossche mogelijk de mening te laten postvatten dat religie een loutere privézaak is. We hoeven ons dan volgens hem niet langer aan de hoofddoek te storen.

De jonge Vlaamse filosofe van Poolse afkomst Alicja Gescinska pleit ervoor vooral goed na te denken over de begrippen en de termen die we in onze discussies hanteren. Al te gemakkelijk sluipt met een onkritisch gebruik van nochtans algemeen gehanteerde termen – secularisatie bijvoorbeeld – tegelijk een waardenpatroon binnen, waardoor we de openheid van de samenleving in gevaar brengen. Gescinska blijft in die zin in haar tekst erg genuanceerd. ‘Specifieke verboden op specifieke gebruiken kunnen in specifieke omstandigheden nuttig zijn.’ Net daarom, vind ik, is er echt wel een verschil tussen het dragen van een keppeltje en de hoofddoek, hoewel Gescinska dat niet zo ziet.

Het laatste – in het boek het eerste – essay voldoet jammer genoeg niet aan de eisen waaraan de andere auteurs wel voldoen. Bij de tweede lezing nog meer dan bij de eerste zag ik voor me het vermanend opgeheven morele vingertje, niet aan het adres van medekatholieken maar wel aan dat van diegenen die menen een hoofddoekenverbod te moeten uitvaardigen. Mensen die een andere mening koesteren ‘neutraliteitsradicalen’ noemen, lijkt me een uiting van militantisme en past niet in een zakelijke analyse. Als je systematisch woorden zoals ‘vreemd’ tussen aanhalingstekens plaatst, weet iedereen dat je naar een bepaalde strekking uithaalt en die meteen ook afwijst. De storende en stigmatiserende uithaal naar extreemrechts dat ‘bulderend moslims uitscheldt’ is in een essay in dit boek misplaatst. Daarom koos ik als titel van deze bespreking: 4+1, waar bij 1 op de bijdrage van de publicist Marc Van de Voorde slaat …

Heel terecht nodigt Abicht de voorstanders van het hoofddoekenverbod uit om hun argumenten uiteen te zetten. Dat is nodig, want dom zijn die toch ook niet. De verschillende auteurs mogen dan pleiten voor een open debatcultuur met respect voor elkaars eigenheid: dat blijft een oproep gericht naar de autochtonen. Door schade en schande hebben we geleerd met elkaar samen te leven door voor sommige activiteiten van het leven Persona te zijn: een masker op te zetten, te acteren en voor de tijd dat we deze activiteit uitoefenen, te doen alsof we neutraal zijn. Kortom: het standpunt dat Jurgen Slembrouck van de vrijzinnige dienst van de Universiteit Antwerpen innam op het debat bij de voorstelling van het boek. Het is een schitterende pragmatische oplossing maar helaas zien we in Syrië dat de moslims aan deze pragmatiek nog helemaal niet toe zijn. Wat voor zin heeft het de autochtonen op te roepen tot het open debat, als de groep waar het écht om draait, de islamieten, geen of onvoldoende teken geeft uitgerekend aan dàt debat deel te willen nemen?

O neen: het laatste woord is verre van gezegd …

Ludo Abicht e.a. Hoofddoek hoofdzonde? Pluralisme en neutraliteit in de seculiere samenleving. Pelckmans, 128 blz., €14,00, isbn 9789028974340

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Ik word vriend van Doorbraak.

Jaak Peeters