Horatius had een afschuw van windturbines

Dat zag hij niet graag

Horatius begon een van zijn Oden met volgend vers: Odi profanum vulgus et arceo; ik kan de onwetende massa niet luchten en blijf ze uit de weg. Misschien vindt men zo’n aanhef niet sympathiek vandaag, het is een vloek bijna, al zien we die afschuw van het volk ook nu wel in politiek en journalistiek.
Maar verderop in diezelfde ode neemt hij een standpunt in dat we tegenwoordig als ‘groen’ zouden omschrijven:

contracta pisces aequora sentiunt
iactis in altum molibus; huc frequens
caementa demittit redemptor
cum famulis dominusque terrae
fastidiosus:

[De vissen voelen de waterspiegel krimpen als reusachtige pijlers de bodem worden ingedreven. De aannemer en zijn werkmannen, en de eigenaar naast hem (die op het landleven is uitgekeken) kieperen er vaak dit afval in.]

Nu rijst de vraag: kan Horatius het hier al hebben gehad over de reusachtige ‘parken’ met windturbines op zee? Dat valt niet uit te sluiten: tenslotte is een dichter een ziener, of zoals hij zichzelf omschrijft: een priester van de Musen, Musarum sacerdos die een lied zingt dat nog ongezongen was.

Een vriend (die lange tijd op het water woonde maar nu weer aan land is gegaan) stuurde me net deze mooie Engelse vertaling:

The fish can feel that the channel’s narrowing,
when piles are driven deep: the builder, his team
of workers, the lord who scorns the land
pour the rubble down into the waters.

Anthony Kline

Marc Vanfraechem :Marc Vanfraechem (1946) werkte voor Klara (VRT-radio); vertaler, blogger http://victacausa.blogspot.com sinds 2003. Hij schrijft het liefst, en dus meestal, artikels met daarin verwerkt vertaalde citaten van oude auteurs, die hem plots heel actueel lijken.