Geschiedenis
Miguel de Unamuno

Houwdegen op zijn nummer gezet

Spaans-baskisch filosoof in de clinch met generaal

‘De mensen moeten leren om met hun oren te lezen, niet met hun ogen’: voor de grote Spaans-Baskische dichter en filosoof Miguel de Unamuno (1864-1936) was het spreken in het openbaar even zo van tel als het zoeken naar het juiste dichterlijke woord. Hij wilde niet dat zijn woorden zouden sterven in boeken, hij wilde de taal tot leven wekken, ook door deel te nemen aan maatschappelijke en politieke debatten, waarvan er genoeg waren in het Spanje van zijn dagen.

Ballingschap

Unamuno behoorde tot de ‘Generatie van 98’, die na het verlies van de overzeese kolonies in 1898 een geestelijke vernieuwing en culturele renaissance van Spanje nastreefde. De strijdbare schrijver en professor ging de confrontatie met de machtigen niet uit de weg. Omwille van zijn strijd tegen het grootgrondbezit en meer algemeen de feodale toestanden in Spanje werd hij in 1914 afgezet als rector van de universiteit Salamanca. Zijn kritiek op het oligarchische systeem verstomde echter niet. Zijn aanvallen op het dictatoriale regime van generaal Primo de Rivera leidden tot zijn onvrijwillige ballingschap gedurende de jaren ’20 in Frankrijk. Na de val van de dictator juichte Unamuno de Tweede Republiek bij haar ontstaan in 1931 toe, maar distantieerde zich later van haar omwille van haar antiklerikaal beleid.

Brutale methodes

Unamuno geloofde dat met de ondergang van de Kerk ook het Avondland ten dode opgeschreven was. In zijn meest bekende werk, de essaybundel Del sentimiento trágico de la vida en los hombres y en los pueblos, uit 1912, reflecteerde hij over de botsing tussen Geloof en Rede, waarachter de tragiek van de mens schuilgaat die zich bewust is van zijn sterfelijkheid en toch hoopt op een leven na de dood.* Als katholiek verwachtte Unamuno aanvankelijk dan ook veel heil van Franco, maar keerde zich van hem af omdat de opstandige generaal de monarchie wilde herstellen en daarbij brutale methodes niet schuwde.

Dodencultus

Kort na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 kwam de dichter op 12 oktober, de Día de la Hispanidad (de feestdag ter ere van Columbus en de verspreiding van de Spaanse cultuur), in aanvaring met aanhangers van Franco. Tijdens de plechtigheid in de aula van de universiteit van Salamanca, waarvan Unamuno weer rector was geworden, bestempelde een zekere professor Maldonado Catalonië en Baskenland als kankergezwellen in het lichaam van Spanje. Toen generaal Millán-Astray, een ware houwdegen, daarop ook nog eens ‘Dood aan de intellectuelen’ en ‘Viva la Muerte’ schreeuwde, stond Unamuno verontwaardigd op. Hij herinnerde het publiek eraan dat hijzelf een Bask was en de aanwezige bisschop een Catalaan om dan van wal te steken tegen de generaal, die – zelf een oorlogskreupele zijnde – het door de burgeroorlog verscheurde land nog meer kreupelen zou gaan opleveren door ‘necrofiele’ kreten als ‘Leve de Dood’. De rede van Unamuno tegen die militaristische dodencultus is in het collectieve geheugen bewaard gebleven omdat ze woorden bevat die als een universeel en tijdeloos pleidooi voor bezonnenheid kunnen worden gelezen: ‘Venceréis, pero no convenceréis:  Jullie zullen winnen, maar niet overtuigen. Jullie zullen winnen omdat jullie over genoeg brute kracht beschikken. Maar jullie zullen niet overtuigen, want overtuigen betekent overreden, en om te overreden heb je iets nodig wat jullie ontbreekt: de rede en het recht in de strijd.’

(Dit artikel verscheen eerder in de ADVN-Mededelingen nr. 58)

 

* Meer hierover bij de hispanist Robert Lemm, Het labyrint van de filosofie, Groningen, 2017, pp. 95-103.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans