Cultuur
Hugo Claus

Hugo Claus, Con Amore

Een rommelige expositie

In een verloren hoek met te smalle gangen mocht Marc Didden als curator zijn adoratie voor Hugo Claus etaleren. Hij leende schilderijen, brieven, gedichten, boeken, covers, posters, parafernalia en dropte die in kasten, hing ze aan muren. Het geheel heeft een zwakke en voorspelbare lijn – van voor Claus’ geboorte tot na zijn dood – en het oogt allemaal fraai, maar de bezoeker wordt er niet wijzer van. Het geheel smaakt naar het uitpakken van een vriendschap zonder meerwaarde. Extra zuurgehalte is te vinden in het zich haken aan de kar van anderen die Claus van nabij hebben gekend om de eigen relatie te versterken.

Dweepgedrag

Wanneer het geëxposeerde niet meer is dan het verfraaien van de muren en de ruimte, is het initiatief dan niet een bewijs van onkunde? Een tentoonstelling moet het informatieve overstijgen, op z’n minst een poging wagen door te dringen tot de schaduw van wie men in de ban is. Of laten blijken waarom men dweept met iemand, zoals de curator schrijft op de achterkant van de kaft van de bijhorende catalogus ‘… op basis van pure maar onbestemde bewondering.’

Die onbestemde bewondering stond Marc Didden in de weg om te onthullen op wat die vriendschap precies is gebaseerd. Het lijkt me eerder dat de expositie door zijn gebreken aantoont hoe mager die vriendschap eigenlijk wel was. Marc Didden heeft Hugo Claus van nabij gekend, geen twijfel aan, behoorde tot de inner circle van diens entourage, maar zich als vriend uiten is te veel van het goede. Om de eenvoudige reden dat Hugo Claus geen vrienden had. De enige die hem na aan het hart lag was de dichter Hugues C. Pernath. Dat hij de cyclus Het graf van Pernath schreef, wijst op een hechte band. Die cyclus staat kwalitatief op gelijke hoogte met The Love Song of J. Alfred Prufrock van T.S. Eliot.

Vriendschap voor Hugo Claus bestond erin mensen te gebruiken voor eigen doel. Het mooiste voorbeeld is Freddy de Vree. Hij heeft zoveel energie én [VRT-]geld in Claus gestoken dat heel wat mensen De Vree zagen als zijn secretaris. Toen Hugo Claus Veerle De Wit leerde kennen en zij zijn financiële puinhoop opruimde, was De Vree niet meer bruikbaar. Hij werd gedumpt, zoals zovele anderen. Guido Claus, de broer van Hugo en uitbater van de Hotsy Totsy vertelde me op een keer dat hij een audiëntie via Veerle moest aanvragen om zijn eigen broer te kunnen zien.

Letterdief

Enkele schilderijen van de leden van COBRA sieren de tentoonstelling, maar dat Claus zelf geen lid was van die club – en wáárom niet, hoewel hij in Parijs zeer goed bevriend was, komt niet aan bod. Evenmin dat Hugo Claus de inspiratie voor zijn toneelstukken ontvreemdde van andere schrijvers. Er is geen link tussen dief en bestolene. De voorbeelden liggen nochtans voor het grijpen. Het mooiste voorbeeld is het toneelstuk Vrijdag. Het gegeven is ‘ontleend’ aan de novelle De biezenstekker van Cyriel Buysse. Het enige wat Claus gedaan heeft is de taal ververst, de plaats van het gebeuren gewijzigd, de tijd waarin het zich afspeelt ruim vijftig jaar verschoven en de literaire vorm gewijzigd: van proza naar toneel.

In een kijkkast is een uitgave van de Sonnetten te zien. Wat niet te zien valt zijn de vijftien sonnetten van William Shakespeare die Claus als inspiratiebron gebruikte om het zich makkelijk te maken.

Eigen status eerst

Dit, en heel wat meer van de minder fraaie kanten van Claus komt nooit en nergens aan bod. Het is een en al adoratie en oppervlakkigheid. Tot glorie van de eigen status. Alsof een vriendschap met Claus, de paus van de Vlaamse literatuur van de 20ste eeuw, garant staat voor de eigen heiligverklaring. De expositie ‘Hugo Claus, Con Amore’, is een toonbeeld van hoe een curator zichzelf op een hoger niveau tilt en de kunstenaar/auteur daar schaamteloos voor gebruikt.

Catalogus

Gelukkig is er de catalogus. Al valt er ook in dat naslagwerk geen kritisch woord te vinden. Of een onthullend fragment, waardoor de lezer denkt ‘Ah, zo zit het!’. Maar, het is een leerrijk boek; wordt enkel ontsierd door het Voorwoord van Sven Gatz, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel. Cliché op cliché, er bestaan gevulde kasten vol magere  gastschrijvers. Van de literaire bijdragen zijn de beste en de meest leerrijke de artikels van Caroline Lamarche en Suzanne Holtzer. En als afsluiter het gedicht van Remco Campert, Bij de dood van Hugo Claus. Het blijft naar de strot grijpen.

Besluit: de tentoonstelling is op z’n hoogst fraai en de catalogus een mooi kijkboek met een zekere historische waarde. Al is de persmap leerrijker dan de expositie en het naslagwerk.

Hugo Claus, Con Amore
Curator expositie en eindredacteur catalogus: Marc Didden
Tentoonstelling: BOZAR – 28.02 – 27.05.2018
Catalogus: BOZAR BOOKS & Lannoo – 256 pag. – € 26,99

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans