fbpx


Analyse, Buitenland

De grenzen van identiteitspolitiek

Democratische voorverkiezingen doen niet aan electorale segregatie



Op 3 februari 2020 brengt de Democratische partijbasis in Iowa de eerste stemmen uit om te beslissen wie in november de uitdager wordt van de zittende president Donald Trump. Gelet op het aantal kandidaten dat op een kluitje zit, is het moeilijk in te schatten wie uiteindelijk als winnaar uit de bus komt. Eén eigenschap van de volgende president van de Verenigde Staten kennen we wel al: hij of zij – al ziet het er op moment van schrijven uit…

Premium Artikel

Dit artikel is een premium-artikel dat alleen leesbaar is voor Doorbraak-lezers die ingelogd zijn op doorbraak.be. Registreren is gratis en geeft toegang tot alle premium artikels. Het is mogelijk dat u al de nieuwsbrief ontvangt of dat u al een steuner bent bij Doorbraak, maar dat u nog geen inlogaccount (met wachtwoord) heeft aangemaakt. Als u via sociale media inlogt of hieronder een nieuwe account aanmaakt, dan wordt die account automatisch aangemaakt en aan uw nieuwsbrief gekoppeld.

Al geregistreerd bij Doorbraak of bij een sociaal netwerk? Log dan hieronder in op Doorbraak.be







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Op 3 februari 2020 brengt de Democratische partijbasis in Iowa de eerste stemmen uit om te beslissen wie in november de uitdager wordt van de zittende president Donald Trump. Gelet op het aantal kandidaten dat op een kluitje zit, is het moeilijk in te schatten wie uiteindelijk als winnaar uit de bus komt. Eén eigenschap van de volgende president van de Verenigde Staten kennen we wel al: hij of zij – al ziet het er op moment van schrijven uit dat het een ‘hij’ wordt – zal blank (of ‘wit’) zijn. Dit is een hoopvol teken dat de beperkte reikwijdte van polariserende identiteitspolitiek aantoont.

Moeilijke spreidstand

De Democratische partij probeert net als verschillende linkse Europese partijen een moeilijke spreidstand vol te houden. Zij zit gewrongen tussen enerzijds haar klassieke achterban van arbeidersgezinnen en leden van de lage middenklasse die de partij van Biden, Warren en Sanders ziet als een firewall tegen de uitwassen van een ongebreideld kapitalisme, en anderzijds de aan invloed winnende sociaal-liberale, stedelijke elite die, bij gebrek aan financiële kopzorgen, de oudste partij van de VS probeert om te vormen tot het vehikel voor haar postmoderne agenda.

Dit is een ongemakkelijk huwelijk, vooral wanneer beide partners het niet hoog op hebben met elkaar. Terwijl hoogopgeleide inwoners van Amerika’s kuststeden in 2016 massaal hun steun verleenden aan Hillary Clintons worp naar het presidentschap, werd de ‘blauwe muur’ van de Democraten gesloopt met een hamer die, zo liet ik mij vertellen, huge en the best was.

Die blauwe muur bestond uit enkele industriële staten – wegens de neergang van deze industrieën neerbuigend de rust belt genoemd – Wisconsin, Michigan en Pennsylvania. Staten die traditioneel in Democratische colonne vielen, tot een zekere Donald Trump de Republikeinse presidentskandidaat werd. Ook Ohio behoort tot die rust belt. Een klassieke swing state die in 2008 én 2012 Barack Obama naar het Witte Huis stuurde, maar in 2016 afgetekend Trump verkoos boven Clinton.

Wit menu

Toen de verschillende would be  presidenten hun hoed in de ring gooiden was er onmiddellijk sprake van het meest ‘diverse’ aanbod aan presidentskandidaten. De zwarte vrouw Kamala Harris, de zwarte man Cory Booker, de Latino Julián Castro, de Aziatische man Andrew Yang, de homofiele man Pete Buttigieg, de Samoaans-Amerikaanse en hindoeïstische vrouw Tulsi Gabbard en een resem blanke vrouwen als Elizabeth Warren, Amy Klobuchar en Kirsten Gillibrand vervoegden de blanke, heteroseksuele mannen Joe Biden en Bernie Sanders.

De Democratische partijleiding en de media klopten zichzelf op de borst: in tegenstelling tot de Republikeinse partij die de ‘xenofoob’ Donald Trump afvaardigde, liet de Democratische partij zien dat zij de natuurlijke thuishaven is voor etnische minderheden en vrouwen.

Een jaar later, en het menu aan Democratische kandidaten waaruit de partijbasis kan kiezen ziet er een stuk witter uit. De kandidaturen van rijzende sterren als Harris, Booker en Castro implodeerden of kwamen nooit van de grond.

Kruimels

Andrew Yang en Tulsi Gabbard zijn populair op het podcastcircuit en Twitter, maar hun kandidaturen lijken op meer sympathie te kunnen rekenen van rechts-conservatieven – omdat ze als een van weinigen niet met de regelmaat van de klok de politieke rechterzijde demoniseren – dan van de eigen kiezers.

Een nieuwe, zwarte kandidaat, Deval Patrick, registreert niet in de peilingen. Daarentegen zijn er twee kandidaten die recenter in de race stapten en wel onmiddellijk beperkt succes boekten in de peilingen: voormalig burgemeester van New York City Michael Bloomberg en voortrekker van de need to impeach-campagne Tom Steyer. Witte, oude miljardairs. De vier werkelijke kanshebbers op de Democratische kandidatuur zijn ook allen blank. Drie van hen zijn mannen.

Teleurgestelde huisvrouw

Deze sociaal-liberale elite lijkt met het stranden van de kandidaturen van Harris, Booker en Castro dan ook meer en meer op een teleurgestelde huisvrouw die haar echtgenoot opwacht na een avondje drinken met de mannelijke collega’s. Ze is niet boos, wel teleurgesteld. Teleurgesteld dat de Democratische partijleden massaal voor oude, blanke mannen en vrouwen kiezen en niet iemand als Kamala Harris of Julián Castro op het schild hesen.

Het magische recept van progressief links is een mengsel van ‘identiteitspolitiek’ en ‘intersectionaliteit’ (of ‘kruispuntdenken’), overgoten met een sausje van de ‘racistische erfzonde’ waarmee wit Amerika wordt geboren. De visie van de stedelijke elite gaat uit van neomarxistisch geloof in een samenleving die niet bestaat uit individuen met een minimum aan gedeelde waarden, maar in een die wordt vormgegeven door een constante strijd tussen groepen, arbitrair afgebakend op basis van gender, seksuele geaardheid en etniciteit.

Woke zero sum game

In dit collectivistisch wereldbeeld is politiek een identitaire zero sum game: de winst van de ene groep is het verlies van de andere. Deze ideologie waarbij de groepsidentiteit voorrang neemt op de individuele of, anders gezegd, de eerste de tweede opslorpt, leidt tot een informele onderdrukkingspiramide.

Zwarte en Latino kandidaten bemannen de top van deze onderdrukkingspiramide. Als de kandidaat in kwestie dit kruispuntgewijs kan combineren met de juiste genderidentiteit (vrouw) dan heeft de ‘woke’ liberaal zijn of haar perfecte kandidaat gevonden. Dat niets van dit alles ingaat op de inhoudelijke waarde of haalbaarheid van de beleidsvoorstellen van een kandidaat of diens morele gedragscode, gaat u natuurlijk niet voorbij.

Toch was het verlies van Castro, Booker en Harris blijkbaar een grote aderlating voor de Democratische voorverkiezing. De debatpodia zijn in ieder geval een stuk ‘witter’ dan enkele maanden geleden. Trouwens ook een stuk minder gekleurd dan de Republikeinse debatten van 2016, toen twee Latino’s (Marco Rubio en Ted Cruz) en een Afro-Amerikaan (Ben Carson) op verschillende momenten gezien werden als grote kanshebbers op de Republikeinse nominatie.

Witte patriarchen

Lippendienst bewijzen aan deze neomarxistische theorieën is de manier bij uitstek waarop de blanke man (of vrouw, afhankelijk van de situatie) boete kan doen. Het erkennen van de historische door de staat opgelegde, gepromote of toegestane discriminatie is daarvoor evenwel niet genoeg. Noch volstaat de verwijdering van de obstakels die de opwaartse sociale mobiliteit verhinderden.

Het is volgens hen essentieel dat etnische minderheden en vrouwen zich vertegenwoordigd zien in het bedrijfsleven en de politiek, en dit volgens op voorhand bepaalde, arbitraire quota. Dat daarmee soms voorbij wordt gegaan aan individuele wensen en voorkeuren van de leden van deze geviseerde, onderdrukte groep, is conform het collectivistisch verhaal van ondergeschikt belang.

Bij de Democratische voorverkiezingen vertaalt zich dat een in een bijna lachwekkende hypocrisie van de witte patriarchen op het debatpodium. De oplossing voor het gebrek aan people of color  op het podium is nochtans eenvoudig: de beëindiging van de campagnes van Biden, Sanders, Buttigieg, Steyer, Bloomberg en Michael Bennet zou de gewenste uitkomst opleveren. (Ex-)kandidaten zoals Harris, Booker, Castro, Patrick, Gabbard en Yang zouden het intersectioneel robbertje onder henzelf kunnen uitvechten, zonder inmenging van de blanke onderdrukker wiens tijd gepasseerd is.

Hypocrisie

Maar het feit dat de witte kandidaten weigeren hun kandidatuur op te schorten, getuigt van de beperkte waarde die zijzelf aan deze intersectionele opvattingen hechten. Als zij werkelijk overtuigd waren van het belang van een niet-blanke president, zouden zij de eer aan zichzelf houden en in één beweging Kamala Harris tot genomineerde zalven.

Biden en co geloven evenwel niet dat lid zijn van een etnische minderheid een inherent voordeel (of nadeel) biedt ten opzichte van de eigen, Europese, blanke roots. Eenzelfde redenering gaat op voor de deugdpronkende uitspraak van voormalig president Obama enkele weken geleden, toen hij onomwonden verkondigde dat vrouwen indisputably better (ontegensprekelijk beter) zijn dan mannen.

Als hij dat werkelijk had geloofd, dan had hij in 2008 Hillary Clinton het ‘glazen plafond’ laten doorbreken, in plaats van de voormalige first lady’s  ultieme droom eigenhandig de grond in te boren.

Geen etnische blokken

Het is natuurlijk de schuld van de modale Amerikaan dat geen enkele kandidaat met een wat hogere dosis melanine in zijn huid een serieuze kans maakt op winst in de Democratische voorverkiezingen. Dat klopt. En dat is ook hoopgevend.

Etnische minderheden zijn oververtegenwoordigd in de Democratische partij in vergelijking met hun aandeel in de Amerikaanse bevolking. Indien al deze kiezers als één etnisch blok zouden stemmen, zou het voor de intern verdeelde blanke Democraten bijna onmogelijk zijn geen kandidaat van een etnische minderheid te nomineren voor het hoogste politieke ambt in de VS.

Eenzelfde redenering houdt steek voor vrouwelijke kandidaten. Als het doorbreken van het ‘glazen plafond’ van primordiaal belang is voor de vrouwelijke populatie van de VS, dan kunnen zij dit bewerkstelligen wanneer zij maar willen door een vrouwelijk front te vormen tegen een, opnieuw, intern verdeeld mannelijk kiespubliek.

Ideeën boven identiteit

Maar het hoopgevende aan de Democratische voorverkiezingen is de ingesteldheid van de Democratische kiezers. Zwarte, latino en vrouwelijke kiezers laten zich blijkbaar niet zo sterk leiden door hun huidskleur of genderidentiteit als door de identiteitsstrijders werd verwacht. Dat oude, witte man Joe Biden massaal de steun krijgt van zwarte congresleden en kiezers, terwijl zij Booker en Harris een cold shoulder  gaven, toont aan dat de gemiddelde Democraat nog steeds voorbij ras kan kijken en meer geïnteresseerd is in de mens en politicus Biden dan in zijn Ierse afkomst.

De kandidaten die lid zijn van een etnische minderheid werden door het Democratische electoraat gewogen en te licht bevonden. Dat de jonge, Latina Alexandria Ocasio-Cortez (D-New York) Bernie Sanders verkiest boven Latino Julián Castro of vrouw Elizabeth Warren omwille van de authenticiteit van Sanders als voorvechter van de belangen van de arbeidersklasse, is een indicatie dat iemands ideeën nog steeds belangrijker zijn dan zijn of haar door politiek gemotiveerde actoren opgelegde, arbitraire identiteit. Dit soort racisme wordt door de Democratische partijbasis naar de prullenbak verwezen – exact waar het thuishoort.

Roan Asselman

Roan Asselman is master in de rechten (KU Leuven) en student vermogensbeheer (EMS). Voor Doorbraak volgt hij onder meer de Amerikaanse politiek en het Grondwettelijk Hof.