fbpx


Multicultuur & samenleven

#Ikbenookvlaming. Wie nog?

Bedenkingen bij het ‘Grote Identiteitsdebat’



In L’identité wallonne (1997) omschreef de Waalse historicus Philippe Destatte, directeur van het Institut Jules Destrée, een Waal als ‘iemand die in Wallonië leeft en werkt’, en voor alle duidelijkheid voegde hij daar nog instemmend het volgende citaat van Marcel Florkin aan toe:

‘Tout Italien, tout Polonais, tout Grec, tout Flamand qui participe à l’expansion de la vie wallonne appartient à la communauté wallonne.  Même si sa carte d’identité ne le dit pas, il est un Wallon à part entière.’

Hier zijn twee korte voetnoten op hun plaats:  Florkin schreef dit in 1962, dat wil zeggen dat hij er vandaag zeker de ‘nieuwe Walen’ uit de Maghreb, Turkije en andere moslimlanden aan zou hebben toegevoegd en, ten tweede, dat de uitdrukking ‘à part entière’ refereert naar een uitspraak door de Franse Assemblée van 1791, toen met exact dezelfde woorden de Joodse inwoners van Frankrijk  officieel als volwaardige medeburgers werden aanvaard.

Ik werd aan deze in feite vanzelfsprekende definities van de Waalse en Franse (en Amerikaanse, enzovoort) identiteit herinnerd, toen ik de affiche zag voor ‘het Grote Identiteitsdebat’ dat op 8 november jongstleden in Berchem werd georganiseerd door Doorbraak en een aantal groepen die hoofdzakelijk de belangen van mensen van vreemde origine behartigen. Het feit dat dit gezamenlijk werd opgezet leidde tot de eerste verrassing van die avond:  in de zaal waren er duidelijk iets meer leden en sympathisanten van deze organisaties aanwezig dan van Doorbraak.   Het feit dat het toch voor moslims relevante debat dat twee dagen later op de Boekenbeurs werd ingericht rond het boek Hoofddoek Hoofdzonde? (Pelckmans, 2013) bijna uitsluitend door blanke Vlamingen werd bijgewoond, onderstreepte het unieke karakter van dit identiteitsdebat in Berchem.

Wat ook opviel waren de grote opkomst en de gretigheid waarmee mensen van de gelegenheid gebruik maakten om vanuit de zaal aan dit debat deel te nemen. Het werd rond 11 uur afgesloten, maar het had nog uren kunnen doorgaan.

We kunnen hieruit alvast twee lessen trekken:  dit onderwerp leeft dus duidelijk in het milieu van de nieuwkomers en, ten tweede, indien we een dergelijke discussie organiseren moeten we dit van beide kanten laten uitgaan, tenminste indien we elkaar echt  willen ontmoeten.

Ook de toon die zowel door het panel (Yilmaz Kurtal, Samira Azeroual, Nelly Maes, Peter De Roover en moderator Rik Van Cauwelaert) als door de deelnemers aan de discussie werd aangeslagen, was opvallend, soms bijna ontwapenend eerlijk: toen mevrouw Azeroual, lerares islam, zei dat zij en velen van haar generatiegenoten echt dachten dat de hele Vlaamse Beweging als het ware een uitvinding was van het Vlaams Blok viel er een onbehaaglijke stilte onder de aanwezige Vlamingen. Of wanneer Peter De Roover het even ironisch over ‘Marokkaantjes’ had, werd dit bij die toehoorders niet meteen als ironie begrepen. En zo waren er, gelukkig, nog een reeks misverstanden en vooroordelen over en weer. Gelukkig, omdat ze hier open en bloot in de zaal werden geslingerd en er dus eindelijk over gepraat kon worden. Toen Nelly Maes verklaarde dat ze ‘niet fier was Vlaming te zijn’, maar wel ‘verantwoordelijk’ was dit voor alle deelnemers duidelijk: wie vanuit de positie van de inboorling, wat Eugeen Roosens (1998) zo mooi de ‘primordiale autochtonie’ genoemd heeft, nieuwkomers uitnodigt  om voluit  (à part entière) en als gelijkwaardig medeburger aan de ontwikkeling van Vlaanderen mee te werken moet inderdaad zijn verantwoordelijkheid voor de gelijke kansen van deze mensen opnemen.

Deze debatavond kan slechts beschouwd worden als het begin van een lang, voor alle betrokkenen veel te laat op gang gekomen proces dat zowel de maatschappelijke cohesie (wij zijn allemaal Vlamingen) als het respect voor de diversiteit (in ons Vlaamse huis zijn vele verschillende kamers) centraal stelt. Wat ons, bewuste primordiale autochtonen – zeg maar gewoon ‘flaminganten’ – betreft, lijkt het me niet meer dan normaal dat wij, die zelf een moeizame emancipatiestrijd hebben meegemaakt, de vanzelfsprekende bondgenoten zijn van medeburgers die om historische, sociale en culturele redenen terecht op onze solidariteit moeten kunnen rekenen. Dat deze solidariteit ook een kritische en open discussie over een aantal pijnpunten omvat is doodgewoon een uiting van wederzijds respect: hier wordt niet betutteld noch geslijmd, onder ons worden problemen, als die zich voordoen, op een volwassen manier aangepakt.    

Lees van Peter De Roover in dit verband ook ‘Clichés bevecht je niet met andere clichés‘.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Ludo Abicht

Ludo Abicht is publicist