Buitenland, Politiek
Italiaanse

Italiaans links heeft geen basis meer

Dat toonden de tussentijdse Italiaanse gemeenteraadsverkiezingen

Vorige zondag vond de tweede ronde plaats van de tussentijdse Italiaanse gemeenteraadsverkiezingen. Opmerkelijk daarbij was de heel lage opkomst. Maar 47% van de stemgerechtigden kwam zondag opdagen in de stemlokalen. Een daling van 13% ten opzichte van de opkomst in de eerste ronde. Dit en het succes van de anti-establishmentpartijen tonen aan dat de Italiaanse democratie zich vandaag in een delicate fase bevindt. Enerzijds is er de groeiende desinteresse en zelfs apathie van de Italiaanse burgers ten opzichte van de politiek. Anderzijds ondergaat het politieke landschap radicale veranderingen die de institutionele stabiliteit van het land sterk op de proef stellen.

Links verliest

De grote verliezer van deze lokale verkiezingen was nog maar eens de centrumlinkse Partito Democratico (PD). De linkse partij Liberi e Uguali (LeU) kwam er net zoals bij de nationale verkiezingen van begin dit jaar helemaal niet meer aan te pas.

Hoewel deze stembusgang niet echt van groot belang was, kwam het verlies van de burgemeesterssjerpen in Imola, Massa en Pisa hard aan bij de PD. Steden die reeds decennialang beschouwd werden als oninneembare linkse burchten, kozen deze keer voor kandidaten van de Lega of M5S. Vooral de nederlaag in Siena stond zondag symbool voor de huidige neergang van links in hun traditionele Hinterland.

Siena

Deze Toscaanse stad, bekend van de Palio en de oudste bank ter wereld, de Monte Dei Paschi di Siena, werd al sinds 1944 onafgebroken bestuurd door een (centrum-)linkse meerderheid. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werden regio’s als Toscane en Emilia-Romagna dé electorale wingewesten van de Partito Comunista Italiano (PCI).

Toen het merendeel van de Italiaanse communisten zich in 1989 na de ‘Svolta della Bologninabekeerden tot de sociaaldemocratie, kwam de macht er in handen van de Partito Democratico di Sinistra (PDS). Negen jaar later smolt de PDS samen met een paar andere kleinere linkse partijen tot de Democratici di Sinistra (DS). De hamer en sikkel verdwenen definitief als partijsymbool.

Monte dei Paschi di Siena

In 2007 richtte deze DS samen met centrumlinkse La Margherita de huidige Partito Democratico op. Maar toen was de electorale neergang reeds ingezet. In 2013 kon huidig burgemeester Bruno Valentini (PD) pas na twee rondes met een nipt verschil de sjerp veroveren. Zondag maakte Luigi De Mossi, de kandidaat gesteund door de rechts-populistische Lega, echter een einde aan het linkse tijdperk.

De stad staat niet alleen symbool voor de politieke crisis ter linkerzijde, maar ook voor de normvervaging van het linkse establishment. De verstrengeling van de Monte di Paschi di Siena met alle politieke niveaus leidde tot nepotisme, corruptie, cliëntelisme, onverantwoordelijk en onethisch beleggen en belangenvermenging. Alles wat de Italiaanse economische groei de laatste twee decennia tegenhield, kwam in dit noodlijdende financieel instituut samen.

Institutionalisering

De onthechting van de linkse basis kwam er echter niet alleen door de schandalen. Het is ook geen recent fenomeen. Door de sociaaleconomische vooruitgang in de jaren vijftig en zestig, ’il miracolo economico’, begonnen halverwege de jaren zeventig steeds meer arbeiders zich met de middenklasse te identificeren. De klassieke ideologische breuklijnen vervaagden en het revolutionaire taalgebruik werd steeds meer als anachronistisch aangevoeld.

De identificatie van de linkse partijen met het establishment is echter veel recenter, en voltrok zich pas begin de jaren negentig. Tijdens de Tweede Republiek spatte de Democrazia Cristiana na ‘Mani Puliti’ uit elkaar. De socialisten en de linkse christendemocraten verenigden zich vervolgens onder leiding van Romano Prodi in L’Ulivo. De machtsdeelname die daarop volgde, betekende de institutionalisering van links in de overheidsinstellingen.

Politiek correct

Rond de eeuwwisseling werd het politiek correcte denken ook langzaam maar zeker de dominante gedachtegang van dit establishment. Vooral ter linkerzijde sloot men zich op in de ivoren toren van het grote morele gelijk. Wie niet dacht zoals hen werd verketterd. Daardoor werd links doof en blind voor de reële problemen waarmee haar traditionele electorale basis mee te kampen had.

De aandacht ter linkerzijde werd volledig opgeslorpt door een verkeerde focus. Enerzijds op de progressieve ethische standpunten, zoals het homohuwelijk, abortus of euthanasie. Anderzijds op steriele ideologische haarkloverij en politique politicienne. Er werd niet meer geïnvesteerd in de lokale afdelingen van de volkswijken, maar men verhuisde naar de hoogopgeleide progressieve middenklassebuurten. De Italiaanse economie groeide niet meer, de industriële productie herlokaliseerde massaal, de arbeidsvoorwaarden verslechterden en de werkloosheid steeg. En het linkse establishment bleef feesten als Marie-Antoinette tijdens het uitbreken van de Franse Revolutie.

Matteo Renzi

Het traditionele kiespubliek van links vraagt sociale bescherming, geen opengrenzenpolitiek of een genereus opvangbeleid. Wat als links twintig of dertig jaar geleden al het probleem van migratie op vlak van veiligheid en identiteit had aangepakt? Dan zou het vandaag waarschijnlijk in de peilingen hoger scoren dan 19%.

Nochtans zag het er in 2014 zeer goed uit voor de Partito Democratico. De charismatische Matteo Renzi haalde toen nog bijna 41% bij de Europese verkiezingen. Hij behaalde zo de beste score ooit voor de PD. Hij slaagde er met zijn jeugdig enthousiasme, zijn strijd tegen de ‘oude knarren’ binnen de eigen partij, zijn drang naar drastische sociaal-economische hervormingen van de Italiaanse overheid, veel verloren linkse kiezers te recupereren. Renzi leek zijn beloftevolle woorden niet te kunnen of willen omzetten in daden. Toen voltrok zich de definitieve vlucht van de traditionele linkse kiezer. Ook de radicaal linkse afscheuring onder leiding van Luigi Bersani, Liberi e Uguali, slaagde er niet in om meer dan enkele procenten te behalen. Ook de eens zo machtige Italiaanse communisten zijn sinds de voorbije decennia politiek totaal irrelevant geworden.

Vandaag

Vandaag is ter linkerzijde nog steeds geen uitvoerig debat gaande over de toekomst van het land in een geglobaliseerde wereld, over de veranderende sociaal-economische realiteit, over de culturele beschaving en liberale democratie, over de veranderende rol van arbeid en kapitaal. Dit geldt niet alleen voor de partijen maar ook voor de sociale partners. De vakbonden zitten gevangen in 20e-eeuwse concepten. Ze zijn vandaag de conservatieve krachten op het vlak van pensioenhervormingen en de afschaffing van soms absurde privileges, vooral dan in de ambtenarij.

Daarentegen opperde de M5S wel vernieuwende ideeën en had de Lega aandacht voor de culturele identiteit en het migratievraagstuk. Beide partijen namen dan ook grotendeels het kiezerspubliek van de PD en Italiaans links over. De centrumlinkse oud-premier Massimo D’Alema zei in 1995 reeds de volgende profetische woorden: ‘Tussen de Lega Nord en links is er een sterke sociale contiguïteit. De grootste arbeiderspartij in het noorden is de Lega Nord, of we dat nu leuk vinden of niet. Het is onze rib. Het is het duidelijkste en meest robuuste symptoom van de crisis in ons politieke systeem dat wordt uitgedrukt door een democratisch anti-étatisme en antifascisme dat niets te zien heeft met de historisch gegroeide rechterzijde van de politiek.’

Bij de vorige verkiezingen werd D’Alema niet verkozen, en werd links een rib van de Italiaanse democratie.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans