fbpx


Binnenland, Economie

Ivan Van de Cloot: ‘Overwinst is populistisch journalistiek en politiek begrip’



Aangeboden door deze bibliotheek


Dit plus-artikel wordt u aangeboden door deze bibliotheek die voor u een abonnement nam.

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



In de aanloop naar 1 mei kwamen verschillende partijen met frisse belastingsideeën op de proppen. Ze introduceren ook een nieuw begrip: 'overwinsten'. Maar wat wordt daarmee bedoeld? Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom bij denktank Itinera, vind de term in geen enkel handboek economie terug. Hij vindt het een vage term voor populistische communicatiedoeleinden. Veel van de bedoelde 'overwinsten' werden overigens door de overheid via onoordeelkundige steunmaatregelen en subsidies zelf geïnduceerd. Van de Cloot legt uit waar het wél over zou…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


In de aanloop naar 1 mei kwamen verschillende partijen met frisse belastingsideeën op de proppen. Ze introduceren ook een nieuw begrip: ‘overwinsten’. Maar wat wordt daarmee bedoeld?

Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom bij denktank Itinera, vind de term in geen enkel handboek economie terug. Hij vindt het een vage term voor populistische communicatiedoeleinden. Veel van de bedoelde ‘overwinsten’ werden overigens door de overheid via onoordeelkundige steunmaatregelen en subsidies zelf geïnduceerd. Van de Cloot legt uit waar het wél over zou moeten gaan.

Populistisch begrip

‘Ik heb de indruk dat ‘overwinst’ een journalistieke term is die bedoeld is om een bepaald verschijnsel voor het publiek bevattelijk te maken’, begint Van de Cloot, ‘iets waar de mensen zich wat bij kunnen voorstellen. Het probleem met zo’n vage term is dat die op duizend-en-één manieren geïnterpreteerd en begrepen kan worden. Iets dat goed klinkt is niet per se goed om misverstanden te vermijden. Jammer genoeg zie ik in het politieke debat dit soort termen steeds vaker opduiken.’

‘Als econoom spreek ik in het kader van de huidige problematiek liever over problemen met de marktwerking. Als er geen gezonde marktwerking is kan er een verschil ontstaan tussen kosten en prijzen dat in een goed functionerende markteconomie niet aanwezig is. Die begrippen zijn wel precies gedefinieerd in de economische wetenschap. Zo kan je het hebben over monopoliewinsten. In mijn boek Overheid + Markt wijd ik daar een volledig hoofdstuk aan. Hoe als maatschappij om te gaan met monopolistische tendensen? Ik benoem daarin een aantal sectoren die daar onder gebukt gaan, zoals de energie-, telecom-, ICT- en luchtvaartsector. Daar zie je concentraties die leiden tot een problematische marktwerking en prijsvorming. Dat is niet enkel een economisch maar ook een maatschappelijk probleem.’

Belastingen

Als leek met een beperkte economische vorming kan ik u volgen. Bestaan er ook oplossingen voor die problemen?

‘Die bestaan al lang. De huidige situatie -rond bijvoorbeeld Big Tech- katapulteert ons als het ware 100 jaar terug in de tijd. Toen hebben we die proberen op te lossen door het voeren van een mededingingsbeleid: het opbreken van grote monopolisten met als bekendste voorbeeld Standard Oil van Rockefeller dat in 1911 gedwongen werd zich op te splitsen in 34 bedrijven. Een gelijkaardig debat kan je nu voeren rond Big Tech. Dat gebeurt op dit moment te weinig. Men doet steeds alsof er geen oplossing is voor die monopolies, maar dat heeft te maken met een gebrek aan politieke moed.’

Nu is het zo dat er ook een ander instrument bestaat om monopoliewinsten terug te dringen en te corrigeren: belastingen. Dit is het favoriete instrument van politici. Dat levert namelijk geld op voor de staatskas maar is niet de meest evidente en efficiënte oplossing.’

Dat is nochtans de oplossing waar ze nu mee afkomen…

‘Wanneer je het probleem enkel bekijkt vanuit het standpunt van een overheid die geld nodig heeft, kan je een analyse maken om te zien waar ze het geld moeten halen. Dan is het zo dat het belasten van bepaalde activiteiten minder schadelijk is voor de economie, zoals het goed gedefinieerde begrip monopoliewinsten. Wanneer je die belast, wordt dat in mindere mate of zelfs niet doorgerekend aan de klant. Je krijgt dan een vorm van herverdeling. De monopolist moet dan een stuk van zijn winst afstaan aan de fiscus. Alleen doe je zo niets aan de schaarste van het aanbod die de monopolist in stand houdt. Een deel van de zo gegenereerde winst komt echter wel terecht in de koffers van de overheid. Voor hen is dat een aantrekkelijke optie.’

‘Wanneer je vertrekt vanuit de vaststelling dat de markten niet goed functioneren, grijp je als econoom niet terug naar de belastingsoplossing. Je gaat dan eerst streven naar het mogelijk maken van meer concurrentie. Politici vertrekken echter niet vanuit die vraagstelling maar zijn meer geïnteresseerd in het vullen van de staatskas.’

‘Er zijn politiek gezien ook andere mogelijkheden om je beleid te financieren. Je kan zorgen dat er elders wordt bespaard, je kan belastingen verschuiven voor je ultiem extra belastingen heft. Maar dat zijn politieke keuzes.’

Jaren ’70

Ondertussen zijn we in een enorm inflatoire omgeving aanbeland. Alle alarmbellen zouden moeten afgaan.

‘We zitten in een gevaarlijke inflatoire omgeving die we niet mogen onderschatten. We weten hoeveel schade er is berokkend in de jaren ’70, toen we in vergelijkbare omstandigheden terecht kwamen. Het eerste wat we moeten doen is zorgen dat er zich geen decennialange vernietiging van arbeidsplaatsen doorzet, zoals toen gebeurde. Er zijn bepaalde acties die men vandaag onderneemt die ze beter zouden laten, want die houden het risico in dezelfde gevolgen te hebben.’

Zoals?

‘Je mag geen beleid voeren dat nog meer inflatie creëert of die inflatie, die in het beste geval tijdelijk is, duurzaam maakt. Als de overheid mensen wil ondersteunen, is dat begrijpelijk. Maar je lost een prijsschok op de internationale markten niet op door de mensen gewoon meer geld te geven. Dat is inflatoir beleid. Het verhogen van uitgaven en belastingen houdt als risico in dat je nog meer inflatie veroorzaakt.’

‘Als de overheid de druk voelt om te helpen, is dat begrijpelijk en zelfs legitiem. Maar de economische analyse wijst uit dat je dat extreem selectief moet doen. Enkel voor de mensen die het zwaarst in de problemen komen. Dat is in ons land een beperkte groep, want we hebben een automatische indexering. Daardoor kennen grote groepen in de maatschappij loonstijgingen die hen compenseren voor de prijsontwikkelingen.’

‘Wanneer je bijkomend beleid specifiek richt op diegenen die ondanks de indexering toch in de problemen komen, verklein je het risico om in een inflatiespiraal terecht te komen. Geld uitdelen aan de grote massa, zoals ze nu denken te moeten doen, vergoot dat risico enkel. De overheid geeft nu blijk van economische ongeletterdheid. Ze doet nu aan populistisch symboolbeleid waarvan ze zou moeten weten dat het problematisch is. Een verarming door een prijsschok op de internationale energiemarkt, die de hele maatschappij treft, kan je simpelweg niet opvangen door aan iedereen meer geld uit te delen.’

Morele plicht

De automatische indexering is volgens sommigen al problematisch. Ondertussen kan al 20% van de bevolking een beroep doen op het sociaal tarief voor energie, waar dat vroeger maar 10% was.

‘Voor een belangrijk deel van die groep is er een overcompensatie die de prijsdruk overstijgt. De feiten doen er hier wel toe. In de politiek zijn de feiten vaak het eerste slachtoffer, maar het is de morele plicht om die klaar en duidelijk op tafel te leggen.’

‘Hoeveel mensen zitten er vandaag echt in de problemen? Iedereen probeert momenteel te pleiten voor ondersteuning van de eigen lobbygroep. Als je echter kijkt naar de feiten, zie je allerlei mechanismen -zoals de indexering en het sociaal tarief- die niet alleen helpen maar zelfs overcompenseren.’

‘We begaan dezelfde fouten als in de jaren ’70. Dit soort mechanismen lijken in de eerste fase aantrekkelijk en geven de schijn van de mensen te helpen. In de tweede fase, op langere termijn, moet je kijken naar het ruimere economische plaatje. Wat doet die indexering? Die maakt arbeid duurder en vernietigt arbeidsplaatsen. Zo krijgen we massawerkloosheid.’

‘Je mag niet stoppen bij die eerste fase waarin je mensen lijkt te helpen op korte termijn. Je moet durven doordenken en kijken naar de de stijging van de loonkost die massawerkloosheid genereert. Dát is wat er in de jaren ’70 is gebeurd.’

‘Het huidige beleid speelt met vuur. We hebben hetzelfde gezien tijdens de coronacrisis. Door allerlei ondoordachte maatregelen hebben bepaalde groepen meer verdiend dan ze voor de crisis deden. Dat zijn excessen die finaal het draagvlak voor heel het solidariteitsverhaal ondermijnen.’

Waar ligt volgens u de oplossing?

‘Er is geen mirakeloplossing. We moeten de koopkracht van de mensen in het oog houden, maar dat betekent in de eerste plaats dat we de tewerkstelling moeten vrijwaren. Het ergste dat kan gebeuren is dat er jobs vernietigd worden. Bij jobverlies komen de mensen pas echt in de problemen. We moeten beleid voeren dat geen probleem veroorzaakt op de arbeidsmarkt.’

‘Dat is niet simpel, want we zitten in een internationale crisis waarin de energieprijzen exuberant zijn gestegen. Men doet nu alsof men dat probleem kan wegtoveren. Maar dat kan dus niet.’

‘We moeten ons ontfermen over monopolistische segmenten van de economie. Dat kan via fiscaliteit, al is dat niet de meest evidente oplossing. Al is dat wel de meest aantrekkelijke voor een overheid die geld nodig heeft. Bepaalde bedrijven in de energiesector boeken nu door de hoge prijzen veel winst. Daar kan je door belastingen een deel van afromen.’

‘Er zijn echter nog andere segmenten in de economie waar het probleem van verstoorde marktwerking optreedt. Daar een beleid tegenover zetten is legitiem. Je kan dat echter beter doen door concurrentie te bevorderen.’

‘De politiek creëert zelf vaak problemen. Belangrijke sectoren zijn strikt gereguleerd en kennen hoge toetredingsdrempels: de advocatuur, het notariaat, gerechtsdeurwaarders, boekhouders, architecten… Dat zijn allemaal sectoren waar de burger een groot deel van zijn koopkracht spendeert en waar onvoldoende concurrentie bestaat. Die problemen zijn veroorzaakt door overheidsregulering. Daar kunnen in het populaire jargon ‘overwinsten’ bestaan. Dat is een probleem van marktwerking. Een opportunistische overheid wil dan een stuk van die monopolistische winsten afromen, maar dat lost het probleem van te hoge prijzen en de koopkracht niet op.’

Winny Matheeussen

Enige tijd geleden geboren, in de herfst. Momenteel levend.