fbpx


Geschiedenis

Jarenlange ruzie, eigenlijk om niets

Het magische huwelijk en de tragische scheiding van twee genieën (9)


Beatles

De Magical Mystery Tour was een surrealistische kortfilm die door de BBC uitgezonden werd op 26 december 1967. De reacties waren zeldzaam negatief, er was geen plot, het was een samenraapsel van onnozelheden. Paul, die de regie in handen had, had één element onderschat: als je iets op scherm spontaan wilt doen overkomen, dan moet je dat heel precies plannen. Daarin was Richard Lester, de regisseur van A Hard Days Night en Help! een meester geweest.

De machinerie in zijn hoofd stond niet stil

De kritiek kwam hard aan. John was wrokkig omdat Paul zijn zin had doorgeduwd, terwijl die zich net heel lennoniaans had gedragen. Hij was jaloers. In die sfeer gingen ze naar India. De maharishi had verzekerd dat hij hen dezelfde sensaties kon bezorgen als LSD, maar op een natuurlijke wijze en Paul verklaarde dus aan de pers dat zij nu geen drugs meer nodig hadden om hun geest te verruimen. Ze waren weer ‘braaf’. Van het echte India zagen ze niets.

Cynthia vond de rust in Rishikesh zalig, maar John stond erop gescheiden van haar te wonen om tot rust te komen. ‘De machinerie in mijn hoofd stond niet stil,’ verklaarde hij later. Na wat mediteren, zette hij zich aan het componeren, met als thema steeds weer het neurotische leven dat hij leidde.

Het meest typische nummer uit die periode is Happiness is a warm gun. Daarin bekent hij dat zijn behoefte aan heroïne niet weg is: I need a fix because I’m going down. Down to the bits that I left uptown. Erger nog was Yer Blues, een parodie op de ‘Britse’ blues, die op dat moment populair was met onder andere John Mayal, Fleetwood Mac en Eric Clapton: Yes, I’m lonely. Want to die. Yes, I’m lonely. Want to die (…) In the Morning, Want to die. In the evening, Want to die (..) Black cloud crossed my mind. Blue mist round my soul. Feel so suicidal. Even hate my rock and roll.

Ze had zelfs haar woning overgenomen

Johns uitweg uit die depressie heette echter niet meditatie maar Yoko Ono. Voor zijn vertrek had zij hem als het ware ‘omsingeld’. Even had hij erover gedacht haar uit te nodigen om als ‘personaliteit’ met hen mee te reizen, maar de anderen hadden hem daarvan afgebracht. Terwijl hij in India was, had ze hem bijna dagelijks geschreven met wat eigenlijk instructies waren. Hij haalde die stiekem op bij de post. Cynthia vermoedde iets, maar John speelde de gewraakte onschuld. Nadat zij hen na hun terugkeer betrapt had, zegde zij hem wel dat hij aan haar niets meer had, dat hij beter ‘iemand als Ono’ zou hebben. John stelde haar gerust, ze maakte zich nodeloos bezorgd, hij vond zelfs dat ze opnieuw aan kinderen moesten denken.

Toen Cynthia van de door John aangemoedigde vakantie terugkwam, was evenwel gebleken dat Yoko niet slechts haar man, maar ook haar woning had overgenomen. Cynthia vluchtte weg. Paul, zelf niet lang daarna los van Jane, vond dat John bij Cynthia moest blijven en zag daar onbewust een garantie in dat hij ook bij hem zou blijven to perform with; terwijl Cynthia voor the shoulder kon zorgen die hij nodig had om zijn ellende op te leggen. Dat was de verborgen inhoud van Hey Jude. Paul mislukte, de dubbele breuk werd onvermijdelijk.

Kleine George verrast

Wat nu volgde was een jarenlang durende kakofonie. Een eerste merkwaardig fenomeen was dat ‘de kleine George’, naarmate John en Paul uit elkaar dreven, ontbolsterde. Eerder had hij al eens gaten mogen vullen op Beatles-lp’s met songs die weinig potten braken. Op Sergeant Pepper’s verraste hij met het mystieke Within You, Without You, geïnspireerd op de Indische muziek van Ravi Shankar. Hij had het nummer bijna achter de rug van de drie anderen ingeblikt. Op The White Album bracht hij zijn eerste onsterfelijke hit, While My Guitar Gently Weeps.  Op het laatst opgenomen Album Abbey Road van 1969 kregen we dan de meesterwerkjes, Something en Here Comes the Sun.

Toen de Beatles in 1970 definitief gesplit waren, grasduinde George samen met cult-producer Phil Spector doorheen de demo’s die hij opgespaard had uit de tijd dat hij ondergeschikt was geweest aan Lennon en McCartney. Spector haalde er genoeg materiaal uit om een drievoudige lp te vullen, All Things Must Pass. Toen die uitgebracht werd, dacht men dat dit waanzin was. Hij stond zeven weken nummer één op de Amerikaanse billboard chart. Daarna leek het of hij uitgeblust was, dat hij al zijn creativiteit in één lange gulp opgebruikt had.

Ze gingen bijna met elkaar op de vuist

Het afscheid van de Beatles was echter niet in lieve vrede verlopen. De grootste splijtzwam was wat de drie andere leden Pauls bazigheid vonden, hij bemoeide zich letterlijk met alles. Op een bepaald ogenblik weigerde Ringo mokkend nog naar de opnamestudio te komen omdat Paul hem zelfs zijn drumpartijen voordeed. Een journalist merkte tegen John op dat Ringo nu eenmaal niet de beste drummer ter wereld was, waarop deze antwoordde met zijn sardonische humor: ‘Hij is zelfs niet de beste drummer van de Beatles’. Paul had inderdaad moeiteloos de job van Ringo overgenomen.

Later revolteerde George omdat hij het beu was dat zijn nummers niet goed genoeg bevonden werden. Ook zijn wrok bouwde zich vooral op tegen Paul. In feite ontstond de revolte van de twee backbenchers toen er een machtsvacuüm kwam omdat John zijn traditionele rol niet meer speelde, deels uit laksheid, deels uit onzekerheid, en Paul de leegte wilde opvullen. Een klassiek schema in een groepsdynamiek.

Duizendpoot Paul ontdekt chaos

Bovenop die muzikale geschillen kwamen de zakelijke betwistingen. Alles was altijd in vertrouwen afgehandeld door Brian Epstein, maar toen zij in augustus 1966 beslisten om niet meer te toeren na negatieve ervaringen — onder andere de hetze in de Verenigde Staten omwille van Johns uitspraak over de Beatles groter dan Jezus — waren zij van hem weggedreven. Brian Epstein was in de pers afgeschilderd als zakelijk genie. In feite was hij een goede verkoper en boekhouder, maar een slechte onderhandelaar. Zo vergat hij de rechten op de merchandising op te eisen. Jarenlang werden er in de VS voor ongeveer honderd miljoen dollar Beatle-attributen verkocht, waar de jongens zelf ongeveer één procent aan overhielden. Van de rechten op hun eigen nummers hielden John en Paul via Northern Songs elk twintig procent over.

Dat werd allemaal pijnlijk duidelijk toen zijn erfenis moest opgeruimd worden. Als zakenman was Epstein ontstellend naïef geweest, geen manager had zijn pupillen ooit met zulke waardeloze contracten opgezadeld als hij. Het geld vloeide gewoon weg, maar dat was niet opgevallen omdat er zo waanzinnig veel binnenkwam. Vooral de afzetterij door de platenfirma was schandelijk: beginnen tegen een lage vergoeding omdat de opstart een investering inhield, wat logisch was. En daarna het contract niet openbreken om de ware marktwaarde te bepalen. Dat bleef verborgen omdat geen van de Beatles de rekeningen nakeek of iemand had die dat voor hem deed. Toen duizendpoot Paul dat wel ging doen, ontdekte hij een chaos.

Twee hanen op hetzelfde erf

Daarop stelde John voor dat ze Allen Klein de zaak lieten uitvlooien, de gewezen manager van de Stones. Die had zich een kei getoond in het heronderhandelen, zelfs met terugwerkende kracht, van oneerlijke contracten. George en Ringo volgden John, maar Paul vertrouwde Klein niet. Klein zorgde te goed voor zichzelf en dat had de breuk veroorzaakt met Mick Jagger, die alles voor zich wilde. Hij werd door Paul benaderd en wilde de Beatles waarschuwen, maar John wilde niet luisteren.

Allen Klein was een miezerig mannetje met een reputatie van onderhandelen als een maffioso, waar hij trots op was. Hij had diverse popgroepen — ook de Animals, Herman’s Hermits, Donovan — aan serieuze meerwaarden geholpen via vlijmscherpe afdreiging van platen- en uitgeversbedrijven. Precies dat Klein een ongure schlemiel was, trok John aan, hij haatte advocaten in driedelige pakken die volgens hem slechts sigaren rookten op zijn kosten. George en Ringo volgden hem. Paul bracht de vader van zijn nieuwe vriendin Linda aan, Lee Eastman, met zijn zoon John. Die vertrouwden de drie anderen dan weer niet, de Eastmans zagen er in hun ogen te veel ‘zakenmannen’ uit. Merkwaardig genoeg wilden de Eastmans en Klein dezelfde paardenremedie op Apple toepassen, maar ze konden elkaar niet uitstaan. Dat leidde tot een botsing tussen Paul en de drie anderen. Het was het verhaal van twee hanen op hetzelfde erf.

Fataal besluit

Ondertussen hadden ze alle vier samen een fataal besluit genomen: ze hadden Apple opgericht als overkoepelende maatschappij om hun belangen te behartigen. Ze maakten de puinhoop nog groter. Tegen januari 1969 keken de onmetelijk rijk geachte Beatles tegen een faillissement aan. Op dat moment botsten de twee zakelijke reuzen. De Eastmans konden later echter niet anders dan erkennen dat Klein goed werk had verricht en ook John zou toegeven dat Pauls vermoedens betreffende Klein eigenlijk klopten. Jaren ruzie voor niets.

Volgende aflevering: De ‘deuntjesfabriek’ tegenover het psychodrama (slot).

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Eddy Daniels