fbpx


Ethiek

Overal en altijd jezelf kunnen zijn…

… dat vind ik een luie en totaal oninteressante ambitie


Aangeboden door deze bibliotheek


Dit plus-artikel wordt u aangeboden door deze bibliotheek die voor u een abonnement nam.

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



De titel van deze bijdrage heb ik gepikt van mevr. van Doesburg, een rijzende N-VA-ster die recentelijk bevorderd werd tot Antwerps schepen bevoegd voor wonen, stadsonderhoud en gezondheidszorg. In deze narcistische tijden lijkt ‘jezelf kunnen zijn’ wel de belangrijkste opdracht in het leven. Niets is evenwel minder waar Dat daar niks van klopt, is ook de mening van de columniste en hoogleraar filosofie Tine Beeckman die hierover een boeiende tekst heeft gepubliceerd in de opiniebijdrage van De Standaard van 28…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De titel van deze bijdrage heb ik gepikt van mevr. van Doesburg, een rijzende N-VA-ster die recentelijk bevorderd werd tot Antwerps schepen bevoegd voor wonen, stadsonderhoud en gezondheidszorg. In deze narcistische tijden lijkt ‘jezelf kunnen zijn’ wel de belangrijkste opdracht in het leven.

Niets is evenwel minder waar

Dat daar niks van klopt, is ook de mening van de columniste en hoogleraar filosofie Tine Beeckman die hierover een boeiende tekst heeft gepubliceerd in de opiniebijdrage van De Standaard van 28 december onder de titel ‘De eenzame zoektocht naar jezelf’.

Ze wijst daarbij naar beschouwingen gemaakt door de Franse politiek analist Frédéric Dabi, die in zijn land (het toonbeeld van een seculiere natie die hiervoor zelfs een eigen term heeft bedacht: het ‘laïcisme’) een verwonderlijke evolutie moest vaststellen: godsdienstkritiek is daar, vooral voor jongeren, niet meer vanzelfsprekend.

In de woorden van prof. Beeckman luidt het: ‘Een belangrijk deel van de ongelovige jongeren vindt de vrijheid om kritiek te uiten op religie minder belangrijk dan het recht om hun identiteit ongeschonden te beleven’. Ook Mia Doornaert maakte al in talrijke columns duidelijk hoezeer een dergelijke woke-ingesteldheid zorgt voor oogkleppen.

Overal jezelf kunnen zijn: de band met narcisme is niet ver weg

Doorbraak heeft al eerder op deze misvatting al gewezen en daarbij duidelijk gemaakt hoezeer deze focus op het ‘ik’ geworteld is in het postmodernisme en de politieke correctheid. Onze progressieve medemensen, niet-kerkelijke gelovigen-van-de-narcistische-confessie, zijn vaak erg begaan met het belang van een uitgezuiverd taalgebruik (blijkbaar denkt men hierdoor greep te krijgen op de mentaliteit van de burger).

Dat leidde in de Verenigde Staten (VS) tot het vervangen van neger door Afro-Amerikaan, net zoals bij ons recentelijk de blanken ineens wit geworden zijn. Het gaat om een nieuwe code, waardoor het taalgebruik onmiddellijk duidelijk maakt tot welke strekking je behoort. De Leuvense collega van mevr. Beeckman prof. Herman de Dijn, thans met emeritaat, bestempelt deze manier van doen als: ‘een artificiële nieuwmunterij van polysyllabische, abstracte, eufemistische uitdrukkingen’.

Wie zich wil bekennen tot de groen-socialistische club spreekt over andersvaliden in plaats van gehandicapten, personen met een migratieachtergrond (hetgeen de stad Gent enkele jaren geleden verkoos boven de term allochtonen), kansengroepen (in plaats van mensen met een beperking).

Authenticiteit verdwijnt

Prof. Beeckman verwijst in haar commentaar op haar visie dat op deze manier elke authenticiteit verdwijnt in de communicatie, en wijst terecht op dat het ‘jezelf altijd kunnen zijn’ een pose is die inspeelt op de narcistische overtuiging dat je in de publieke opinie een rol moet spelen (want narcisten streken al hun energie in hun dwangmatige neiging om vooral patent voor de dag te komen). ‘In het publieke moet je een verlengstuk van je ware zelf weergeven’. De professor haalt de mosterd bij filosofisch geïnspireerde auteurs als Machiavelli, Montaigne en Rousseau.

Maar ook de psychologie heeft ons heel wat te vertellen over de nefaste consequenties van de narcistische tijden waar onze samenleving momenteel doorgaat. De kern van het narcistische syndroom blijft in wezen ongewijzigd sinds Sigmund Freud narcisme definieerde als een aandoening waarbij mensen hun energie te veel aan zichzelf en te weinig aan anderen besteden.

Jezelf op de handen dragen, anderen ge- en misbruiken om aan je trekken te komen, nooit iemand iets gunnen, … Daarover ging het in zijn ogen. Vele hogere managers, en samen met hen ook het bedrijfsleven, tenderen hiernaar. Het ontbreekt de enkele websites die het hierover hebben niet aan duidelijkheid. Surf maar eens op het internet.

‘Jezelf niet kunnen zijn’: een luxeprobleem(pje?)

De bekommernis om vooral zichzelf te kunnen zijn lijkt momenteel hoofdzakelijk een bekommernis voor welgestelde jongeren uit de blanke middenklasse. Jongeren die, met andere woorden, de pubertijd hebben doorgemaakt zonder majeure existentiële problemen.

Vanuit die optiek geef ik graag eveneens enige tegengas tegen deze dominante drang om toch maar jezelf te kunnen zijn. Wees maar gerust, beste lezer. Mensen die écht kwetsbaar in het leven staan willen allesbehalve ‘zichzelf’ zijn. Zij willen vooral door het leven gaan op een normale manier zonder dat ze daarbij al te veel worden gehinderd door hun eventuele aandoening of afwijkende levensvisie. Zij beseffen immers dat hun anders-zijn ernstige moeilijkheden voor gevolg heeft, zowel voor hun eigen welbevinden als voor de contacten met naastbestaanden.

De bal compleet mis

In deze zin sloeg de antipsychiatrie (een concept uit de zestiger jaren van vorige eeuw – jawel, ik ben een mei-achtenzestiger) de bal in mijn ogen compleet mis. De adepten van deze beweging, voor zover die nog in leven zijn (en hopelijk intussen hun verstand hebben leren gebruiken), nemen afstand van het medische model dat traditioneel de basis vormt in de behandeling van ernstig psychotische mensen, en waarbij de patiënt in kwestie als onmondig en wilsonbekwaam ding wordt behandeld (‘van hout’); te langen leste gaat die zich logischerwijze daarnaar gedragen.

Wie heeft er, van de intellectuelen van mijn generatie, nooit het bekende boek ‘Wie is van hout’ van de Nederlandse psychiater Jan Foudraine gelezen? De lectuur ervan was toentertijd een must, ook voor studenten uit de exacte wetenschappen zoals ikzelf. De Nederlandse psychiater Foudraine verwerpt in dat boek de kwalitatieve scheiding die daarmee wordt gemaakt tussen deze ‘zieken’ en de ‘gezonde’ mensen.

Volgens hem zijn schizofrenen alleen kwantitatief anders, namelijk mensen met problemen zoals iedereen, zij het dat de lijdensdruk zich bij deze groep nadrukkelijker toont. Mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen hebben in de antipsychiatrie geen ‘afwijkend’ beeld van de realiteit. Ze zien de wereld ‘anders’ (en dus niet noodzakelijk minder scherp), zonder dat je hen daarin moet bijsturen.

Wanneer ik daarover nadenk, verbluft het me altijd hoezeer deze antipsychiatristen de bal misslaan. Hebben degenen die dat beweren dan nooit met een open geest naar hun patiënten geluisterd? Ikzelf heb enige (zij het bescheiden) ervaring vanuit mijn vrijwilligerswerk met ex-psychiatrische patiënten.  Ik stel vooral vast deze mensen niet lijden onder de bekommernis om vooral ‘zichzelf te kunnen zijn’. Integendeel, zij beseffen immers maar al te goed hoezeer hun kijk op de wereld beperkt wordt door hun aandoening. Deze mensen willen vooral ‘normaal’ zijn.

Wat is ‘normaal’?

En nu laat ik de rationele ingenieur in mij aan het woord. Het begrip ‘normaal’ heeft twee afwijkende betekenissen die elkaar veelal contamineren. Aan de eerste definitie (die te bestrijden is) kleeft een moraliserende inslag: wie niet normaal is, wijkt af van de norm (te begrijpen als ‘wat zo hoort’), en dat heeft dus een denigrerende teneur. Wat in deze optiek doorgaat als niet ‘normaal’, is verwerpelijk want pervers/zondig/gevaarlijk/beschadigend (vult u maar zelf bij, beste lezer). Wie afwijkt van de norm is derhalve een probleemgeval, moet zich aanpassen en verdient daarbij hulp vanwege de samenleving omdat het gaat om een ziekelijke aandoening.

Maar het begrip ‘normaal’ heeft ook een rationele kant. Letterlijk betekent abnormaal een situatie die afwijkt van de norm, dus van het gemiddelde (het voorvoegsel ab geeft in het Latijn een begrip weer als ‘weg van’). Iemand die volgens deze definitie ‘abnormaal’ is verdient niet per se een denigrerende behandeling: het gaat gewoon om een zijnstoestand die afwijkt van wat we gewoon zijn, van het gemiddelde dus.

Homoseksualiteit

In deze optiek kan je homoseksualiteit dan ook bestempelen als ‘abnormaal’: namelijk een voorkeur die niet in overeenstemming is met de gemiddelde menselijke ingesteldheid (die trouwens wordt gedicteerd door onze lichamelijkheid – het mannelijke en vrouwelijke lichaam zijn gemaakt om in elkaar te passen). Maar onze homoseksuele medemens beschouwt zichzelf (terecht) niet als abnormaal, en al zeker niet in het verlengde van de eerstgenoemde definitie van de term.

Er kleeft geen perverse, schadelijke of onwenselijke connotatie aan het feit dat mensen van hetzelfde geslacht tot elkaar zijn aangetrokken. Maar stellen dat homoseksuele neigingen perfect normaal zijn, is dan ook weer onjuist. Het gaat om een minderheidsgedrag dat afwijkt van wat we gemiddeld waarnemen, en daarmee is de kous af.

Wanneer lesbiennes of gay-mannen vooral ‘zichzelf’ willen zijn in de openbare ruimte, wil dit doorgaans zeggen dat zij hun liefdevolle gevoelens openbaar moeten kunnen maken. De reactie hierop (lees: in de praktijk de weerstand ertegen) zou niks te maken mogen hebben met de vraagstelling of een bepaald gedrag al dan niet als ‘normaal’ moet worden gezien, het is een discussie die eerder met privacy te maken heeft. De publieke ruimte dient immers niet om je seksuele geaardheid op elke straathoek te demonstreren, net zoals een loket in een gemeentelijke administratie of een leslokaal ook niet de geëigende plaats is om je rechtgelovigheid te uiten (zoals diepgelovige hoofddoekdraagsters lijken te menen).

Luxeprobleempje?

De welwillende lezer, die allicht gestoord gaat reageren wanneer ik de discussie over het ‘jezelf zijn’ beschouw als een luxeprobleem schotel ik graag de volgende bijgedachte voor. In het Westen maken wij overduidelijk een narcistische fase door, met als culminatie de verkiezing van een narcist-met-sociopatische-insteek: Donald Trump.

De vraag is of dit ook geldt voor andere delen in onze wereld, meer bepaald de dictatoriale staten (genre Rusland, China, Egypte en dergelijke) of de landen die een totaal andere cultuur aankleven (zoals naties uit zwart Afrika of het verre Oosten).

Ik heb alvast in de vroegere Sovjet-satellietstaten nooit gehoord van een massaal verlangen om vooral zichzelf te kunnen zijn – ook al perkten dergelijke landen het niet-gewenste gedrag van de individuele burger stevig in. Het ‘in alle omstandigheden zichzelf kunnen zijn’ is derhalve in de eerste plaats een maatschappelijke kwestie, en minder een filosofische of psychologische.

Bij het verkeerde eind

In deze zin heeft prof. Beeckman het in haar bijdrage bij het verkeerde eind. Zij beschouwt (volks)nationalisme als een verlengstuk van het individuele narcisme: als het ware een uitbreiding van de gerichtheid op het ik naar een grotere schaal. Dit lijkt me incorrect: eerder is volksnationalisme en de nadruk op een groepsidentiteit een poging om komaf te maken met het individuele narcisme. Ze werken eerder als een tegengif. Afstappen van een extreme gerichtheid op jezelf ten voordele van het besef dat je een deel uitmaakt van een groter geheel.

Logischerwijs moet dit leiden tot het besef dat maatschappelijke conventies die binnen een gemeenschap doorheen de jaren zijn gegroeid hun waarde hebben, naast en zelfs boven de gedrevenheid om ‘jezelf’ te kunnen zijn. Indien we als samenleving vinden dat iemands geloofsovertuiging tot de privésfeer behoort, is het ook logisch dat we uiterlijke tekenen van geloof onnodig en onnuttig vinden – hoezeer het betrokken individu overtuigd kan zijn van zijn/haar grootste religieuze gelijk.

Dat grote gelijk moet dan maar een pas op de plaats maken. Je identiteit ‘ongeschonden’ beleven is dus geen individuele opdracht (laat staan een eis die je zomaar kunt lanceren en daarvoor de hele samenleving mobiliseren). Het is een faciliteit die ons West-Europese concept van maatschappij je biedt, en daarvoor respecteer je best bepaalde contouren. Indien we menen dat je gevoelens voor hetzelfde geslacht perfect normaal zijn is het logisch dat je, zoals alle emotioneel getinte gevoelens en handelingen, die best met enige discretie tentoonspreidt. Kort en wat brutaal gesteld: mensen hebben geen zaken met de wijze waarop je je seksualiteitsbeleving organiseert.

En om een vorige uitspraak uit dit artikel te parafraseren: ‘de vrijheid om kritiek te uiten op religie ìs belangrijker dan het recht om je identiteit ongeschonden te beleven’. Wil u, beste lezer, daarover eens nadenken?

Jan Van Peteghem

Jan Van Peteghem is emeritus-gasthoogleraar aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven