Media

‘Na het journaal volgt het nieuws’

Johan Sanctorum over de Vlaamse media

Doorbraak: Vorig jaar gaf je op basis van je boek De langste mars een opgemerkte lezingtoernee met een analyse van mei ’68 en zijn uitlopers, nu heb je weer een boek klaar over de Vlaamse media. Is er een verband?

Johan Sanctorum: ‘Wie mijn boek over mei ’68 heeft gelezen of de lezing heeft bijgewoond, voelde dat dit eraan zat te komen: een kritische doorlichting van de Vlaamse media. Zowel de schrijvende pers als ons aller VRT cultiveren een politieke correctheid die de rechtstreekse erfenis is van de ‘68ers en hun streven naar culturele hegemonie. Zelfs de hoofdfiguren komen terug als in een soapserie. Met vaste waarden als Paul Goossens bijvoorbeeld, dieprode studentenleider en een paar jaar later redacteur van De Standaard. Hij ontpopte zich als de peetvader van de linksdraaiende beleringsjournalistiek in Vlaanderen, die vanuit een paar stevige dogma’s en taboes de fout-denkende Vlaming wil corrigeren.’

Mediakritiek is nochtans een oud stokpaardje van je, we herinneren ons de essaybundel Media en journalistiek in Vlaanderen uit 2009, juist tien jaar geleden dus. Is er ondertussen wat veranderd?

‘Ja, dat was met Frank Thevissen. Een tamelijk ophefmakend geschrift dat uiteraard door de traditionele media werd doodgezwegen, dat kan ook niet anders. Sindsdien is het alleen maar erger geworden. Kijk, ten gronde is mediakritiek een absurditeit in een goed functionerende democratie, en had een boek als dit nooit hoeven geschreven te worden. De media zijn als “vierde macht” immers de zelfverklaarde waakhonden van de democratie, ze moeten defecten in het systeem opsporen, analyseren en vrijmoedig berichten.

Jammer genoeg is dat een motto dat door het milieu van beroepsjournalisten zelf is verzonnen, het is niets meer dan een reclameslogan. In werkelijkheid moeten we hen zelf heel de tijd in ‘t oog houden, die perslui, ze zijn een stuk van dat systeem, en heeft een criticus als ik er een volle dagtaak aan. De lezer moet dus zelf voor journalist spelen en constateert dat er van alles niet klopt, dat er dingen verzwegen worden, dat de informatie wordt ingekleurd.’

Mainstream media

Laten we het eens hebben over een paar insteken van je nieuw boek. Vandaag heeft iedereen het over de mainstream media, de traditionele pers die een soort pensée unique uitdraagt. Bestaan ze echt? Wie zijn ze en waar houden ze zich op? Wat wordt nu eigenlijk met mainstream bedoeld?

Doorbraak

Johan Sanctorum: ‘Dankzij de rijkgevulde mediatheek van herberg ’t Klein Verzet kan ik de mainstream pers raadplegen zonder ze te hoeven kopen’

‘Dat is een veel gebruikte term waar een flou artistique rond hangt. Ik heb geprobeerd het begrip te verduidelijken vanuit twee krachtlijnen. Ten eerste is er het historische ontwikkeling van de mainstream media in Vlaanderen na ’68 en de ontzuiling. De generatie van journalisten die dan opstond had de gelegenheid om te gaan voor onafhankelijke, kritische journalistiek. Maar op een paar marginale initiatieven na zoals De Nieuwe van Mark Grammens zaliger conformeerden ze zich snel, vormden een eigen establishment en verkozen de politiek-correcte dogma’s te bewaken rond België, de monarchie, de EU, de multicultuur enzovoort. Noem het intellectuele gemakzucht en carrièrisme. Finaal ging men echt aan zelfcensuur doen om problemen en tegenstellingen, o.m. verbonden met die multicultuur, weg te moffelen. Vandaar het woord leugenpers, Lügenpresse, die term is niet eens overdreven.

Een tweede impuls tot het ontstaan van de mainstream media, die daar naadloos op aansloot, was de marketinglogica, het idee dat een krant toch maar een bundel bedrukt papier is die je met een meerwaarde moet verkopen. Een proces dat ik de verpulping noem. Redactioneel zijn zelfs zogenaamde kwaliteitskranten het papier niet waard waarop ze gedrukt worden.  Niet voor niets werd De Standaard-hoofdredacteur Peter Vandermeersch in 2007 tot Marketeer van het Jaar verkozen. Dat is een mijlpaal. Plots was de hoofdredacteur van dé Vlaamse kwaliteitskrant een verkoper, die ‘content’ aanbood als vulsel tussen advertenties.’

Nu denk ik aan de weekendbijlagen met al die glossy publiciteit waar onze brievenbus wekelijks van uitpuilt en die geen kat nog leest…

‘Zonde van het papier, ja. Maar het is op die advertentiemarkt dat zo’n krant zich helemaal afstemt, ook redactioneel. De verpulping heeft geleid tot de dominantie van een paar mediagroepen die in dezelfde vijver vissen, dezelfde adverteerders zoeken, en op eenzelfde manier een publiek aan zich moeten binden met dezelfde poco-praat, lifestylegezwets en gratis DVD’s. Dat is dus de mainstream. Het is een bubbel van de weldenkendheid en de verkleutering die zoveel desinformeert als informeert, het netto resultaat is vrijwel nul. De zogenaamde Vlaamse kwaliteitskranten zijn overigens compleet verwisselbaar, de journalisten verkassen ook moeiteloos van de ene naar de andere. De Standaard en De Morgen zijn allebei mediatieke fastfoodtenten, het verschil is dat tussen een MacDonalds en een Quick.’

House of Cards

Doorbraak

Media-conclaaf in Overijse, 21/2/2018

Toch koopt de doorsnee Vlaming dagelijks weer die krant, zet elke dag weer het journaal aan stipt om zeven uur. Is dat de betekenis van de titel van je boek: dat het nieuws een serieel karakter heeft, een soort eindeloze soapserie waar journalisten zelf naar believen elementen toevoegen, figuren in- en uitschrijven?

‘De massamedia zijn in essentie verhalenfabrieken. De filosoof die me in dat inzicht erg beïnvloed heeft is Jean Baudrillard, het enfant terrible van de Franse filosofie, in 2007 overleden. Hij ontwikkelde het idee dat de media er niet zijn om ons te informeren, maar om een soort theatrale, surreële versie van de realiteit te verkopen, in dagelijkse soapvorm. Kleine verhalen van het huis zelf met een hoog Dag Allemaal-gehalte, zoals Hanne die gaat dansen of Bo die een vrouw wordt, maar ook groot nieuws zoals het politiek theater.

Iemand als Ivan De Vadder bijvoorbeeld, dé wetstraatwatcher van de VRT. Je ziet hem zodanig opgaan in het verhaal, vol van zichzelf ook, dat elke kritische afstand ontbreekt, en dat is nu net wat een journalist hoort te hebben. De echte onderzoeksjournalisten zijn in Vlaanderen op één hand te tellen. Ivan De Vadder is een stuk van de politieke soap, die veel weg heeft van de Netflix-serie House of Cards. Een spel vol leugens, intriges, gespin, dat ernstig dient genomen te worden door de kijker, terwijl het eigenlijk een banaal familiecircus betreft.’

Maar neem nu een verslaggever als Rudi Vranckx, dat lijkt me toch een toonbeeld van gedegen journalistiek? Of draait hij ook mee in die verhalenfabriek?

‘Inderdaad, Rudi Vranckx is een goed voorbeeld van hoe de media, in dit geval zelfs de openbare omroep, een journalist een vedettestatus geven en hem vervolgens in een scenario droppen dat rare sprongen maakt tussen informatie, framing en faction. De man gaat voor ons verslag uitbrengen over de situatie in Syrië, maar duikt dan opeens op als weldoener om muziekinstrumenten in te zamelen, waarover dan weer reportages gedraaid worden, en even later zit hij in de studio als een soort politiek orakel zijn opinie te verkondigen over van alles en nog wat. Dat zijn betekenisvolle maskerades. Je krijgt de reportage,- waarvan de objectiviteit al een voorwerp van discussie kan zijn,- maar je krijgt er ook duiding bij, opinie, de journalist krijgt zelfs een moreel charisma, waardoor het bijna onfatsoenlijk wordt om te twijfelen aan zijn verhaal. Ook dat is een manier om de leugen te objectiveren en kritiek de pas af te snijden.’

Het huis van wantrouwen

Reporters

Dat brengt ons bij de VRT, ons huis van vertrouwen, of moet ik zeggen ‘huis van wantrouwen’. Hoe zie je de publieke omroep in het Vlaamse medialandschap? Vervult hij zijn missie naar behoren? Of zitten we echt opgescheept met een rood-groene nieuwsredactie, die haar eigen ideologie wil uitdragen?

‘De VRT een rode burcht noemen, is een cliché uit de vorige eeuw. Het is eigenlijk fundamenteler, verreikender dan dat. In mijn boek noem ik de VRT marktleider en spelverdeler van de politieke correctheid. Hij legt van bovenuit de pensée unique op en heel de Vlaamse pers gaat erin mee. De Reyerstoren staat bijna symbolisch voor dat Jehovah-gehalte.’

Maar hoe werkt dat dan? De VRT heeft toch niks op te leggen aan een krant of weekblad?

‘De VRT-nieuwdienst is absoluut niet bescheiden op dat vlak: ze gaat echt voluit voor de vorming van de mainstream. Als je ziet hoe zo’n Pano-ploeg te werk gaat, met die undercoverreportage in Tremelo bijvoorbeeld, of het diaboliseren van Dries Van Langenhove, en recent nog de kijk op het VB-electoraat in Ninove als een verzameling marginalen, dan besef je dat die redacties vertrekken van een ideologische premisse, een scenario dat op het terrein moet ingevuld worden. Men weet wat men wil bewijzen en ensceneert ook de reportage in die zin. Dat is pure Pravda-stijl met een Hollywood-parfum. Daarachter trekt dan een hele duidingmachine in gang, die de zogenaamde resultaten van de reportage nog eens becommentarieert, en waarin een hele rist opiniemakers de revue passeert om de gaatjes op te vullen. In een laatste fase komt ook de geschreven pers op de proppen om de geluiden van de roeptoren aan de Reyerslaan te echoën. Alles past netjes in mekaar, je zult maar zelden in een krant een kritische reflectie lezen over zo’n Pano-reportage of een Terzake-interview.’

Pravda zeg je, dat doet denken aan de donkerste tijden van de Sovjet-Unie en het huidige Noord-Korea. Moeten we dan bijna spreken van een regimepers, nog een woord dat regelmatig opduikt waar onze media op de korrel worden genomen?

‘Telkens ik Goedele Wachters of Martine Tanghe als kleuterjuffen het journaal zie voorlezen, moet ik aan die kirrende Noord-Koreaanse nieuwslezeres denken. Regimezender, ja… met dat verschil dat onze overheid, of het ‘regime’, nauwelijks moet sturen, de journalistiek draagt zelf bij tot een akelig soort consensus die ik in mijn vorig boek de pococratie heb genoemd. Het centrale idee dat de Vlaming een aangeboren neiging tot ‘ongezonde denkbeelden’ heeft en daarvan ‘genezen’ moet worden via gedoseerde, gefilterde en gekleurde informatie. Zie ook de heisa rond dat Aalsters carnaval.’

Komt dit nog wel goed? Heeft de Vlaamse publieke omroep nog een toekomst? Een boodschap voor onze mediaminister Sven Gatz?

‘Ik wil niet alle conclusies van mijn boek al prijsgeven, maar neen: in zijn huidige gedaante heeft de VRT zo ongeveer zijn houdbaarheidsdatum bereikt. Er moet iets gebeuren, laat er maar een breed debat over plaats grijpen. Ofwel een nieuw mission statement voor de openbare omroep rond objectiviteit, een charter, dat ook opgevolgd wordt, ofwel gewoon afschaffen en gaan naar een systeem van zendgemachtigde verenigingen naar Nederlands model. Dan kunnen al die rood-groene journalisten in dienst gaan bij een dito omroepstichting, dan weten we tenminste wat we eraan hebben en kan er ook plaats komen voor een alternatief, een tegengewicht. De eigenlijke publieke omroep kan dan vooral een rompfunctie hebben en ‘droog’ nieuws leveren, waar iedereen verder zijn ding mee doet. Duiding vind ik nuttig, maar ze is opiniërend, dat overstijgt de informatie-opdracht van een zender.’

Is er voor de rest licht aan het einde van de mediatunnel? Want een kritisch boek zal ook snel weggezet worden als negativistisch. Hoe zie je je eigen toekomst als columnist en journalist-zonder-perskaart?

‘Ik ben hoopvol en optimistisch, dat blijkt ook aan het einde van mijn boek. Die perskaart zal me worst wezen, ze symboliseert een journalistieke kaste die zijn tijd heeft gehad. Alternatieve webmagazines als Doorbraak bewijzen dat er leven is buiten de mainstream media. Deze zullen langzamerhand verschrompelen omdat het publiek uiteindelijk toch beseft dat het op zijn honger blijft zitten. Het kleren-van-de-keizer-effect. Mensen willen niet meer bedot worden. Ook een burgerbeweging als De Vijfde Macht vertolkt die kentering.’

Minister Gatz wil nochtans de jeugd weer de weg tonen naar het VRT-journaal…

‘Verloren moeite. Jongeren laten het VRT-nieuws links laat liggen en gaan zelf op zoek naar feiten en inzichten, vooral digitaal natuurlijk. Wie geeft hen ongelijk? Ja, ik zie een nieuw mediatijdperk aanbreken, vooral via het web en de sociale media. Ik doe niet mee aan dat doemdenken over het internet en fake news, het zijn de mainstream media zelf die meesters zijn in het produceren van fake news. Intelligent zoeken, kritisch omgaan met bronnen, tot en met het ontwikkelen van burgerjournalistiek, daar moet het onderwijs op inzetten. Wij moeten zelf ‘de vierde macht’ worden, daar is onze plaats als waakzame burger in een werkzame democratie.’

 

Na het journaal volgt het nieuws: boekvoorstelling op dinsdag 2 april 20u00 in De Zandloper, Wemmel.   Iedereen welkom!

Voor wie er in Wemmel niet bij kan zijn, is er de ‘avant-première’ in Leuven op 26 april, zie de lezingkalender. 

Daarna start Johan Sanctorum een toernee met het boek doorheen Vlaanderen. Meer info: klik hier

Het boek zelf kan u kopen in de webwinkel van Doorbraak.

 

Donald Van De Wiele

Donald Van De Wiele is zelfstandig logistiek consultant, sociale media-kenner en coördineert een lezerskring.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans
// geen premium