fbpx


Media
Joël De Ceulaer

Journalistieke collegialiteit kent geen grenzen



Net zoals dokters onderling geen kritiek leveren, laat staan officieel, zijn journalisten voor én over elkaar over het algemeen erg lief. Het verschil is weliswaar dat een dokter beroepsgewijs geen vermaard criticus is die tijdens de uitoefening van zijn vierdemachtsfunctie over alles en iedereen een oordeel openbaart. Wat zeg ik? Bijna alles en iedereen…

Met hier en daar een sporadische en extreem milde uitzondering levert geen enkel journalist kritiek op een pennenvriend. Voor de individuele burger is het weliswaar minder schadelijk om slachtoffer te zijn van de officieuze journalistieke zwijgplicht dan van de medische omertacode. Maar voor de samenleving als geheel ligt dat anders.

Slecht zicht vanop de Uitkijkpost

De aanleiding van dit schrijven komt er na het lezen van een zoveelste steengoede Uitkijkpost van Joël De Ceulaer, journalist-opiniemaker bij De Morgen. In het laatste juniweekend richtte hij zijn wekelijkse brief aan Geert Hoste. Met cynische perfectie behandelde hij de zelfcensuur die de VRT zichzelf oplegde naar aanleiding van Hostes mislukte Hitlergroet-grap.

Omdat De Ceulaer de laatste maanden meevocht aan het coronafront bij de zwaar toegetakelde mondmasker-eenheid, maakte hij in zijn brief een terechte en begrijpbare sprong van de ingetrokken Hostemop naar de Grote Virologenshow die de openbare omroep dagelijks uitzond. Hij verwijst expliciet naar de duidingsprogramma’s die ‘knipogend, gniffelend en monkelend’ tot bij de kijker werden gebracht. Klopt!

Twitter stond de hele coronatijd bol van commentaar op de kritiekloze, ontzaghebbende en bijna amicale relatie tussen het VRT-journaille en de coronabazen. Het beste en tevens schrijnendste voorbeeld daarvan was dagelijks te zien in De Afspraak, dat tijdens de crisis evengoed omgedoopt had kunnen worden in ‘De Date’. Bart Schols had er elke avond Marc Van Ranst te gast en moest het mogen, ze hadden mekaar gekust.

De luis in de pels jeukt niet

Met dat beeld op mijn netvlies deelde ik de Uitkijkpost op Twitter en vulde ik aan waar Joël De Ceulaer voorzichtigheidshalve was gestopt. Ik gaf de kritiek een naam. Lees de tekst, denk aan een willekeurige uitzending van De (corona)Afspraak, lees vervolgens mijn tweet en oordeel.

Ik verwachtte exact de reactie die ik van De Ceulaer ontving: als ik iets te zeggen hebben, moet ik zelf een tekst schrijven, ik mag hem geen woorden in de mond leggen en hij zal zelf wel benoemen wat hij wil benoemen. Alsof je een politieman wijst op een misdrijf en de agent antwoordt dat je zelf maar politieman moet worden als je misdaden wil bestrijden én dat hij zelf wel kiest welke misdaad hij verbaliseert.

Joël De Ceulaer is niet alleen de meest kritische journalist van het moment. Hij is tevens ook veruit de grootste luis in de eigen journalistenpels. Of het is een bijna ondoordringbare vacht of het is daar juist erg knus waardoor Joël de luis er stilletjes in slaap valt. Veel weg baant hij er alleszins niet, dus jeuken doet hij er ook niet echt.

Het democratische deficit

Bij uitstek De Ceulaer weet hoe belangrijk de vierde macht is in het belang van de samenleving. Wie hem wat volgt, merkt onmiddellijk op dat de democratie en haar werking als een rode draad door zijn journalistiek bestaan heen loopt. Als geen ander wendt hij zijn vierdemachtspositie aan om opiniematig de democratie te beschermen en te verbeteren.

Ondanks die dubbelzinnige rol van journalist-opiniemaker vertoeft zélfs hij in een afgebakend werkgebied. Hij kan meer richtingen opvaren en verder drijven op de golven van meandering en filosofie dan de meeste van zijn collega’s. Toch moet ook hij opletten voor enkele klippen. Allereerst moeten de kranten verkopen. Nu, de kans dat de verkoopcijfers dalen met een intellectuele dwarsdenker als De Ceulaer aan boord van het mediaschip is onbestaande.

Maar dan is er die tweede klip waar zélfs De Ceulaer liever niet tegenaan vaart. Die klip bakent de grens af van de omvangrijke oceaan der kritiek waarin elk journalist te water wordt gelaten. Mediakritiek eindigt bij intercollegiale kritiek. Het is geen officiële richtlijn maar eerder een officieuze beroepscode. Eigenlijk is het geen klip maar een zandbank die enkel de inktvaarders weten liggen. Op elke redactie liggen die dozen van Pandora veilig weggeborgen.

Van scherp naar vaag in één alinea

Vergis u niet, journalisten noemen collega’s met de regelmaat van een klok bij naam. Zo ook deed De Ceulaer dat in dezelfde alinea waarin hij de VRT-duidingsprogramma’s verwijt niet kritisch te zijn. Hij roemde enkele journalistieke optredens van Terzake-anker Kathleen Cools. Op Twitter vliegen de schouderklopjes en bewierokingen onder het journalistenkorps wel vaker in het rond.

Maar wie weet nog de laatste keer dat een journalist omwille van een wanprestatie zoals subjectieve verslaggeving, geframede duiding of simpelweg foutieve informatie-overdracht door het mediastof moest? Ik herinner mij geen enkel geval, terwijl ik elke dag meer dan één rechthebbende vierdemachter de revue zie passeren. Hoe vaak stelt Bart Schols in De Afspraak de ene verplichte vraag na de andere niet en die typische framende vraag dan weer wél? Geen enkel opiniërend journalist die daags nadien beschrijft wat heel kijkend Vlaanderen zag én waarvan Twitter bol staat: de falende journalistiek van Bart Schols.

In het beste geval lees of hoor je als burger een algemene vorm van zelfkritiek dat eerder klinkt zoals een aandachtspuntje onderaan een matig rapport, aangehaald door de hedendaagse pretjuf.

Horen, zien en zwijgen

De drie machten hebben elk hun controleorgaan. Gelukkig maar. Anders woonden we in een dictatuur. De media is daar trouwens de belangrijkste van. Maar de media is als vierde macht op geen enkele manier onderworpen aan een vorm van controle op een correcte en rechtvaardige uitoefening van haar macht.
Censuur, framing en interne kritiekloosheid zijn vormen van machtsmisbruik.

VRT heeft weliswaar een ombudsman in dienst die uw klachten analyseert en behandelt. Dat postje wordt bemand door Tim Pauwels, journalist bij VRT en voorheen zélf elke zondag voorwerp van kritiek omwille van een ietwat vooringenomen gastheerrol in De Zevende Dag.

Wie zich registreert op Twitter en daar de politieke dagelijkse waan wat volgt, wordt overladen met klachten over het Vlaams journalistiek oeuvre. Aan de cafétoog is het trouwens niet anders.
Maar door de massa subsidies en de slimme marketingtrucjes blijven de kranten verkopen en denken de redacties er niet aan om de mediakritiek ernstig te nemen.

Verdrijving van de macht

Iedereen voelt aan én weet ondertussen dat de gouden mediatijden stilaan ten einde zijn. Het volk neemt het heft in eigen hand en informeert en adviseert elkaar op sociale media. Soms met fake nieuws, vaak met feiten en interessante opinies. We hebben geen Joël De Ceulaer nodig om ons te vertellen dat Bart Schols weer eens misbruik maakte van zijn moderatorrol. Dat zien en verspreiden we zelf wel. En met succes.

De Ceulaer blijft voorlopig met voorsprong mijn favoriete journalist-opiniemaker. Dat zegt iets over hem, maar vooral ook over zijn collega’s van de gezellige journalistenclub.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

John Croughs

Londerzelenaar, vader van twee, projectontwikkelaar en vooral erg begaan met alles wat de samenleving vorm geeft.