Politiek

Joy Donné: ‘Mijn kabinetservaring maakt mij de grootste bondgenoot van het Vlaams-nationalisme’

Jambons kabinetschef over politieke overtuigingen en herinneringen

Hij noemt zichzelf geen wit konijn, maar Joy Donné (44) was de grootste verrassing die N-VA eind januari aankondigde op haar Limburgse Kamerlijst. Wordt Zuhal Demir minister, dan zetelt deze man met een enorm netwerk als eerste opvolger in het parlement. Tot de val van Michel I eind december 2018 werkte hij als kabinetschef van vicepremier Jan Jambon (N-VA), bevoegd voor Binnenlandse Zaken en Veiligheid. Voorheen werkte Donné, na een carrière als advocaat en manager, op de liberale kabinetten van Patrick Dewael (Binnenlandse Zaken), Annemie Turtelboom (Justitie) en Didier Reynders (Buitenlandse Zaken).

‘Met zijn Engelse flegma, getrimd baardje en strakke pak staat Donné met stip op één om de Wetstraatversie van Hugh Grant te worden’, schreef Het Belang Van Limburg treffend over de ietwat mysterieuze ‘LJD’, Leo Joy Donné. Bedachtzaam en zonder uit te weiden, staat de Hasselaar met de zachte stem Doorbraak te woord. Een verademing in een landschap van praatgrage politici.

‘Ik vind het vreemd dat sommigen dit een vreemde stap vinden’, opent Donné over zijn geplande overstap van kabinet naar parlement. ‘We hebben te weinig kabinetservaring in de bühne. Politici die het klappen van de zweep in Brussel kennen hebben we óók nodig.’

Nestwarmte in een hard bedrijf

Doorbraak: Waarom treedt u nu op het voorplan?

Joy Donné: ‘2018 was een moeilijk jaar voor de federale regering. De regering heeft mooie dingen gedaan, maar de goedwerkende as was weggevallen. Toen Bart De Wever in mei 2018 zei dat ‘de dash’ uit de regering was, deed hij de juiste vaststelling. Ik dacht toen na over mijn toekomst. Na Michel I wilde ik de strijd vóór de schermen voeren, besloot ik, want ik was gebeten door de politieke microbe. Het bleek een wederzijds verhaal. Over mijn opvolgersplaats heb ik geen inspraak gehad. Voor mij had een effectieve plaats ook gekund, maar Jambon zei me dat hijzelf eveneens als eerste opvolger in het parlement is geraakt, dus dat zit wel goed.’

Jambon heeft me gesteund tijdens een moeilijk moment met de media: het Porsche-incident. Dat maakte dat ik me snel thuis voelde bij N-VA. Bij N-VA ging het er aangenamer aan toe dan bij andere partijen. Ik kan me volledig terugvinden in de visie van de partij. Als kabinetchef was het bovendien heel fijn werken met Jan Jambon, een echte topper.’

Hoe voelt het om campagne te voeren als eerste opvolger?

‘Als opvolger voelt het niet anders aan dan als effectieve kandidaat. Het hangt van je eigen ingesteldheid af. Ik was vroeger niet iemand die recepties afschuimde; ik had er overigens de tijd niet voor. Nu gebeurt dat wel. Ook een hele aanpassing: ik ben weer actief op sociale media. Na de berichtgeving over het Porsche-incident had ik mezelf afgeschermd van dat medium. Sociale mediagebruik ligt niet in mijn aard en als kabinetschef had ik het niet nodig.’

Jean-Luc Dehaene, Johan Vande Lanotte, John Crombez: het zijn allemaal ex-kabinetschefs die toppolitici geworden zijn.

‘Vroeger gebeurde dat vaker: kabinetschefs gingen naar het parlement en werden zelfs minister. Nu zijn het al eens woordvoerders die politicus worden, dat is misschien tekenend voor deze tijd.’

Leer je de stiel het beste achter de schermen?

‘Je hebt een goede mix nodig. Lokale doorstroming is zeer belangrijk en noodzakelijk, maar partijen hebben ook mensen nodig die weten hoe het er in Brussel aan toe gaat. Anders moet je al goed bij de pinken zijn om in vijf parlementaire jaren niet ontzettend veel tijd te verliezen. Vele politici moeten zich te lang inwerken. Misschien is het wel gemakkelijker om je lokale netwerk uit te breiden, zoals ik nu moet doen, dan het Brussels kluwen te leren.’

Een geoliede machine?

Was de ‘backoffice’ van de N-VA klaar om in 2014 federaal te regeren?

‘N-VA is een heel goed georganiseerde partij. Van anderen hoor ik dat we in 2010 niet klaar waren. We stonden toen tegenover de meest geoliede machine. Onderhandelden we in 2014 met de PS, dan was regeren misschien minder evident geweest. Qua organisatie en kennis waren we in 2014 zeker klaar. Wel hebben we tijd nodig gehad om de juiste mensen te vinden. Al onze mensen met ervaring zaten in de eerder gevormde Vlaamse regering.’

De Wever overtuigde u in 2014 om niet te stoppen met politiek. Heeft uw komst als kabinetschef bij Jambon geholpen gezien uw MR-achtergrond?

‘Op federaal niveau is er een groot verschil tussen het kernkabinet en de rest van de ministers. Op Vlaams niveau is die kloof veel kleiner. Op de Vlaamse ministerraden lichten ministers hun dossiers volledig toe, soms kan dat zelfs acht uur lang duren. Op federaal niveau bepaalt vooral de kern alles en krijgt een vakminister veel minder vrijheid.

Bij het aantreden van Michel I, kende ik de meeste kabinetschefs van het kernkabinet en andere sleutelfiguren al van mijn kabinetsverleden bij Open Vld en MR. Dat vergemakkelijkte het eerste contact en het vertrouwen dat nodig is bij de start van een regering. De sterkte van Jan Jambon was een voordeel: hij straalt autoriteit uit. Er was vrij snel vertrouwen met Michel.’

In aanloop naar de verkiezingen in 2014 zei Charles Michel: ‘Ik haat nationalisme’. Was dat campagnepraat of zat dat diepgeworteld?

‘Ik denk dat Michel voor de verkiezingen niet had gedacht dat hij als enige Franstalige partij met N-VA in zee zou gaan. De regeringsvorming van de deelstaten, aan Waalse zijde een coalitie tussen PS en cdH, heeft de federale dynamiek bepaald. Ik vraag me wel af: kunnen we in België een centrumrechts beleid voeren met meer dan één partij aan Franstalige kant?

Ziet u Michel I voor herhaling vatbaar?

‘Mathematisch zal het niet mogelijk zijn, vermoed ik. Als een Zweedse coalitie kan, dan met Jambon als premier. Anders zullen het vijf zware jaren worden.’

Vechten met het Belgisch kluwen

N-VA wil natuurlijk liefst het confederalisme invoeren.

‘Als liberaal maakt mijn kabinetservaring mij de grootste bondgenoot van het Vlaams-nationalisme. Ik heb elke dag ondervonden hoe moeilijk het was om akkoorden te bereiken binnen het Belgisch kluwen. Buiten de vicepremier zelf, kon ik niet dichter op de feiten zitten. Daarom geloof ik echt dat het nu tijd is voor een vorm van confederalisme. Een centrumrechtse regering zal wéér bloed, zweet en tranen kosten, en dat om zeventig procent te doen van wat we willen doen.’

Maakte u op liberale kabinetten al die confederale analyse?

‘Vroeger zat ik minder in het centrum van de macht. Pas als kabinetschef raakte ik ervan overtuigd dat er weinig oplossingen mogelijk zijn. Het is heel frustrerend dat er veel welvaart verloren gaat door die Belgische constructie.’

Waarom maken de andere Vlaamse regeringspartijen de analyse niet dat een centrumrechts beleid binnen België niet lukt?

‘Andere partijen profileren zich door zich tegen ons af te zetten. Open Vld spreekt zelfs van “herfederaliseren”. Hoewel we sociaaleconomisch ongeveer op dezelfde lijn zaten, was het vaak vechten in de regering. In tegenstelling tot onder Di Rupo zat de vijand niet buiten, maar binnen de regering. Ik houd niet van die terminologie, maar het was wel zo. Het wekelijks overleg met de kabinetchefs van de premier en vicepremiers bleek steeds een veldslag. N-VA is op zeer korte tijd heel groot geworden tot enorme frustratie van CD&V en Open Vld. Het was zwaar om steeds tegen hen op te boksen.’

Is er op Vlaams niveau minder vijandigheid?

‘Ik had de indruk dat het daar vlotter liep. In de Vlaamse regering zitten om te beginnen geen Franstalige partijen. Het is bovendien een meer technisch beleidsniveau. Paradoxaal genoeg proberen we het zwaartepunt naar de deelstaten te verleggen, maar blijft het federale niveau meer indruk maken. Kan je bij wijze van experiment de sociale zekerheid splitsen en na goed verloop dat ook doen met de andere federale hefbomen?

Ik geloof niet in een nieuwe klassieke staatshervorming. Vooral de vorige was volgens mij de slechtste ooit. Alles werd nog complexer en meer verweven. Een volgende staatshervorming zal veel tijd en energie kosten om te komen tot iets dat uiteindelijk niet goed werkt. Wij stellen confederalisme voor. Dat kan mogelijk worden als voldoende partijen met de rug tegen de muur staan.’

Bent u voor volledige Vlaamse onafhankelijkheid?

‘Ik ben voor wat vandaag realistisch zou kunnen zijn. Het confederalisme zou al een fantastische stap zijn. De meerderheid van de kiezers is nu niet klaar voor meer. Dat hoeft nog niet. Confederalisme zou voor de andere partijen al een gigantische stap zijn. Wat me positief stemt in gesprekken met ondernemers is dat zij vaak mee zijn met ons confederalisme-verhaal. Een aantal jaar geleden was dit nog ondenkbaar.’

Liberalisme en Vlaamse beweging

Merkt u dat sommige N-VA’ers de liberalen binnen de partij zoals u en Annick De Ridder hekelen?

‘Hekelen is een zwaar woord. Maar Jan Peumans bijvoorbeeld steekt onze achtergrond niet onder stoelen of banken; al heb ik er met hem nog niet over kunnen spreken. Ik merk alleszins niets in de dagelijkse omgang met onze mensen. Als een partij groter wordt, komen er logischerwijze ook nieuwelingen aan boord die niet hetzelfde Volksunie-verleden hebben.

Liberalisme is niet tegenstrijdig aan het Vlaams-nationalisme. Het liberalisme is een ideologie. Het Vlaams-nationalisme betracht onder meer om de kloof te dichten tussen de politieke structuren en de bevolking van een land. Verschillende ideologieën kunnen dan ook passen in het Vlaams-nationalisme, afhankelijk van tijd, plaats en context.’

Is de N-VA zelf niet liberaler geworden?

‘De partij voelt de grondstroom in Vlaanderen heel goed. Bij defensiedossiers of bij de vermogenswinstbelasting vallen soms wel ideologische tegenstellingen op. Maar dat kan en we komen er altijd wel uit. Onze voorzitter speelt hierbij een belangrijke rol.’

Volgens sommigen wordt de partij te strak geleid.

‘Ik heb er nog geen last van gehad.’

Misschien binnenkort als parlementslid wel. Denk aan Hendrik Vuye en Veerle Wouters die verder gingen als onafhankelijk parlementslid.

‘Begin februari heb ik interviews aan De Standaard en aan Het Belang van Limburg gegeven. Het Belang titelde de uitdagende kop: “Ik ben een liberaal, geen stamboeknationalist”. De partij heeft me vooraf geen instructies gegeven en ik kreeg na publicatie ook geen opmerkingen. De kritiek op onze partijdiscipline wordt wat overdreven.’

Heeft de politiek nood aan vernieuwing?

‘Ik vind vooral dat de Senaat moet worden afgeschaft. Die instantie heeft hetzelfde budget als de Staatsveiligheid: 40 miljoen euro per jaar. Ik vind het een schande dat de Senaat in stand kan blijven. We hebben ook te veel politici: de parlementen kunnen veel kleiner.’

U staat op de eerste opvolgersplaats. Sommigen stellen voor om de opvolgerslijsten af te schaffen.

‘Wat mij betreft mag de opvolgerslijst afgeschaft worden. Maar als je een goede mix van parlementairen wil, moet je toch zien hoe bepaalde nuttige profielen in het parlement geraken. Partijen reserveren niet graag plekken bovenaan hun lijsten voor onbekende kandidaten. Het is een moeilijk dilemma om het al dan niet af te schaffen.’

Waar wil u zich voor inzetten als u in het parlement zal zetelen? In welke commissie zal u bijvoorbeeld zetelen?

‘In welke commissie ik zal zetelen, is voorbarig. Thema’s die mij nauw aan het hart liggen, zijn uiteraard veiligheid, maar ook staatsinrichting en digitalisering en een efficiënte overheid. Mijn interesses zijn breed, en zo hoort dat ook voor een politicus, vind ik. We moeten ons over elk maatschappelijk thema kunnen uitspreken en ons erin verdiepen.’

Sander Carollo

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Sander Carollo?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans