Advertentie
Media
Jozefien Daelemans

Jozefien Daelemans (Charliemag): ‘Politiek is persoonlijker geworden’

‘Vroeger vond ik online geen verdieping en duiding in de magazines, vertelt Jozefien Daelemans. Daarom richtte ze in 2014 Charliemag op, een online onafhankelijk magazine. Het sloeg aan, want met een crowdfundingactie haalde het medium 30.00 euro op. Charlie verschijnt dagelijks online en twee keer per jaar komt er een bookzine uit. In oktober rolde de zesde editie van de persen, met overdaad als thema. Maandelijks bereikt Charlie meer dan 100.000 mensen online, waarvan een duizendtal abonnees.

‘Fuck fake’ is een van Charlie’s slagzinnen. ‘Wij geloven dat er nood is aan een meer realistische en diverse beeldvorming, vooral wat vrouwen en mensen van kleur betreft’, legt hoofdredactrice Daelemans uit. ‘We maken artikels over topics die ertoe doen, samen met onze lezers, over de wereld om ons heen die steeds sneller verandert. We zeggen waar het op staat, in woord en beeld. Bij ons dus geen Photoshop en dieettips, maar we dagen onze lezers uit om na te denken over de combinatie werk en gezin, gendergelijkheid, duurzaamheid, de impact van nieuwe media, nieuwe relatievormen …’

Doorbraak: Is jullie bookzine eigenlijk een leuke extra, of vooral iets wat geld moet opbrengen om Charlie te financieren?

Daelemans: ‘Beiden. Het is ons visitekaartje. Met onze bookzine tonen we wat onze identiteit is. Voor veel lezers is het ook een hebbeding, een verzamelexemplaar. We drukken op dik, kwaliteitsvol papier in een groene drukkerij. Het kost ook iets meer dan een gemiddeld maandblad, namelijk 9,90 euro. Het is overigens ontzettend leuk om te maken, omdat we telkens één thema uitdiepen en daarmee een totaalproduct afleveren.’

Charlie is een genderneutrale naam, maar heeft het etiket van een vrouwenmagazine. Mikken jullie ook op mannen?

‘Ongeveer 70% van onze lezers zijn vrouwen. Onze naam is inderdaad genderneutraal en onze huisstijl vrij sober. Mannen zijn heel welkom, we willen ons niet in de hoek zetten van de vrouwenbladen pur sang. Onze stukken hebben meestal een vrouwelijke focus, maar die sluit mannen zeker niet uit. Mannen lezen ons voor onze toon, of voor de meer neutrale stukken. Sommige mannen sturen ons zelfs berichten dat ze dingen beter begrijpen door ze eens van een andere, vrouwelijke kant te bekijken. Maar soms krijgen we ook commentaar van mannen die zich aangevallen voelen. Met hen proberen we dan in gesprek te gaan.’

‘We hebben trouwens ook mannelijke redacteurs in ons team: een huisseksuoloog, een media- en technologieredacteur en een aantal mannelijke columnisten. Dat onze redactie overwegend vrouwelijk is, zorgt voor onze unieke smoel, maar ik vind die mannelijke input af en toe zeker een verrijking. We toetsen zo ideeën bij elkaar af en vullen elkaar aan.’

Jullie zetten in op authenticiteit, maar heb je als art director vroeger zelf geen foto’s moeten bewerken voor vrouwenbladen? Was dat toen niet met een dubbel gevoel?

‘Ik heb inderdaad tien jaar lang als vormgever en art director voor vrouwenbladen gewerkt. Daar heb ik het vak van bladenmaker geleerd.Ik moest zelf geen beelden bewerken, maar heb wel veel covers gemaakt met steeds dezelfde foto’s van slanke, blanke, gefotoshopte vrouwen. Op de duur begon dat wat te steken. Ik weet hoe vatbaar jonge meisjes zijn voor dergelijke onrealistische schoonheidsidealen en wat dat doet met hun zelfbeeld. Ik merk wel dat sommige bladen hierin veranderd zijn en steeds meer verschillende modellen op hun covers plaatsen. Op het overdreven photoshoppen komen trouwens steeds meer negatieve reacties van lezers. En terecht.’

Bij vrouwenbladen werken veel vrouwen. Hoe stonden zij tegenover die manipulatie om een ideaalbeeld te verkrijgen?

‘Een deel vond dat jammer, een ander deel geloofde dat covers en vrouwenbladen aspirationeel moeten zijn. Ze moeten vrouwen doen fantaseren over een sprookjeswereld vol mooie spullen en perfecte mensen. Op zich heb ik daar niks tegen, maar ik vind dat het aanbod voor vrouwen uitgebreider mag zijn. Vrouwen laten wegdromen is een mooie missie. Maar wie zegt dat wij niet dromen van een eigen bedrijf, een boek te schrijven of een medicijn tegen kanker uit te vinden? Niet alle vrouwen zijn hetzelfde.’

Hoe verklaar je dat vrouwenbladen, ondanks dat ze stereotiep zijn, nog altijd veel gelezen worden?

’Old habits die hard. Het stereotiepe vrouwbeeld is in onze hele maatschappij nog erg aanwezig. De nadruk ligt bij vrouwen vaak op hun uiterlijk en hun schoonheid. In 50% van de reclame gericht aan vrouwen worden ze aangesproken op hun uiterlijk. Onderzoek wijst uit dat slechts 3% van de vrouwen in reclame een leidinggevende rol heeft, 2% intelligent in beeld wordt gebracht en 1% in een grappige rol. Slechts 15% van de films hebben een vrouwelijke hoofdrolspeler, wat impliceert dat het verhaal van een vrouw niet belangrijk genoeg is om te vertellen. En meer dan een kwart van de vrouwelijke personages gaat in films uit de kleren, tegenover 9% van de mannelijke personages. Als je als vrouw voornamelijk op je uiterlijk of zorgende kwaliteiten wordt aangesproken, ga je op den duur geloven dat dat je enige of belangrijkste troeven zijn. Het is een systeem dat zichzelf in stand houdt, een selffulfilling prophecy.’

‘Gelukkig zijn er vandaag steeds meer positieve veranderingen. Jonge meisjes groeien op met rolmodellen als de Pakistaanse kinderrechtenactiviste Malala Yousafai of de Belgische zevenkampster en wereldkampioene Nafi Thiam. Ze kijken films als The Hunger Games en series als House of Cards, waarin mannen en vrouwen even ambitieus zijn. In de serie Girls, op HBO, worden realistische vrouwenlichamen en personages getoond. Zulke series en films hebben steeds meer succes, ook economisch. De mainstream media zullen uiteindelijk deze trend wel volgen.’

Zijn vrouwen gevoeliger voor ideaalbeelden dan mannen?

‘Ik weet niet of dat in onze aard ligt, of dat het ons gewoon vaker wordt ingelepeld. Enkele eeuwen geleden moesten mannen van een zekere elite er ook piekfijn uitzien qua kledingstijl, met kraaknette kragen, schoenen met strikjes en hakken en bombastische pruiken. En Narcissus, die verliefd werd op zijn eigen bloedmooie spiegelbeeld, was een man. Volgens mij is er veel meer cultureel bepaald dan we denken. Wat ik wel geloof, is dat vrouwen vandaag vaker op hun uiterlijk beoordeeld worden dan mannen, waardoor ze vatbaarder zijn voor ideaalbeelden.Bepaalde onzekerheden worden gecultiveerd, waardoor ze sneller vatbaar zijn voor ideaalbeelden. Maar ik merk ook dat mijn tienerzoon zich steeds meer zorgen maakt over zijn uiterlijk, over zijn ontbrekende “sixpack” bijvoorbeeld. Een zorgelijke evolutie. Die perfectiedwang, ook bij mannen, zou wat vaker aangekaart moeten worden.’

Hoe worden jullie bekeken door andere vrouwenbladen?

‘Dat weet ik eigenlijk niet zo goed (lacht). Sommigen beschouwen ons als de luis in de pels van de mainstream media, anderen als een verfrissende aanvulling. Voor sommigen zijn we te links en te feministisch, voor anderen te soft en niet rebels genoeg. Met de meeste concullega’s hebben we alleszins een goede verstandhouding. We hoeven het niet allemaal met elkaar eens te zijn; een uitgebreider aanbod kan in mijn ogen enkel zorgen voor een rijker medialandschap.’

Jullie zijn gestart met een crowdfundactie. Wat zijn jullie verdere verdienmodellen?

‘We werken met een abonnementsformule: voor 50 euro per jaar krijg je de tweebookzines en alle artikels achter de paywall. Daarnaast zijn er inkomsten van de losse verkoop van de printnummers en ons sprekersbureau, Studio Charlie. En heel af en toe krijgen we kleine projectsubsidies om aan bepaalde onderzoeksreeksen te werken.’

Hoe zijn jullie tot nu toe geëvolueerd? Is verdere groei mogelijk?

‘Ik denk dat traag en behoedzaam het juiste woord is. We hebben altijd gewerkt met kleine budgetten en zijn zo trouw mogelijk gebleven aan onze oorspronkelijke waarden. Groei is zeker mogelijk, maar het is nog steeds niet makkelijk om mensen ervan te overtuigen om te betalen voor online media. Vlaanderen is ook heel klein en er zijn al zoveel spelers op deze markt. We zullen moeten groeien als we willen overleven. Een uitbreiding naar Nederland is bijvoorbeeld niet uitgesloten.’

Hoe worden auteurs eigenlijk aangetrokken? En kunnen studenten ook stage lopen bij Charlie?

‘Nieuwe auteurs sturen zelf hun stukken in. Daaruit maakt onze chef redactie een goede selectie. We hebben hier altijd twee stagiaires zitten, van studenten journalistiek tot fotografie en nu ook video. Die instroom van jonge mensen houdt ons scherp. Ik kan als 38-jarige, getrouwde vrouw veel minder goed inschatten wat er bijvoorbeeld leeft bij een jonge, single vrouw van 22.’

Worden auteurs betaald? En zijn er mensen fulltime in dienst?

‘Er is één persoon fulltime in dienst, de andere medewerkers zijn zaakvoerders en freelancers. Auteurs mogen zelf kiezen of ze publiceren voor of achter de paywall. Stukken voor de paywall zijn gratis geschreven, de langere stukken achter de paywall worden vergoed.’

Heeft het financiële consequenties om hoofdredacteur van Charlie in een onzeker medialandschap te zijn? Vanwaar die stap?

‘Uiteraard. Ik ben al een tijdje zelfstandige, dus ik ben het gewend om om te gaan met financiële onzekerheid. Dat legt een grote druk op jezelf en je gezin, maar het geeft je ook veel vrijheid. Ik heb het gevoel dat ik mijn leven zelf in handen heb. Toen ik in loondienst was, had ik dat gevoel niet zo. Die zelfbeschikking en onzekerheid is soms beangstigend, maar geeft ook een enorme voldoeningwanneer de dingen goed gaan.’

Surfen jullie op de golf van de actualiteit? Wat vormt de basis van jullie artikelen?

‘Wij brengen geen loutere nieuwsfeiten. Wat we wel doen is duiding en inzicht geven en een platform geven aan mensen die nu nog niet voldoende gehoord worden. Bijvoorbeeld wanneer in de krant staat dat singles over 30 jaar de grootste demografische groep zal zijn, willen wij stilstaan bij wat dat zegt over onze relaties anno 2017, hoe singles leven en op die manier de maatschappij veranderen. Dat soort zaken onderzoeken we in een reeks reportages en longreads. Daarnaast publiceren we interviews met mensen die ons inspireren. Zo loopt er nu een reeks over vrouwelijk leiderschapmet topvrouwen uit allerlei sectoren. En we staan ook bekend om onze scherpe opinies en openhartige getuigenissen. Wij blijven heel dicht bij de leefwereld van onze lezers.’

Berichten jullie ook over politiek?

‘Nee, met partijpolitiek houden wij ons niet bezig. Over grote politieke ideeën berichten we wel wanneer deze in onze persoonlijke leefwereld sterk naar voren komen. Maar wat is politiek? We leven in een tijd waarin het persoonlijke ook vaak politiek wordt.’

Is het eigenlijk niet moeilijk om mensen online te laten betalen voor journalistiek?

‘Jazeker. Ik merk het bij al onze collega’s, ook bij de grote nieuwssites. Mensen zijn te lang gewend geweest dat alles op het internet gratis is. Terwijl er evenveel werk kruipt in een online artikel als in een geprint artikel. Mensen vergeten dat wel eens of staan er gewoon niet bij stil.’

Jullie gebruikten aanvankelijk geen advertenties. Kan het ook niet interessant zijn om merken waar jullie achter staan te steunen, zodat jullie jezelf ook beter kunnen profileren én er geld binnenkomt?

‘In onze printnummers staat wel een beperkt aantal advertenties. Een langdurige samenwerking aangaan met de juiste merken en organisaties is een piste die we nu aan het uitdenken zijn. Geloofwaardigheid is hierin enorm belangrijk, zowel voor het merk als voor ons. Van zodra we een eerste samenwerking hebben, zullen we daar ook heel transparant over communiceren met onze lezers.’

Stel dat financieel alles mogelijk is: hoe zou Charlie er dan inhoudelijk uitzien? Zijn er bepaalde doelstellingen?

‘Ik zou graag meer inzetten op sterke inhoudelijke reeksen. Bepaalde topics uitdiepen die nu nog niet aan bod komen. Interviews met mensen die je niet ziet in andere kranten of magazines. Ik geloof in de kracht van sterke online videojournalistiek. Ik droom stiekem ook van een talkshow op televisie waar wat meer peper inzit dan wat je vandaag op de buis ziet.’

Sommige publicisten van Doorbraak staan bij mainstream media op een zwarte lijst. Geldt dat ook voor Charlie? Kunnen jullie medewerkers hun stukken elders niet kwijt?

‘Voorlopig niet, denk ik toch … (lacht). Enkele van onze auteurs publiceren ook elders en worden juist door de mainstream media benaderd. De meeste professionele journalisten of redacteurs beschouwen Charlie als een platform waar er net iets meer kan dan elders en waar er aandacht en begeleiding is voor de redacteurs: we zullen bijvoorbeeld nooit een artikel plaatsen met een clickbaittitel erboven.’

Zijn jullie vergelijkbaar met andere nieuwe media-initiatieven zoals Newsmonkey, Apache of zelfs Doorbraak?

‘In zekere zin wel, omdat we alle drie onafhankelijk en digital first zijn. We boksen op tegen de grote mediahuizen en richten ons tot een specifiek publiek. Inhoudelijk verschillen we wel enorm.’

Worden nieuwe media-initiatieven voldoende gestimuleerd door het beleid?

‘Er begint eindelijk een beetje ondersteuning te komen voor innovatieve media-initiatieven. Maar in vergelijking met de grote mediahuizen blijft het peanuts. Zij zijn bijvoorbeeld vrijgesteld van btw, terwijl wij de volle 6% of 21% moeten doorstorten. Alle mainstream magazines worden ook gratis bedeeld via Bpost. Wij betalen al gauw 3,5 euro per verzonden nummer. Dat ligt allemaal in handen van het ministerie van Financiën, en ik geloof niet dat daar snel verandering in zal komen.’

‘Afgelopen week bleek ook dat Mediahuis van Minister Muyters bijna 1 miljoen euro krijgt om “te transformeren” en “pluriformer” te worden. Waarom worden dergelijke subsidies – want dat zijn het, je moet daar geen duur woord als ‘transformatiesteun’ op plakken – niet verdeeld over alle partijen? Of wordt er niet meer steun gegeven aan organisaties die al lang digital first denken en over goede kennis en ervaring beschikken op dat vlak? Ik vind dat de burger het recht heeft om op de hoogte te zijn van wat er met zijn geld gebeurt.”

‘Ik wil niet de Calimero uithangen, maar ik vind dat iedereen gelijk aan de startmeet zou moeten staan. Media 21, de belangenvereniging van de Vlaamse online media (waar ook Doorbraak.be deel van uitmaakt, S.C.), probeert daarin wel dingen te veranderen. Zo is het schoolproject Kranten in de Klas al veranderd naar Nieuws in de Klas en worden naast krantenartikels online stukken gebruikt als lesmateriaal in Vlaamse scholen. We kunnen bovendien onze redacteurs goedkopere opleidingen aanbieden, net zoals de grote mediahuizen doen. Een van onze vaste redactrices kan nu een opleiding onderzoeksjournalistiek volgen, omdat die voor een deel wordt terugbetaald. Dus er gebeurt wel wat, maar het is nog niet voldoende.’

Minister van Media Sven Gatz (Open Vld) gelooft dat de economie kansen kan creëren voor nieuwe journalistieke vormen. Schept de economische situatie mogelijkheden?

‘Nee, de inhaalslag die je als klein medium moet maken is te groot om mee te spelen met de grote jongens. De economische situatie is dus eerder een handicap dan een opportuniteit. Wat wel meezit is dat we klein en onafhankelijk zijn. We kunnen onze aanpak en strategie dus ontzettend snel veranderen, wat ook nodig is in de huidige digitale wereld. Een klein voorbeeld: toen we begonnen met Charlie las slechts 25% ons op een mobiele drager, nu is dat 80%. Daar moet je rekening mee houden als je artikels publiceert. Sinds kort zit online video ook in de lift. Statistieken wijzen uit dat tegen het einde van 2017 meer dan 70% van alle online verkeer uit online video zal bestaan. Maar video is duur om te maken en levert niet altijd een (financiële) win op voor de uitgever. Wij kunnen in korte tijd beslissen of we daarop willen inzetten of niet. Daar is geen managersmeeting voor nodig.’

In hoeverre moet je een maatschappelijk belang als journalistiek eigenlijk aan de markt overlaten?

‘Ik vind het gevaarlijk om journalistiek volledig aan de vrije markt toe te laten. We hebben de afgelopen jaren een exponentiële groei gezien van clickbait. Kwaliteitskranten brengen sensatienieuws om aan clicks te geraken of gebruiken emotionele titels die het maatschappelijk debat steeds meer polariseren. Dat vind ik persoonlijk een van de grootste gevaren van online journalistiek. Door algoritmes die je in je eigen bubbel houden, de opmars van fake news en het ontstaan van clickbait geraken we steeds slechter geïnformeerd, in plaats van beter.’

‘Ik vind het internet nog altijd een van de mooiste uitvindingen, maar in de praktijk merk ik toch hoe het vaak het slechtste in de mens naar boven haalt. Mensen lezen enkel de titel van een stuk en beginnen in de reacties al haat te spuien. Een van onze redactrices krijgt bijvoorbeeld regelmatig doodsbedreigingen toegestuurd. Daar denken journalisten niet bij na wanneer ze een polariserend stuk schrijven om zo veel mogelijk likes en retweets te scoren. We zijn zo vaak overtuigd van ons eigen gelijk en hebben onze mening al gevormd vooraleer we een stuk gelezen hebben. Het internet zou er net voor moeten zorgen dat we onze oogkleppen afdoen en wat meer openstaan voor afwijkende meningen. Het lijkt soms alsof we de kunst om te discussiëren en te dialogeren verloren hebben. Ik vind dat (online) uitgevers hier wat meer bij zouden moeten stilstaan en hun verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen en dat ze verder zouden moeten kijken dan die duizenden clicks en euro’s.’

‘Maar om daarom de journalistiek in handen geven van de overheid te geven vind ik geen goed idee. Wiens brood men eet, diens taal men spreekt. Ik denk dat de overheid volledig moet herdenken hoe journalistiek in Vlaanderen vandaag ondersteund wordt en dit moet hertekenen met de mediagebruiker van 2017 in het hoofd en niet meer die van 1997. Alles inzetten op print en niets op online valt vandaag niet meer te verdedigen. Zeker niet als je weet dat elke dag een kwart tot de helft van papieren kranten en magazines onverkocht naar de papierverwerkingsfabriek gaat. Dat zijn jaarlijks 34 miljoen onverkochte en ongelezen kranten. Wat een verspilling van energie en resources.’

Sommigen vinden dat er vooral geld moet gaan naar onderzoekjournalistiek en naar harde feiten. In hoeverre is het nodig om te investeren in een ‘zachter’ medium als Charlie?

‘Wel, op onze manier doen wij ook aan maatschappelijke relevante journalistiek hoor. We hebben momenteel twee onderzoeksjournalisten die zich met veel plezier vastbijten in een thema. Dit zijn misschien niet de onderwerpen die je op Apache of in Knack vindt, maar daarom niet minder interessant of waardevol. Zo maakten doctorandus in de sociologie Aurélie Van de Peer aleen onderzoeksreeks over hoe de beeldvorming van de lifestylepers mee bepaalt hoe wij oordelen over onze eigen verschijning en die van anderen. Onderzoeksjournaliste Ann-Marie Cordia deed dan weer onderzoek naar het gebruik van psychedelica in de psychologie en psychiatrie, een baanbrekend onderwerp. En journaliste Selma Franssen trok naar Berlijn om te onderzoeken hoe Airbnb daar een volledige stad ontwricht. Ze bracht verslag uit over gentrificatie en de impact van nieuwe vormen van toerisme op de samenleving. Dat zijn zaken die wij interessant vinden en waar wij meer over willen weten. Ons missie is dan ook om deze informatie op een toegankelijke en kwalitatieve manier naar een generatie jonge mediagebruikers te brengen. Zo kunnen zij die steeds sneller veranderende wereld beter begrijpen en er zich in thuis kunnen voelen.’

 

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans